Nr. 15/01855B Mr. Harteveld Zitting 8 december 2015 Conclusie inzake: [klager] 1. De Rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 6 maart 2015 het klaagschrift strekkende tot teruggave aan de klager van een inbeslaggenomen horloge, een rosé gouden Audemars Piquet, Schumacher, limited edition, ongegrond verklaard. 2. Tegen deze beschikking is namens de klager cassatieberoep ingesteld. Mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft een schriftuur ingediend, houdende een middel van cassatie. 3.1. Het middel, in samenhang met de toelichting daarop gelezen, klaagt over de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag. 3.2. Uit de stukken van het dossier blijkt het volgende. Op 31 oktober 2013 heeft in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen (onderzoek Munt) een doorzoeking plaatsgevonden op een woonwagencentrum aan de [a-straat] in [plaats]. Tijdens de doorzoeking is in het schuurtje bij de woonwagen van [betrokkene 1] een horloge, een rosé gouden Audemars Piquet, Schumacher, limited edition, ter waarde van circa € 68.000,- aangetroffen en in beslag genomen. De klager, die stelt dat hij rechthebbende is, verzoekt om de teruggave van het inbeslaggenomen horloge. Dit horloge zou door de klager aan een bevriende zakenrelatie, [betrokkene 2] van het bedrijf [A], zijn afgegeven, teneinde daarvoor een geschikte koper te vinden. [betrokkene 2] zou op zijn beurt [betrokkene 3] hebben verzocht om een koper te vinden. [betrokkene 3] zou daags voor de inval door de politie het horlogebandje hebben vervangen in de schuur van [betrokkene 1], onder wie het horloge in beslag is genomen. 3.3. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 26 september 2014 houdt onder meer het volgende in: “De rechter vraagt de raadsman aan te geven waaruit zou blijken dat klager het horloge heeft gekocht en eigenaar is van het inbeslaggenomen horloge. De raadsman: Ik overleg hierbij een kopie van het paspoort van mijn cliënt, een kopie van een pagina uit het authenticiteitsboekje en verschillende mailwisselingen. Tevens toon ik u hier het bij het betreffende horloge horende authenticiteitsboekje. De rechter stelt vast dat in het authenticiteitsboekje het verkoopadres van het horloge is vermeld evenals de datum maart 2013. De raadsman: Het authenticiteitsboekje hoort bij het horloge. Er staat geen naam in dit boekje, maar dat is niet vreemd want het betreft hier geen registergoed. Mijn cliënt is eigenaar van het horloge en heeft dit boekje in zijn bezit. Het horloge heeft in december 2012 de fabriek verlaten en is in Duitsland terechtgekomen. (…) Bij exclusieve horloges worden vaak meerdere horlogebandjes geleverd zodat je af kan wisselen. Cliënt heeft een bedrijf en verdient meer dan Jan Modaal. Cliënt is dure artikelen gewend en voor hem is het heel normaal om dure artikelen mee te geven aan anderen.” 3.4. De Rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover van belang, als volgt overwogen en beslist: “De beoordeling (…) Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard omdat voldoende is gebleken dat het horloge aan klager toebehoort. Dit verweer wordt door de rechtbank verworpen. Het horloge is in de zaak tegen onder meer [betrokkene 1] in beslag genomen in het kader van een grootschalig onderzoek dat zich richt op witwassen. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat in een latere strafprocedure tegen [betrokkene 1] een verbeurdverklaring van dit horloge zal worden uitgesproken. Hierin is voldoende strafvorderlijk belang gelegen voor het in beslag houden van het horloge. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaren. De beslissing: De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.” 3.5. De Rechtbank heeft in de bestreden beschikking niet expliciet vastgesteld welke wettelijke bepaling de grondslag vormde voor het beslag. Uit de stukken van het dossier kan worden afgeleid dat het beslag op het horloge is gelegd op grond van art. 94 Sv. Dit was in feitelijke aanleg klaarblijkelijk voor alle partijen duidelijk, althans dit punt is niet weersproken, en bovendien is de door de Rechtbank aangelegde maatstaf, zoals hiervoor is weergegeven in de onder 3.4 geciteerde overwegingen, duidelijk gestoeld op art. 94 Sv. In cassatie moet daarvan worden uitgegaan. 3.6. De klager is een derde die stelt rechthebbende te zijn van het horloge dat in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen onder meer [betrokkene 1], onder die [betrokkene 1], in beslag is genomen. Te dezen doet zich dus het geval voor dat een ander dan de beslagene, stellende dat het inbeslaggenomen voorwerp hem in eigendom toebehoort, zich bij de Rechtbank beklaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave aan hem. In een zodanig geval dient de Rechtbank te beoordelen of
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.