Nr. 13/02123 Zitting: 3 maart 2015 (bij vervroeging) Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] 1. Verzoeker is bij arrest van 8 april 2013 door het Gerechtshof Amsterdam wegens “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof beslissingen genomen over de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft het schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als nader in het arrest omschreven 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de rolnummers 13/02123, 13/02122P en 13/02111. In alle zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Namens verzoeker heeft mr. D. Moszkowicz, advocaat te Maastricht, vier middelen van cassatie voorgesteld. 4. Het eerste middel klaagt dat het Hof ongemotiveerd is afgeweken van een door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien van het bewijs, zonder dit nader te motiveren. Voorts wordt geklaagd dat het Hof de verklaring van [betrokkene 11] heeft gedenatureerd. 5. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “hij op 14 januari 2010 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel, Gamma, gevestigd aan de Laanenderweg nr. 67, heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 14.000 euro en drie mobiele telefoons en een portemonnee, toebehorende aan winkelbedrijf Gamma en/of medewerkers van voornoemde winkel, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen vijf medewerkers, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders naar de zij-ingang van die winkel zijn gegaan en daar in donkere kleding en met bivakmutsen op de medewerkers hebben opgewacht en op het moment dat die medewerkers de winkel verlieten -via de zij-ingang- een vuurwapen hebben getoond en vuurwapens op hen hebben gericht en gericht gehouden en die medewerkers toen dreigend hebben toegevoegd: "dit is een overval, nu naar binnen, ga op de grond liggen, maak geen beweging want dan maak ik je dood" en die medewerkers hebben teruggeduwd die winkel in en hebben gedwongen in die winkel op de grond te gaan liggen en een aantal van hen de armen/handen op de rug hebben getaped en een van hen vervolgens onder bedreiging van een vuurwapen hebben gedwongen de in die winkel aanwezige kluis te tonen en te openen.” 6. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2010005371-1 van 18 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (map C, pagina 1 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 januari 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 2]: Ik ben werkzaam bij het filiaal van de Gamma op de Laanenderweg 67 te Alkmaar en ben namens de Gamma gerechtigd tot het doen van aangifte. Op donderdag 14 januari 2010 heeft in dit filiaal een overval plaatsgevonden. De kluis van ons filiaal is tijdens de overval onder dwang geopend door een medewerker, genaamd Hoogelander. In totaal is een bedrag van 14.000 euro ontvreemd. Buiten het geld zijn er nog 3 gsm 's van de overvallen medewerkers gestolen. 2. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2010005371 van 15 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (map C, pagina 19 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 januari 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 1]: Ik was vandaag werkzaam als verkoopmedewerker bij de Gamma op de Laanenderweg 67 te Alkmaar. Om 21.00 uur werd de zaak gesloten. Samen met de andere vier personeelsleden stond ik bij de personeelsin- en uitgang. [betrokkene 3] (het hof begrijpt: [betrokkene 3]) deed de deur open, ik stond achter hem. Toen [betrokkene 3] één meter naar buiten was gestapt zag ik dat hij werd aangevallen door een persoon met een bivakmuts. Direct daarna kwam er nog een tweede persoon. Plotseling zag ik een pistool. Op dat zelfde moment zag ik achter de tweede persoon nog een derde en een vierde persoon aan komen rennen. De tweede persoon richtte het pistool op mijn gezicht. Ik hoorde dat de tweede persoon tegen mij zei: "Naar binnen! Liggen!" en: "Liggen! Anders schiet ik!" Ik ben toen met mijn buik op de grond gaan liggen. Al mijn collega 's moesten ook op de grond gaan liggen. Wij werden vastgebonden bij de polsen met tape. Op een gegeven moment hoorde ik diverse keren vragen: "Waar is je telefoon?" en toen: "Ik schiet je dood als je je telefoon niet geeft." Opeens voelde ik dat uit mijn rechterbroekzak mijn mobiele telefoon werd weggenomen. Daarna werd er gezegd dat [betrokkene 4] (het hof begrijpt: [betrokkene 4]:) de kluis moest open maken. [betrokkene 4] heeft het tape toen losgetrokken en is naar het kantoor gelopen waar zich de kluissleutel bevindt. Daarna is hij met de overvallers naar de kluisruimte gelopen. Enige tijd later kwam [betrokkene 4] de personeelsruimte binnen. Hij was alleen. [betrokkene 4] liet blijken dat de overvallers weg waren en heeft direct de politie gebeld. 3. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 201001142330 1399 van 15 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (map C, pagina 38 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 januari 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 4]: Ik had gewerkt bij de Gamma in Alkmaar. De winkel was gesloten en het personeel en ik wilden het pand verlaten. [betrokkene 3] had de deur geopend en ik was de alarmcode aan het instellen. Ik was daar net mee klaar toen ik achteruit werd geduwd. Ik zag een donkere jas, een bivakmuts en een pistool. Ik werd onder bedreiging van het vuurwapen op de grond gedwongen. Ik hoorde dat er geroepen werd: "Ik moet naar de kluis, snel!" Toen ik op de grond lag stonden er twee mannen naast mij die tegen mij zeiden: "We moeten naar de kluis, snel." Ik moest gaan staan en op het moment dat ik de sleutels uit mijn jaszak wilde halen werd er gezegd: "Een verkeerde beweging of we schieten je kapot." Ik moest de sleutels van de kluis uit het kantoor halen. Ik ben met twee mannen, waarvan er in ieder geval één een vuurwapen had, naar het kantoor gelopen en daar heb ik de sleutel van de kluis uit het bureau gepakt. Ik hoorde dat een van de mannen zei: "Een verkeerde beweging of ik schiet je kapot." Ik ben met de twee mannen naar de kluis gelopen. In de kluisruimte heb ik met de sleutel de kluis geopend. Een van de mannen stopte het geld in de rugzak. Hij wilde meer geld. Ik heb de kassalades voor hem open gedaan en toen hij nog meer wilde heb ik gezegd dat er alleen nog maar rollen met muntgeld waren. Deze begon hij vervolgens in te laden. Een van de overvallers duwde mij terug naar de gang. Ik zag mijn collega ’s op de grond liggen. Ik zag een persoon die de handen van mijn collega's aan het vast tapen was, terwijl een andere dader daarbij stond met een vuurwapen in zijn hand. Voordat iedereen vastgebonden werd, werd aan een aantal mensen gevraagd hun mobiele telefoon en portemonnee af te geven. De overvallers zijn via het magazijn naar buiten gegaan. Ik moest de deur voor hen open doen. Een van de mannen zei toen: "We zijn nog tien minuten buiten, niet bewegen anders schieten we je dood". 4. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2010005371-5 van 15 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (map C, pagina 50 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 januari 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 5]: Op 14 januari 2010 was ik werkzaam bij de Gamma aan de Laanenderweg te Alkmaar. Omstreeks 21.05 uur wilden mijn vier andere collega 's en ik naar huis. Wij stonden beneden in de gang bij de dienstuitgang. Mijn college [betrokkene 3] deed de deur open en wilde naar buiten lopen. Ik zag vervolgens direct drie personen binnenstormen. Ik zag dat zij allemaal in het zwart gekleed waren en bivakmutsen droegen. Ik zag dat zij [betrokkene 3] opzij duwden en hoorde dat zij riepen: "Ga liggen!" Wij gingen op de grond liggen. Ik hoorde de personen tegen [betrokkene 3] zeggen dat hij zijn zakken leeg moest maken en dat hij zijn telefoon moest afgeven. Vervolgens kwamen ze bij mij. Ik zag dat twee van de personen een vuurwapen bij zich hadden, een zwart pistool en een zilverkleurige revolver. Zij hielden de vuurwapens op mij gericht. Ik voelde dat over mijn handschoenen heen mijn handen werden vastgetaped. Even later kwam [betrokkene 4], de bedrijfsleider, vanuit de kluisruimte de gang in. Ik had [betrokkene 4] nog niet gezien, maar die was blijkbaar mee naar de kluisruimte gegaan. 5. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2010005371-3 van 15 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (map C, pagina 60 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 januari 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 6]: Op 14 januari 2010 was ik werkzaam bij de Gamma aan de Laanenderweg 67 te Alkmaar. Omstreeks 20.57 uur gingen wij sluiten. Ik was met nog vier medewerkers, onder wie de bedrijfsleider [betrokkene 4]. Op het moment dat wij het pand via de personeelsingang aan de zijkant van het pand wilden verlaten voelde ik ineens dat ik niet verder kon lopen. Ik werd door de collega voor mij terug geduwd. Ik zag toen een persoon, geheel in het zwart gekleed en met een bivakmuts op, binnen komen. Ik zag dat hij mijn collega naar binnen duwde. Vervolgens zag ik nog drie mannen binnen komen. Ook zij waren geheel in het zwart gekleed en droegen een bivak muts. Ik hoorde ze roepen: "Ga liggen, ga liggen!" Ik ben direct gaan liggen en mijn andere collega's ook. De personen richtten zich vervolgens op de bedrijfsleider [betrokkene 4]. Ik hoorde ze roepen: "De kluissleutel, geef de kluissleutel!" [betrokkene 4] is toen naar het kantoor gegaan. Er bleven ook nog zeker twee van de overvallers bij ons. Ik hoorde een van hen roepen dat hij onze telefoons wilde hebben. Ik moest vervolgens mijn handen op mijn rug doen. Mijn handen werden vastgetaped. 6. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2010005371-4 van 15 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (map C, pagina 69 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 januari 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 3]: Vandaag, 14 januari 2010, was ik werkzaam bij de Gamma aan de Laanenderweg 67 te Alkmaar. Vanaf 18.00 uur was ik samen met [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 1] aanwezig om de koopavond te draaien. Om 21.00 uur sloot de winkel. Omstreeks 21.10 uur stonden wij met zijn vijven in de gang achter de personeelsingang om gezamenlijk het pand te verlaten. De personeelsingang bevindt zich aan de zijkant van de winkel. [betrokkene 4] schakelde het alarm in en ik opende de deur. Ik stapte naar buiten. Opeens zag ik een pistool. Het was een zilveren revolver. Ik hoorde op dat zelfde moment meerdere mannenstemmen roepen: "Dit is een overval, nu naar binnen, ga op de grond liggen, maak geen beweging want dan maak ik je dood!" of woorden van gelijke strekking. Ik werd naar binnen geduwd. Ik voelde iets in mijn rug prikken. Binnen ben ik op de grond gaan liggen samen met de rest van het personeel. Ik hoorde dat aan [betrokkene 4] gevraagd werd: "Waar is de kluis?" Ondertussen hoorde ik een ander tegen mij en het overige personeel schreeuwen: "Niet bewegen, anders maak ik je dood." Ik weet nog dat er een persoon vlak achter mij stond en aan mij vroeg: "Waar is je telefoon?" De man heeft mijn telefoon uit mijn jaszak gehaald en mijn portemonnee uit de achterzak van mijn broek. Ik hoorde dat ook [betrokkene 1], [betrokkene 5] en [betrokkene 6] hun goederen moesten afstaan. Ik hoorde vervolgens dat de man die achter mij stond riep: "Geef me je arm!" Ik heb deze vervolgens achter mijn rug gedaan. Ik hoorde toen het geluid van tape en ik voelde dat hij het om de mouw van mijn jas bond. Ik voelde dat mijn armen aan elkaar gebonden werden door middel van tape. 7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] met nummer 20100216 1015 2189 van 16 februari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6] en [verbalisant 7] (map B l , pagina 217 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 16 februari 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 7]: Wij hebben de overval op de Gamma met zijn vieren gepleegd. Ongeveer twee weken voor de overval kwam [betrokkene 8] met het plan een overval te plegen. Omdat ik niet gepakt wilde worden zei ik dat wij het niet met zijn tweeën konden doen. Toen haalde [verdachte] (het hof begrijpt hier en verder: [verdachte]) erbij. Hij zei dat als wij een goed plan hadden hij wel mee wilde doen. Later kwam [betrokkene 9] (het hof begrijpt hier en verder: [betrokkene 9]) erbij. [medeverdachte] (het hof begrijpt hier en verder: [medeverdachte]) had ons de tip gegeven dat [betrokkene 9] eerder een overval had gepleegd. Op de dag van de overval heb ik rond 20.15/20.30 uur met [betrokkene 9] afgesproken. Ik was al op de afgesproken plaats met [verdachte] en [betrokkene 8]. [betrokkene 9] kwam er met [medeverdachte] naar toe. [medeverdachte] ging naar huis om het wapen te halen. Toen hij terug kwam heeft hij het wapen aan [betrokkene 9] gegeven. Toen zijn wij naar de Gamma gereden. Wij waren daar rond 21.05/21.10 uur. [betrokkene 8] en [betrokkene 9] hadden het wapen bij zich. We wachtten tot het personeel naar buiten zou komen. Toen de deur van de personeelsuitgang open ging zag ik [betrokkene 8] en [betrokkene 9] rennen. Ik zag [betrokkene 9] een personeelslid pakken. Ik hoorde hem schreeuwen: "Dit is een overval!" Ik ben samen met [verdachte] achter hen aan gerend. [betrokkene 9] duwde het personeelslid naar binnen. [betrokkene 8] rende er gelijk achter aan. [verdachte] en ik liepen toen ook naar binnen. Ik was binnen en toen klikte de deur automatisch dicht. [verdachte] stond toen echter nog buiten. Ik hoorde hem op de deur kloppen. Iedereen lag toen al binnen op de grond. Ik heb de deur voor [verdachte] open gedaan. [betrokkene 8] en [betrokkene 9] hebben lopen schreeuwen dat het personeel op de grond moest gaan liggen. Er waren volgens mij vijf personeelsleden. [verdachte] en ik hebben de personeelsleden vastgebonden met tape, met hun handen op de rug. [verdachte] stond te schreeuwen van: "Niet kijken, anders schiet ik." Ik hoorde [verdachte] schreeuwen: "Zakken leeg!" Hun handen zaten vast, dus ze konden hun zakken niet legen. [verdachte] ging in hun zaken voelen. Toen heeft hij een paar telefoons uit de zakken gehaald. Ik denk drie telefoons. [betrokkene 9] en [betrokkene 8] hadden de chef meegenomen naar de kluis. Ik hoorde [betrokkene 8] schreeuwen: "Ik wil meer papier zien!" Ik hoorde dat de chef zei dat dit alles was wat er in de kluis zat. Ik hoorde hem zeggen dat er ook nog geld in de kassalades zat. Ik hoorde dat [betrokkene 8] vroeg om de kassalades in de tas te legen. Dat is ook gebeurd. Ik denk dat wij rond € 12.000,00 hebben buitgemaakt. [betrokkene 8] heeft het geld tussen ons vieren verdeeld. Ik had denk ik rond € 3.000,00. 8. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 7] met nummer 20100323 1015 50223 van 23 maart 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] (map B1, pagina 236 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 maart 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 7]: U laat mij foto's van een bontmuts zien met nummer A-2012-07, bijlage 3. Deze bontmuts was gebruikt bij de overval. Hij is van [betrokkene 8], maar is tijdens de overval gebruikt door [verdachte]. U toont mij de beelden van Camera 11, Gereedschap 2, 21:15:33 en 21:15:34. De man die als laatste in de rij loopt is [verdachte]. Ik en [verdachte] hadden de enige opdracht om de slachtoffers op de grond te houden. We moesten ervoor zorgen dat niemand de held ging spelen. De rollen werden vlak voor de overval verdeeld. [medeverdachte] heeft voor het leveren van het wapen van iedereen een rolletje met muntstukken van € 2,00 gekregen. Zo een rolletje is € 50,00 waard. In totaal heeft hij dus € 200,00 gekregen. 9. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 201002081640 50223 van 8 februari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (map I, pagina 68 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van verbalisant: Op maandag 8 februari 2010 heb ik samen met twee collega’s van de forensische opsporing een onderzoek ingesteld in de personenauto van verdachte [betrokkene 9]. De volgende goederen zijn aangetroffen en in beslag genomen voor onderzoek: A-2012-07: Kapuchon, donkerbruin met bont, model bontmuts met flappen. 10. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 20100318 1000 50223 van 18 maart 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (map G, pagina 80 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 maart 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 10]: V = vraag verbalisant A = antwoord getuige V: Ik laat u een bontmuts zien. Kunt u mij zeggen van wie deze muts is? (Opmerking verbalisant: Ik toon de getuige [betrokkene 10] de bontmuts genummerd met IBN-nummer: A- 2012-07) A: Dat is de bontmuts van mijn zoon [betrokkene 8]. 11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 8] met nummer 20100329 0900 50223 van 29 maart 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 10] en [verbalisant 9] (map B l, pagina 162 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als de op 29 maart 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 8]: U laat mij een foto zien van een bontmuts (A-2012-07). Ik herken deze bontmuts als mijn bontmuts. Ik draag deze muts meestal zelf. Ik heb hem ook een keer uitgeleend aan [verdachte]. Ik weet niet meer precies wanneer dat was, maar het was sowieso voordat ik werd aangehouden. Ik heb hem nadat ik hem had uitgeleend niet meer teruggekregen. 12. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2010011021-9 van 29 januari 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 9] (map B2, pagina 10 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 januari 2010 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 11]: Ik weet dat vier mensen de Gamma hebben beroofd. Dat waren [betrokkene 9], [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) en nog twee Turken. Ik hoorde dat ze € 3.000,00 buit per persoon hadden. Ik heb dat van [betrokkene 9] gehoord. 13. Een proces-verbaal van bevindingen camerabeelden overval Gamma met nummer 201002111314 50223 van 9 maart 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegdeopsporingsambtenaar [verbalisant 8] (map E, pagina 89 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van verbalisant: Op donderdag 14 januari 2010 tussen 21:00 uur en 21:20 uur vond een gewapende overval plaats op de Gamma bouwmarkt, gevestigd aan de Laanenderweg 67 te Alkmaar. De Gamma bouwmarkt heeft camera's hangen. De beelden van deze camera's zijn veilig gesteld en door mij bekeken. Hiervan heb ik de volgende bevindingen: Camera 7, personeelsingang: Vanaf 21:09:59 uur is te zien dat de personeelsdeur open is en er een personeelslid naar buiten komt lopen. Op dat moment komen er twee personen, geheel in het zwart gekleed, richting de deur lopen. Te zien is dat de voorste persoon een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand houdt. Vervolgens komen een derde en een vierde persoon richting de personeelsdeur lopen. Wanneer de eerste drie personen binnen zijn, loopt om 21:10:06 uur de vierde persoon richting de dichtvallende personeelsdeur. Te zien is dat hij bij de net dichtgevallen personeelsdeur staat. Daarna is te zien dat de vierde persoon naar binnen gaat. Camera 11, gereedschap 2: Op 21:15:34 uur is te zien dat Ve3 duidelijk een muts met flappen draagt. De onder IBN nummer A-2012-07 in beslag genomen bontmuts met flappen komt sterk overeen met de bontmuts welke door een van de overvallers op de beveiligingsbeelden wordt gedragen. Het model, de kleur, de flappen en de bontkraag aan de voorzijde en zijrand komen overeen.” 7. Voorts heeft het Hof ten aanzien van het bewijs onder meer het volgende overwogen: “Bewijsoverweging Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep kan worden afgeleid dat op 14 januari 2010 rond 21.10 uur een gewapende overval heeft plaatsgevonden op een filiaal van de Gamma in Alkmaar. Uit de beelden van de beveiligingscamera van de Gamma blijkt dat bij deze overval vier overvallers betrokken zijn geweest. De vijf nog aanwezige medewerkers van de Gamma zijn door de overvallers met vuurwapens bedreigd en hun handen zijn met tape gebonden. Een van hen is gedwongen de kluis te openen. De overvallers zijn er van door gegaan met de inhoud van de kluis en de kassalades, drie mobiele telefoons en een portemonnee. Eén van de verdachten van de overval, [betrokkene 7], heeft bekend de overval te hebben gepleegd samen met de medeverdachten [betrokkene 9], [betrokkene 8] en [verdachte]. Medeverdachte [medeverdachte] zou volgens [betrokkene 7] voorafgaand aan de overval een wapen ter beschikking hebben gesteld. Betrouwbaarheid [betrokkene 7] De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verklaringen van de medeverdachte [betrokkene 7] niet betrouwbaar zijn en derhalve niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, zodat de verdachte bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat [betrokkene 7] op wezenlijke punten wisselend, tegenstrijdig, dan wel aantoonbaar onjuist heeft verklaard om daarmee mogelijk zichzelf een kleine(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.