Nr. 15/03920 Zitting: 4 oktober 2016 (bij vervroeging) Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 31 juli 2015 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, waarbij verdachte ter zake van “medeplegen van witwassen” is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd en aan het verkeer onttrokken verklaard op de wijze als in het arrest is vermeld. Namens de verdachte heeft mr. R.F. Ronday, advocaat te Mijdrecht, één middel van cassatie voorgesteld. Het middel richt zich tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep. Stellige klachten laten zich in de toelichting op het middel moeilijk lezen. De toelichting bevat namelijk in hoofdzaak een herhaling van hetgeen in de visie van de steller van het middel ter terechtzitting van het hof is voorgevallen. Ik begrijp de klacht uiterst welwillend zo dat het eindarrest van het hof gebaseerd is op een nietig onderzoek ter terechtzitting, omdat het hof ten onrechte heeft overwogen dat verdachte “er nadien klaarblijkelijk voor gekozen had afstand te doen van zijn aanwezigheidsrecht”(toelichting onder 8) en “kenbaar [maakte] dat de raadsman niet gemachtigd zou zijn in de zin van 279 strafvordering en niet de bevoegdheid zou hebben om een wrakingsverzoek te doen”(toelichting onder 11). Beide klachten hangen in de lucht en moeten daar ook blijven hangen. Ik licht dat als volgt toe. De voorzitter van het hof heeft ter zitting van hof van 31 juli 2015 blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal meegedeeld dat de dagvaarding van verdachte voor de terechtzitting van heden in persoon is betekend en vervolgens nog dat verdachte er nadien klaarblijkelijk voor heeft gekozen afstand te doen van zijn aanwezigheidsrecht. Dat is niet onbegrijpelijk mede in het licht dat er over de betekening geen verweer is gevoerd en evenmin een verzoek is gedaan tot aanhouding met als reden dat verdachte zijn recht op aanwezigheid ter terechtzitting wenste te effectueren. Het middel mist derhalve feitelijke grondslag nu immers uit het proces-verbaal van de terechtzitting niet blijkt dat een dergelijk verzoek is gedaan.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.