Nr. 15/05034 Zitting: 27 september 2016 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 18 september 2015 door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Namens de verdachte heeft mr. M. van Dam, advocaat te 's-Hertogenbosch, een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat – kort gezegd – niet sprake is van een rechtsgeldige schriftelijke volmacht tot het instellen van hoger beroep omdat deze niet is ondertekend door de raadsman maar door diens juridisch medewerker. Het gerechtshof heeft in zijn arrest van 18 september 2015 het volgende overwogen: "Naar het oordeel van het hof kan de verdachte niet in het namens hem ingestelde hoger beroep worden ontvangen, aangezien bedoeld - als een schriftelijke volmacht aan de griffieambtenaar op te vatten - faxbericht namens mr. Van der Biezen p/o is ondertekend door, zoals ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, een juridisch medewerker van zijn advocatenkantoor. Wil er sprake zijn van een rechtsgeldige schriftelijke bijzondere volmacht in de zin van artikel 450, eerste lid, onder a, juncto artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dan dient deze volmacht te zijn ondertekend ofwel door de advocaat zelf die door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd om hoger beroep in te stellen, ofwel - gegeven het arrest van de Hoge Raad van 27 januari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:130) - namens hem door een andere advocaat, bij wege van confraternele hulp. Ondertekening door iemand die niet de hoedanigheid van advocaat heeft - zoals in casu een juridisch medewerker - levert naar het oordeel van het hof geen rechtsgeldige volmacht in de zin van voormelde wetsbepalingen op.Dit laatste aan de onderhavige volmacht klevend gebrek acht het hof dermate fundamenteel van aard dat het naar zijn oordeel niet voor gedekt kan worden gehouden door de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2015, dat hij inderdaad het rechtsmiddel van hoger beroep tegen voormeld vonnis heeft willen aanwenden en daartoe onder meer genoemde juridisch medewerker zelf aan de telefoon heeft gesproken.De verdachte zal dan ook in het namens hem ingestelde hoger beroep niet ontvankelijk worden verklaard." 5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2015 houdt onder meer het volgende in: "De raadsman deelt desgevraagd mede dat de feitelijke vaststelling van de advocaat-generaal juist is. Zijn kantoorgenoot mr. Van der Biezen, gemachtigd door de verdachte, heeft aan de juridisch medewerker van het kantoor, [betrokkene], de opdracht gegeven om het hoger beroep per faxbericht in te stellen. De medewerker van de griffie heeft daarop een 'akte instellen rechtsmiddel' opgemaakt. De raadsman is dan ook van mening dat de verdachte ontvankelijk is in het hoger beroep.(…)De verdachte deelt mede dat hij destijds zelf [betrokkene] aan de telefoon heeft gesproken en tegen hem heeft gezegd dat hij hoger beroep moest instellen tegen het vonnis van de politierechter d.d. 24 september 2014. Desgevraagd deelt de raadsman mede dat [betrokkene] geen advocaat is en ook geen advocaat-stagiaire. Hij is werkzaam als juridisch medewerker op het kantoor van de raadsman." 6. In zijn arrest van 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:102, NJ 2016/102 heeft de Hoge Raad de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen dient te voldoen als volgt samengevat: "2.3.1. In voormeld arrest zijn eisen geformuleerd waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen dient te voldoen. Zo moet die volmacht inhouden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.