Nr. 15/00606 Zitting: 8 november 2016 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 30 januari 2015 door het Gerechtshof Amsterdam voor 1. “een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander gelegenheid of middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen” en 2. “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, met aftrek van voorarrest. Het hof heeft voorts de tenuitvoerlegging gelast van eerder door de politierechter respectievelijk het hof te Amsterdam opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen, een en ander als bepaald in het bestreden arrest. Er bestaat samenhang met de zaken 15/00626 en 15/00810. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Namens de verdachte heeft mr. I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, twee middelen van cassatie voorgesteld. De middelen 4.1. Het eerste middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid “dat het voorhanden hebben van een vacuümapparaat, het onderhouden van telefonische contacten en maken van afspraken, was bestemd tot het in de bewezenverklaring genoemde misdrijf, te weten een feit bedoeld in art. 10 lid 4 of lid 5, voorbereiden of bevorderen, althans dat ’s-Hofs andersluidende oordeel niet begrijpelijk is”. Het tweede middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat dit voorwerp en die handelingen waren bestemd tot het plegen van dat feit. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 4.2. Ten laste van de verdachte heeft het hof onder 1 subsidiair bewezenverklaard dat: “hij op 8 en 9 december 2009 te Amsterdam, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van 32,48 kilogram van een materiaal bevattende heroïne, voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer anderen gelegenheid en/of middelen tot het plegen van dat feit getracht heeft te verschaffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft hij, verdachte: een vacuüm apparaat bestemd voor het verpakken en bewerken van eerdergenoemde hoeveelheid heroïne voorhanden gehad en (telefonische) contact(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.