Nr. 15/05170 Zitting: 20 december 2016 mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 29 oktober 2015 door het hof Amsterdam wegens bewezenverklaring ter zake van onder 1 tweede cumulatief/alternatief “zware mishandeling”, onder 2 eerste cumulatief/alternatief en 3 subsidiair telkens “poging tot zware mishandeling” en onder 4 en 7 telkens “mishandeling” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden, waarvan 10 (tien) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren, zulks met aftrek van voorarrest zoals bepaald in art. 27, eerste lid, of art. 27a Sr. Voorts heeft het hof beslist op vorderingen van benadeelde partijen en aan verdachte betalingsverplichtingen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld. Namens de verdachte heeft mr. B.L.M. Ficq, advocaat te Amsterdam, cassatieberoep ingesteld en heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld. Verdachte is een professioneel kickbokser en de behandeling van deze strafzaak in feitelijke instanties heeft volop in de belangstelling gestaan. De in cassatie voorgestelde middelen zijn beperkt tot de zware mishandeling door stompen en trappen van een andere genodigde in een skybox van de Amsterdam Arena tijdens het evenement Sensation White in juli 2012 (feit 1) en de poging tot zware mishandeling door het kapotslaan van een glas in het gezicht van een ander in club Jimmy Woo in mei 2012 te Amsterdam (feit 2). Rechtsvragen worden in de middelen niet naar voren gebracht en de middelen richten zich tegen de motivering van de bewezenverklaring. Die motivering zou niet voldoende en/of niet begrijpelijk zijn. Ik heb gelet op de aard en het belang van de middelen geaarzeld of bespreking ervan wel nodig is en of afdoening met toepassing van art. 80a RO zonder meer niet passend is, maar uiteindelijk mede in het licht van de vermelde belangstelling voor de zaak ervoor gekozen de middelen te bespreken. De focus van de middelen is niet alleen tot twee van de vijf bewezenverklaarde feiten beperkt, maar nog nader inhoudelijk beperkt tot alleen de bewijsmotivering. Als bekend is er in cassatie geen ruimte voor een (nieuwe) selectie of waardering van het bewijs. Die selectie en waardering is immers bij uitstek de taak van de rechtbank en het hof, terwijl de Hoge Raad slechts ingrijpt als of het bewijs voor het feit of de feiten ontbreekt of als de bewijsconstructie niet te begrijpen valt. Voor beide feiten waarvan het bewijs ter discussie wordt gesteld, geldt dat het hof niet heeft volstaan met een opsomming van bewijsmiddelen, maar (anders dan doorgaans gebruikelijk) mede in het licht van door de verdediging naar voren gebrachte standpunten uitvoerige overwegingen aan het bewijs heeft gewijd. Ik zal hieronder de uitvoerige bewijsconstructie niet geheel herhalen, maar slechts voor zover dat nodig is in het kader van de bespreking van de middelen. De volledige beslissingen van rechtbank en hof zijn te vinden op rechtspraak.nl. Voor alle duidelijkheid wijs ik er op dat over de vele gebreken die volgens de (in feitelijke aanleg gevoerde) verdediging in het vooronderzoek hebben plaatsgevonden in de cassatieschriftuur geen letter meer is geschreven. Dat laat zich naar valt aan te nemen (mede) verklaren door de uitvoerige beschouwingen die het hof aan de (vermeende) gebreken heeft gewijd. Die beschouwingen zijn helder en juist en er is geen aanleiding daarbij nog nader stil te staan. 5. Het eerste middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 1 tweede cumulatief/alternatief. 6. Ten laste van verdachte is onder 1 tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaard dat: “1. (Sensation) hij op 8 juli 2012 te Amsterdam aan een [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (enkelfractuur en aangezichtsfracturen) heeft toegebracht, door hem opzettelijk met kracht tegen het gezicht te stompen en/of te trappen en tegen de enkel te trappen;” 7. Het onder 1 bewezenverklaarde feit steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Een proces-verbaal van beschrijving opgenomen beelden Arena met nummer 2012178492 van 13 augustus 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-359 (zaaksdossier Sensation: doorgenummerde dossierpagina’s 02 130- 02 153). Op 8 juli 2012 omstreeks 3:30 uur vond tijdens het dance-event Sensation White een zware mishandeling plaats in Skybox 233 in de Amsterdam Arena te Amsterdam. Beschrijving beelden Beeldmateriaal van camera Skybox galerij links zondag 8 juli 2012 03:14:20 uur Ik, verbalisant, zie dat [slachtoffer 1] vanuit de skybox in de richting van de galerij op vallen. Ik zie dat [slachtoffer 1] met beide handen de reling van de galerij vast grijpt. Ik zie dat een beveiliger naar [slachtoffer 1] rent en hem bij zijn arm pakt. Ik zie dat [slachtoffer 1] zijn linker been omhoog brengt. Ik zie dat de linkervoet van [slachtoffer 1] in een ongewone hoek staat ten opzichte van zijn been. Beeldmateriaal van camera Lobby Roltrap zondag 8 juli 2012 03:25:57 uur Ik, verbalisant, zie dat [verdachte] en [medeverdachte] vanuit het trappenhuis door de deur van de lobby loopt. Ik zie dat [verdachte] zijn rechterhand naar zijn mond brengt. Beeldmateriaal van camera Lobby Roltrap zondag 8 juli 2012 03:27:06 uur Ik zie dat [verdachte] zijn rechterhand ter hoogte van zijn mond heeft. Ik zie dat [medeverdachte] en hij de roltrap af gaan en dat [verdachte] weer zijn rechterhand naar zijn mond gaat. Ik zie dat zijn knokkels ter hoogte van zijn mond zijn. Beeldmateriaal van camera ingang E zondag 8 juli 2012 03:27:53 uur Ik zie [betrokkene 1] en [verdachte] in beeld komen. Ik zie dat [verdachte] met zijn rechterhand ter hoogte van zijn mond zit. 2. Een geschrift, zijnde een woordelijke uitwerking van het politieverhoor van de verdachte [verdachte] van 26 juli 2012 (zaaksdossier Sensation: doorgenummerde dossierpagina’s 5 111- 5 161). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als verklaring van de verdachte: Ik was op het Sensation feest in de Amsterdam Arena (het hof begrijpt: op 8 juli 2012 te Amsterdam). Ik was uitgenodigd in de skybox van [betrokkene 2] . Het was een kleine box. (p. 5 120.e.v.) Op een gegeven moment kwam die man binnen. Die [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: het slachtoffer [slachtoffer 1] ). Toen keek hij, toen zei hij: “Was Ruud zijn geld op?” Ik was woedend weetje. Ik ben het nog steeds als ik er nu aan denk. Ik wist niet goed hoe ik daar eigenlijk op moest reageren en... Ik voelde me helemaal eh... Ja, ik was gewoon helemaal... Weetje.. Ik stond te koken. Toen ben ik effe gaan zitten op die bank. Ik dacht: “Dat zegt hij niet”. En toen liep ik naar bar om voor mijzelf wat in te schenken en toen liep hij of de box binnen of uit het toilet en toen keek hij mij zo aan en gaf hij mij een knipoog. Ik ervoer dat als denigrerend. Ik liet mezelf gaan. Toen sloeg ik hem. (p. 5 129e.v.) Soms probeer ik gewoon voor mezelf te denken waarom ik sommige dingen doe. Ik denk dat ik gewoon terugval op waar ik eigenlijk het beste in ben. het middelpunt van mezelf. In vechtsport. Als ik boos word, als er iets gebeurt dat mij triggert, dan doe ik het gewoon uit het niets. Ik gaf hem vanuit stand een tik met mijn open hand. Boem. Volgens mij raakte ik hem wel met mijn knokkel, want ik heb een wondje aan mijn knokkel. (p. 5 147e.v.) Ik had een wondje op de knokkel en middelvinger van mijn rechterhand. Volgens mij bloedde dat wel gelijk. 3. Een geschrift, zijnde een woordelijke uitwerking van het politieverhoor van de verdachte [medeverdachte] van 1 augustus 2012 (zaaksdossier Sensation: doorgenummerde dossierpagina’s 5 076- 5 110). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven, als de op 1 augustus 2012 afgelegde verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] : (p. 5 082 e.v.) Ik wou naar de Koninklijke loge, ik loop naar de uitgang toe en op een gegeven moment zie ik de deur open gaan van de wc, en echt waar, dat duurde niet lang, een paar klappen en in één keer: boem boem boem. Ik zag [verdachte] slaan. Ik zag het meteen toen de deur open ging. Hij maakte zich klein en hij sloeg, dat ging heel snel. Ik zag hem ook een trappende beweging maken. (p. 5 086 e.v.) Ik zal zeggen wat ik zag toen ik binnen kwam. Ik kwam binnen en zag [verdachte] zitten. Ik zat op hem te letten omdat hij tegen zijn vuist aan het slaan was. Dat trok mijn aandacht. Ik hoorde hem zeggen: “Hij is de mijne”. (p. 5 089) Het ging heel snel. Die [verdachte] sloeg gewoon in één keer. Ik zag hem indraaien. Hij maakte zichzelf klein en daarna ging er weer een klap achteraan en weer achteraan een klap en toen een trap. 4. Een proces-verbaal van bevindingen van 9 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (zaaksdossier Sensation: doorgenummerde dossierpagina’s 02 006- 02 007. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 9 juli 2012 tegenover de verbalisant afgelegde telefonische verklaring van NN-vrouw (personalia bekend bij de verbalisanten): Op 9 juli 2012 heb ik telefonisch een getuige gehoord ter zake een zware mishandeling gepleegd in de Amsterdam Arena. De getuige verklaarde mij het volgende: “Ik was zaterdag (het hof begrijpt: op 8 juli 2012) op het feest (het hof begrijpt Sensation White in de Amsterdam Arena te Amsterdam). Ik heb mij in de skybox (het hof begrijpt: de skybox waar [slachtoffer 1] en de verdachte eveneens aanwezig waren) tussen de mensen begeven. Een paar minuten later zag ik dat [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) in een hoek werd geduwd. Ik zag dat hij door één persoon werd mishandeld. Ik zag dat hij op de grond viel. Ik zag dat hij hierna meerdere malen werd geschopt door dezelfde persoon. De persoon die [slachtoffer 1] een kopstoot gaf en schopte betrof een grote man, breed en gespierd, gezichtsbeharing. Het hele incident was binnen een paar seconden afgelopen. 5. Een geschrift, te weten een brief afkomstig van het NFI aan de rechter-commissaris mr. H.H.J. Quedvlieg van 15 januari 2013, opgemaakt door D. Botter, forensisch arts KNMG (zaaksdossier Sensation: doorgenummerde dossierpagina’s 9 044 - 9 052). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijke weergegeven: (…).” 8. Voor zover voor de bespreking van het middel van belang heeft het hof onder meer als volgt overwogen: “6.1.1. Sensation White (feit 1) (…) Het oordeel van het hof (…) Waardering van de verklaringen van de verdachte en van de medeverdachte [medeverdachte] Nu de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] niet op elkaar aansluiten en elkaar zelfs uitsluiten, met name op het punt van het daderschap en het ingrijpen om het geweld tegen [slachtoffer 1] te stoppen, dient het hof te beoordelen aan welke van deze beide lezingen omtrent het verloop van de gebeurtenissen bewijskracht kan worden toegekend, gelet op hetgeen overigens uit het dossier kan worden vastgesteld. Het hof stelt voorop dat met de verklaringen van een andere verdachte in dezelfde zaak behoedzaam en met enige terughoudend dient te worden omgegaan, gelet op diens belang om de/een ander te belasten en, ook in het geval van een bekennende verklaring, de eigen schuld te verlichten en op de omstandigheid dat hij als verdachte niet is gehouden naar waarheid te verklaren. De medeverdachte [medeverdachte] heeft - kort en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Bij binnenkomst van de skybox zag hij dat de verdachte op de bank zat. Hij zag dat de verdachte met zijn vuist in zijn andere hand sloeg en hierbij iets zei van: “Hij is de mijne”. [medeverdachte] wilde kort daarna de skybox verlaten. Hij liep vervolgens naar de deur en zag toen [slachtoffer 1] uit het toilet komen. Hij zag dat de verdachte voor [slachtoffer 1] stond. Hij zag dat de verdachte zich klein maakte, een zwaaiende beweging met zijn arm maakte en [slachtoffer 1] raakte. De verdachte begon [slachtoffer 1] daarop te slaan en te schoppen. Hij sprong tussen hen beiden in. Hij probeerde [slachtoffer 1] , die op de grond lag, op te tillen. Hij kreeg hierbij een klap op zijn neus van de verdachte. Hij kon vervolgens [slachtoffer 1] door de deur krijgen en hem op de gang zetten. Deze verklaring vindt tot op zekere hoogte steun in de verklaring van de verdachte, voor zover deze - kort en zakelijk weergegeven - heeft verklaard: [slachtoffer 1] was in de skybox gekomen en had op enig moment tegen hem gezegd: ‘Goed gedaan’ en daarbij in de richting van [betrokkene 1] (het hof begrijpt: de toenmalige vriendin van de verdachte) gewezen. Even later voegde hij daaraan toe: “Was [...] geld op?”. De verdachte was van deze laatste opmerking vreselijk ontdaan en begon te koken. Hij kon deze opmerking niet pikken, aangezien deze respectloos was tegenover [betrokkene 1] . Iedereen zag dat hij een beetje geïrriteerd was. Hij is even gaan zitten om tot rust te komen en wilde vervolgens een drankje pakken bij de bar. [slachtoffer 1] kwam op dat moment weer binnen door de deur of uit het toilet en keek hem toen aan en gaf een knipoog. Hij liet zich hierop gaan en gaf [slachtoffer 1] een klap. Voorts vindt de verklaring van [medeverdachte] dat alleen de verdachte geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gepleegd, steun in hetgeen is opgenomen in het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] van 11 juli 2012. Dit proces-verbaal behelst het telefonische verhoor op 9 juli 2012 van een getuige, die uit angst anoniem wenste te blijven. Deze getuige had hem het volgende verklaard: “Ik was zaterdag (het hof begrijpt: op 8 juli 2012) op het feest (het hof begrijpt: Sensation White in de Amsterdam Arena te Amsterdam). Ik heb mij in de skybox tussen de mensen begeven. Een paar minuten later zag ik dat [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) in een hoek werd geduwd. Ik zag dat hij zeker door één persoon werd mishandeld. Ik zag dat hij een kopstoot kreeg (het hof begrijpt hier en hierna, gelet op haar latere verklaring bij de rechter-commissaris: ik zag een beweging die leek op een kopstoot) en hierdoor op de grond viel. Ik zag dat hij hierna meerdere malen werd geschopt door dezelfde persoon. De persoon die [slachtoffer 1] een kopstoot gaf en schopte betrof een grote man, breed en gespierd, met gezichtsbeharing. Het hele incident was binnen een paar seconden afgelopen.” Het hof hecht waarde aan deze verklaring, nu deze de enige is waarvan kan worden gezegd dat deze is afgelegd door een getuige die geen band heeft met de verdachten of het slachtoffer. Het hof acht de weergave door de verbalisant van de aan hem afgelegde verklaring van deze getuige bruikbaar voor het bewijs, ondanks dat haar latere verklaringen daarvan enigszins afwijkend zijn, en overweegt daartoe het volgende. Uit het proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 3] van 18 juli 2012 (dossierpagina s 02 008- 02 009) volgt dat de getuige zelf contact heeft opgenomen met de politie om een verklaring af te leggen en niet dat zij daarvoor door anderen zou zijn benaderd. De verklaring is kort - één dag - na het incident afgelegd. Het betrof derhalve een verse herinnering. Niet is gesteld of gebleken dat de getuige belang zou hebben bij het afleggen van een onjuiste verklaring tegen de verdachte. Er zijn voorts geen aanwijzingen dat de verklaring van de getuige onjuist is weergegeven in het proces-verbaal van bevindingen. De verklaring is uitvoerig en tussen aanhalingstekens weergegeven, waaruit het hof opmaakt dat het een letterlijke weergave van de woorden van de getuige betreft. Uit het proces-verbaal van [betrokkene 3] en uit het proces-verbaal van bevindingen van officier van justitie mr. Zwinkels van 24 juli 2012 (dossierpagina 02 010) blijkt voorts dat de getuige in de dagen na het afleggen van haar eerste telefonische verklaring met de politie en de officier van justitie heeft overlegd over het gebruik daarvan in het onderhavige onderzoek en over het afleggen van een tweede verklaring op het politiebureau. Uit de in beide processen-verbaal beschreven gang zaken blijkt niet dat de getuige haar eerste verklaring heeft willen herroepen. Wel blijkt hieruit dat de getuige bang was voor de eventuele gevolgen van het afleggen van een verklaring. Deze angst bestond voornamelijk uit hetgeen de getuige over de mogelijke dader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.