Nr. 14/05109 Zitting: 29 maart 2016 Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 3 oktober 2014 door het gerechtshof Amsterdam wegens “medeplegen van opzetheling”, “opzetheling”, “diefstal door twee of meer verenigde personen” en “telkens: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden onvoorwaardelijk met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof gelast de tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 15-710021-10 door de politierechter te Haarlem bij vonnis van 21 september 2010 voorwaardelijk opgelegde werkstraf en de onder parketnummer 09-753118-10 door de meervoudige kamer te ’s-Gravenhage bij vonnis van 7 september 2010 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Tot slot heeft het hof beslist ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij, een en ander zoals bepaald in het arrest. Er bestaat samenhang met de zaak 15/02438. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. Namens de verdachte heeft mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, twee middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel klaagt over het onder feit 4 en feit 5 bewezenverklaarde medeplegen van diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld op de grond dat het medeplegen van het geweld dan wel de bedreiging met geweld niet kan volgen uit de bewijsmiddelen. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “feit 4: hij op 06 april 2012 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan [a-straat 1] heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 100 euro, telefoonkaarten en een telefoon, toebehorende aan [betrokkene 1] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen een lid van het observatieteam van de politie Flevoland/Gooi en Vechtstreek, codenummer Q118, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het navolgende: verdachte en zijn mededaders hebben samen kort na het plegen van bovenomschreven strafbaar feit - als bestuurder en passagiers gereden in een auto (Audi). Zij kwamen met die Audi genoemd lid van het observatieteam (verder genoemd Q118) tegemoet rijden en zijn die in een auto (Volvo) rijdende Q118 voorbij gereden; vervolgens zijn zij met die Audi gekeerd en hebben met hoge snelheid (tussen de 120 en 140 kilometer per uur of hoger) die door Q118 bestuurde Volvo achtervolgd; toen de door verdachte of een van zijn mededaders bestuurde Audi met genoemde snelheid naast de Volvo van Q118 reed is met die Audi een slingerende beweging naar rechts gemaakt in de richting van de door Q118 bestuurde Volvo; vervolgens is de door Q118 bestuurde Volvo door de Audi van verdachte en zijn mededaders ingehaald en is met de laatstgenoemde Audi scherp naar rechts gestuurd, waarna men (kort) voor de Volvo van die Q118 is gaan rijden; vervolgens werd de Audi van verdachte en zijn mededaders afgeremd en moest Q118 maximaal remmen om een aanrijding met de Audi van verdachte en zijn mededaders te voorkomen; nadat beide auto's tot stilstand waren gekomen, zijn verdachte en zijn mededaders uit de Audi gestapt en in de richting van de Volvo waarin die Q118 zat afgerend; vervolgens is Q118 in zijn Volvo achteruit gereden en zijn verdachte en zijn mededaders eveneens achteruitrijdend die Q118 gevolgd; toen die Q118 gedeeltelijk met de door hem bestuurde Volvo was gedraaid en zich dwars op de rijbaan bevond is verdachte of een van zijn mededaders opzettelijk met aanmerkelijke snelheid met de door hem bestuurde Audi tegen de zijkant van de door Q118 bestuurde Volvo aangereden.” en “feit 5: hij op 06 april 2012 te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan de [b-straat 1] heeft weggenomen telefoons en tablets toebehorende aan telefoonwinkel " [A] " waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen een lid van het observatieteam van de politie Flevoland/Gooi en Vechtstreek, codenummer Q118, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het navolgende: verdachte en zijn mededaders hebben samen na het plegen van bovenomschreven strafbaar feit - als bestuurder en passagiers gereden in een auto (Audi). Zij kwamen met die Audi genoemd lid van het observatieteam (verder genoemd Q118) tegemoet rijden en zijn die in een auto (Volvo) rijdende Q118 voorbij gereden; vervolgens zijn zij met die Audi gekeerd en hebben met hoge snelheid (tussen de 120 en 140 kilometer per uur of hoger) die door Q118 bestuurde Volvo achtervolgd; toen de door verdachte of een van zijn mededaders bestuurde Audi met genoemde snelheid naast de Volvo van Q118 reed is met die Audi een slingerende beweging naar rechts gemaakt in de richting van de door Q118 bestuurde Volvo; vervolgens is de door Q118 bestuurde Volvo door de Audi van verdachte en zijn mededaders ingehaald en is met de laatstgenoemde Audi scherp naar rechts gestuurd, waarna men (kort) voor de Volvo van die Q118 is gaan rijden; vervolgens werd de Audi van verdachte en zijn mededaders sterk afgeremd en moest Q118 maximaal remmen om een aanrijding met de Audi van verdachte en zijn mededaders te voorkomen; nadat beide auto's tot stilstand waren gekomen, zijn verdachte en zijn mededaders uit de Audi gestapt en in de richting van de Volvo waarin die Q118 zat afgerend; vervolgens is Q118 in zijn Volvo achteruit gereden en zijn verdachte en zijn mededaders eveneens achteruitrijdend die Q118 gevolgd; toen die Q118 gedeeltelijk met de door hem bestuurde Volvo was gedraaid en zich dwars op de rijbaan bevond is verdachte of een van zijn mededaders opzettelijk met aanmerkelijke snelheid met de door hem bestuurde Audi tegen de zijkant van de door Q118 bestuurde Volvo aangereden.” 6. Het hof heeft ten aanzien van het bewijs - met overneming van de overwegingen van de Rechtbank - voor zover hier van belang het volgende overwogen: “Het hof neemt de bewijsoverwegingen van de rechtbank over met de aanvulling dat drie personen uit de Audi stappen en op Q118 af komen rennen (voetnoot 20). In de (vroege) ochtend van 4 april 2012 wordt in een woning aan [c-straat 1] in Oostwoud ingebroken. Daarbij wordt onder meer een op het erf staande personenauto Audi RS4 met kenteken [AA-00-BB] (hierna: de Audi) weggenomen. Met behulp van een track & trace systeem traceert de politie de Audi op 5 april 2012 op de Sportveldweg in Nieuw-Vennep. De politie plaatst vervolgens een peilbaken onder de Audi en observeert de Audi vanaf 5 april 2012 om 23.15 uur. Onder de observanten bevindt zich een verbalisant, aangeduid als agent Q118, lid van het observatieteam van de politie Flevoland/Gooi en Vechtstreek, in een niet herkenbare dienstauto, een grijze Volvo (hierna: de Volvo). Op 6 april 2012 om 01.13 uur rijdt de Audi richting Giethoorn, gemeente Steenwijkerland. Daar stopt hij om 01.16 uur ter hoogte van een pand gelegen aan de [d-straat 1] . In deze nacht wordt in dit pand ingebroken. Er worden drie portemonnees, een geldbedrag, een rijbewijs, ID-kaarten, een bankpas, een OV-kaart, andere pasjes en een Samsung fotocamera van [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] weggenomen. Om 02.13 uur zien agenten drie mannen in de Audi zitten. De Audi komt om 02.20 uur weer in beweging en rijdt in de richting van Emmeloord, gemeente Noordoostpolder. In Emmeloord aangekomen staat de Audi om 02.59 uur stil op de kruising van het Achterom en de Noordzijde. Om 03.14 uur hoort een agent harde klappen, gevolgd door een inbraakalarm in de buurt van de Noordzijde in Emmeloord. Het inbraakalarm blijkt afkomstig van telefoonwinkel [A] aan de [b-straat 1] . Daar is de toegangsdeur geforceerd en zijn telefoons en tablets weggenomen. Diezelfde nacht wordt er ingebroken in een pand aan [a-straat 1] te Emmeloord, waar ongeveer 100 euro, telefoonkaarten en een telefoon van [betrokkene 1] worden weggenomen. Om 03.17 uur rijdt de Audi verder, waarna deze om 03.25 uur kort stilstaat op de Schokkerringweg. Op dat moment staan de deuren van de Audi open. Kort daarna, om 03.35 uur, worden op die plek onder andere visitekaartjes met de tekst “ [A] ” aangetroffen. Vervolgens zien de agenten dat de Audi met hoge snelheid richting Nagele rijdt. Agent Q118 rijdt op dat moment in de Volvo in Nagele en op de Ploegstraat passeren beide auto’s elkaar. Q118 ziet de Audi keren en vervolgens met hoge snelheid, minimaal 120 kilometer per uur, achter hem aan komen rijden. Op het moment waarop de Audi hem inhaalt, ziet Q118 drie personen in de Audi zitten. Alle drie kijken ze in zijn richting. De Audi maakt een slingerbeweging waardoor Q118 denkt dat hij geraakt wordt. Maar de Audi passeert de Volvo en maakt een scherpe beweging naar rechts en remt af. Q118 moet maximaal remmen om een aanrijding te voorkomen. Op het moment dat beide auto’s stil staan, stappen drie personen uit de Audi en komen op Q118 af rennen. Q118 rijdt daarop achteruit, waarna de Audi hem eveneens achteruitrijdend volgt. Omdat de Audi veel sneller rijdt, probeert Q118 de Volvo in een slip te keren. Op het moment dat hij gedeeltelijk is gedraaid en de Volvo zich dwars op de rijbaan bevindt, rijdt de Audi hard tegen de door Q118 bestuurde Volvo aan. De Audi raakt de Volvo net achter de middenstijl. De Audi vervolgt zijn weg met hoge snelheid. Om 04.33 uur wordt door leden van het arrestatieteam een stopteken gegeven. Dit wordt genegeerd en om 04.55 uur rijdt de Audi de grens met België over. Daar stopt de Audi op de Donckstraat in de deelgemeente Meer. Drie personen stappen uit de Audi en gaan te voet verder. Omstreeks 05.01 uur bevinden zij zich in de nabijheid van de kruising van de Donckstraat en de Rommenstraat en vervolgens lopen zij vanuit de Rommenstraat de N146 op. Om 05.16 uur splitst één persoon zich af van de andere twee. Een agent in een politiehelikopter blijft de twee bij elkaar gebleven personen volgen met behulp van de thermische camera en het beeldscherm in de helikopter totdat deze om 05.24 uur buiten bij een loods worden aangehouden. Dit betreft de verdachten [verdachte] en [betrokkene 5] . In het verlengde van deze zelfde loods wordt om 05.30 uur, nabij perceel [e-straat 1] , verdachte [medeverdachte] aangetroffen en aangehouden. De Audi wordt onderzocht. In de Audi worden onder meer de volgende goederen aangetroffen: een breekijzer, een Samsung fotocamera en een Nokia telefoon. De Samsung fotocamera is op 6 april 2012 gestolen uit het pand [d-straat 1] in Giethoorn. Uit onderzoek naar de Nokia telefoon komt naar voren dat deze afkomstig is van [A] , [b-straat 1] te Emmeloord. Het breekijzer is gebruikt bij de inbraak op 6 april 2012 in het pand aan de [a-straat 1] in Emmeloord, waarbij de toegangsdeur en een binnendeur zijn geforceerd. (…)” 7. In aanvulling hierop bevat het bestreden arrest - in respons op het terzake in hoger beroep gevoerde verweer - nog de volgende bewijsoverwegingen: “Nadere bewijsoverwegingen Nadere bewijsoverweging ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5. Uit hetgeen hiervoor is omschreven onder relevante feiten en omstandigheden, volgt dat verdachte een inzittende van de Audi is geweest. Immers, de agent in de politiehelikopter heeft verdachte en zijn medeverdachte [betrokkene 5] tot aan de aanhouding niet uit het oog verloren. Dan ligt de vraag voor of de verdachte de ten laste gelegde inbraken heeft gepleegd. Uit de peilbakengegevens en de observatie volgt dat de Audi ter plaatse was op het moment dat werd ingebroken in de panden van de feiten 3, 4 en 5. Wat betreft het vijfde feit kan dit tot op de minuut nauwkeurig worden vastgesteld, nu op dat moment het inbraakalarm is afgegaan. Daar komt bij dat gestolen goederen van zowel het derde, het vierde als het vijfde feit zijn aangetroffen in - of op een stopplaats van - de Audi en dat het breekijzer uit de Audi gebruikt is bij de inbraak van het vierde feit. Op diverse momenten in de periode van 5 april 2012 om 23.15 uur tot aan de aanhouding van de verdachten op 6 april 2012 is gezien dat steeds drie personen in de Audi zaten. Er is geen contact met anderen of een wisseling van de samenstelling van het drietal waargenomen. Verdachte zelf heeft hierover ook niets verklaard. Gelet op het voorgaande is komen vast te staan dat de aangehouden verdachten vanaf 5 april 2012 te 23.15 uur de enige inzittenden van de Audi zijn geweest en in bewuste en nauwe samenwerking de inbraken zoals onder 3, 4 en 5 ten laste gelegd hebben gepleegd. Hoewel niet is komen vast te staan wie de bestuurder van de Audi is geweest, acht het hof het medeplegen van het geweld en de bedreiging met geweld van de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen. De verdachte en zijn medeverdachten hebben Q118 op een dreigende wijze aangekeken, zijn vervolgens na het klemrijden door de bestuurder alle drie op hem af gerend, zijn weer in de Audi gestapt, waarna de Audi met opzet tegen de Volvo die door Q118 werd bestuurd, is aangereden. Vervolgens hebben zij gezamenlijk hun weg vervolgd. Dit maakt dat zij de bedreiging met geweld zelf hebben gepleegd en dat degenen van hen die niet de bestuurder van de Audi waren met voornoemd geweld hebben ingestemd en dat hun rollen onderling inwisselbaar zijn geweest. Aldus is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en derhalve van medeplegen door de verdachte en zijn medeverdachten. Het hof is voorts van oordeel dat causaal verband bestaat tussen voornoemd geweld en bedreiging met geweld en de inbraken. Op het moment waarop de verdachte en zijn medeverdachten de inbraken zoals omschreven in feiten 4 en 5 pleegden, ging bij [A] het inbraakalarm af. Op dat moment wisten de verdachte en zijn medeverdachten dat ze op heterdaad waren betrapt en vluchtten zij weg in de Audi. Deze vlucht was nog gaande op het moment dat zij Q118 in een Volvo zagen rijden. Uit hun hierboven beschreven gedrag vanaf dat moment leidt het hof af dat zij zich geobserveerd wisten door de bestuurder van de Volvo. Dat de verdachte met zijn medeverdachten na het geweld en de bedreiging met geweld de vlucht voortzette leidt tot de slotsom dat het geweld en de bedreiging tot doel hadden zich te onttrekken aan de politie en de gestolen buit te verzekeren.” 8. Het middel spitst zich toe op het bewezenverklaarde medeplegen van het geweld. In de toelichting wordt onder verwijzing naar onder meer de Nijmeegse scooterzaak betoogd dat, nu niet kan worden vastgesteld wie de bestuurder van de Audi is geweest, de verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het geweld dat door de bestuurder van de Audi is toegepast tegen agent C118, de bestuurder van de Volvo. De verdachte kan derhalve niet als medepleger van de geweldscomponent - naar ik begrijp: het door de bestuurder van de Audi aanrijden van de Volvo met daarin agent Q118 - worden aangemerkt, aldus het middel. 9. Vooropgesteld moet worden dat het bestanddeel “door twee of meer verenigde personen” als bedoeld in art. 312, tweede lid onder 2, Sr kan worden opgevat als ‘medeplegen’ in de zin van art. 47 Sr. Om van medeplegen te kunnen spreken is in ieder geval ‘een bewuste en nauwe samenwerking’ tussen verdachte en zijn medeverdachte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.