Nr. 15/02424 Zitting: 7 juni 2016 Mr. G. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 12 mei 2015 de verdachte in de zaak met parketnummer 15-110288-14 ter zake van "opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen" en in de zaak met parketnummer 15-138466-14 ter zake van "diefstal", veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken . Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. Wesselink-van Dijk, advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt over de strafmotivering. Het hof heeft de opgelegde straf die vrijheidsbeneming meebrengt als volgt gemotiveerd: "Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ten aanzien van beide zaken veroordeeld voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en gelet de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft bij de strafoplegging in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling en diefstal in vereniging. Daardoor heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betreffende bedrijven. De gepleegde feiten zijn hinderlijke, overlast en schade opleverende, feiten. De verdachte is blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 6 mei 2015 eerder terzake van diefstal is veroordeeld. Al het vorenstaande overwegende, acht het hof oplegging van de hierna te melde straf passend en geboden."
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.