16/01455 Mr. F.F. Langemeijer 27 mei 2016 Conclusie inzake: [betrokkene ] tegen Officier van Justitie Amsterdam In deze Bopz-zaak heeft de rechtbank in afwachting van een contra-expertise de behandeling ruim zes maanden aangehouden en vervolgens een machtiging tot voortgezet verblijf verleend voor de duur van een jaar. In cassatie wordt geklaagd over de duur van de procedure, over de duur van de vrijheidsbeneming en over het ontbreken van actueel medisch onderzoek door een niet bij de behandeling betrokken psychiater. Voldoet art. 48 lid 2 Wet Bopz aan de vereisten van art. 5 lid 1 EVRM? 1De feiten en het procesverloop 1.
(2012), beide te raadplegen via www.rechtspraak.nl, wordt aan deskundigen het advies gegeven met het gerecht contact op te nemen indien een tijdige uitvoering van de opdracht op problemen stuit. Vgl. voor overschrijding van de ‘redelijke termijn’ in art. 6 EVRM: HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736, NJ 2014/525 m.nt. P.C.E. van Wijmen en W.D.H. Asser. EHRM 5 oktober 2000 (Varbanov/Bulgarije), ECLI:NL:XX:2000:AS7846, BJ 2001/36 m.nt. W. Dijkers. Zie ook SDU Commentaar Wet Bopz (W.J.A.M. Dijkers), art. 5, aant. C.1.2.
- Vgl. de conclusie voor HR 10 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7583, BJ 2008/63, alinea’s 2.13 – 2.
- Zie voor de situatie na cassatie en verwijzing: HR 2 maart 2001, NJ 2001/
- Zie laatstelijk: ECLI:NL:PHR:2015:2587, alinea 2.3 met verdere jurisprudentieverwijzingen aldaar. HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO4928, JVggz 2011/
- Zie verder: SDU Commentaar Wet Bopz (W.J.A.M. Dijkers), art. 5, aant. 1.
- Begrijp ik het standpunt van betrokkene goed, dan was zij het niet eens met de medische behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis. Ten overvloede wijs ik op de mogelijkheid om een klacht in te dienen wanneer de patiënt het niet eens is met het vastgestelde behandelingsplan (art. 41 lid 1 in verbinding met art. 38a lid 4 Wet Bopz; art. 41a Wet Bopz); SDU Commentaar Wet Bopz, art. 41, aantek. C.5 (J. Dute).