Nr. 14/05231 Zitting: 2 februari 2016 Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 23 september 2014 de verdachte ter zake van ‘de voortgezette handeling van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een geldboete van 500 euro subsidiair 10 dagen hechtenis. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Almere, namens de verdachte drie middelen van cassatie voorgesteld. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: hij op 27 januari 2014 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een gaspistool, merk Umarex, kaliber 9mm PAK en een schietbeker, merk onbekend, en munitie van categorie III, te weten vier Walther 9mm PAK patronen, voorhanden heeft gehad. 4. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: 1. Een proces-verbaal met nummer PL 132G-2014023111-5 van 27 januari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , doorgenummerde pagina’s 5-7. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van een of meer van deze verbalisanten: Op maandag 27 januari 2014 omstreeks 16.30 uur bevonden wij ons in uniform gekleed en in een als zodanig herkenbare politiebestelbus op de Heusweg te Duivendrecht. Wij waren belast met de opdracht een woonboot, welke vermoedelijk zou zijn gelegen op adres [a-straat 1] te [plaats] of in ieder geval gelegen nabij deze woonboot, te doorzoeken in verband met een tip dat er een vuurwapen in de woonboot aanwezig zou zijn. Er was informatie dat in de boot meerdere personen woonachtig waren, waaronder een man, genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] en een vrouw, welke later bleek te zijn genaamd [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] . Tevens zouden er ook meerdere kinderen in de woonboot wonen, waaronder een tweeling van twee maanden oud en een jongetje van ongeveer vijf jaar oud. De doorzoeking zou plaatsvinden met als doel het opsporen en in beslag nemen van het vermoedelijk aanwezig zijnde vuurwapen. Op maandag 27 januari 2014 te 16.31 uur stonden wij tezamen met de hulpofficier van Justitie H.R. Keijzer voor de voordeur van een woonboot, welke is gelegen aan de [a-straat 2] te [plaats] . Ik, [verbalisant 1] , zag dat er werd opengedaan door een slecht ter been zijnde bejaarde man, welke verklaarde dat hij alleen in de woning woonde. Ik, [verbalisant 1] , vermoedde dat we niet bij de juiste woonboot aanwezig waren. Op datzelfde moment zagen wij uit het zijraam van een andere woonboot gelegen naast de woonboot van nummer [2] , een jonge vrouw met een baby op haar arm. Wij hoorden dat de vrouw ons vroeg of ze wat voor ons kon doen. Gezien de voorinformatie over de bewoners van de woonboot, waar we naar het vuurwapen wilde zoeken, leek het ons aannemelijk dat we bij die woonboot moesten zijn. Wij zijn vervolgens naar de woonboot, waar de vrouw uit het raam ons had toegesproken, toegelopen. Ik, [verbalisant 1] , belde bij de woonboot, welke voorzien bleek te zijn van perceelnummer [3] aan. De vrouw opende de voordeur van de woonboot. Deze vrouw bleek later de eerdergenoemde [betrokkene 1] te zijn. Ik, [verbalisant 1] deelde [betrokkene 1] mee dat we in verband met een tip op zoek waren naar een vuurwapen dat in de woonboot aanwezig zou zijn. Ik heb [betrokkene 1] de uitlevering van het vuurwapen gevorderd. Ik hoorde [betrokkene 1] zeggen dat ze niets van een vuurwapen wist. Ik heb [betrokkene 1] vervolgens gevraagd of we met haar toestemming de woning in mochten om deze te doorzoeken. Ik vertelde [betrokkene 1] dat ik een machtiging tot binnentreden had. Ik hoorde dat [betrokkene 1] aan mij verklaarde dat ze niets te verbergen had en dat we naar binnen mochten en mochten doorzoeken. Ik hoorde [betrokkene 1] tevens verklaren dat ze de machtiging niet hoefde te zien. Nadat wij binnen waren gelaten door [betrokkene 1] , gaf [betrokkene 1] aan mij, [verbalisant 1] , de telefoon en zei tegen mij dat [verdachte] met mij wilde spreken. Nadat ik de telefoon had aangenomen, hoorde ik [verdachte] aan mij verklaren dat er geen vuurwapen in de woonboot aanwezig was, maar er wel een blauwe doos van een vuurwerkpistool op het keukenkastje lag. Wij, [verbalisant 5] en [verbalisant 4] , hebben vervolgens bovenop de keukenkastjes een blauwe kunststof doos van een (nep-)vuurwapen, merk Colt Government en een kartonnen doos met meerdere knalpatronen van het merk Pyro aangetroffen. De genoemde goederen zijn in beslag genomen. Ik, [verbalisant 1] , hoorde [verdachte] aan de telefoon mij tevens verklaren dat het pistool, dat bij de blauwe doos hoorde, niet in de woonboot aanwezig was, maar in zijn auto lag, die in Amsterdam-Noord staat. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij naar de woonboot toe zou komen. Wij, [verbalisant 2] , [verbalisant 4] , [verbalisant 3] en [verbalisant 5] , zijn vervolgens de woonboot systematisch gaan doorzoeken. Daarbij werd door mij, [verbalisant 5] , in een keukenkastje een doosje met daarin drie knalpatronen van het merk Walther aangetroffen. Dit doosje met knalpatronen is in beslag genomen. Tijdens de doorzoeking arriveerde [verdachte] in de woonboot. [verdachte] verklaarde mij, [verbalisant 1] , desgevraagd nogmaals dat er in zijn auto, die in Amsterdam-Noord in een garage zou staan, het pistool lag, welke bij het blauwe doosje hoorde. Ik hoorde dat [verdachte] mij verklaarde mee te werken en met ons mee te willen gaan naar de garage, teneinde het pistool aan ons uit te leveren. 2. Een proces-verbaal met nummer PL132G-2014023111-14 van 28 januari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 11-12. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten: Op maandag 27 januari 2014 omstreeks 17.35 uur bevonden wij ons, verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 2] , op de [b-straat 1] te [plaats] waar in het pand diverse garageboxen zijn ondergebracht. Ik, [verbalisant 5] , liep achter [verdachte] aan en hij verklaarde mij dat in die auto het vuurwapen lag. Ik zag dat [verdachte] met zijn hand naar een donkerblauwe Volkswagen Golf cabriolet wees die rechts achter in de hoek stond. Ik vroeg aan [verdachte] waar het vuurwapen precies lag. Ik hoorde hem verklaren dat het vuurwapen aan de achterzijde van de bijrijdersstoel in een opbergvak lag. Ik haalde de onderdelen uit het opbergvak en zag dat het onderdelen waren die van een vuurwapen afkomstig waren. Ik zag dat het vuurwapen gedemonteerd was en uit verschillende onderdelen bestond. Ik voelde ook diverse schroeven, deze heb ik in het opbergvak laten liggen. Ik vroeg aan [verdachte] waar de patroonhouder was. [verdachte] verklaarde mij dat hij dacht dat deze in het dashboardkastje lag. Ik opende het dashboardkastje en zag daar een patroonhouder liggen die vermoedelijk afkomstig was van het aangetroffen vuurwapen. Ik zag ook dat er twee patronen in de patroonhouder zaten. Vermoedelijk waren dit knalpatronen. 3. Een proces-verbaal met nummer 2014023111-10 van 27 januari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] , doorgenummerde pagina’s 16-19. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 27 januari 2014 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van verdachte: In de woonboot lagen wat vuurwerkpatronen. Ik heb de agenten een nepwapen overhandigd waar je vuurwerk mee afkan schieten. Ik ben de eigenaar van dat wapen en die munitie. Ik had dat in december 2013 voor oud- en nieuw in Duitsland gekocht. 4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL 132K-2014023111-13 van 28 januari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7], doorgenummerde pagina’s 9-10. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Op maandag 27 januari 2014 werd ik aangesproken door collega [verbalisant 8] die mij vertelde dat er een vuurwapen was aangetroffen naar aanleiding van een CIE melding. Hij vroeg mij naar het wapen te kijken. Het wapen zat in een plastic waardenzak. Ik zag dat in de zak diverse losse onderdelen zaten en een blauw koffertje. In dit koffertje zat nog een schietbeker. 5. Een proces-verbaal van onderzoek met nummer 2014023111 van 29 januari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9], doorgenummerde pagina’s 39-45. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Naar aanleiding van binnengekomen CIE-informatie werd op dinsdag 27 januari 2014 een doorzoeking verricht in perceel [a-straat 3] te Amsterdam en in een personenauto van het merk Volkswagen Golf, blauw van kleur. Tijdens deze doorzoekingen werd een vuurwapen in losse onderdelen, munitie, vuurwerk en een transportkoffertje voor een vuurwapen aangetroffen en inbeslaggenomen. Op woensdag 28 januari 2013 werden door mij de inbeslaggenomen goederen nader onderzocht. Daaruit bleek mij het volgende: Itemnummer 4692605 – pistool SIN:[…] Voorwerp: gaspistool Merk: Umarex Model: Colt Government 1911A Kaliber: 9 mm PAK Serienummer: […] Herkomst: Duitsland Bijzonderheden: Vuurwapen werd in onderdelen aangetroffen. Dit vuurwapen was voorzien van een uitneembaar patroonmagazijn en verder voorzien van het in Duitsland aangebracht PTB-nummer […], afgegeven aan Umarex voor de Colt Government 191 IA, kaliber 9 mm PAK. Tijdens het onderzoek van de onderdelen bleek mij dat het vuurwapen op 1 onderdeel na compleet was. De terugstootveerdop ontbreekt. Hierdoor werkt het vuurwapen niet naar behoren. Na het afvuren zal het vuurwapen zich zelf vermoedelijk niet doorladen. Het vuurwapen heeft een gedeeltelijk open loop. Inwendig is in de loop een langwerpige metalen sper aangebracht. Deze sper voorkomt dat met dit gaspistool kogelprojectielen kunnen worden verschoten. Echter de gassen en/of deeltje van een afgevuurde traangas en/of peperpatroon kunnen deze sper ongehinderd passeren en het pistool gericht via de loop verlaten. Dit pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 (...) onder 3e, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III onder 4e van de Wet wapens en munitie. Itemnummer 4692699 - munitie SIN: […] Voorwerp: patroon Merk: Walther Kaliber: 9 mm PAK Aantal: 1 Bodemstempel: Walther 9 mm PAK Bijzonderheden: uit patroonmagazijn van vuurwapen Deze munitie is geschikt om te worden verschoten met het onder itemnummer 4692605 inbeslaggenomen vuurwapen van het merk Umarex model Colt Government 191 I A De patroon is munitie in de zin van artikel 1(...) onder 4e gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie. Itemnummer 4692602 - munitie in doosje SIN: […] Voorwerp: patroon Merk: Walther Kaliber: 9 mm PAK Aantal: 3 Bodemstempel: Walther 9 mm PAK Deze munitie is geschikt om te worden verschoten met het onder itemnummer 4692605 inbeslaggenomen vuurwapen van het merk Umarex model Colt Government 191 IA De patroon is munitie in de zin van artikel 1(...) onder 4e gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie. Itemnummer: schietbeker Voorwerp: schietbeker Bijzonderheden: de schietbeker is middels schroefdraad te bevestigen op de loop van helgaspistool en bestemd om vuurwerk of noodseinmiddelen te verschieten. Deze schietbeker (loop) is een vuurwapen in de zin van artikel 1 (....) onder 3e, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III onder 1 e van de Wet wapens en munitie.” 5. Het eerste middel klaagt over het oordeel van het Hof het dat er sprake was van een redelijk vermoeden zoals bedoeld in art. 49 Wet wapens en munitie (WWM), terwijl het vermoeden enkel is gebaseerd op CIE-informatie die onvoldoende concreet en specifiek was en waarvan over de betrouwbaarheid geen oordeel kon worden gegeven, terwijl er desondanks geen nadere onderzoekshandelingen zijn verricht ter verificatie van de informatie. 6. Het Hof heeft, voor zover voor de beoordeling van dit middel van belang, het volgende vastgesteld en overwogen: “Nadere bewijsoverweging De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat het bewijsmateriaal dat is aangetroffen op de woonboot waar de verdachte verbleef en - op aanwijzing van de verdachte - in een auto in een garage, onrechtmatig is verkregen en van het bewijs moet worden uitgesloten. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.