Nr. 15/05303 Zitting: 24 januari 2017 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 9 november 2015 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen hechtenis. Er bestaat samenhang met twaalf andere zaken. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen. Namens de verdachte heeft mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, een middel van cassatie voorgesteld. Het middel komt op tegen ’s hofs verwerping van het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer dat sprake is van een onrechtmatige stelselmatige observatie van de verdachte, die zou moeten leiden tot strafvermindering. Het bestreden arrest houdt onder het hoofd “Oplegging van straf en/of maatregel” onder meer het volgende in: “Het verweer van de raadsman dat sprake is geweest van een onrechtmatige stelselmatige observatie van verdachte die tot korting dient te leiden op de op te leggen straf, wordt verworpen. Verdachte is op 26 oktober 2011 slechts korte tijd, vanaf circa 12.42 uur tot 14.20 uur geobserveerd. De observatie was (aanvankelijk) niet op verdachte gericht maar op zijn medeverdachten, die met camera’s werden geobserveerd. Pas nadat bleek dat deze medeverdachten een koffer met inhoud in de Audi A4 met kenteken [AA-00-AA] hadden gedaan is de auto van verdachte gevolgd naar Hengelo, waarna deze is gecontroleerd en verdachte de bestuurder bleek te zijn. Gelet hierop, alsmede gelet op de beperkte periode dat sprake is geweest van observatie, is geen sprake is geweest van een stelstelmatige observatie gericht op verdachte.”
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.