Nr. 16/05111 Zitting: 31 oktober 2017 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 6 oktober 2016 de verdachte bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2016 houdt het volgende in: "(…) De verdachte, gedagvaard als [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. is niet verschenen. Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J.J. Veldheer, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart dat de verdachte hem niet uitdrukkelijk heeft gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen. De voorzitter deelt het volgende mede: De dagvaarding in hoger beroep is op de door de wet voorgeschreven wijze betekend en de verdachte is blijkens een door de advocaat-generaal overlegd SKDB-formulier thans niet gedetineerd. Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan. Er is geen schriftuur houdende grieven ingediend. (…) Na beraad in raadkamer verklaart de voorzitter het onderzoek gesloten. De voorzitter spreekt het arrest uit. (…)" 5. In cassatie is - door middel van aanhechting aan de schriftuur – overgelegd: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.