← Nederland

ECLI:NL:PHR:2017:19

Rolnr. 16/02639 Mr R.H. de Bock Zitting: 13 januari 2017 conclusie in de zaak van 1COÖPERATIEVE RABOBANK MAASTRICHT E.O. U.A., gevestigd te Maastricht, 2COÖPERATIEVE RABOBANK ZEEUWS-VLAANDEREN U.A., g

§ 59

overwogen wordt dat de (titel van de) publicatie ‘highly damaging’ voor de reputatie van betrokkene was. Zie bijv. ook EHRM 20 september 2016, app. nr. 27323/14 (Van Beukering & Het Parool/Nederland),

§ 33

als in ogenschouw te nemen criteria bij de afweging ook wordt genoemd ‘the content, form and consequences of the publication’. In EHRM 28 maart 2013, app. nr. 14087/08 (Novaya Gazeta & Borodyanskiy/Rusland) wordt in § 43 overwogen dat de geuite beschuldigingen ‘have harmed his reputation’. Zie bijvoorbeeld EHRM 7 februari 2012, app. nr. 39954/08 (Axel Springer/Duitsland). In § 108 wordt onder het kopje ‘Content, form and consequences of the impugned articles’ genoemd dat de gewraakte publicaties geen ernstige gevolgen hebben gehad voor betrokkene. Vergelijk ook EHRM 12 juli 2001, app. nr. 29032/95 (Feldek/Hongarije),

§ 87

wordt overwogen dat niet gebleken is dat de publicatie invloed heeft gehad op de politieke carrière van betrokkene of op zijn beroeps- of persoonlijke leven. EHRM 20 mei 1999, app. nr. 21980/93 (Bladet Tromsø & Stensaas/Noorwegen), §

  1. EHRM 7 februari 2012, app. nr. 39954/08 (Axel Springer/Duitsland), §
  2. EHRM 17 juni 2012, app. nr. 29576/09 (Lahtonen/Finland), § 75; EHRM 7 februari 2012, app. nr. 39954/08 Axel Springer/Duitsland), § 108; EHRM 13 december 2005, app.nr. 66298/01 en 15653/02 (Wirtschafts-Trend (Zeitschriften-Verlagsgeselschaft/Oostenrijk), §
  3. EHRM 7 februari 2012, app. nrs. 40660/08 en 60641/08, NJ 2013/250 m.nt. E.J. Dommering (Von Hannover/Duitsland (no. 2)), §
  4. Zie de brief van de advocaat van Rabobank van 1 november 2016, de reactie daarop van de advocaat van RED van 2 november, de daarop volgende brief namens Rabobank van 3 november 2016 en het antwoord van de griffier van het hof van 3 november 2016 (alles achter tabblad 15). HR 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3210, NJ 2008/274 m.nt. E.J. Dommering ([A/B]). Proces-verbaal hoger beroep, p. 3, tweede streepje. Cassatiedagvaarding onder III.4, pleitnota in cassatie onder 1, 3, 13, 29 en
  5. Zie voor deze uitspraak de inleidende dagvaarding punt 12-14 en prod.
  6. HR 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3210, NJ 2008/274 m.nt. E.J. Dommering ([A/B]). Zie o.m. EHRM 8 juli 1986, app. nr. 9815/82 (Lingens/Oostenrijk), § 45; EHRM 24 februari 1997, app. nr. 19983/92 (De Haas & Gijsels/België), § 46-
  7. Door de opsteller van het cassatiemiddel wordt in noot 7 verwezen naar de volgende uitspraken: EHRM 20 mei 1999, app. nr. 21980/93 (Bladet Tromsø & Stensaas/Noorwegen) (artikelen over illegale zeehondenjacht en daarbij begane wreedheden, waarin ook namen van individuele crew members zijn genoemd, zijn in de gegeven omstandigheden toelaatbaar); EHRM 21 januari 1999, app. nr. 29183/95 (Fressoz & Roire/Frankrijk) (publicatie over inkomsten topman Peugeot is in de gegeven omstandigheden toelaatbaar) en EHRM 28 juni 2013, app. nr. 4087/08 (Novaya Gazeta & Borodyanski/ Rusland) (artikel waarin persoon wordt beschuldigd van betrokkenheid bij grootschalige fraude is niet toelaatbaar, met name nu er geen enkele feitelijke basis is voor de beschuldiging maar de beschuldiging wel schadelijk is voor betrokkene). Zoals in de in de vorige noot genoemde zaak Bladet Tromsø & Stensaas/Noorwegen; EHRM 17 januari 2012, app. nr. 29576/09 (Lahtonen/Finland) (vermelding naam van gedecompenseerde politieagent toelaatbaar); EHRM 10 januari 2012, app. nr. 34702/07 (Standard Verlags/Oostenrijk) (publicatie met daarin met naam genoemde bankmedewerker onder wiens leiding grote verliezen waren geleden toelaatbaar). Zoals in EHRM 14 november 2002, app. nr. 62746/00 (Wirtschafs-Trend Zeitschriften-Verlagsgesellschaft/Oostenrijk) (publicatie waarin naam onthuld wordt van politieman die beschuldigd wordt van dood door schuld niet toelaatbaar). Ook het EHRM onderzoekt dit in de vorige noten genoemde uitspraken. EHRM 14 november 2002, app. nr. 62746/00 (Wirtschafs-Trend Zeitschriften-Verlagsgesellschaft/Oostenrijk): ‘… the disclosure of the police officer’s name did not add anything tot he information already given in the article …’ Het fly-on-the-wall-principe is een verteltechniek waarbij de lezer als het ware (als een fly on the wall) bij de gebeurtenissen aanwezig is en die er door wordt gekenmerkt dat minutieus verslag wordt gedaan van gebeurtenissen en dat personen met naam worden genoemd. Rabobank verwijst in cassatie (pleitnota noot 64) naar de uitspraken Yleisradio/Finland en Peck/Verenigd Koninkrijk. In de eerste zaak werd het openbaar maken van gevoelige informatie over herkenbare minderjarige slachtoffers van incest, niet toelaatbaar geacht, ERHM 8 februari 2011, app. nr. 30881/09 (Yleisradio/Finland). In de tweede zaak werd ruime mediaverspreiding van filmmateriaal afkomstig van een bewakingscamera van de overheid, waarop een herkenbare man met een mes te zien was (waarmee hij suïcide had willen plegen), evenmin toelaatbaar geacht, EHRM 28 januari 2003, app.nr. 44647/98 (Peck/Verenigd Koninkrijk). Zie onder meer EHRM 10 januari 2012, app. nr. 34702/07 (Standard Verlags/Oostenrijk); EHRM 17 januari 2012, app. nr. 29576/09 (Lahtonen/Finland); EHRM 10 februari 2009, app. nr. 3514/02 (Eerikäinen/Finland); EHRM 25 november 2008, app. nr. 36919/02 (Armoniene/Litouwen); EHRM 20 mei 1999, app. nr. 21980/93 (Bladet Tromsa & Stensaas/Noorwegen). Vergelijk HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3627, NJ 2016/31 (Hearst Magazines). EHRM 10 januari 2012, app. nr. 34702/07 (Standard Verlags/Oostenrijk), §
  8. Vgl. ook EHRM 10 februari 2009, app. nr. 3514/02 (Eerikäinen/Finland), § 66-
  9. Vergelijk HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3627, NJ 2016/31 (Hearst Magazines).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.