Nr. 16/01906 A Zitting: 23 mei 2017 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 5 april 2016 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wegens “medeplegen van moord” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren. Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, drie middelen van cassatie voorgesteld. In het eerste middel wordt gesteld dat het hof het bewijs voor het aan de verdachte tenlastegelegde medeplegen van moord heeft aangenomen op verklaringen die afkomstig zijn uit één en dezelfde bron en daarbij ten onrechte is voorbijgegaan aan hetgeen door de verdediging in dit verband als verweer is aangevoerd. 3.1. Ten laste van de verdachte is onder ‘primair’ bewezen verklaard: “dat hij op 27 januari 2013 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte en zijn mededader toen en aldaar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, met gebruikmaking van een vuurwapen, meerdere kogels op voornoemde [slachtoffer] afgevuurd, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] meerdere verwondingen en letsels heeft bekomen en die [slachtoffer] aan die letsels en verwondingen is overleden.” 3.2. Deze bewezenverklaring steunt op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen: “1. pagina’s 125 -142 van de bijlagen gevoegd bij het proces-verbaal genaamd eindonderzoek ‘No Limit’, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 8 december 2013. Proces-verbaal van de Technische Recherche Curaçao, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 2 september 2013 door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden brigadier bij het Korps politie Curaçao en technisch rechercheur bij het Bureau Technische Recherche, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: Op 27 januari 2013 werden wij gedirigeerd naar de Caracasbaai te Curaçao waar een schietpartij zou hebben plaatsgevonden. Daar aangekomen troffen wij het levenloze lichaam van een man aan. De man vertoonde schotverwondingen. Door dr. A.H.E. Maduro werd de dood geconstateerd. Het slachtoffer bleek in leven te zijn genaamd [slachtoffer] . Op 29 januari 2013 werd door patholoog-anatoom Van Raalte gerechtelijke sectie verricht op het lichaam van het slachtoffer. Uit het lichaam werden vijf koperen projectielen van het kaliber 9 mm verwijderd en in beslag genomen. 2. overgelegd ter terechtzitting van 5 augustus 2015: Een geschrift van het Analytisch Diagnostisch Centrum N.V., te weten een door patholoog J.A. van Raalte opgemaakt digitaal geautoriseerd verslag van het obductieonderzoek d.d. 29 januari 2013 van [slachtoffer] , inhoudende, kort samengevat en zakelijk weergegeven: [slachtoffer] is op 27 januari 2013 overleden aan de gevolgen van 8 schotwonden. De dood is ingetreden door verbloeding. 3. pagina’s 030-037 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 201505112045, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 17 maart 2014 door, [verbalisant 5] , [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , respectievelijk brigadiers en hoofdagent bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] , zakelijk weergegeven: Het vuurwapen waarmee [slachtoffer] is vermoord is van [verdachte] . Ik heb met [verdachte] besproken dat er 75.000 gulden op het hoofd stond van [slachtoffer] . 4. pagina’s 001 - 005 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 201505112045, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van getuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 6 september 2013 door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven: Ik heb de navolgende voice-notes van [betrokkene 2] ontvangen: [betrokkene 4] , ik heb zonet een ping van [betrokkene 5] en [betrokkene 3] (Het Hof begrijpt uit de context van het dossier dat met [betrokkene 3] wordt bedoeld: [betrokkene 3] ) gekregen. Ze zagen dat [slachtoffer] (het Hof begrijpt: [slachtoffer] ) in de richting van Caracasbaai ging. [betrokkene 3] heeft [verdachte] verzocht mij naar Caracasbaai te brengen. [betrokkene 7] gaat mij bij de woning van [verdachte] brengen. Ik ben op weg met [verdachte] naar Caracasbaai. We zijn bij Caracasbaai. De boot van [slachtoffer] is al vertrokken. We moeten op hem wachten. [verdachte] belde mij net dat hij een boot zag komen. [betrokkene 4] het is hem, het is hem. Na 15 a 20 minuten stuurde [betrokkene 2] de volgende voice-notes: [betrokkene 4] , bingo, het is klaar. Kijk op het nieuws. Met de woorden ‘kijk op het nieuws’ bedoelde [betrokkene 2] dat ik over de moord van [slachtoffer] op het nieuws zou horen. [betrokkene 2] vertelde me later dat hij bij Caracasbaai een vuurwapen van [verdachte] heeft gekregen. Drie a vier dagen na de moord ben ik met [betrokkene 2] naar de Caracasbaai gegaan en hij wees mij aan hoe alles was gegaan, ook waar [verdachte] met de pick-up stond bij de rotonde. 5. pagina’s 109-117 van de bijlagen gevoegd bij het proces-verbaal genaamd eindonderzoek ‘No Limit’, opgemaakt en gesloten op 8 december 2013. Proces-verbaal van bevinding, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 28 oktober 2013 door [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , beiden brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, inhoudende als verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: [betrokkene 1] heeft op 13 september 2013 een geheugenkaart aan leden van het onderzoeksteam in het onderzoek Magnus (het Hof begrijpt: het onderzoek naar de moord op [betrokkene 6] ) overhandigd. Zij verklaarde dat er op de geheugenkaart een aantal voice-notes waren opgeslagen die [betrokkene 2] haar had gestuurd. De geheugenkaart werd in beslag genomen en de voice-notes werden beluisterd. Inhoud van voice-note nummer f0005829 : ‘Weet je wat [verdachte] zonet tegen mij heeft gezegd? Als er geen geld was zou [verdachte] niet eens met mij zijn gegaan en hij zou mij ook niet hebben laten gaan. Ik heb eerst zestig gehoord. Nu zegt [verdachte] tegen mij dat er vijfenzeventig staat op het hoofd van die ding. [betrokkene 3] heeft mij ook gezegd om rustig te blijven, want ik word sowieso uitbetaald, want [verdachte] en ik moeten het geld delen. Dit omdat [verdachte] mijn chauffeur was en ik degene was die uitstapte en het werk verrichtte.’ 6. pagina’s 64-66 van de bijlagen gevoegd bij het proces-verbaal genaamd eindonderzoek ‘No Limit’, opgemaakt en gesloten op 8 december 2013. Proces-verbaal van getuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 16 september 2013 door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven: U speelt voice-note nummer f0005829 voor mij af, welke is aangetroffen op de geheugenkaart die ik heb afgegeven. Ik herken de stem van de man als de stem van [betrokkene 2] . Met ‘ [betrokkene 2] ’ bedoel ik [betrokkene 2] . De voice-note werd door hem naar mij verstuurd na de liquidatie van [slachtoffer] bij Caracasbaai. Hij vertelde mij dat [verdachte] als chauffeur was opgetreden, terwijl hij uit de auto stapte om de liquidatie te verrichten. 7. pagina’s 013 - 017 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 201505112045, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van verhoor, met bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 10 februari 2014 door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van [betrokkene 7] , zakelijk weergegeven: [betrokkene 2] heeft tegen mij gezegd dat hij degene is geweest die [slachtoffer] bij de Caracasbaai had doodgeschoten. Hij heeft mij dat verteld nadat hij het feit had gepleegd. Hij heeft voor de moord geld van [betrokkene 3] gekregen. Hij moest dat geld met [verdachte] delen, want [verdachte] was als chauffeur opgetreden. Het vuurwapen dat hij gebruikt had is van [verdachte] . [betrokkene 3] had [betrokkene 2] gemeld dat hij [slachtoffer] bij Caracasbaai had gezien. U speelt voice-note nummer f0005892 voor mij af. Ik herken de mannenstem als die van mijn echtgenoot [betrokkene 2] . Het klopt wat hij zegt. Ik heb jullie zojuist verteld dat hij 75.000 voor die moord had gekregen, dat hij het geld met [verdachte] moest delen omdat [verdachte] als chauffeur voor hem was opgetreden. 8. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op 5 augustus 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik word [verdachte] genoemd. Van juli 2012 tot april 2013 verbleef ik op Curaçao. 9. pagina’s 001 - 005 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 20150511203545, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van getuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 6 september 2013 door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de getuige [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven: VV: Wie is [verdachte] ? AG: [verdachte] is een jongen die ik eerder dagelijks met [betrokkene 3] heb gezien. [verdachte] spreekt Engels. Daarna heb ik hem ook enkele keren met [betrokkene 8] (Het Hof begrijpt uit de context van het dossier: [betrokkene 8] ) gezien. [verdachte] is donker van huidskleur, klein van gestalte, kortgeknipte kroesharen, grote ogen en normaal van postuur. Hij verblijft bij een appartementencomplex in dezelfde straat van het restaurant [A] . 10. pagina’s 083 - 086 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 20150511203545, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van (bevindingen bij) meerkeuze confrontatiegetuigenverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 2 mei 2015 door [verbalisant 10] , [verbalisant 6] , beiden rechercheur bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van verbalisanten, zakelijk weergegeven: Met de getuige [betrokkene 9] werd een meerkeuze fotoconfrontatie gehouden: Hij wees zonder aarzelen de man op foto nummer drie aan. Hierbij verklaren wij dat op bedoelde fotoconfrontatie sheet B, onder nummer drie, een foto is afgebeeld van: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987. Gedurende de fotoconfrontatie vertelde de getuige dat hij op aanwijzing van deze Engels sprekende man naar een flatgebouw op de weg leidend naar [A] restaurant moest, omdat een gehuurde auto niet wilde starten. Hij heeft deze man verschillende keren in door hem verhuurde auto’s zien rijden. Ambtshalve is ons bekend dat het appartementencomplex [a-straat 1] op [...] betreft. De eigenares is [betrokkene 12] . 11. pagina’s 088 - 089 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 20150511203545, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van verhoor, met bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 11 juni 2013 door [verbalisant 4] en [verbalisant 11] , beiden rechercheur bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van [betrokkene 10] , zakelijk weergegeven: V: Wat kunt u vertellen over een Engels sprekende man, welke in uw appartementencomplex heeft verbleven. A: het was een bruine man, ongeveer 1.70 mtr. Deze Engels sprekende man was met [betrokkene 8] . [betrokkene 8] had voor hem ingeschreven. De Engels sprekende man heeft bij [betrokkene 8] verbleven. 12. pagina’s 083 - 086 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 20150511203545, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van verhoor, met bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 30 september 2013 door [verbalisant 12] en [verbalisant 13] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van [betrokkene 11] , zakelijk weergegeven: W: Kun jij [verdachte] beschrijven? AG: [verdachte] is een Engels sprekende man, donkere huidskleur, kroeshaar en volgens mij komt [verdachte] van [geboorteplaats] 13. pagina’s 123 - 132 van het overkoepelend proces-verbaal inzake verdachte [verdachte] , proces-verbaalnummer 20150511203545, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 13 mei 2015. Proces-verbaal van (bevinding) bij fotoconfrontatie, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 25 april 2015, door [verbalisant 9] en [verbalisant 8] , beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, voor zover inhoudende als de verklaring van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: [betrokkene 13] verklaarde dat: - [verdachte] een vriend was van [betrokkene 8] (Het Hof begrijpt: [betrokkene 8] ); - [verdachte] [betrokkene 8] vaak kwam opzoeken; - [verdachte] zelf auto’s bestuurde; [verdachte] ook zeer goed bevriend was met [betrokkene 3] en [betrokkene 14] . Naar aanleiding van het bovenstaande hebben wij met de getuige [betrokkene 13] een fotoconfrontatie gedaan. Zij verklaart het volgende: ‘De man die ik onder de bijnaam ‘ [verdachte] ’ ken, staat afgebeeld onder nummer negen. Ik zag hem vaak genoeg [betrokkene 8] komen ophalen, dus ik weet zeker dat hij het is.’ Wij verklaren dat onder foto nummer 9 de man [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , staat afgebeeld.” 3.3. De bestreden uitspraak bevat voorts de volgende – voor de beoordeling van het middel van belang zijnde – nadere bewijsoverwegingen: “De verdediging heeft betoogd dat alle belastende verklaringen middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn uit één bron, de medeverdachte [betrokkene 2] , zodat op grond van de “unus testis” regel niet voldaan is aan het wettelijk bewijsminimum en vrijspraak dient te volgen. Indien het Hof meent dat wel aan dit minimum is voldaan, moeten de belastende verklaringen van het bewijs worden uitgesloten, aangezien [betrokkene 2] later heeft verklaard dat hij in eerste instantie niet de waarheid heeft verteld. Het Hof overweegt als volgt. Volgens het derde lid van art. 385 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De medeverdachte [betrokkene 2] heeft op en rond het tijdstip van de moord op [slachtoffer] via voice-notes gedetailleerd verslag gedaan over de gang van zaken aan de getuige [betrokkene 1] . Hij verklaart daarin dat “ [verdachte] ” samen met hem naar de Caracasbaai is gereden om op [slachtoffer] te wachten, dat “ [verdachte] ” voor het wapen heeft gezorgd, dat “ [verdachte] ” hem heeft gewaarschuwd op het moment dat [slachtoffer] aankwam en dat hijzelf de schutter was. Deze verklaring vindt steun in bewijsmiddelen waaruit volgt dat het slachtoffer op de door [betrokkene 2] vermelde plaats met een vuurwapen om het leven is gebracht. Het Hof acht op grond van het bovenstaande voldoende (steun)bewijs aanwezig, zodat aan het wettelijk bewijsminimum is voldaan. De omstandigheid dat [betrokkene 2] later heeft verklaard dat hij in zijn eerdere verklaringen niet de waarheid heeft verteld, maakt op zichzelf niet dat de bedoelde eerdere verklaringen niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Het Hof acht de belastende verklaringen van [betrokkene 2] ook overtuigend. In dat verband weegt mee dat de voice-notes op en rond het tijdstip van de moord zijn verzonden, dat zij gedetailleerd zijn en dat [betrokkene 2] kort daarna tegen [betrokkene 1] en [betrokkene 7] zijn verhaal heeft gehandhaafd en aangevuld met meer details, onder meer betreffende de kleding die hij droeg, de plaats waar [slachtoffer] precies vermoord is, de hoogte van de beloning en het feit dat hij deze met “ [verdachte] ” zou moeten delen. Dat [betrokkene 2] later verschillende andere versies van het gebeurde naar voren heeft gebracht, maakt dit niet anders. De verdediging heeft voorts betoogd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de in het dossier genoemde “ [verdachte] ” is. De verdachte heeft zijn verklaring bij het Gerecht in eerste aanleg, dat hij “ [verdachte] ” wordt genoemd, gewijzigd. Dit verweer slaagt niet omdat het zijn weerlegging vindt in de bewijsmiddelen.” 3.4. In de toelichting op het middel wordt de toepassing van de unus testis-regel, welke regel is vastgelegd in art. 385 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering van Curaçao (hierna: SvC) en het daarmee corresponderende art. 342 lid 2 Sv, onder 1.13 van de schriftuur juist weergegeven. Het komt erop neer dat op grond van deze bepaling het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige c.q. verklaringen die oorspronkelijk afkomstig zijn van één en dezelfde getuige. Deze bepaling betreft echter de tenlastelegging in haar geheel en geldt niet voor bepaalde onderdelen daarvan. De vraag of er voldoende steunbewijs aanwezig is, kan slechts van geval tot geval worden beoordeeld. Voor de toets in cassatie kan verder van belang zijn of de feitenrechter zijn oordeel daaromtrent nader heeft gemotiveerd. 3.5. Het middel richt zich vooral op de vraag of het oordeel van het hof dat de verklaringen van [betrokkene 2] voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal begrijpelijk is. In dat verband kan aan bovengemelde uitgangspunten nog worden toegevoegd dat de unus testis-regel zo wordt uitgelegd, dat hieraan is voldaan als er naast een getuigenverklaring nog een ander zelfstandig bewijsmiddel voor het bewijs wordt gebruikt, waarbij de inhoud van dat andere bewijsmiddel niet de verklaring van de getuige hoeft te bevestigen. Kortom, zodra de bewijsvoering naast een getuigenverklaring waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte een strafbaar feit heeft begaan nog een ander wettig bewijsmiddel uit andere bron – steunbewijs – bevat, bijvoorbeeld een aangifte of forensisch bewijs dat het strafbare feit daadwerkelijk is begaan, dan is in beginsel voldaan aan het bewijsminimum van art. 385 lid 3 SvC. 3.6. Naar aanleiding van het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde bewijsverweer van de verdediging is het hof in zijn bewijsmotivering nader ingegaan op zowel het unus testis-aspect van de onderhavige zaak als de specifieke bewijswaarde van de verklaringen van medeverdachte [betrokkene 2] in het licht van de overige gebezigde bewijsmiddelen. Daarbij heeft het hof overwogen dat de in de bewijsmiddelen 4, 5, 6 en 7 genoemde voice notes van [betrokkene 2] een gedetailleerd verslag van de gang van zaken rond de moord op het slachtoffer en de rol van de verdachte daarbij bevatten en dat de inhoud van dit verslag wordt ondersteund door (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.