Zaaknr: 17/04465 Mr. P. Vlas Zitting: 7 september 2018 Conclusie inzake:
(2017), T&C art. 3:84 BW, aant. 4; HR 19 mei 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1735, NJ 1996/119, m.nt. W.M. Kleijn en HR 18 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8241, NJ 2006/
- Zie o.a. E.B. Rank-Berenschot, T&C BW, commentaar op art. 3:86, aant. 2.a.; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp, Goederenrecht 2012/
- HR 19 januari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC6464, NJ 1980/124, m.nt. W.H. Heemskerk. Zie in dit verband Akte vermeerdering van eis in de hoofdzaak tevens overleggen producties zijdens Crea en [eiser 2] van 26 juli 2016 (processtuknr. 11 zijdens gedaagde), nr.
- Verwezen wordt naar de memorie van antwoord zijdens [verweerder] van 16 februari 2017 (processtuknr. 13 zijdens gedaagde), nr. 56, tweede volzin. Memorie van antwoord zijdens [verweerder] van 16 februari 2017 (processtuknr. 13 zijdens gedaagde), nr.
- Zie in dit verband Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht, 2015, nr. 21, nr. 46 en 66; F.J.P. Lock, Samen thuis, samen uit. Nieuwe regels voor de processueel ondeelbare rechtsverhouding, Tijdschrift voor de Procespraktijk 2017-4, p.
- Akte vermeerdering van eis in de hoofdzaak tevens overleggen producties zijdens Crea en [eiser 2] van 26 juli 2016 (processtuknr. 11 zijdens gedaagde), punt
- Akte vermeerdering van eis in de hoofdzaak tevens overleggen producties zijdens Crea en [eiser 2] van 26 juli 2016 (processtuknr. 11), nr. 16.