Nr. 17/04936 Zitting: 13 november 2018 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 13 oktober 2017 door het gerechtshof 's‑Hertogenbosch wegens “overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft het hof de benadeelde partij in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, heeft namens de verdachte één middel van cassatie voorgesteld. Het middel komt op tegen de motivering van de bewezenverklaring. 4.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “hij op 20 oktober 2015, omstreeks 19.52 uur, in de gemeente Gennep, als bestuurder van een motorrijtuig (landbouwtrekker met aanhangwagen), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg N271, welke weg door middel van het bord G3 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, als autoweg was aangeduid, onvoorzichtig heeft gereden, terwijl aan de achterzijde van de voortbewogen aanhangwagen de verplichte markeringslichten ontbraken en die aanhangwagen niet was voorzien van een verplichte retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek en voor hem, verdachte, als bestuurder van dat motorrijtuig (landbouwtrekker met aanhangwagen) het gebruik van de als autoweg, aangeduide Rijksweg N271, niet was toegestaan, door welke gedraging van hem, verdachte, gevaar op die weg werd veroorzaakt.” 4.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2015195313, afgesloten d.d. 16 juni 2016 (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 86). Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan. 1. Het proces-verbaal van aanrijding overtreding d.d. 16 juni 2016 (pg. 2-11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] : Op 20 oktober 2015 te 19:52 uur, kregen wij kennis van een verkeersongeval. Op de plaats van het verkeersongeval werd door [betrokkene 1] , de noodzakelijke hulp verleend. Daarbij zijn een aantal personalia en bevindingen genoteerd. Deze personalia en bevindingen zijn aan ons overgedragen. Locatie ongeval Datum: 20 oktober 2015 Omstreeks: 19:52 uur Locatienaam: Rijksweg N271 Plaats: Gennep Soort weg: Een weg, zijnde voor het openbaar verkeer openstaande weg Lichtgesteldheid: Duisternis Bijzonderheden: De weg betreft een autoweg, op deze weg is landbouwverkeer niet toegestaan Maximum snelheid: 100 km per uur Vermoedelijke toedracht Voertuig 1, landbouwtrekker, merk Case, type IH1455, kleur rood, met aanhangwagen, merk AJK, kleur rood. Bestuurder [verdachte] . Voertuig 2, personenauto, merk Kia, type Picanto, kleur wit, kenteken [AA-00-BB] . Bestuurder [slachtoffer] (overleden). Beide voertuigen reden op de Rijksweg N273 [naar ik begrijp: N271, TS], vanuit Milsbeek richting Gennep. Voertuig 2 reed achterop voertuig 1. De bestuurder van voertuig 2 overleed ter plaatse. Op genoemde autoweg is landbouwverkeer wettelijk niet toegestaan, dit is aangegeven middels verkeersbord G3. 2. Het proces-verbaal van de VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 8 april 2016 (pg. 47-74), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] : (Pg. 50) Wij hebben op 20 oktober 2015, omstreeks 21.20 uur geassisteerd bij de afwikkeling van het hierna bedoelde verkeersongeval. Een bestuurder van een landbouwtrekker, met een daarachter gekoppelde aanhangwagen, reed over de Rijksweg N271, vanuit de richting Milsbeek in de richting van Gennep. Een bestuurder van een personenauto naderde de landbouwtrekker met aanhangwagen van achteren. De bestuurder van de personenauto reed tegen de achterzijde van de aanhangwagen en overleed als gevolg van de aanrijding. Bij dit ongeval waren de volgende voertuigen betrokken: Voertuig 1, landbouwtrekker, merk Case, type IH1455, kleur rood met een daarachter gekoppelde aanhangwagen, merk AJK, kleur rood. Voertuig 2, personenauto, merk Kia, type Picanto, kleur wit, kenteken [AA-00-BB] . (pg. 52) Wij zagen het volgende: - Voor motorvoertuigen bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid 100 km/h. - Genoemde weg was voor het openbaar verkeer openstaand. - Ter plaatse waren de volgende verkeerstekens van toepassing, betrekking hebbende op dit ongeval: bord G3 van de Bijlage 1 van het RVV 1990 (Autoweg). Wij zagen dat het ter plaatse zeer duister was. Volgens opgave van het KNMI, afdeling klimaatdata en advies, was het tijdstip zonsondergang 18:36 uur. Wegverlichting: geen straatverlichting. (Pg. 60) Tijdens het onderzoek op de plaats van het ongeval trof ik, verbalisant [verbalisant 3] , in het instrumentenpaneel de snelheidsmeter van de Kia aan op een snelheid van ongeveer 110 km/uur. (Pg. 61) Wij zagen dat op het dak van de Case twee oranje, in werking zijnde, zwaailichten aanwezig waren. Wij zagen, staand in het midden achter de aanhangwagen, op diverse afstanden (10, 25 en 50 meter), dat deze zwaailichten door de aanhangwagen werden afgeschermd en in het geheel niet zichtbaar waren. (Pg- 70) In artikel 22 lid 1 onder c RVV 1990 is geregeld dat voor land- en bosbouwtrekkers de bijzondere maximum snelheid van 25 km per uur geldt. De Case is een landbouwtrekker en mocht derhalve niet op genoemde autoweg rijden. Ar 5.14.51 onder h Regeling Voertuigen. Aanhangwagens moeten zijn voorzien van: h. twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien het voertuig breder is dan 2,10 m. De AJK had een breedte van 2,45 meter en was in het geheel niet voorzien van markeringslichten. Artikel 5.18.36b Regeling Voertuigen 1. Motorrijtuigen met beperkte snelheid, landbouw- en bosbouwtrekkers en hun aanhangwagens alsmede wagens moeten aan de achterzijde zijn voorzien van één rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek. De AJK was in het geheel niet voorzien van een afgeknotte driehoek. (p. 72) Indien de bestuurder van de Case met de daarachter gekoppelde AJK, zou hebben gereden terwijl de AJK voldeed aan de volgens de Regeling voertuigen vereiste verlichting en reflectie, zou de zichtbaarheid beter zijn geweest. 3. Het proces-verbaal overlijdensonderzoek en lijkschouw d.d. 8 april 2016 (pg. 85-86), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] : Op 20 oktober 2015 vond er een dodelijk verkeersongeval plaats op de N271 te Gennep. Hierbij werd een landbouwvoertuig (tractor met aanhanger) door een personenauto van achteren aangereden. De bestuurder van de personenauto, [slachtoffer] overleed hierbij aan zijn opgelopen letsel. Op 20 oktober 2015 te 20:59 uur werd door de aangewezen lijkschouwer, M. Verhagen, in het bijzijn van mij ter plaatse lijkschouw verricht. Op basis van hetgeen door mij werd vastgesteld, alsmede de resultaten van de schouw, wordt gesteld dat de genoemde persoon niet op natuurlijke wijze is overleden als gevolg van een ongeval. 4. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 29 september 2017, voor zover inhoudende: Op 20 oktober 2015 bestuurde ik in de avonduren een landbouwtrekker met aanhangwagen erachter. Ik reed op de rijksweg N271. Op zich mag je daar met een dergelijk voertuig niet rijden. Mijn trekker haalt een snelheid van 35 tot 40 kilometer per uur. Het was toen rond 20:00 uur. De aanhanger was niet voorzien van markerings-verlichting.” 4.3. Uit de aan het hof overgelegde pleitnota blijkt dat de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep op 29 september 2017 heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of de verkeersfouten die de verdachte heeft begaan de oorzaak zijn geweest van het ongeval, nu de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] daarover hun twijfel hebben uitgesproken in het proces‑verbaal “Verkeersongevallenanalyse” (in het bijzonder de doorgenummerde pagina’s 71 en 72). De verlichting van het landbouwvoertuig was volgens deze verbalisanten in het donker voldoende zichtbaar en ook getuigen hebben verklaard dat de verlichting van de combinatie waar de verdachte in reed het deed en de zwaailichten aanstonden. De verbalisanten hebben er geen verklaring voor dat de bestuurder van de personenauto de combinatie niet heeft opgemerkt. Daarnaast kan niet gezegd worden dat het rijden met een landbouwvoertuig op een autoweg in dit geval concreet gevaarscheppend gedrag opleverde, omdat dit ter plaatse al jarenlang gedoogd werd door de betrokken autoriteiten. 4.4. Het hof heeft dit verweer in het bestreden arrest als volgt samengevat en verworpen: “Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs. I. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat de enkele aanwezigheid van zijn cliënt in een landbouwvoertuig op de Rijksweg N271, niet onomstotelijk de oorzaak is geweest van het ongeval en dat er daarnaast geen sprake is geweest van concreet gevaarscheppend gedrag van de verdachte door met een landbouwvoertuig te rijden op voornoemde weg. Het hof overweegt als volgt. Uit het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep blijkt onder meer dat: - de verdachte op de avond van 20 oktober 2015 met de in de tenlastelegging genoemde landbouwtrekker met aanhangwagen reed over de Rijksweg N271, waar een maximumsnelheid van 100 km per uur is toegestaan, met -naar eigen zeggen- een maximale snelheid van 35 tot 40 km per uur, waaruit volgt dat de snelheid waarmee verdachte reed, in aanmerkelijke mate afweek van de op die weg toegestane maximumsnelheid; - op genoemde datum, omstreeks 19:52 uur, [slachtoffer] als bestuurder van een personenauto (merk: Kia, type: Picanto) (met een snelheid van ongeveer 110 km/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.