Nr. 17/02841 Zitting: 6 november 2018 Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft de verdachte bij mondeling arrest van 30 mei 2017 wegens “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en in dat verband een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld. Mr. V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Hiertegen is door mr. F. Boor, advocaat te Utrecht, een verweerschrift ingediend. Mr. F. Boor, advocaat te Utrecht, heeft namens de benadeelde partij één middel van cassatie ingediend. 4Het namens de verdachte ingediende middel 5. Het middel komt op tegen de toewijzing van de vordering benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor zover daarin de kosten van rechtsbijstand zijn betrokken. 6. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat: “hij op 12 augustus 2016 te Almere opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, toebehorend aan Connexxion, heeft vernield.” 7. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 30 mei 2017 houdt onder meer in dat het hoger beroep zich richt tegen de bewezenverklaring. Uit dat proces-verbaal komt verder nog het volgende naar voren. De vordering van de benadeelde partij is aan de orde geweest. De advocaat-generaal merkt op dat de gevorderde kosten van rechtsbijstand niet zijn gespecificeerd en dat daarom moet worden teruggevallen op het liquidatietarief net zoals de politierechter dat heeft gedaan. De raadsman van verdachte stelt zich primair op het standpunt dat de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding vormt en subsidiair verzoekt hij op de vordering te beslissen zoals de politierechter. De raadsman van de benadeelde partij merkt dan op dat dit geen gek idee is. Ik kan het proces-verbaal niet anders lezen dan dat er overeenstemming is dat de kosten voor rechtsbijstand kunnen worden vergoed volgens het liquidatietarief. 8. Het al vermelde proces-verbaal van de zitting van 30 mei 2017 houdt – voor zover voor de beoordeling van het middel relevant – verder nog in: “De voorzitter sluit het onderzoek, spreekt zijn beslissingen uit en motiveert die als volgt: Ter zake van de vordering van de benadeelde partij is er geen discussie over de kosten van de ruit. Ook inzake de beslissing op de vordering van de benadeelde partij volg ik de redenering van de advocaat-generaal. Het liquidatietarief is een redelijke vaststelling van de kosten voor rechtsbijstand. De gestelde gevolgkosten zijn een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte. (…) Het gerechtshof: (…) Vordering van de benadeelde partij Connexxion Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Connexxion ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.535,09 (duizend vijfhonderdvijfendertig euro en negen cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij. Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Connexxion, ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.535,09 (duizend vijfhonderdvijfendertig euro en negen cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.” 9. Vooropgesteld dient te worden dat ingevolge art. 51f Sv degene die rechtstreekse schade heeft geleden door een strafbaar feit zich als benadeelde partij in het strafproces kan voegen. Van rechtstreekse schade is sprake indien een persoon is getroffen in het belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. De kosten van rechtsbijstand zijn niet als zodanige rechtstreekse schade aan te merken. Daaruit volgt dat dergelijke kosten ook niet in aanmerking kunnen worden genomen bij de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr. Indien een benadeelde partij dergelijke proceskosten als onderdeel van schade in de zin van art. 51f Sv vordert, dient zij ingevolge art. 361, tweede lid, Sv in zoverre in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Desalniettemin kunnen kosten van rechtsbijstand worden gerekend onder proceskosten in de zin van art. 592a Sv, waaromtrent de rechter een afzonderlijke beslissing dient te nemen, die ingevolge art. 361, zesde lid, Sv afzonderlijk in de uitspraak moet worden opgenomen. 10. Het gaat in deze zaak om het volgende. In cassatie staat vast dat verdachte een ruit (van een bus) heeft vernield. Busmaatschappij Connexxion heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Uit het voegingsformulier, dat zich op voet van art. 434, eerste lid, Sv bij de stukken in cassatie bevindt, blijkt dat als schadeposten door de benadeelde partij is opgevoerd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.