Nr. 17/03439 Zitting: 11 december 2018 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 31 mei 2017 het vonnis van de kantonrechter waarbij de verdachte in het verzet tegen de strafbeschikking niet-ontvankelijk is verklaard, bevestigd met aanvulling van gronden. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J. Biemond, advocaat te 's-Gravenhage, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel richt zich tegen de door het hof bevestigde niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door de kantonrechter omdat hij kort gezegd geen verzet meer kon instellen tegen de strafbeschikking. De grond waarop het hof de verdachte overeenkomstig het vonnis niet-ontvankelijk heeft verklaard is door het hof aangevuld. De desbetreffende overwegingen in het arrest van het hof luiden: “Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verdachte op de hoogte is geweest van het feit dat hij, door de strafbeschikking te betalen, afstand deed van zijn recht op verzet. Het hof overweegt, hiertoe het volgende. Uit de datum van ontvangst van de strafbeschikking van 15 maart 2015 in verband bezien met de datum, van het instellen van verzet op 16 maart 2015, leidt het hof af . dat de verdachte na ontvangst van de strafbeschikking direct de daaropvolgende dag zijn raadsman heeft geconsulteerd over het instellen van verzet, zodat het hof ervan uitgaat dat de raadsman de verdachte van de consequentie van betaling op de hoogte heeft gesteld. Het hof stelt vast dat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard dat hij na betaling van de strafbeschikking op 15 april 2015 "het toch niet eens was met de strafbeschikking". Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij wist dat de betaling zag op het ten laste gelegde strafbare feit. Het hof leidt uit dit alles af dat de verdachte impliciet afstand heeft gedaan van zijn recht om het verzet door te zetten, door - ondanks het op 16 maart 2015 ingestelde verzet - alsnog aan de, strafbeschikking te voldoen.”
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.