Nr. 16/02235 Zitting: 6 maart 2018 (bij vervroeging) Mr. W.H. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 1 april 2016 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde en wegens 1 “diefstal door twee of meer verenigde personen” en 3 “mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 50 uren, subsidiair 25 dagen voorwaardelijk. Namens de verdachte heeft mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Apeldoorn, één middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt over het oordeel van het hof dat verdachte niet ontvankelijk is zijn hoger beroep voor zover gericht tegen de beslissing ten aanzien van het beslag d.d. 16 juli 2015. De procesgang in de onderhavige zaak was als volgt. De verdachte is bij vonnis van de politierechter van 2 juli 2015 wegens 1 “diefstal door twee of meer verenigde personen”, 2 “belaging” en 3 “mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel” veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter van 2 juli 2015 houdt onder meer in: “Het standpunt van de raadsman met betrekking tot het beslag is bij vonnis van 16 juli 2015 apart geminuteerd. De politierechter deelt, nadat deze zich heeft beraden, het volgende mee: Op het beslag kan ik niet direct beslissen. Uit praktisch oogpunt stel ik voor om direct mondeling uitspraak te doen in de hoofdzaak en op het beslag over twee weken schriftelijk te beslissen. De officier van justitie en raadsman gaan hiermee akkoord.” 7. Vervolgens heeft de politierechter bij vonnis van 16 juli 2015 beslist over het beslag. Dit vonnis houdt onder meer in: “Parketnummer: 16.700314-13 Vonnis van de politierechter van 16 juli 2015 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . 1HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting op 2 juli 2015, waarbij de verdachte niet is verschenen. Ter terechtzitting is verschenen mr. D.L.A.M. Pluijmakers advocaat te Almere, die heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om deze ter terechtzitting te verdedigen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Kamper en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht. Ter terechtzitting is gebleken dat op veel van de in beslag genomen goederen nog een beslissing moet worden genomen. Met goedvinden van de officier van justitie en de raadsman is besloten om de beslissing omtrent het beslag op 16 juli 2015 uit te spreken en op schrift te zetten. De uitspraak over de feiten en de straf heeft reeds ter terechtzitting mondeling plaatsgenomen en is opgenomen in een aantekening mondeling vonnis. 2BESLAG Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat alle in beslag genomen goederen, waar nog niet reeds een beslissing op is genomen, kunnen worden geretourneerd aan [betrokkene 1] , met uitzondering van de op pallet 5 sub 1 genoemde scootmobiel, zwart/rood. Dat goed kan worden geretourneerd aan [betrokkene 2] . Deze uitzondering geldt ook voor de op pallet 6 sub 2 (1 tent in groen foudraal) en sub 3 (1 tent in blauw foedraal). Deze goederen kunnen worden geretourneerd aan de verdachte. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ter zitting een stuk van ‘Mijn wehkamp.nl’ overgelegd als bewijs van aankoop van een complete boxspring Helsinki en een Siemens SE25E865EU vaatwasser. Voorts heeft de raadsman aangegeven dat de 3 boekenkasten (pallet 1 sub 1), het kastje (pallet 1 sub 3) en de 2 zijkanten van het bed, bruin (pallet 1 sub 4) van de broer van verdachte zijn. De raadsman heeft aangegeven dat de boxspring (pallet 1 sub 2), vaatwasmachine, Siemens (pallet 2 sub 1), wasdroger (pallet 2, sub 2), wasmachine (pallet 2 sub 3), eenpersoonsmatras (pallet 3 sub 3), bedbodem (pallet 3, sub 4), bedframe, zwart (pallet 3 sub 6), doos, inhoud Akai stereoset (pallet 4 sub 2), doos, inhoud DVD’s en boeken (pallet 4 sub 3), 2 opdekmatrassen (pallet 5 sub 2), tent in groen foedraal (pallet 6 sub 2), tent in blauw foedraal (pallet 6 sub 3) en de matrasbeschermer wit (pallet 6 sub 4) van verdachte zijn en aan hem geretourneerd moeten worden. Ten aanzien van de overige goederen heeft de raadsman zich gerefereerd. Het oordeel van de politierechter Vooraf overweegt de politierechter als volgt. De politierechter dient zich op de voet van artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering uit te laten over de zaken die in beslag genomen zijn. Bij beslissing van 15 juli 2014 (rekestnummers 13/1562 en 14/38) van deze rechtbank is over een aantal zaken reeds beslist. Daarover zal de politierechter (uiteraard) geen beslissing nemen. Er resteert echter nog een groot aantal zaken waarover dat nog wel dient te gebeuren. De politierechter ziet zich in het nemen van een beslissing beperkt door een gebrek aan informatie. Ook wijst de politierechter erop dat uit de laatste volzin van artikel 353, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering voortvloeit dat iedere door de politierechter te nemen beslissing de rechten ten aanzien van het voorwerp onverlet laat. De civiele rechter kan derhalve een andere beslissing nemen dan de door de politierechter te nemen beslissing. Ten slotte is een complicerende factor dat het hier niet alleen verdachte is die aanspraak maakt op de zaken, maar ook drie andere personen, te weten [betrokkene 1] (bijgestaan door mr. Bosmans), [betrokkene 2] (bijgestaan door mr. Bakker) en [betrokkene 3] . Ter zitting heeft verdachte aanvullend één bon overgelegd, betrekking hebbende op de hiervoor genoemde boxspring en vaatwasser. Dit maakt niet dat vast komt te staan dat de betreffende zaken eigendom zijn van verdachte. Het is immers niet ondenkbaar dat verdachte zaken aanschaft en deze vervolgens bestemt voor de gezamenlijke huishouding van partijen. Het hiervoor overwogene brengt met zich mee dat de politierechter zich over vele zaken niet anders kan uitlaten dan op de wijze genoemd in artikel 353 lid 2 onder c van het Wetboek van Strafvordering: het gelasten dat de zaken bewaard worden ten behoeve van de rechthebbende. Ten slotte geeft de politierechter de diverse betrokkenen (inclusief het Openbaar Ministerie) nog het volgende mee. Het is reeds geruime tijd geleden dat de zaken in beslag zijn genomen. In aansluiting op hetgeen de rechtbank heeft overwogen in haar beslissing van 12 mei 2015 (rekestnummers 15/709 en 15/1213) dient thans omgaand uitvoering te worden gegeven aan de reeds genoemde beslissing van 15 juli 2014. De politierechter heeft ter terechtzitting van de officier van justitie vernomen dat dit nog steeds niet is gebeurd. De politierechter sluit zich aan bij en verwijst naar hetgeen de rechtbank alstoen heeft geoordeeld. Dit geldt ook voor onderhavig vonnis: er dient voortvarendheid te worden betracht met de uitvoering. Voor de zaken waarop de politierechter nog niet heeft kunnen beslissen gaat de politierechter ervan uit dat partijen (c.q. hun raadslieden die ook een afschrift van deze beslissing ontvangen) in overleg treden en het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk meedelen wat er met de zaken dient te gebeuren waarover de politierechter geen beslissing heeft kunnen nemen. De politierechter veroorlooft zich daarbij op te merken dat het belangrijker is om te komen tot een afwikkeling van alle reeds lang geleden in beslag genomen zaken dan dat een ieder zich met hand en tand verzet tegen toedeling van elke individuele zaak aan de ander. De politierechter zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende voorwerpen genoemd onder A, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. De politierechter zal de teruggave aan de hierna te noemen personen gelasten van de aan hen toebehorende voorwerpen genoemd onder B, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet en omdat deze personen redelijkerwijs als rechthebbende kunnen worden aangemerkt. De politierechter zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.