← Nederland

ECLI:NL:PHR:2018:331

Nr. 17/00104 Zitting: 20 februari 2018 Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij verstek gewezen arrest van 12 december 2016 door het gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2016 houdt het volgende in: "De voorzitter doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen. De verdachte, gedagvaard als [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, adres: [a-straat 1], [woonplaats]. is niet verschenen. Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.A.C. van Vuuren, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart dat de verdachte hem met uitdrukkelijk heeft gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen. De voorzitter deelt mede dat de dagvaarding in hoger beroep op de door de wet voorgeschreven wijze lijkt te zijn betekend en dat de verdachte blijkens een door de advocaat-generaal overlegd SKDB- formulier thans niet is gedetineerd. Het hof verleent bij monde van de voorzitter verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan. De voorzitter merkt op dat in de zaak geen schriftuur, houdende grieven is ingediend. De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering voor en legt die aan het hof over. Zij deelt het volgende mede: De verdachte is niet verschenen, de raadsman is niet gemachtigd en er is geen appelschriftuur ingediend. Gelet op die omstandigheden vorder ik dat toepassing wordt gegeven aan artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu ik ook overigens geen belang voor behandeling van de zaak zie.] Na beraad in de raadkamer verklaart de voorzitter het onderzoek gesloten en deelt mede dat aanstonds uitspraak zal worden gedaan. De voorzitter spreekt het arrest uit. (…) Noot griffier: Bij het uitwerken van dit proces-verbaal is gebleken dat op genoemd SKDB-formulier is vermeld dat de verdachte op de dag van de terechtzitting in hoger beroep wel was gedetineerd." 5. Uit het hiervoor weergegeven proces-verbaal blijkt dat na sluiting van het onderzoek en het uitspreken van het arrest is komen vast te staan dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt het vorenoverwogene mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. Het middel is derhalve terecht voorgesteld. 6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.