← Nederland

ECLI:NL:PHR:2018:333

Nr. 16/06298 Zitting: 13 februari 2018 Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij een bij verstek gewezen arrest van 31 oktober 2014 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend. De stukken van het geding houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: (

  1. i)een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat die dagvaarding op 18 september 2014 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend is; (
  2. ii)een aan nog een dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat de dagvaarding tevergeefs is aangeboden op het adres [a-straat 1] te Amsterdam. Daarna is een bericht van aankomst achtergelaten en is de appeldagvaarding, nadat de appeldagvaarding op het postkantoor niet is afgehaald, retour gezonden naar de afzender. Op 7 oktober 2014 is de dagvaarding uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend is. De (waarnemend) griffier heeft op 7 oktober 2014 een afschrift verzonden naar het adres [a-straat 1] te Amsterdam; (iii) een tweetal ID-staten SKDB van 18 september 2014 en 7 oktober 2014, inhoudende: "Huidig GBA-adres Datum ingang 01-10-2012 Adres Brussel Land België Detentie adres Niet gedetineerd Laatst opgegeven woon- of verblijfplaats Datum registratie 20-07-2012 Adres [a-straat 1] Postcode en plaats [postcode] Amsterdam Gemeente en land Amsterdam, Nederland" 5. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2014 houdt onder meer in: "De verdachte[, gedagvaard als [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, adres: [a-straat 1], [postcode] Amsterdam,] is niet verschenen. De voorzitter deelt mede dat de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend en de dat de verdachte niet is gedetineerd. Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan. De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van de verdachte in zijn hoger beroep, voor en legt die aan het hof over. De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten. Hij deelt mede dat volgens de beslissing van het hof aanstonds uitspraak zal worden gedaan. De voorzitter spreekt het arrest uit." 6. Wanneer volgens opgave van de BRP de verdachte naar een ander land is vertrokken, mag eerst dan worden aangenomen dat zijn woon- of verblijfplaats in het buitenland niet bekend is indien bij de desbetreffende gemeente - zonder resultaat - navraag is gedaan of de verdachte bij zijn vertrek de voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen benodigde adresgegevens heeft opgegeven en of die gegevens zijn geadministreerd. De Hoge Raad heeft bepaald dat vorenstaande ook geldt indien de genoemde opgave van de BRP weliswaar een plaats in een ander land inhoudt doch niet de nadere - voor betekening benodigde - adresgegevens. 7. Het hof heeft geoordeeld dat "de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend en de dat de verdachte niet is gedetineerd". Gezien de inhoud van de hiervoor onder 4 (iii) weergegeven ID-staten SKDB had het hof evenwel alleen tot dat oordeel kunnen komen indien ten aanzien van de opgave in de BRP, inhoudende dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in Brussel te België woonachtig was, de hiervoor onder 6 bedoelde navraag was gedaan en zonder resultaat was gebleven. 8. In aanmerking genomen dat het hof niet heeft blijk gegeven te hebben onderzocht of deze navraag is gedaan, is het oordeel van het hof dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend, ontoereikend gemotiveerd. Het middel klaagt daarover terecht. 9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317 rov. 3.20. Vgl. HR 30 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0616, NJ 2010/198.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.