Zaaknr: 17/02976 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 20 april 2018 Conclusie inzake: [eiser] tegen 1. [verweerster 1] 2. [verweerder 2] In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of het hof de boete die verweerders in cassatie aan eiser tot cassatie op grond van de tussen hen gesloten koopovereenkomst zijn verschuldigd, op een lager bedrag heeft kunnen vaststellen dan het door de rechtbank toegewezen bedrag. 1. Feiten en procesverloop 1.1 Eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) heeft zijn vrijstaande villa, gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] (hierna te noemen: de woning), te koop aangeboden. [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) trad daarbij ten behoeve van [eiser] op als verkopend makelaar. 1.2 Verweerders in cassatie (hierna gezamenlijk: [verweerder] c.s.) hebben de woning begin 2012 bezichtigd. Nadat mondelinge overeenstemming was bereikt, heeft [betrokkene 1] de conceptkoopakte volgens het NVM-model met de daarbij behorende standaardtoelichting bij e-mailbericht van 14 juni 2012 toegezonden onder de mededeling: “Wij verzoeken u de inhoud van deze bescheiden goed door te nemen, en ons direct te informeren indien er iets naar uw mening niet correct in staat”. 1.3 Op 15 juni 2012 heeft taxateur [betrokkene 2], werkzaam bij AB Wonen makelaars, via tussenkomst van [betrokkene 1] de woning in opdracht van [verweerder] c.s. getaxeerd ten behoeve van het verkrijgen van (hypothecaire) financiering. In het taxatierapport is de marktwaarde getaxeerd op € 585.000,- en de executiewaarde op € 515.000,-. 1.4 [verweerder] c.s. en [eiser] hebben op 17/19 juni 2012 de koopovereenkomst ondertekend. In de koopovereenkomst is vermeld dat de overeengekomen koopsom € 575.000,- k.k. bedraagt en dat de akte van levering uiterlijk 1 augustus 2012 zal worden gepasseerd (artikel 3.1). 1.5 Ingevolge artikel 10.1 van de koopovereenkomst kan de koopovereenkomst door middel van een schriftelijke verklaring worden ontbonden, indien de nalatige partij - na in gebreke te zijn gesteld - gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van een of meer van haar uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. In dat geval is de nalatige partij bij een toerekenbare tekortkoming een terstond opeisbare boete van € 57.500,- verschuldigd, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal (artikel 10.2). Indien de wederpartij geen ontbinding maar nakoming verlangt, is de nalatige partij een boete verschuldigd van drie promille van de koopsom per dag tot de dag van nakoming, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding en kosten van verhaal. Indien de wederpartij na verloop van tijd alsnog de koopovereenkomst ontbindt, is de nalatige partij de boete van drie promille verschuldigd tot de datum van ontbinding van de overeenkomst (artikel 10.3). 1.6 In artikel 16 lid 1 onder b van de koopovereenkomst is een financieringsvoorbehoud opgenomen op grond waarvan [verweerder] c.s. als kopers de koopovereenkomst kunnen ontbinden. In artikel 16 lid 3 en artikel 21 van de koopovereenkomst worden aan het inroepen van het financieringsvoorbehoud nadere eisen gesteld. Artikel 21 is een bepaling die aan de standaardtekst van de NVM-koopakte is toegevoegd. Deze bepalingen luiden: “16.1 Deze overeenkomst kan door koper worden ontbonden indien uiterlijk: (…) b. op 13 juli 2012 koper voor de financiering van de onroerende zaak voor een bedrag van: € 609.500,- geen hypothecaire geldlening of het aanbod daartoe van een erkende geldverstrekkende instelling heeft verkregen (...) tegen de normaal geldende rentes en voorwaarden; (…) 16.3 Partijen verplichten zich over en weer al het redelijk mogelijke te doen teneinde de hierboven bedoelde (…) financiering (...) te verkrijgen. De partij die de ontbinding inroept dient er zorg voor te dragen, dat de mededeling dat de ontbinding wordt ingeroepen, uiterlijk op dezelfde werkdag na de datum waarvan in de betreffende ontbindende voorwaarde sprake is door de wederpartij of diens makelaar is ontvangen. Deze mededeling dient goed gedocumenteerd te geschieden bij “aangetekende brief met bericht handtekening retour” of “telefaxbericht met verzendbevestiging”. Alsdan zijn beide partijen van deze overeenkomst bevrijd. (..) (...) artikel 21 Inroepen ontbindende voorwaardenfinanciering Indien koper ontbinding inroept conform artikel 16.3 dan dient hij/zij dit goed gedocumenteerd te doen. Koper verklaart dat indien er gebruik gemaakt wordt van deze ontbindingsmogelijkheid dat dit schriftelijk gebeurd en wel per aangetekende post of faxbericht met ontvangstbevestiging aan [A] Makelaars OG op uiterlijk de eerste werkdag na het inroepen van de mededeling. Dit moet met minimaal 2 afwijzingen van erkende Nederlandse geldverstrekkers inclusief de hoogte van het bedrag waar de financiering voor is aangevraagd. Indien koper aan deze eis niet voldoet dan zal de koopovereenkomst onherroepelijk zijn en zal nakoming gevorderd worden door verkoper. Alle gevolgen zoals schade, extra kosten en gerechtelijke invorderingskosten zijn ten laste van koper.” 1.7 Bij brief van 28 juni 2012 heeft Rabobank Flevoland de financieringsaanvraag van [verweerder] c.s. afgewezen. De tekst van de brief luidt: “In het gesprek d.d. 28 juni 2012 heeft u een financieringsaanvraag gedaan voor de aankoop van een woning gelegen aan [a-straat 1] te [plaats]. Op basis van de door u verstrekte gegevens moeten wij u helaas meedelen dat wij uw verzoek niet kunnen honoreren.” 1.8 [verweerder] c.s. hebben bij e-mailberichten en bij fax verzonden brief van 11 juli 2012 aan [betrokkene 1] medegedeeld dat zij er niet in zijn geslaagd om de benodigde hypotheek te krijgen. In de fax hebben [verweerder] c.s. een beroep gedaan op het financieringsvoorbehoud van artikel 16 lid 1 onder b van de koopovereenkomst. [verweerder] c.s. hebben voorts de brief van Rabobank van 28 juni 2012 toegezonden en medegedeeld dat de afwijzing van ABN Amro mondeling is gedaan en een schriftelijke bevestiging desgewenst na ontvangst kan worden nagezonden. Ter toelichting op de afwijzing door Rabobank hebben [verweerder] c.s. opgemerkt: “(…) het is stuk gelopen op het taxatierapport. De waarde is te laag. En eerlijk gezegd vinden wij dat zelf ook. De vraagprijs is € 647.000,-, terwijl de woning klaarblijkelijk € 585.000,- waard is!” 1.9 [betrokkene 1] heeft [verweerder] c.s. in een e-mailbericht van 13 juli 2012 te 9:55 uur laten weten dat [eiser] er waarde aan hecht dat het inroepen van de ontbinding goed gedocumenteerd verloopt, conform het bepaalde in artikel 21 van de koopovereenkomst. “Graag zie ik dus nog de 2 afwijzing.” 1.10 ABN Amro heeft [verweerder] c.s. bij brief van 13 juli 2012 bericht dat de hypotheekaanvraag is afgewezen. Als reden wordt genoemd: “Wij vinden het niet verantwoord u de lening aan te bieden.” 1.11 Nadat [verweerder] c.s. ABN Amro hadden laten weten dat de afwijzingsbrief niet helemaal voldeed aan de in het koopcontract gestelde eisen, schreef ABN Amro in een e-mailbericht van 13 juli 2012 te 13:34 uur dat gebruik is gemaakt van de afwijzing die zij “sinds jaar en dag” verstrekt. Verder schreef ABN Amro: “Daarnaast is in uw geval de afwijzing niet op basis van de inkomensgegevens tot stand gekomen maar op basis van de codering bij het bkr.” 1.12 [betrokkene 1] is die dag per fax en e-mailbericht in kennis gesteld van de brief van ABN Amro. [verweerder] c.s. hebben in hun fax nog opgemerkt: “Het is op zich correct dat in artikel 21 van de koopovereenkomst staat vermeld dat de afwijzingen inclusief de hoogte van het bedrag waar de financiering voor is aangevraagd dienen te zijn, maar zowel de ABN AMRO Bank als de Rabobank hebben ons vandaag bericht dat dit ongebruikelijk is.(...) Het is dan ook de vraag of de verkoper in deze genoegen neemt met de huidige stukken die door ons zijn aangeleverd. Als dit niet het geval is dan verneem ik dat per ommegaande van je en verzoek ik je hierbij de termijn van de ontbindende financieringsvoorwaarde te verlengen met 2 weken.” 1.13 [betrokkene 1] heeft op diezelfde dag, 13 juli 2012, per e-mailbericht om 17:20 uur aan [eiser] de afwijzing van ABN AMRO toegezonden en het voorstel gedaan een ontbindingsakte op te maken. 1.14 Per e-mailbericht hebben [verweerder] c.s. op 13 juli 2012 te 14:49 uur en 16:06 uur aan [betrokkene 1] voorgesteld de ontbindingsakte op te stellen en aan hen toe te zenden. [betrokkene 1] heeft bij e-mailbericht van 16 juli 2012 aan [verweerder] c.s. bericht dat hij de volgende dag zijn secretaresse zal vragen de ontbindingsakte op te maken en naar [verweerder] c.s. te mailen. Ook suggereert [betrokkene 1] in dit e-mailbericht nog enige andere mogelijkheden. 1.15 [verweerder] c.s. hebben bij e-mailbericht van 18 juli 2012 geantwoord dat zij de ontbindingsakte wensen te ontvangen. De ontbindingsakte is bij e-mailbericht van 19 juli 2012 door [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]), Office manager op het kantoor van [betrokkene 1], toegezonden onder de mededeling dat na ondertekening [eiser] de akte zal ondertekenen en een kopie van de akte aan [verweerder] c.s. zal worden toegezonden. 1.16 Nadat [verweerder] c.s. de ontbindingsakte hadden ondertekend en op het kantoor van [betrokkene 1] hadden bezorgd, heeft [betrokkene 3] [verweerder] c.s. op 20 juli 2012 bericht: “Een door beide partijen ondertekende kopie zal zo spoedig mogelijk naar u verzonden worden.” 1.17 De toenmalige advocaat van [eiser] heeft [verweerder] c.s. bij brief van 1 augustus 2012 in gebreke gesteld voor het niet storten van een waarborgsom van € 57.500,- en het niet afnemen van de woning en gesommeerd om de koopovereenkomst binnen acht dagen alsnog na te komen, bij gebreke waarvan aanspraak wordt gemaakt op de contractuele boete van € 57.500,-, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoedingen en vergoedingen van kosten van verhaal. 1.18 [verweerder] c.s. hebben bij brief van 1 augustus 2012 op de ingebrekestelling gereageerd. Zij voeren aan een beroep op het financieringsvoorbehoud te hebben gedaan ten gevolge waarvan de koopovereenkomst is ontbonden en dat dit beroep door [eiser] is geaccepteerd. 1.19 De toenmalige advocaat van [eiser] heeft [verweerder] c.s. bij brief van 2 augustus 2012 geantwoord dat op 13 juli 2012 niet op de juiste wijze een beroep is gedaan op de ontbindende financieringsvoorwaarde, de in het kader van de door [eiser] aan [betrokkene 1] gegeven bemiddelingsopdracht niet inhoudt een volmacht tot het sluiten of het ontbinden van een koopovereenkomst en dat door [betrokkene 1] en de office manager [betrokkene 3] niet onrechtmatig is gehandeld. Hierdoor is volgens de toenmalige advocaat van [eiser] de koopovereenkomst onherroepelijk geworden. 1.20 Vervolgens is [betrokkene 1] door [verweerder] c.s. aansprakelijk gesteld, welke aansprakelijkheid door [betrokkene 1] bij e-mailbericht van 6 augustus 2012 is afgewezen. Hierop is nog enige correspondentie gevolgd waarin partijen in hun standpunten hebben volhard. 1.21 De koopovereenkomst is door de nieuwe advocaat van [eiser] bij brief van 3 september 2012 per 24 september 2012 ontbonden. 1.22 [eiser] heeft [verweerder] c.s. bij inleidende dagvaarding van 23 oktober 2012 gedagvaard voor de rechtbank Midden-Nederland, zitting houdend te Lelystad, en gevorderd dat [verweerder] c.s. zullen worden veroordeeld tot betaling aan hem van € 79.350,-, te vermeerderen met wettelijke rente, en tot betaling van aanvullende schadevergoeding en kosten van verhaal, op te maken bij staat. 1.23 [verweerder] c.s. hebben de rechtbank bij incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring verzocht toe te staan dat zij [betrokkene 1], h.o.d.n. [A] Makelaars O.G., in vrijwaring oproepen. Bij vonnis in het incident van 13 maart 2013 heeft de rechtbank toestemming verleend. 1.24 Vervolgens hebben [verweerder] c.s. in de hoofdzaak verweer gevoerd, waarna de rechtbank bij vonnis van 22 mei 2013 een comparitie van partijen heeft gelast. Deze heeft op 4 september 2013 plaatsgevonden. Van de comparitie van partijen is proces-verbaal opgemaakt. 1.25 Bij eindvonnis van 11 december 2013 heeft de rechtbank, voor zover van belang, [verweerder] c.s. veroordeeld om aan [eiser] een bedrag van € 57.500,- te betalen, vermeerderd met rente en het meer of anders gevorderde afgewezen. 1.26 [eiser] is dit eindvonnis in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, en heeft daarbij, zakelijk weergegeven, gevorderd dat het gerechtshof dit vonnis zal vernietigen en zo nodig onder aanvulling van rechtsgronden opnieuw recht doende zijn vorderingen alsnog zal toewijzen. 1.27 Het hof heeft bij tussenarrest van 13 mei 2014 een comparitie na aanbrengen gelast die op 2 september 2014 heeft plaatsgevonden. 1.28 Hierna heeft [eiser] een memorie van grieven ingediend en daarin twee grieven geformuleerd. 1.29 [verweerder] c.s. hebben de grieven bestreden en daarnaast, onder aanvoering van twee grieven, incidenteel hoger beroep ingesteld. Zij hebben in het principaal appel en het incidenteel appel geconcludeerd, zakelijk weergegeven, tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser], althans tot afwijzing van het door [eiser] ingestelde beroep. [eiser] heeft een memorie van antwoord in incidenteel beroep genomen. 1.30 Het hof heeft bij arrest van 21 maart 2017, voor zover van belang, het vonnis waarvan beroep vernietigd en opnieuw rechtdoende [verweerder] c.s. veroordeeld om aan [eiser] een bedrag van € 34.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, de hoofdzaak voor de betaling van aanvullende schadevergoeding en kosten van verhaal verwezen naar de schadestaatprocedure en het meer of anders gevorderde afgewezen. 1.31 [eiser] heeft tijdig cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het hof van 21 maart 2017. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. [eiser] heeft afgezien van het geven van schriftelijke toelichting. 2Bespreking van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel, dat uit zeven onderdelen bestaat, is in de kern gericht tegen rov. 5.16 en (een gedeelte van) de rov. onder de kop “Slotsom”. Alvorens op het middel in te gaan, geef ik een korte schets van de (omvang van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.