Zaaknr: 18/01764 mr. F.F. Langemeijer Zitting: 22 juni 2018 Conclusie inzake: [betrokkene] tegen 1. (de behandelaar
(2014), aant. C.8 (noot 52). HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI5924, NJ 2010/1 m.nt. J. Legemaate, rov. 3.4.2; HR 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2370, NJ 2017/224 m.nt. J. Legemaate, rov. 3.3.2; en in gelijke zin HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:690, RvdW 2017/487, rov. 3.3.
- Vgl. MvT, Kamerstukken II 2005/06, 30 492, nr. 3, blz.
- Zie over dwangbehandeling vanuit EVRM-perspectief bijv. J. Legemaate e.a., Derde evaluatie Wet Bopz. Deel 7: Internationale ontwikkelingen, Den Haag: VWS 2007 (Bijlage bij Kamerstukken II 2006/07, 25 763, nr. 7), blz. 44 e.v.; en W.J.A.M. Dijkers en T.P. Widdershoven, SDU Commentaar Wet Bopz, art. 38