Zaaknr: 17/01687 mr. B.J. Drijber Zitting: 26 januari 2018 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [eiseres] , eiseres tot cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk tegen Federatie Nederlandse Vakbeweging, verweerster in cassatie, advocaat: mr. S.F. Sagel Deze zaak gaat over de uitleg van een bepaling uit de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer met betrekking tot toeslagen voor nachtritten. Er bestaat een parallel met de zaak 17/00384, FNV/ [A] , waarin eveneens de uitleg van een CAO-bepaling aan de orde is. Het leek mij doelmatig om de conclusie in deze zaak te vervroegen zodat beide zaken gelijk op kunnen lopen. 1Feiten 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten. 1.2 Eiseres tot cassatie (hierna: [eiseres] ) oefent een transportonderneming uit en is lid van de Vereniging Transport en Logistiek Nederland (TLN). TLN heeft met FNV Bondgenoten jarenlang CAO’s voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen afgesloten. De CAO voor de periode 2012 – 2013 (hierna: de CAO) is op dit geschil van toepassing. De CAO is algemeen verbindend verklaard geweest van 1 februari 2013 tot 1 januari 2014. De opvolgende CAO’s zijn eveneens algemeen verbindend verklaard. 1.3 In de CAO is onder meer het volgende bepaald: “Artikel 37 Toeslag ééndaagse nachtritten. Per 1 januari 2012 wordt voor ééndaagse nachtritten voor de diensturen gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur een vergoeding […] toegekend. (…)” Onder een ééndaagse rit wordt verstaan een rit waarbij vertrek en aankomst binnen 24 uur plaatsvinden. Het begrip ‘nachtrit’ is niet gedefinieerd. 1.4 In eerdere CAO’s was een soortgelijke bepaling opgenomen. In een vonnis van de rechtbank Middelburg, locatie Terneuzen, van 18 oktober 2006 heeft de kantonrechter daaromtrent het volgende overwogen: “4. (…) De kantonrechter heeft in het vorige tussenvonnis deze uitleg gegeven en wel in de navolgende bewoordingen: ‘een rit die zich afspeelt binnen 24 uur en waarvan de uitvoering geheel of gedeeltelijk plaatsvindt in de periode gelegen tussen 00.00 en 06.00 uur.’ 1.5 FNV heeft vastgehouden aan het standpunt dat voor ritten tussen 20.00 en 04.00 uur voor elk gewerkt uur een toeslag is verschuldigd. Bij brief van 1 oktober 2014 heeft FNV Bondgenoten [eiseres] gesommeerd om uiterlijk 8 oktober 2014 schriftelijk aan haar te bevestigen dat zij de nachttoeslag aan haar chauffeurs zal uitbetalen conform de uitleg die FNV Bondgenoten aan het desbetreffende CAO-artikel geeft. 2Procesverloop 2.1 In eerste aanleg heeft FNV - na wijziging van eis - gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 1. [eiseres] veroordeelt art. 37 CAO 2012/2013 (op de juiste wijze) na te leven, door haar chauffeurs over de uren gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur (daaropvolgend) een nachttoeslag te betalen wanneer zij in de uren gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur (daaropvolgend) werkzaamheden verrichten, ongeacht of hun dienst (ook) loopt tussen 00.00 en 06.00 uur, binnen zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag en per keer dat [eiseres] daaraan geen gevolg geeft; 2. [eiseres] veroordeelt om binnen 60 dagen na het in deze te wijzen vonnis met afgifte van afschriften van loonspecificaties aan FNV aan te tonen dat aan de in dienst zijnde en in dienst geweest zijnde werknemers de toeslag van art. 37 CAO is nabetaald indien zij in de periode vanaf 1 oktober 2009 voor die toeslag in aanmerking kwamen en betaling daarvan ten onrechte uitbleef, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat [eiseres] daaraan geen gevolg geeft, een en ander met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure. 2.2 Volgens FNV betaalt [eiseres] ten onrechte geen “nachttoeslag” aan werknemers die ten behoeve van een (niet-meerdaagse) nachtrit na 20.00 uur, maar voor 00.00 uur, werkzaamheden hebben verricht. Dit is volgens haar in strijd met art. 37 CAO. FNV verwijst ook naar de CAO’s van vóór 1994, waarin hetzelfde is bepaald en waarin onder dagdienst werd verstaan: “werkzaamheden op de dagen van maandag t/m vrijdag, liggend in de periode van 06.00 tot 20.00 uur daaropvolgend. 2.3 [eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat een puur grammaticale uitleg van art. 37 CAO te beperkt is. Zij meent dat onder een nachtrit in de zin van voornoemde bepaling moet worden verstaan een rit tussen 00.00 uur en 04.00 uur. Onder het begrip nachtrit kunnen niet tevens werkzaamheden tussen 20.00 en 00.00 uur worden verstaan; die werkzaamheden dienen volgens haar te worden aangemerkt als avonddienst. De CAO geeft weliswaar geen definitie van nachtrit, maar [eiseres] stelt dat moet worden aangesloten bij art. 1:7 lid 1 sub d Arbeidstijdenwet. Daarin wordt onder nachtdienst verstaan een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. [eiseres] stelt dat zij derhalve slechts verplicht is de nachttoeslag te betalen indien er gewerkt wordt tussen 00.00 en 04.00 uur. 2.4 Bij vonnis van 24 september 2015 heeft de kantonrechter binnen de rechtbank Amsterdam - kort gezegd - geoordeeld dat het begrip nachtrit in art. 37 CAO moet worden uitgelegd als een rit waarin tussen 20.00 en 04.00 uur werkzaamheden worden verricht en de vorderingen van FNV toegewezen. Daarbij is de dwangsom gemaximeerd op een bedrag van € 50.000,-. 2.5 [eiseres] is in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis bij het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het hof). 2.6 Bij arrest van 3 januari 2017 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd, met dien verstande dat met betrekking tot de vordering van FNV tot afgifte van salarisspecificaties (in cassatie niet relevant) is overwogen dat [eiseres] kan volstaan met het overleggen van geanonimiseerde salarisspecificaties. De voor de beoordeling in cassatie relevante overwegingen houden het volgende in: “3.4.1 De eerste vijf grieven hebben de kennelijke strekking te betogen dat de door de kantonrechter gebezigde uitleg van artikel 37 van de CAO onjuist is en dat de uitleg van dat artikel als door [eiseres] voorgestaan dient te worden gevolgd. Ter toelichting heeft [eiseres] daarbij samengevat het volgende gesteld. De kantonrechter heeft ten onrechte betekenis toegekend aan de CAO’s tot 1994, nu sedertdien het begrip ‘dagdienst’ is geschrapt terwijl ook de tijden waarover voorheen een nachttoeslag betaald diende te worden zijn gewijzigd. Voorts is het door de kantonrechter gebezigde toetsingscriterium ‘hoe de werknemer de tekst in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen begrijpen’ onjuist. Voor zover daarbij is gedoeld op de Haviltex-uitlegmaatstaf dan wel een uitleg van de tekst ‘contra proferentem’ wordt beoogd, miskent de kantonrechter dat de toetsing uitsluitend aan de zogenoemde cao-norm dient plaats te vinden. Zelfs indien voor de uitleg van het betreffende artikel toch enig gewicht zou toekomen aan de cao’s tot 1994 dan sluit het in die cao’s gebezigde begrip dagdienst (06.00 tot 20.00 uur) noch aan bij het standpunt van FNV over wat dan een nachtdienst is (20.00 tot 04.00 uur) noch bij het standpunt van [eiseres] (00.00 tot 06.00 uur), zodat deze uitleg als zodanig niet van belang is voor het onderhavige geschil. Ten slotte is de kantonrechter eraan voorbijgegaan dat de rechtbank Middelburg, locatie Terneuzen, in zijn vonnis van 18 oktober 2006 reeds had geoordeeld dat de door [eiseres] voorgestane uitleg, te weten slechts uren vergoeden die in een eendaagse rit daadwerkelijk in de nacht vallen, derhalve na 00.00 uur, de juiste is. FNV heeft deze uitleg destijds ook omarmd. 3.4.2 Het hof overweegt als volgt. Artikel 37 CAO bepaalt dat een (extra) vergoeding is verschuldigd over de uren tussen 20.00 en 04.00 uur en voorts dat dit geldt voor nachtritten. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het verrichten van werkzaamheden (deels of geheel) vallend in de periode 20.00 tot 04.00 uur dient te worden beschouwd als een nachtrit (FNV) dan wel dat eerst van een nachtrit sprake is als (ook) in de periode 00.00 tot 04.00 uur is gewerkt ( [eiseres] ). Nu een afzonderlijke definitie van het begrip nachtrit in de CAO ontbreekt dient de bepaling te worden uitgelegd. Als uitgangspunt voor de daarbij aan te leggen toets geldt het volgende. Bij de uitleg van de bepalingen van een cao zijn de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Dit betekent echter niet - de woorden ‘in beginsel’ duiden daarop - dat bij het bepalen van inhoud en strekking van een cao-bepaling onder alle omstandigheden alleen gelet mag worden op de letterlijk (grammaticale) betekenis van de bewoordingen. Een uitleg naar objectieve maatstaven houdt tevens in dat acht mag worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Indien de bedoeling van de partijen bij de cao naar objectieve maatstaven volgt uit de cao-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend (vergelijk HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427). 3.4.3 Het hof stelt allereerst vast dat uit artikel 37 CAO in ieder geval volgt dat de werkzaamheden vallend tussen 20.00 en 04.00 in beginsel - het element “nachtrit” daargelaten - voor een toeslag in aanmerking komen. Het gaat daarbij naar zijn aard om een inconveniëntentoeslag. FNV stelt zich op het standpunt dat alle werkzaamheden vallend binnen dit tijdsbestek voor deze extra vergoeding in aanmerking komen, terwijl [eiseres] betoogt dat dit enkel geldt voor het geval de desbetreffende werkzaamheden - al dan niet ook - vallen binnen het tijdsbestek van 00.00 tot 04.00 uur. Die laatste lezing kan niet worden gevolgd. Een dergelijke nadere voorwaarde komt in de CAO als zodanig niet voor en het ligt voorts meer voor de hand een rit die valt in het in de CAO genoemde tijdsbestek van 20.00 en 04.00 aan te merken als een nachtrit in de zin van de CAO waarover toeslag is verschuldigd. Deze uitleg strookt ook met de duidelijkheid (lees: de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen) in die zin dat de werkzaamheden verricht in de uren (niet enkel tussen 00.00 en 04.00 maar ook die) gelegen tussen 20.00 en 00.00 uur altijd worden vergoed, waar in de visie van [eiseres] de vergoeding voor laatstbedoelde werkzaamheden nog afhankelijk is van de vraag of tevens na 00.00 uur is gewerkt. Laatstbedoelde uitleg zou er bovendien toe leiden dat de uren gewerkt tussen 20.00 en 00.00 uur de ene keer wel en de andere keer niet voor vergoeding in aanmerking komen, hetgeen op gespannen voet staat met de hiervoor aangeduide aard van de toeslag. 3.4.4 Bij de aldus voorgestane uitleg heeft het hof tevens acht geslagen op de systematiek van de CAO’s geldend vóór 1994, waarin laatstelijk in artikel 32 van de desbetreffende CAO de uren tussen 06.00 en 20.00 uur werden aangeduid als dagdienst, waarbij geen toeslag was verschuldigd in tegenstelling tot de uren gelegen tussen 20.00 en 06.00 uur waarvoor wel een toeslag gold. Partijen zijn het er over eens dat het terugbrengen van de eindtijd van 06.00 uur tot 04.00 uur slechts was ingegeven door de wens tegemoet te komen aan de economische realiteit van de 24-uurseconomie. Voor de uitleg van artikel 37 CAO is dat laatste overigens verder niet van belang. Voor de door [eiseres] bepleite uitleg van het element “nachtrit” in artikel 37 CAO aan de hand van de Arbeidstijdenwet (waarin het begrip ‘nachtdienst’ wordt gedefinieerd als arbeid gelegen tussen 00.00 en 06.00 uur) ziet het hof geen aanleiding, nu de CAO daarvoor geen enkel aanknopingspunt biedt. 3.4.5 De verwijzing naar het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Middelburg, locatie Terneuzen, kan [eiseres] niet baten nu de in dat vonnis gegeven uitleg van artikel 37 van de CAO niet strookt met hetgeen hiervoor is overwogen. Als in de brief van [betrokkene 1], medewerkster van FNV, van 28 maart 2012 al een erkenning valt te lezen van de juistheid van het oordeel van de betreffende kantonrechter - FNV heeft dat gemotiveerd betwist - is dat gezien het karakter van een (overigens ook nog algemeen verbindend verklaarde) CAO niet van belang. 3.4.6 Het feit dat in de door het hof voorgestane uitleg de toevoeging “nacht” aan het begrip “eendaagse ritten” in artikel 37 CAO ook weggelaten had kunnen worden weegt onvoldoende op tegen de hiervoor gegeven argumentatie om tot een ander oordeel te komen. Het hof merkt in dit verband nog op dat het niet de eerste keer zal zijn dat CAO-partijen iets over het hoofd hebben gezien. 3.4.7 Dit alles betekent dat de eerste vijf grieven falen”. 2.7 Bij op 3 april 2017 ingediende procesinleiding heeft [eiseres] - tijdig - cassatieberoep ingesteld. FNV heeft geconcludeerd tot verwerping. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk toegelicht. Namens [eiseres] is gerepliceerd. 3Bespreking van het cassatiemiddel Inleiding 3.1 Het valt op dat het standpunt van [eiseres] in de verschillende instanties niet volledig gelijkluidend is. Blijkens rov. 3.4 van het vonnis van 24 september 2015 heeft de kantonrechter begrepen dat zij een uitleg bepleit waarbij alleen een toeslag vanaf 20.00 wordt ontvangen, indien er na 00.00 uur met werken wordt gestart. In hoger beroep heeft [eiseres] gesteld dat die uitleg van haar stellingen onjuist is en verdedigd dat voor de verschuldigdheid van een vergoeding vereist is dat een werknemer tenminste één uur na 00.00 moet hebben gewerkt. Het thans in cassatie ingenomen standpunt wijkt daar weer enigszins van af: de toeslag voor de uren tussen 20.00 en 24.00 uur is (alleen) verschuldigd als een rit ten minste gedeeltelijk na 24.00 valt. Ik ga van die laatste versie uit. 3.2 Ik verklap nu al dat ik de door FNV toegestane uitleg juist acht omdat de tekst van art. 37 CAO duidelijk is. Er staat: voor de diensturen gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur wordt een vergoeding toegekend. Daaraan is niet gevoegd: indien na 24.00 uur moet worden doorgewerkt. We hebben hier dus de luxe van een cao-bepaling die eigenlijk niet voor verschillende uitleg vatbaar is. The provision means what it says. 3.3 Daarmee zijn we er nog niet helemaal, want we moeten vervolgens kijken of de letterlijke tekst niet een onbillijk resultaat te zien geeft. Dat is niet het geval. Integendeel: de door [eiseres] verdedigde uitleg kan juist leiden tot onbillijke uitkomsten. Ik illustreer dat aan de hand van twee voorbeelden: 1. De rit begint om 16 uur en eindigt om 23.00 uur: volgens [eiseres] heeft de chauffeur geen recht op de toeslag voor nachtritten; volgens FNV heeft hij dat recht wel voor de drie uur van 20.00 tot 23.00 uur. 2. De rit begint om 19 uur en eindigt om 02.00 uur: volgens [eiseres] heeft de chauffeur recht op de toeslag voor nachtritten gedurende zes uur (van 20.00 uur tot 02.00 uur); FNV heeft het zelfde standpunt. 3.4 [eiseres] staat dus een interpretatie voor waarbij een toeslag alleen moet worden betaald indien na middernacht moet worden gereden. Zij stelt niet: indien en voor zover er na middernacht wordt gereden, omdat dan in het tweede voorbeeld slechts over twee uur (van 24.00 tot 02.00 uur) een toeslag verschuldigd zou zijn. Als deze uitleg wordt gevolgd, hangt het recht op een toeslag over de uren vóór 24.00 uur dus af van het toevallige – en mogelijk te beïnvloeden – moment waarop de rit eindigt. De chauffeur die om 23.45 binnen is krijgt geen toeslag, zijn collega die om 00.15 klaar is krijgt die toeslag wél. Deze uitleg leidt tot ongelijke behandeling van (sterk) vergelijkbare situaties en daarmee tot onaannemelijke rechtsgevolgen. Het middel 3.5 Art. 37 was in het relevante tijdvak algemeen verbindend verklaard en is daarom aan te merken als ‘recht’ in de zin van art. 79 RO. De aan de bepaling te geven uitleg kan derhalve in cassatie op juistheid worden getoetst. 3.6 Het cassatiemiddel is gericht tegen de door het hof in rov. 3.4.1 tot en met 3.4.7 aan art. 37 CAO gegeven uitleg. [eiseres] klaagt dat, anders dan het hof aanneemt, van een nachtrit in de zin van die bepaling eerst sprake is als een ééndaagse rit als hier aan de orde tenminste deels na middernacht plaatsvindt, omdat het spraakgebruik meebrengt dat een rit die vóór 00.00 uur (middernacht) eindigt, niet een nachtrit maar een avondrit is. Derhalve berust het bestreden arrest op een onjuiste rechtsopvatting, aldus het middel. Ter nadere onderbouwing van haar klacht wijst [eiseres] naar de door haar in feitelijke aanleg betrokken stellingen, die zij als volgt samenvat: “Het begrip ‘nachtrit’ is in de CAO niet gedefinieerd. In een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis van 18 oktober 2006 is de hier voorgestane uitleg gevolgd. Dat vonnis was aan partijen bekend, toen zij opvolgende CAO’s, met daarin art. 37 en zijn voorgangers, afsloten. In het verleden, vóór 1994, sprak de CAO van ‘dagdienst’, maar uit de wijziging daarvan mag niet worden afgeleid dat wat eertijds geen ‘dagdienst’ was, daarmee nu ‘nachtdienst’ c.q. een nachtrit zou zijn (…). Aan het (…) argument dat partijen, bekend met het vonnis van 18 oktober 2006 én de reactie van ( [betrokkene 1] , medewerkster van) FNV, de uitleg van dat vonnis kenden en geen aanleiding vonden de tekst van art. 37 (grote) betekenis toe. De uitleg waartoe Kantonrechter en Hof zijn gekomen, leidt tot het onaannemelijk resultaat dat het begrip ‘nachtritten’ geen (materiële) betekenis toekomt. De door [eiseres] aan art. 37 CAO gegeven uitleg is bovendien in overeenstemming met de Arbeidstijdenwet waarin ‘nachtdienst’ wordt gedefinieerd als een dienst waarin arbeid wordt verricht tussen 00:00 en 06:00 uur.” 3.7 Achtereenvolgens klaagt [eiseres] nog dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.