Nr. 18/00848 Zitting: 12 februari 2019 Mr. D.J.M.W. Paridaens Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 22 februari 2018 door de enkelvoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken. De verdachte heeft het cassatieberoep laten instellen. Namens de verdachte heeft mr. E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, een schriftuur met eén middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het bewezenverklaarde niet uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat: “hij op 27 oktober 2016 te Prinsenbeek, gemeente Breda, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, A16, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.” 5. De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd: “In de hieronder opgenomen bewijsmiddelen wordt verwezen naar het proces-verbaal van de Politie eenheid Oost-Nederland, District IJsselland, registratienummer PL0400/271020160226003815, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 9 december 2016 door [verbalisant], hoofdagent van politie, met bijlagen, bestaande uit een in wettige vorm opgemaakte proces-verbaal en een geschrift. I. Het proces-verbaal artikel 9 [WVW] Proces-verbaal, voor zover inhoudende als verklaringen en bevindingen van de verbalisanten [verbalisant]: Op 27 oktober 2016 reed ik, [verbalisant] over de A16, bij Prinsenbeek. Ik zag dat verdachte aldaar een personenauto Opel Astra, met kenteken [kenteken] bestuurde. Ter controle op de juiste naleving van de bij - of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gegeven voorschriften heb ik het motorrijtuig doen stilhouden en een onderzoek ingesteld. Voor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de categorie B. Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard. Uit het geautomatiseerde systeem van de politie bleek dat het rijbewijs van verdachte op 7 oktober 2010 ongeldig is verklaard. De verdachte verklaarde: ‘ik heb vastgezeten en heb destijds mijn rijbewijs ingeleverd en daarna 3 jaren niet gereden. Ik heb mijn rijbewijs teruggekregen van het CBR.’ II. Een geschrift, zijnde een besluit van 30 september 2010 van het CBR, nummer 2010009114, tot ongeldigverklaring van het rijbewijs, voor zover inhoudende: In het besluit van 14 juli 2010 heeft het CBR de heer [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1987, een onderzoek opgelegd naar zijn geschiktheid. U heeft de kosten van dit onderzoek niet of niet op tijd betaald. Hierbij delen wij mee welk besluit wij hierop hebben genomen. Besluit: Uw rijbewijs is ongeldig vanaf de zevende dag na dagtekening van dit besluit (het hof begrijpt aldus: met ingang van 7 oktober 2010).” 6. Het middel klaagt in het bijzonder dat het hof heeft bewezen verklaard (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.