Nr. 16/05216 Zitting: 12 februari 2019 (bij vervroeging) Mr. B.F. Keulen Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 7 oktober 2016 door het gerechtshof Den Haag wegens 1 primair: ‘medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken’ en 3 primair: ‘van het plegen van witwassen een gewoonte maken’, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden. Er bestaat samenhang met de zaken 16/05038, 16/05428 en 17/00331. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. R.J. Baumgardt en mr. P. van Dongen, advocaten te Rotterdam, hebben drie middelen van cassatie voorgesteld. Het eerste middel klaagt dat het hof het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens schending van het ne bis in idem-beginsel aangezien de verdachte in Kaapverdië reeds onherroepelijk voor dezelfde feiten zou zijn veroordeeld, op ontoereikende gronden heeft verworpen. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat: ‘1. (Zaaksdossier [A-straat 1] ) hij op tijdstippen in de periode van 14 februari 2009 tot en met 23 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededader toen en daar (telkens) meermalen (van) enige geldbedragen verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
(345)TA01-13064 Te 13:55 belt [betrokkene 3] met [betrokkene 2] [betrokkene 3] : koop een nieuw ding om te praten. Zodat ik het heb. Want jij moet enkele dingen voor mij regelen. Ga eentje kopen. [betrokkene 2] : Is goed dan. Tijdens een observatie worden de volgende waarnemingen gedaan: 13:35 uur : De BMW X6, kenteken [kenteken 4] , in gebruik bij [betrokkene 3] rijdt over het [b-straat 1] te Rotterdam in de richting van het appartementencomplex [b-straat 1] naast Hotel New York. 14:03 uur : Een Volkswagen Passat, kenteken [kenteken 2] wordt geparkeerd op het [b-straat 1] te Rotterdam. Een negroïde man met gevlochten haar stapt uit en loopt in de richting van [b-straat 1] . Opmerking verbalisant: Bovengenoemde persoon kon later worden geïdentificeerd als [betrokkene 4] . 14 :16 uur: [betrokkene 4] loopt vanuit de richting van [b-straat 1] terug naar de auto [kenteken 2] . Hij legt iets achterin de auto, stapt in en rijdt weg. 14:35 uur : De auto [kenteken 2] staat geparkeerd in een parkeergarage aan de [c-straat 1] in het vak DWV55 14:50 uur : Het genoemde parkeervak DWV55 blijkt te behoren bij de appartementen [A-straat 1] te Rotterdam. Dinsdag 3 maart 2009 TA16-2111 Te 20:31 uur ontvangt [betrokkene 3] een tekstbericht van NN [betrokkene 10] : 653 is ready by efe TA16-2112 [betrokkene 3] antwoordt te 20:33 uur: Yes he go tex me the address TA16-2113 Te 20:44 ontvangt [betrokkene 3] een tekstbericht van NN [betrokkene 10] : Gein station TA16-2114 Meteen daarna (zelfde tijd) ontvangt [betrokkene 3] een tekstbericht van NN- [betrokkene 10] : Ok, hopefull we do 5 or 1 moro, working on it. When can panc start gvin pls Vertaald: Oke hopelijk doen we 5 of 1 meer/morgen. Ben ermee bezig. Wanneer kan panc gaan geven alsjeblieft. TA16-2118 Te 21:02 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door NNM-
- NNM5102 vraagt of [betrokkene 3] het kan vinden.. [betrokkene 3] is er over 6 minuten. Opmerking verbalisant: Tijdens dit gesprek straalt de telefoon van [betrokkene 3] een zendmast aan op de Bijlmerdreef te Amsterdam-Bijlmermeer. Tijdens de daaropvolgende gesprekken betreft het een zendmast in de directe omgeving van metrostation Gein. TA16-2121 Te 21;31 wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 4] [betrokkene 3] is onderweg terug en is er over een half uurtje. [betrokkene 3] vraagt of [betrokkene 4] ook met die andere man kan komen want [betrokkene 3] wil met hem praten. [betrokkene 4] zegt ok.. TA16-2122 Te 22:01 wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 9] : A: Ja, ja ja! Ik ga nu [verdachte] treffen. Want 653, maar ik heb het nog niet nagekeken. Want is niet eens een half uur geleden dat hij het mij overhandigd heeft. Ik ben op de weg nu, onderweg. TA19-502 Te 22:13 uur belt [betrokkene 3] met [betrokkene 1] [betrokkene 3] zegt dat hij daar bijna is en alles in de auto heeft achtergelaten, en niet naar binnen kan. [betrokkene 3] zegt dat [betrokkene 1] de deur moet komen openen en dat [betrokkene 2] er ook aan komt, voor als zij morgen naar haar toe komt. [betrokkene 1] vraagt waar zij naar beneden moet komen. [betrokkene 3] zegt dat zij de garage moet openen en dat hij nu bij Sparta rijdt. TA19-505 Te 22:21 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 1] [betrokkene 3] : Ja, zoals ik toch tegen jou gezegd heb dat ik er morgen toch niet ben. Zij moet gaan en zij moet naar jou toe komen. Dat heb ik vandaag toch tegen jou gezegd. Ik heb geen andere plek waar zij naar toe kan gaan, voor waar zij naar toe moet komen om de "drop off" te doen. Snap je? Ze zou de "drop off" bij jou komen doen. [betrokkene 1] : Ah [betrokkene 3] : en dan komen (zij) naar jou toe. [betrokkene 1] : Ah, is goed. Ik moet toch gewoon open doen? Jij moet toch naar boven komen? [betrokkene 3] : ja, vanzelf toch. [betrokkene 1] vraagt [betrokkene 3] te bellen als hij nog een minuut moet. [betrokkene 3] zegt dat hij haar belt als hij bij de verkeerslichten van de Erasmusbrug is. Donderdag 5 maart 2009 TA17-1525 Te 12:31 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door [betrokkene 9] JA: Snap je? Want als [verdachte] het gaat overhandigen dan komen de papieren. Zeg tegen [verdachte] dat als hij hier iemand heeft, dan krijgt hij vandaag alle papieren… Maar als hij hier een man heeft dan krijgt hij vandaag alle papieren. Weet je. JO (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ): Als hij daar een man heeft, ja … JA: Als [verdachte] hier iemand heeft om de papieren aan te nemen, dan krijgt hij alle papieren nu, nu gelijk. Binnen een uur. JO: Oke. JA: Maar doordat de mensen verzamelen, verzamelen ... Daardoor laat het lang op zich wachten. Maar de mensen ... hun bus gaat in beweging komen. En als hun bus in beweging komt dan zijn wij de tas/zak en de .. ntv .. kwijt. TA17-1551 Te 17:36 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door [betrokkene 3] vanuit Colombia AM. bel [betrokkene 4] van [verdachte] en zeg dat hij langs die mensen moet gaan om het adres achter te laten, om dat ding te laten weggaan. Dat de vrachtwagen weggaat. Zaterdag 7 maart 2009 TA35-105 Te 15:41 wordt [betrokkene 2] gebeld door NNM-
- NN vraagt of [betrokkene 2] langskomt. [betrokkene 2] zegt er in een uur te zijn. TA35-111 Te 16:50 belt [betrokkene 2] met NNM-5102 [betrokkene 2] zegt er over 5 minuten te zijn. NNM vraagt: het treinstation? Dat kan, zegt [betrokkene 2] ; ze kan naar het station komen, maar ook naar de straat. NN vraagt haar naar de straat te komen. Dat is goed. Opmerking verbalisant: Tijdens dit gesprek straalt de telefoon van [betrokkene 2] een zendmast aan nabij het knooppunt Holendrecht te Amsterdam. TA35-113 Te 17:06 uur belt [betrokkene 2] met [betrokkene 3] in Colombia. S: Hey, ik ga nu terug. A: Hoeveel hebben die mensen jou gegeven? S: Zes tien (6 10). TA17-1680 Te 17:13 belt [betrokkene 1] met [betrokkene 3] in Colombia AM: ik had lange tijd geen bereik hier. Dat ding is onderweg naar jou toe:
- Morgen komt hij met de rest. Dat is 30: 25 .... 5 voor [betrokkene 2] . Dan moet je mij geven 610 minus 30 =
- Denk eraan om de lijst bij te houden. De lijst met inkomsten en de lijst met uitgaven: je ontvangt 610 en hoeveel je uitgeeft, goed. Goed, akkoord TA17-1684 Te 17:44 stuurt [betrokkene 2] een tekstbericht aan [betrokkene 1] Ik ben om 18:30 bij jou TA35-118 Te 19:18 wordt [betrokkene 2] gebeld door [betrokkene 3] vanuit Colombia A: Ben je gereed? S: Ik ben aan het tellen. A. Ik kijk of jij gereed bent, of je goed gearriveerd bent. Je moet mij toch bellen en zeggen dat jij goed bent aangekomen. S: Nee, ik ben er allang. TA35-120 Te 19:43 belt [betrokkene 2] met NNM-5201 S: We hebben het nog een keer gedaan ... en er zaten twee “papers" van 500 op elkaar, maar ik mis nog steeds 1000 ["I'm still missing one thousand']. N: Onmogelijk. S.. En ik heb . . . ik heb alles door de machine gedaan . . . net! TAI7-1688 Te 20:05 belt [betrokkene 1] met [betrokkene 3] in Colombia J: ik moet hun toch gelijk bellen, zodat zij het komen halen? A: [verdachte] . [verdachte] moet jij eerst bellen. J: En. wat moet ik met die 14 doen, het gewoon bewaren? A: Ja, het bewaren. Is [betrokkene 2] al vertrokken? J : ja. A: goed, bel [betrokkene 4] eerst en laat [betrokkene 4] hetgeen komen halen wat hij moet halen. TA17-1694 (…) Te 21:06 wordt [betrokkene 1] gebeld door [betrokkene 9] JA. Heb jij van [betrokkene 2] gehoord? Van [betrokkene 1] ? JO: Ja, ja JA: heeft zij jou gezegd welk kamernummer zij heeft? JO: zes nul negen JA: Ik dacht dat het kamernummer zeshondertien zou zijn JO: Nee. Want zij konden dat nummer niet krijgen. JA. Nee, het is goed. Het is goed. Want zes nul negen
(609)daarvan is de kamer ook goed, maar alleen heeft zij twee gesplitste kamers. Zes nul tien is een compleet grote kamer, maar het is goed. Want ik denk dat ze morgen misschien van kamer gaan wisselen. TA17-1695 Te 21:24 uur belt [betrokkene 1] met [betrokkene 4] NN zegt in tien minuten bij [betrokkene 1] te kunnen zijn. Maandag 16 maart 2009 TA16-2241 Te 20:40 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door NNM-5102. NN5102 nodig [betrokkene 3] uit bij hem thuis te komen eten vanavond [‘dinner’]. [betrokkene 3] vraagt of hij morgen voor het ontbijt ['breakfast'] kan komen. Dinsdag 17 maart 2009 TA 16-2253 Te 12:51 wordt [betrokkene 3] gebeld door NNM-5102 [betrokkene 3] legt uit waar hij is. [betrokkene 3] komt naar het station en zegt dat NN5102 daar op hem moet wachten. Opmerking verbalisant: Tijdens dit gesprek straalt de telefoon van [betrokkene 3] een zendmast aan nabij de Soesterberghof te Amsterdam Zuid-Oost. Dit is een zijstraat van de eerder door NNM-5102 genoemde straat te Amsterdam. TA16-2250 Te 12:35 uur belt [betrokkene 3] met NNM-5102 [betrokkene 3] wil straatnaam voor de TOMTOM, anders kan hij het niet vinden. Ze spreken af in de Willekopstraat in Amsterdam. TA16-2254 Te 13:02 stuurt [betrokkene 3] een tekstbericht aan [betrokkene 9] : Vertaald: 496 ik ga nu kijken of het klopt ga naar [betrokkene 10] voor de rest. TA40-11 Te 14:16 belt [betrokkene 3] met [betrokkene 2] [betrokkene 3] zegt [betrokkene 2] om even naar boven te komen en om de rekenmachine mee te nemen. Tijdens een observatie wordt de volgende waarneming gedaan: 14:55 uur: Een personenauto in gebruik bij [betrokkene 2] rijdt de parkeergarage binnen, gelegen onder het appartementencomplex [b-straat 1] aan het [b-straat 1] te Rotterdam. 16:24 uur De grijze Volkswagen Passat in gebruik bij [betrokkene 4] rijdt de parkeergarage in behorende bij [A-straat 1] en parkeert in het vak DWV55. TA40-17 Te 19:05 wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 1] zegt dat [betrokkene 4] een bericht heeft gestuurd waarin staat dat hij anderhalf teveel heeft gekregen. Donderdag 19 maart 2009 TA16-2314 Te 11:52 uur belt [betrokkene 3] met [betrokkene 9] J: Hoe is het met de man afgelopen? Van [betrokkene 10] . A.: nee, nee, nee . . . Hij heeft mij gezegd dat het eten nog niet klaar is. Snap je? J: Ik ga [betrokkene 10] bellen om te vragen hoe laat het klaar is. A: Want ik heb hem gebeld om te vragen of het eten klaar zou zijn voor de lunch. Hij zei tegen mij dat het nog niet klaar was. Hij zou mij bellen als het eten klaar zou zijn. Snap je? TA16-2324 Te 17:36 belt [betrokkene 3] met NNM-5102 NN Man zegt dat het probleem is dat er geen voedsel is in de supermarkt. [betrokkene 3] vraagt of er wel voor morgen iets is voor de lunch. NN Man zegt: Ja dat is wat ik probeer, ik probeer hen te pushen weet je, zij moeten de ingrediënten halen, weet je wat ik bedoel?” [betrokkene 3] zegt: ‘Ja, ja want de mensen hebben honger weet je? de mensen bellen me steeds ieder half uur ieder uur weet je" Vrijdag 20 maart 2009 TA40-54 Te 15:07 belt [betrokkene 3] met [betrokkene 2] [betrokkene 3] zegt dat het eten klaar is. [betrokkene 2] vraagt of het op dezelfde plaats is. [betrokkene 3] zegt ja, dat [betrokkene 2] hem/haar moet bellen en dat het net als de vorige keer is, hetzelfde restaurant. TA41-24 Te 16:25 wordt [betrokkene 2] gebeld door NNM-5102 Na begroeting zegt NN5102 dat hij [betrokkene 2] niet heeft gezien en vraagt waar ze is. [betrokkene 2] zegt nu de straat in te komen. Opmerking verbalisant : Tijdens dit gesprek straalt de telefoon van [betrokkene 2] een zendmast aan op de Soesterberghof te Amsterdam Zuid-Oost. TA40-64 Te 16:36 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 2] zegt dat ze terug komt [betrokkene 3] vraagt hoeveel het eten kost [betrokkene 2] zegt vier drie en dertig en zeventig [betrokkene 3] zegt dat het goed is. TA16-2362 Te 21:21 uur belt [betrokkene 3] met [betrokkene 1] [betrokkene 3] : is dinges al vertrokken? [betrokkene 4] [betrokkene 1] : Ja, we komen 5 tekort [betrokkene 1] : Er is vijfhonderd te weinig. Ik heb op het pakket geschreven 43 en/met 70 Dinsdag 24 maart 2009 TA16-2448 Te 16:00 uur belt [betrokkene 3] met NNM-5102 [betrokkene 3] vraagt hoe het met de keuken gaat. NN Man zegt dat hij nog steeds in de keuken is en probeert om wat lekker eten voor [betrokkene 3] te koken, NN Man probeert de ingrediënten te krijgen. [betrokkene 3] vraagt of hij NN Man vandaag kan zien. NN Man denkt vandaag niet, hij denkt dat hij vandaag naar de supermarkt moet. [betrokkene 3] zegt dat hij gek wordt van die andere mensen, die bellen hem steeds. NN Man zegt dat [betrokkene 3] maar moet zeggen dat ZIJ geduld moeten hebben want het eten is nog niet klaar. [betrokkene 3] zegt dat dit niet de afspraak was. Vrijdag 27 maart 2009 TA40-182 Te 12:36 uur belt [betrokkene 3] met [betrokkene 1] zegt dat [betrokkene 4] aan het bellen is en dat hij pissig wordt. [betrokkene 1] vraagt wat ze tegen hem moet zeggen. [betrokkene 3] zegt dat [betrokkene 1] tegen hem moet zeggen dat [betrokkene 3] de man bij wie hij het ding op moet halen sinds gisteren belt maar dat hij de telefoon niet opneemt. [betrokkene 3] zegt om tegen hem te zeggen dat [betrokkene 9] nu naar de man zelf in NIGERIA gaat om druk uit te oefenen om dat ding vandaag af te ronden. Dinsdag 31 maart 2009 TA41-89 Te 10:04 uur stuurt [betrokkene 2] een tekstbericht aan NNM-5102: I am on my way Tijdens een observatie worden de volgende waarnemingen gedaan. 10.50 uur: De Chevrolet van [betrokkene 2] rijdt de Schoonhovendreef te Amsterdam op, stopt ter hoogte van de Tolkamerstraat. De bestuurster wordt herkend als zijnde [betrokkene 2] . Een negroïde man stapt uit aan de bijrijderszijde en de auto rijdt verder. TA40-301 Te 10:46 uur wordt [betrokkene 3] gebe1d door [betrokkene 2] S: hey, ik ben onderweg terug A: Hoeveel euro dan? S: Drie tweeënveertig en een half. TA40-302 Te 10:57 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 1] : [betrokkene 2] komt naar mij toe. Moet ik [betrokkene 4] gelijk bellen? [betrokkene 3] : Nee, ik ben er. Als ik er ben ga jij [betrokkene 4] bellen. TA40-306 Te 12:57 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 4] . AM heeft al wat voor [betrokkene 4] . Die meisjes zijn bezig aan het optellen en ze komen zo die kant op. Dan belt hij [betrokkene 4] TA40-306 Te 12:57 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 1] [betrokkene 3] : Hoeveel is het? [betrokkene 1] : 342 vierhonderd [betrokkene 3] : Zet drie tweeënveertig (…) [betrokkene 3] : Zet dan drie dertig voor hen [betrokkene 1] : er blijft dan twaalf vier voor jou. TA43-7 Te 13:45 belt [betrokkene 1] met [betrokkene 4] zegt ik rij naar jou. Donderdag 2 april 2009 TA41-109 Te 14:41 uur wordt [betrokkene 2] gebeld door NNM-5102 NN Man vraagt of [betrokkene 2] kan komen voor de lunch TA41-114 Te 15:4.4 uur belt [betrokkene 2] met NNM-5102 NN Man zegt hallo. [betrokkene 2] zegt: hoi okay, ik zal het hier proberen. Opmerking verbalisant: Tijdens dit gesprek straalt de telefoon van [betrokkene 2] een zendmast aan nabij knooppunt Holendrecht te Amsterdam Zuidoost. TA40-367 Te 15:52 uur belt [betrokkene 2] met [betrokkene 3] [betrokkene 2] zegt dat onderweg terug is. A: Hoeveel S: Twee drie twee TA40-371 Te 18:01 belt [betrokkene 3] met [betrokkene 2] zegt dat ze voor de deur staat. [betrokkene 2] zegt dat zij [betrokkene 1] een sms gestuurd heeft. TA40-377 Te 22:48 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 4] zegt dat hij zo gaat vertrekken. [betrokkene 3] zegt dat 'zij' al slaapt. [betrokkene 4] zegt dan morgenochtend te gaan. [betrokkene 3] zegt dat het al klaar ligt. Maandag 6 april 2009 TA41-147 Te 20:48 uur wordt [betrokkene 2] gebeld door NNM-5102. NN5195 vraagt of [betrokkene 2] weet wat ze moet doen. [betrokkene 2] moet rijden alsof ze er uit komt. En dan ontmoeten we elkaar op de weg, vraagt [betrokkene 2] . Ja, NN5195 zal bij de telefooncel staan. Opmerking verbalisant: Tijdens dit gesprek straalt de telefoon van [betrokkene 2] een zendmast aan nabij Metrostation Gein te Amsterdam-Zuidoost. TA40-459 Te 20:52 uur wordt [betrokkene 3] gebeld door [betrokkene 2] S: ik ben onderweg terug. A: Hoeveel? S: Eén negen acht TA38-351 Te 20:53 uur wordt [betrokkene 1] gebeld door [betrokkene 2] zegt over een uur bij [betrokkene 1] te zijn TA43-18 Te 22:16 uur belt [betrokkene 1] met [betrokkene 4] Na begroeting zegt [betrokkene 4] dat hij naar [betrokkene 1] kan komen. Donderdag 9 april 2009 TA41-171 Te 16:16 wordt [betrokkene 2] gebeld door [betrokkene 3] vanaf Bonaire [betrokkene 3] vraagt aan [betrokkene 2] of ze de kok gebeld heeft. [betrokkene 2] zegt dat ze hem 2 uur geleden gebeld heeft; [betrokkene 2] zegt dat hij gezegd heeft dat [betrokkene 2] even moest wachten. [betrokkene 2] zegt dat hij zo meteen terug zou bellen. [betrokkene 2] zegt dat ze hem om 5 uur weer gaat bellen. [betrokkene 3] zegt dat [betrokkene 2] hem moet bellen en zeggen, dat er al veel dagen verstreken zijn. [betrokkene 3] zegt dat hij [betrokkene 10] weer gaat bellen en wat druk op hem gaat oefenen. Woensdag 15 april 2009 TA43-54 Te 12:31 uur wordt [betrokkene 2] gebeld door [betrokkene 4] zegt dat hij die documenten moet beginnen voor te schieten, want dit duurt te lang. [betrokkene 2] zegt dat hij heeft gezegd dat er nog niks binnen is. TA002AR-45 Te 16:42 uur belt [betrokkene 3] vanaf Aruba met [betrokkene 2] NN Vrouw (het hof begrijpt: [betrokkene 2] ): Nu wel [betrokkene 3] : geef kosa (dingen- in plaats van naam van een persoon) 200 dan en bel thuis en geef 26 [betrokkene 11] (fon.) en neem van jou laat 1000 in de keukenla voor [betrokkene 1] (hof begrijpt ' [betrokkene 1] ' = [betrokkene 1] ). Je brengt 26 naar huis. Den Haag. : jij bent er niet, zij is er niet vandaag dus ik neem 1%. [betrokkene 3] : pak 1500 dan TA43-59 Te 18:52 uur stuurt [betrokkene 2] een tekstbericht aan [betrokkene 4] Hallo. Je bij me komen? Nu? TA43-65 Te 19:48 uur wordt [betrokkene 2] gebeld door [betrokkene 4] vraagt of [betrokkene 2] daar is. Nog niet, zegt ze. [betrokkene 2] zegt doe maar 20 minuten. Maandag 20 april 2009 TA002AR-67 Te 13:18 uur wordt [betrokkene 3] op Aruba gebeld door [betrokkene 2] (NN) NN: Ik was met [betrokkene 12] (fon.) aan het praten en hij vroeg aan mij of ik vandaag DAAR ging en ik antwoordde van wel en hij zei om 20 aan zijn vader te geven. Ik zei tegen hem dat ik eerst aan jou moest vragen. AN : Zeg tegen hem dat wij niet veel hebben gekregen NN: Dat heb ik ook tegen hem gezegd, dat wat wij gekregen hebben niks is. NN.: Hij moet wel gaan wachten want ik moet eerst zijn vader bellen, zodat hij kan komen en ik heb die DING niet meer. IK heb het al daar boven bewaard. Woensdag 22 april 2009 TA49-16 Te 16:01 wordt [betrokkene 2] gebeld door NNM-5102 NNM nodigt [betrokkene 2] uit voor "lunch". [betrokkene 2] zegt dat zij voor "dinner" komt in verband met het verkeer. TA49-47 Te 19:40 uur stuurt [betrokkene 2] een tekstbericht naar NNM-5102 [betrokkene 2] staat buiten Opmerking verbalisant: Tijdens dit gesprek straalt de telefoon van [betrokkene 2] een zendmast aan nabij de Meiberg te Amsterdam Zuidoost. TA40-586 Te 21:17 uur belt [betrokkene 3] met [betrokkene 2] [betrokkene 3] vraagt [betrokkene 2] wat de man aan [betrokkene 2] gegeven heeft. [betrokkene 2] zegt dat het 335 is. [betrokkene 3] zegt tegen [betrokkene 2] om het naar BOVEN te brengen. [betrokkene 3] zegt dat [betrokkene 2] hem moet bellen als ze boven is en dan zal [betrokkene 3] tegen boven zeggen wat ze tegen [betrokkene 4] moet zeggen dat hij moet komen halen. TA40-591 Te 21:37 ontvangt [betrokkene 3] een tekstbericht van [betrokkene 2] Ik neem 2,5 mee. TA40-601. Te 23:02 belt [betrokkene 3] met [betrokkene 1] [betrokkene 3] : laat dat van [betrokkene 4] tot morgenochtend. Ik laat je weten wat je voor hem achter moet laten. TA43-97 Te 23:40 stuurt [betrokkene 1] een tekstbericht aan [betrokkene 4] : Morgenmiddag Donderdag 23 april 2009 TA40-633 Te 16:09 belt [betrokkene 3] met [verdachte] zegt dat hij nog steeds op hem zit te wachten [betrokkene 3] : hoe laat kom je langs? [verdachte] zegt 20 minuten. Tijdens een observatie wordt waargenomen: 16:55 Op het parkeerterrein van het appartementencomplex [b-straat 1] waarin de woning [b-straat 1] te Rotterdam is gesitueerd, staat geparkeerd een Volkswagen Beatle. 17:05 uur: [betrokkene 4] en [verdachte] komen uit de richting gelopen van het portiek welk onder meer toegang geeft tot perceel [b-straat 1] te Rotterdam. [betrokkene 4] draagt een zwarte tas. [betrokkene 4] en [verdachte] stappen in de Beatle. [betrokkene 4] rijdt weg als bestuurder in de richting van de Erasmusbrug in Rotterdam. 17:11 uur: De Beatle rijdt een roldeur binnen van een parkeerkelder. De parkeerkelder is gelegen onder de appartementen [A-straat 1] te Rotterdam. 17:13 uur: [betrokkene 4] en [verdachte] lopen het portiek binnen. [betrokkene 4] opent de deur van perceel 505. Beiden gaan naar binnen waarna de deur wordt gesloten. 17:17 [betrokkene 4] verlaat het pand, gevolgd door [verdachte] . [betrokkene 4] sluit de deur af met een sleutel. Opmerking verbalisant: op 23 april 2009 vond een doorzoeking plaats van perceel [A-straat 1] te Rotterdam. Tijdens de doorzoeking werd in het pand een geldbedrag van 4.578.360 euro in beslag genomen. 6. Een proces-verbaal van verhoor van het KLPD, DNR, d.d. 8 september 2009 (…). Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als de op 8 september 2009 afgelegde verklaring van de medeverdachte [betrokkene 1] : Ik woon op het adres [b-straat 1] te Rotterdam. Deze woning wordt gehuurd door [betrokkene 3] (het hof begrijpt: [betrokkene 3] ). [betrokkene 3] is bijna elke dag bij mij. 7. Een proces-verbaal van het KLPD, DNR, d.d. 24 november 2009 (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar: Bij doorzoeking van de woning van de verdachte [betrokkene 1] aan het [b-straat 1] te Rotterdam werd een geldtelmachine gevonden. 8. Een proces-verbaal van het KLPD, DNR, d.d. 17 september 2009 (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar: Op dinsdag 8 september 2009 vond er een doorzoeking ter inbeslagneming plaats onder leiding van de rechter-commissaris Mr. Kalk in de woning [b-straat 1] te Rotterdam. Tijdens de doorzoeking werd een gesloten boek met de titel "menselijke anatomie voor kunstenaars" in de vensterbank van de woonkamer aangetroffen. Bij onderzoek aan dit boek werden op diverse pagina's notitiebriefjes aangetroffen waarop onder meer met de hand geschreven namen en berekeningen stonden vermeld. (BFK: de bewijsmiddelen 9 t/m 11 behelzen handgeschreven briefjes met getallen en berekeningen). 12.Een ander geschrift, te weten een tapgesprek d.d. 4 mei 2009 om 13:46 uur, (…). Dit geschrift houdt in - zakelijk weergegeven -: [betrokkene 1] wgd [betrokkene 3] A: Hey? Zet het in S0SA2S0SA LIVE.NL A: En je zet alles, wat hij/zij ingeleverd heeft bovenaan, zoals wij het toch berekend hebben. J: 5 6 5 A: 5 6 5 van de 50.. en hoeveel hij/zij zus en zo tot nu toe is blijven geven. In details. A: Goed? Zet het. Dan zeg ik tegen [betrokkene 12] dat hij er in moet kijken. Vanaf het begin tot wat hij/zij tot nu toe gegeven heeft. Zet het zoals ik jou heb uitgelegd. In honderd gulden en 1000 euro. J: zoals de kleine toch? A: Ja, de klein ja. Stuur het van [betrokkene 12] . 13. Een ander geschrift, te weten een e-mailbericht d.d. 4 mei 2009 (…). Dit geschrift houdt in - zakelijk weergegeven-: (BFK: een bericht van [e-mailadres 1] to [e-mailadres 2], houdende een weergave van getallen en data). 14.Een proces-verbaal van de raadsheercommissaris belast met strafzaken bij dit gerechtshof, d.d. 27 juli 2016. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als verklaring van de verdachte [verdachte] : U zegt mij dat ik door het openbaar ministerie in verband wordt gebracht met een woning aan het [A-straat 1] te Rotterdam. Ik ben wel eens met [betrokkene 4] in dat huis geweest. 15. Een proces-verbaal van de raadsheercommissaris belast met strafzaken bij dit gerechtshof, d.d. 30 maart 2016. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als verklaring van de medeverdachte [betrokkene 4] : U houdt mij voor dat er een bedrag is aangetroffen van bijna 4,6 miljoen cash in een pand op de [A-straat 1] te Rotterdam (het hof begrijpt: het [A-straat 1] te Rotterdam). Ik weet waar het over gaat. Dat huis, we hadden allemaal een relatie, en we kwamen daar of samen of alleen. [betrokkene 5] heeft mij gevraagd om geld aan hem te lenen. Ik sprak met hem af dat ik zijn huis kon huren en een bijdrage kon doen. Ik bood hem 500 tot 600 euro per maand aan, maar ik wilde er dan alleen gebruik van maken, zonder dat er anderen kwamen.’ 26. Het hof heeft in het verkort arrest voorts de volgende bewijsoverwegingen aan feit 1 gewijd: ‘6.2 Zaaksdossier [A-straat 1] 6.2.1 Vaststaande feiten en omstandigheden Het hof leidt uit de beschikbare bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden af. Op 23 april 2009 is bij de doorzoeking van de woning aan het [A-straat 1] in Rotterdam een contant geldbedrag aangetroffen en inbeslaggenomen van € 4.578.360,-. Het geld bevond zich in één van de twee manshoge kluizen in een afgesloten kamer in de woning. De kluis is met geweld geopend. Het geld - in verschillende coupures - was verpakt in zeven oranje tassen en in een grijze papieren tas in deze afgesloten kluis. Er zaten 4241 briefjes van € 500,- bij het aangetroffen geld, een type biljet dat veelal in het criminele circuit wordt gebruikt. In de woning werden ook twee geldtelmachines aangetroffen. Deze woning werd gehuurd door (medeverdachte) [betrokkene 4] , maar volgens het GBA stonden er anderen ingeschreven op dat adres. Na de inbeslagname heeft niemand zich als rechthebbende op dat geld gemeld bij de justitiële autoriteiten. Op basis van telefoontaps, observaties en voorwerpen aangetroffen bij de verschillende doorzoekingen is naar voren gekomen dat in de ten laste gelegde periode door de medeverdachten [betrokkene 3] en [betrokkene 2] op verschillende data grote contante geldbedragen op verschillende locaties in Amsterdam Zuid-Oost zijn opgehaald en vervolgens naar Rotterdam zijn gebracht. Uit getapte gesprekken vlak voorafgaand aan de ten laste gelegde periode tussen met name [betrokkene 3] en [betrokkene 9] komt naar voren dat er kennelijk 'papieren' (het hof begrijpt geld) van [betrokkene 10] in Afrika via [betrokkene 3] naar [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte] ) in Nederland moeten komen zodat er dan door [verdachte] iets aan [betrokkene 10] kan worden gegeven. Ook is vast komen te staan dat de contante geldbedragen vrijwel steeds werden gebracht naar het adres [b-straat 1] te Rotterdam. Dit appartement (dat gehuurd werd door verdachte [betrokkene 3] ) was de vaste verblijfplaats van verdachte [betrokkene 1] . Ook bij de doorzoeking in dat pand is een geldtelmachine aangetroffen. Voorts is gebleken dat [betrokkene 1] het geld daar op verschillende momenten al dan niet samen met [betrokkene 2] heeft geteld, het geld bewaarde in de woning aan het [b-straat 1] , en ook een rol had bij het overdragen van contante bedragen aan [betrokkene 4] / [verdachte] ( [verdachte] ). Ook noteerde zij de in- en uitgaande bedragen op notitieblaadjes en onderhield zij daarover telefonisch contact met [betrokkene 3] en [betrokkene 9] . In dat appartement zijn een aantal van deze notitieblaadjes - gestoken in het boek 'Menselijke anatomie voor kunstenaars' - aangetroffen met daarop verschillende berekeningen, telkens beginnend met een vermenigvuldiging (p x
- q)met een totaalbedrag waarvan vervolgens daaronder bedragen worden afgetrokken. Daarbij wordt in bijna alle gevallen een datum vermeld. Dat de vermelde bedragen met 1000 vermenigvuldigd moeten worden, blijkt bij vergelijking van deze notitieblaadjes met andere op het [b-straat 1] aangetroffen notitieblaadjes (waar voor een deel dezelfde data staan vermeld maar waar de bedragen wel voluit zijn geschreven) in combinatie met informatie uit telefoontaps. De afgetrokken bedragen op de notities komen overeen met bedragen genoemd in de getapte telefoongesprekken over de hoogte van de in Amsterdam opgehaalde bedragen (beslagcode [WI028.F.3.1.014], dit betreft de zogenaamde 'balans van [betrokkene 10] ') en die over de bedragen die zijn doorbetaald (al dan niet via [betrokkene 4] ) aan [verdachte] / [verdachte] (beslagcode [WI028.F.3.1.012], in eerder genoemd gesprek wordt gesproken over 'wat ik [verdachte] heb gegeven'). Ook is er een e-mail d.d. 4 mei 2009 die blijkens de getapte gesprekken door [betrokkene 1] in de mailbox van [e-mailadres 2] is gezet en waar de opgehaalde bedragen ook op staan vermeld. De combinatie van informatie uit telefoontaps, genoemde notities en emailbericht kunnen naar het oordeel van het hof als volgt schematisch worden vertaald: Datum Genoteerde opgehaalde geldbedrag en in Amsterdam [WI028.F.3.1.014] Door wie Genoteerde datum Genoteerde geldbedrag en overgedragen in Rotterdam [WI028.F.3.1.012] Aan wie 14/2/09 € 350.000 M 15/2/09 € 300.000 Z 17/2/09 € 300.000 M 17/2/09 € 280.000 P+Z 19/2/09 € 200.000 M 19/2/09 € 140.000 P+Z 24/2/09 € 400.000 M 24/2/09 € 380.000 24/2/09 € 85.000 Aan M overhandigd in Rotterdam door NN € 85.000 Z+? 27/2/09 € 345.000 M € 340.000 Z 03/3/09 € 653.000 M 03/3/09 € 627.000 Z+P ? 07/3/09 € 609.000 C 07/3/09 € 580.000 Z 17/3/09 € 496.000 M 17/3/09 € 475.000 Z 20/3/09 € 432.570 C 20/3/09 € 386.500 Z 31/3/09 € 342.430 C 31/3/09 € 330.000 Z 02/4/09 € 232.000 C 02/4/09 € 210.000 Z 06/4/09 € 198.000 C 06/4/09 € 150.000 Z 15/4/09 € 225.800 C € 200.000 Z 20/4/09 € 139.000 C 21/4/09 € 85.000 ? 22/4/09 € 334.980 C 22/4/09 € 305.000 Z&P M= [betrokkene 3] , C- [betrokkene 2] , Z= [betrokkene 4] , P= [verdachte] . Het hof gaat er van uit dat enerzijds is witgewassen door het trio [betrokkene 3] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] en anderzijds door het duo [betrokkene 4] en verdachte [verdachte] , zodat er binnen het geschetste feitencomplex sprake is van twee groepen medeplegers. Naar het oordeel van het hof zijn de volgende typologieën van witwassen op de onderhavige zaak van toepassing op basis waarvan een vermoeden van witwassen jegens de verdachte en zijn medeverdachte is gerechtvaardigd: • het fysiek vervoeren (en het in huis bewaren) van grote bedragen in contanten brengt een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich; • het voorhanden hebben van grote hoeveelheden contant geld zonder noodzaak daartoe op grond van bedrijf of beroep; • de geldbedragen van zeer grote omvang, in contante coupures, die niet terug zijn te vinden in (officiële) boeken van en evenmin kunnen worden verantwoord met stukken van reguliere handelsactiviteiten; • er is geen of slechts summiere administratie waarin namen ontbreken; 6.2.2 Wetenschap ten aanzien van de criminele herkomst Het hof is van oordeel dat, gelet op dit vermoeden van witwassen en de daarbij in aanmerking genomen feiten en omstandigheden, van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Verdachte [verdachte] heeft op 27 juli 2016 verklaard geen wetenschap te hebben gehad omtrent de aanwezigheid van het aangetroffen geldbedrag op het [A-straat 1] . Het hof acht deze verklaring, gezien de bewijsmiddelen, ongeloofwaardig. Verdachte [betrokkene 4] heeft zich hieromtrent in zijn meest recente verklaring - die als getuige op 30 maart 2016 - beroepen op zijn verschoningsrecht. Aldus is door [betrokkene 4] en [verdachte] geen enkele - laat staan een aannemelijke - verklaring gegeven voor de herkomst van de gelden die werden bewaard in de kluis op het [A-straat 1] . Het hof is daarom van oordeel dat er geen andere conclusie mogelijk is dan dat de ten laste gelegde geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte daarvan op de hoogte was. 6.2.3 Medepleger Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde –intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Naar het oordeel van het hof waren [betrokkene 4] en [verdachte] telkens als medeplegers betrokken bij het gewoontewitwassen in de tenlastegelegde periode van geldbedragen die van enig misdrijf afkomstig waren met een totaalbedrag van ruim 4,5 miljoen euro. Zoals hierboven omschreven had ieder van hen een eigen specifieke rol en werd nauw en bewust met elkaar samengewerkt teneinde de bedragen te verwerven, voorhanden te hebben en te verhullen wie de rechthebbende was van genoemd geldbedrag door telkens contante geldbedragen te ontvangen van de groep [betrokkene 3] / [betrokkene 2] / [betrokkene 1] en deze bedragen vervolgens te vervoeren en te bewaren in de kluis in de woning aan het [A-straat 1] . Zulks terwijl deze door [betrokkene 4] onderhands gehuurde woning - waar in de gemeentelijke administratie een ander gezin op stond ingeschreven - door derden niet direct in verband kon worden gebracht met [verdachte] .’ 27. De stellers van het middel klagen, mede blijkens de toelichting op het middel, dat de omstandigheid dat een medeverdachte van zijn recht om zichzelf niet te belasten gebruik heeft gemaakt door het hof is beschouwd als bewijs dat de verdachte het strafbaar feit heeft begaan. Dat oordeel zou van een onjuiste rechtsopvatting getuigen. 28. In zoverre het middel er van uit gaat dat de omstandigheid dat medeverdachte [betrokkene 4] zich als getuige op zijn verschoningsrecht heeft beroepen als bewijsmiddel aan de bewezenverklaring van feit 1 ten grondslag is gelegd, mist het feitelijke grondslag. Het hof heeft een groot aantal bewijsmiddelen aan de bewezenverklaring ten grondslag gelegd, zo bleek. In die bewijsmiddelen wordt evenwel niet aan het beroep van de medeverdachte op zijn verschoningsrecht gerefereerd. 29. De stellers van het middel betogen vervolgens dat de omstandigheid dat een medeverdachte geen aannemelijke verklaring heeft afgelegd over het in zijn woning aangetroffen geldbedrag, (ook) niet kan ‘worden gebruikt (als bewijsmiddel) om hieruit af te leiden dat verdachte dan ook wel wetenschap heeft gehad van dat aanwezige geldbedrag en de herkomst daarvan’. Het oordeel van het hof zou, zo begrijp ik, ook om die reden getuigen van een onjuiste rechtsopvatting. En de bewezenverklaring zou onvoldoende met redenen omkleed zijn. 30. Uit de bewijsmiddelen vloeit voort dat het hof de bewezenverklaring van de wetenschap van de verdachte ten aanzien van de criminele herkomst van het geldbedrag op andere feiten en omstandigheden heeft gebaseerd dan (alleen) het beroep van medeverdachte [betrokkene 4] op het verschoningsrecht. Dat de verdachte deel uitmaakte van de groep personen die zich bezig hield met (onder meer) witwassen, heeft het hof afgeleid en kunnen afleiden uit de bewijsmiddelen, in het bijzonder de telefoontaps en observaties (bewijsmiddel 5), waaruit de (aard en intensiteit van
- de)contacten met de andere verdachten naar voren komen. De verdachte heeft weinig telefoongesprekken gevoerd die zijn opgenomen en tot het bewijs gebezigd; uit de gesprekken tussen anderen (van 6, 11, 19 en 23 februari en 3, 5 en 7 maart) alsmede uit observaties (24 februari, met betrekking tot de auto van de verdachte, alsook ten aanzien van de verdachte zelf op 17 februari en 23 april 2009) komt zijn betrokkenheid evenwel duidelijk naar voren. Uit de afgeluisterde gesprekken, waarin verhullende taal wordt gebezigd, heeft het gerechtshof onder meer afgeleid dat geld van [betrokkene 10] in Afrika via [betrokkene 3] naar de verdachte in Nederland moest komen en dat [betrokkene 1] een rol had bij het overdragen van contante bedragen aan [betrokkene 4] en de verdachte. Het gerechtshof baseert de vaststelling dat de geldbedragen zijn doorbetaald aan de verdachte ook op de tot het bewijs gebezigde notities. Tegen deze vaststellingen richt het middel zich niet. Ten slotte blijkt de specifieke betrokkenheid van de verdachte bij de geldbedragen die in de woning [A-straat 1] zijn gevonden, uit een telefoongesprek dat is opgenomen en observaties die zijn gedaan op 23 april 2009, de dag van de doorzoeking. 31. Dat het hof daarnaast refereert aan het beroep op het verschoningsrecht door de verdachte [betrokkene 4] , hangt samen met de overwegingen die het hof aan het beslissingskader inzake witwassen wijdt. Het overweegt dat, gelet op de vastgestelde feiten en omstandigheden op basis waarvan het komt tot een witwas-vermoeden, van de verdachte ‘mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is’. Daarbij benoemt het hof in het bijzonder dat de verdachte op 27 juli 2016 heeft verklaard geen wetenschap te hebben gehad omtrent de aanwezigheid van het aangetroffen geldbedrag; het hof acht deze verklaring gezien de feiten en omstandigheden die uit de bewijsmiddelen voortvloeien ongeloofwaardig. In aansluiting daarop stelt het hof vast dat de medeverdachte zich in zijn meest recente – als getuige afgelegde – verklaring op zijn verschoningsrecht heeft beroepen en daarmee ook geen – laat staan een aannemelijke – verklaring voor de herkomst van deze gelden heeft gegeven. Daarin klinkt door dat het hof in het geval de medeverdachte wel een dergelijke verklaring had gegeven, daar ook in de strafzaak tegen de verdachte een plicht tot nader onderzoek voor het openbaar ministerie uit had willen afleiden. Men zou tegen deze achtergrond zelfs kunnen betogen dat het hof zich in het belang van de verdachte in de procesopstelling van de medeverdachte heeft verdiept. Hoe dat ook zij, van een onjuiste rechtsopvatting getuigen de overwegingen van het hof niet. De slotsom van het hof dat er geen andere conclusie mogelijk is dan dat de ten laste gelegde geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte daarvan op de hoogte was, is in het licht van de bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk. De bewezenverklaring van witwassen is toereikend met redenen omkleed. 32. Het tweede middel faalt. 33. Het derde middel betoogt dat de redelijke termijn van de berechting is geschonden. De stukken van het geding zijn niet tijdig, te weten binnen acht maanden na het instellen van beroep in cassatie naar de griffie van Uw Raad gezonden. 34. Namens de verdachte is op 12 oktober 2016 beroep in cassatie is ingesteld tegen het arrest van het hof. Blijkens een op de aanbiedingsbrief van de processtukken geplaatst stempel zijn de stukken van het geding eerst op 24 oktober 2017 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat brengt mee dat de inzendtermijn van acht maanden, in geval van een niet preventief gehechte verdachte, met ruim vier maanden is overschreden. Ambtshalve merk ik op dat ook de termijn van twee jaar waarbinnen de cassatieprocedure behoort te zijn afgerond inmiddels is overschreden. Daarmee is gegeven dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn is geschonden. Dit dient te leiden tot stafvermindering. 35. Het derde middel slaagt. 36. De eerste beide middelen kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik, afgezien van de overschrijding van de redelijke termijn, geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven. 37. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Zie HR 4 februari 1969, ECLI:NL:HR:1969:AB3700, NJ 1970/325 en vgl. ook HR 19 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7115, NJ 2008/132, rov. 4.3. waarin Uw Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk de vraag of sprake was van “hetzelfde feit” in de zin van art. 68, tweede lid, Sr in het midden had gelaten, omdat aan de overige voorwaarden voor toepasselijkheid van dat artikellid niet was voldaan. Het hof had vastgesteld dat de aan de verdachte in België opgelegde straf van vijf jaar gevangenis nog niet geheel ten uitvoer was gelegd. Vgl. ook HR 26 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5357, NJ 2009/348 m.nt. Mevis, rov. 4.4, waarin ten behoeve van een herzieningsverzoek werd aangevoerd dat de aanvrager voor dezelfde feiten tevoren in België was vervolgd en onherroepelijk veroordeeld. Nu in de aanvraag niet werd aangevoerd dat “de door het Hof van Beroep opgelegde gevangenisstraf van zes jaar geheel ten uitvoer is gelegd dan wel dat aan de aanvrager gratie is verleend of dat de opgelegde straf is verjaard” bleek reeds daarom uit de aanvrage niet van strijd met art. 68, tweede lid, Sr. Het middel kwam in die zaak op tegen de omstandigheid dat de verdachte voorafgaand aan een veroordeling in Nederland onherroepelijk in België was veroordeeld, terwijl het hof naar het oordeel van de steller ten onrechte geen toepassing gaf aan art. 63 Sr. Uw Raad oordeelde dat een dergelijke strafoplegging geen veroordeling als bedoeld in art. 63 Sr betreft en dat de ontwikkelingen op het gebied van de Europese strafrechtelijke samenwerking niet nopen tot een ander oordeel. Klip heeft deze kritiek, maar dan gebaseerd op artikel 3 van Kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie, uitgewerkt in zijn noot onder HR 6 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018, NJ 2018/220, waarin Uw Raad het in 2009 ingenomen standpunt herhaalde. Het middel verwijst naar een passage in overweging 6.2.2; het gestelde onder 6.2 ziet op zaaksdossier [A-straat 1] . Het hof verwijst daarmee indirect naar o.m. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787; NJ 2010/456, rov. 2.5; HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2471, NJ 2010/460, rov. 2.3 en HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:194, rov. 3.4 waaruit volgt dat een door de verdachte aangedragen concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken herkomst van het geld, kan leiden tot de noodzaak van het instellen van nader onderzoek (door het openbaar ministerie). Zie recentelijk HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352. Alleen al tegen deze achtergrond faalt ook het beroep dat het middel doet op richtlijn 2016/343/EU van 9 maart 2016, betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn. Vgl. over die richtlijn recentelijk HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97. Zie HR 3 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7309, NJ 2000/721 m.nt. De Hullu alsmede HR 14 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358 m.nt. Mevis.