PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/03650 B Zitting 10 december 2019 CONCLUSIE In de zaak [klager 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de klager 1Inleiding 1.1. De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 28 mei 2019 beslist tot gegrondverklaring van het door klager ingestelde beklag met betrekking tot het in de beschikking aangeduide geldbedrag, en tot teruggave daarvan. Voorts heeft de rechtbank het beklag gegrond verklaard ten aanzien van de in de beschikking aangeduide 31 goederen “indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen” en heeft de rechtbank daarvan ook de teruggave gelast van die goederen aan klager “indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen”. Ten slotte heeft de rechtbank klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag ten aanzien van vijf overige goederen als aangegeven in de beschikking. 1.2. Er bestaat samenhang met negen andere zaken. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. 1.3. Uit de gedingstukken blijkt dat het in deze zaak en in de samenhangende zaken gaat om het volgende. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de motorclub ‘[A] MC’ hebben bij een grootschalige actie op 21 november 2018 op 40 locaties doorzoekingen plaatsgevonden, waarbij naast andere goederen, in totaal ongeveer 700 digitale gegevensdragers in beslag zijn genomen. Het onderzoek door politie en justitie naar de inbeslaggenomen gegevensdragers richt zich op het uitlezen daarvan en de (mogelijke) communicatie tussen klagers en degenen die in dit onderzoek als verdachte zijn aangemerkt. Het gaat daarbij om twee verdachten, een bestuurder van de motorclub, [betrokkene 1] (bijnaam: [betrokkene 1]) en [betrokkene 2]. Zij worden verdacht van deelname aan een criminele organisatie en betrokkenheid bij de liquidatie van [betrokkene 3]. Met betrekking tot de liquidatie zijn eerder vier verdachten aangehouden, waarvan drie lid van de motorclub [A]. 1.4. De rechtbank heeft, zoals gezegd, in de onderhavige zaak bij beschikking van 28 mei 2019 het beklag op grond van art. 552a Sv tegen de inbeslagneming van 31 voorwerpen (waaronder gegevensdragers) onder de klager gegrond verklaard per 28 juni 2019, indien daarover op die datum door het openbaar ministerie nog geen beslissing tot teruggave is genomen. 1.5. Het cassatieberoep is ingesteld namens het openbaar ministerie en mr. H.H.J. Knol, plaatsvervangend officier van justitie bij het arrondissementsparket Midden-Nederland, heeft één middel van cassatie voorgesteld. 2Het oordeel van de rechtbank 2.1. De beschikking van de rechtbank houdt onder meer het volgende in: ‘’ ‘’De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden: ‘’ 1. onder klager is op 21 november 2018 op de locatie [c-straat 1] te [plaats] een (groot) aantal goederen in beslag genomen (zie beslaglijst die als bijlage I is gevoegd); ‘’ 2. klager heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen.(…)Overwegingen ‘’ De raadsman van klager heeft aangevoerd dat klagers eigenaar zijn van de inbeslaggenomen goederen; zij hebben hier geen afstand van gedaan. De goederen zijn niet door enig strafbaar feit verkregen of onttrokken aan een rechthebbende. Door de voortduring van het beslag is er de nodige financiële schade. Het klaagschrift dient dan ook gegrond te worden verklaard. ‘’ Ter zitting heeft de raadsman aangevuld dat het klaagschrift met name betrekking heeft op de inbeslaggenomen gegevensdragers en het geldbedrag van € 900,00. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het OM geen grondslag meer heeft om deze goederen na 6 maanden nog langer in beslag te houden. Bij deze stand van het onderzoek is de waarheidsvinding daar niet meer mee gediend. Primair heeft de raadsman verzocht om teruggave van de goederen danwel een tijdslimiet te stellen van maximaal anderhalve maand om deze goederen te retourneren. ‘’ Voorts heeft de raadsman ter zitting aangegeven dat de twee auto’s (een Peugeot en een Seat type Ibiza), het paspoort van klager [klager 4], de werkpas van de partner van [klager 5], de horloges en de administratie van [betrokkene 1] zijn teruggegeven en dat klagers afstand hebben gedaan van de spullen die op naam staan van [betrokkene 4]. ‘’ De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van een groot aantal goederen er op dit moment nog een onderzoeksbelang is. Dat maakt dat het OM zich verzet tegen de teruggave van:C.01.04.001 harde schijf ‘’ C.01.04.003 Motorola ‘’ C.03.01.003 Acer smartphone ‘’ C.03.01.005 Blackberry ‘’ C.04.01.002 laptop Samsung ‘’ C.04.01.003 tablet Samsung ‘’ C.10.01.002 USB stick ‘’ C.1005.007 Samsung ‘’ C.10.05.008 Blackberry ‘’ C.13.01.011 Samsung ‘’ C.13.03.001 Samsung roze ‘’ C.15.02.001 HP laptop ‘’ C.15.01.002 laptop (moet zijn C.15.02.002) ‘’ C.16.02.001 USB stick ‘’ C.16.03.001 Ipad ‘’ C.16.03.002 Samsung Story ‘’ C.16.06.001 Samsung ‘’ C.16.07.001 Ipod ‘’ C.16.07.002 Samsung ‘’ C.16.08.001 Acer ‘’ C1.01.001.002 Samsung ‘’ C1.01.001.003 USB stick ‘’ C3.01.001.002 mobiele telefoon Moto. ‘’ Bovenstaande digitale gegevensdragers konden niet volledig worden uitgelezen. Aangezien er nog geen inhoudelijk onderzoek plaats heeft kunnen vinden aan deze goederen, is het onderzoeksbelang nog onverkort van kracht. Het onderzoek richt zich op communicatie tussen klagers en verdachten in het onderzoek. ‘’ Ter zitting heeft de officier van justitie aangegeven dat alle gegevensdragers (tussentijds) zullen worden teruggegeven als deze zijn onderzocht. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift voor wat betreft deze goederen vooralsnog ongegrond dient te worden verklaard. ‘’ Ten aanzien C.12.01.001, het geldbedrag van € 900,00, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit kan worden teruggegeven aan klagers. ‘’ Ten aanzien van C. 10.07.001, een flesje met hasj olie, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het bezit mogelijk strafbaar is en dat nader onderzoek hier uitsluitsel over zal moeten geven.Ook ten aanzien van onderstaande goederen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het onderzoeksbelang zich verzet tegen teruggave: ‘’ C.01.03.002 handboek 1% motorclubs C.10.06.002 map notulen MC vergadering C.13.01.013 MC administratie C.16.03.003 papieren over regels MC C.10.05.006 Alcatel telefoon C.13.01.012 Samsung telefoon C.13.04.001 Samsung telefoon ‘’ De volgende goederen zijn volgens de officier van justitie teruggegeven aan klager: C.01.04.001 harde schijf C.15.02.001 HP laptop C.16.03.002 Samsung Story C.16.07.001 Ipod C.16.08.001 Acer.De volgende goederen staan volgens de officier van justitie wel op de beslaglijst maar zijn nooit daadwerkelijk inbeslaggenomen. C.01.01.001 hesje [A] C.01.01.002 hesje [A] C.01.01.003 trui [A] C.01.02.002 audi sleutel C.01.04.004 sleutel seat C.10.06.003 diverse batches MC C.14.02.001 motorhesje MC [A] C.15.01.001 hesje [A] C.16.04.001 mc hesje Wat betreft de overige goederen op bijlage I dient het klaagschrift volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze goederen zijn of worden geretourneerd aan beslagene. De rechtbank overweegt dat na verkregen machtiging van de rechter-commissaris te Den Haag een groot aantal huiszoekingen zijn gedaan in het kader van een grootschalig onderzoek dat zich richt op de verdenking dat [A] MC een criminele organisatie is. In dat kader zijn als verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aangehouden. In hoger beroep zijn door het Gerechtshof te Den Haag geen ernstige bezwaren aangenomen voor voornoemde verdenking. Over de redenen dat bij klager huiszoeking is gedaan is in het kader van het onderzoeksbelang geen mededeling gedaan. Klager is en wordt evenwel tot op de dag van vandaag niet als verdachte in dit onderzoek aangemerkt. Hetgeen van de zijde van het openbaar ministerie is aangevoerd rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank niet veel langer de conclusie dat het belang van strafvordering zich in dit geval verzet tegen de beëindiging van het beslag. Hoewel een groot aantal gegevensdragers in beslag is genomen en het begrijpelijkerwijs veel tijd kost om alles te doorzoeken is de rechtbank van oordeel dat het belang van klager bij teruggave van de gegevensdragers thans, na een halfjaar, zwaarder moet wegen. De rechtbank stelt een termijn van één maand waarbinnen het onderzoek dient te worden afgerond. De rechtbank zal het klaagschrift dan ook per 28 juni 2019 gegrond verklaren ten aanzien van de gegevensdragers en de hierna te noemen goederen waarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen en de teruggave daarvan gelasten:C.10.07.001 flesje met hasj olie C.01.03.002 handboek 1% motorclubs C.10.06.002 map notulen MC vergadering C.13.01.013 MC administratie C.16.03.003 papieren over regels MC C.10.05.006 Alcatel telefoon C.13.01.012 Samsung telefoon C.13.04.001 Samsung telefoonWat betreft de volgende goederen dient klager niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beklag omdat deze zijn teruggegeven aan klager: C.01.04.001 harde schijf C.1502.001 HP laptop C.1603.002 Samsung Story C.16.07.001 Ipod C.16.08.001 Acer. De rechtbank zal geen beslissing nemen ten aanzien van de volgende goederen omdat klager hiervan afstand heeft gedaan:C.10.04.005 rijbewijs [betrokkene 4] C.10.04.007 creditcard C.10.04.008 pinpas [betrokkene 4] C.10.04.009 pinpas [betrokkene 4] C.16.05.001 paspoort [betrokkene 5] C.10.04.006 tankpas voor [kenteken 1] C.10.04.10 deel 1 [kenteken 1] C.10.04.011 deel 1 [kenteken 1] C.10.01.001 6 pillen in 4 zakjes C.10.03.001 2 patronen C.10.04.002 pillen in brillenkoker C.10.04.004 doosje met roze pillen C.10.05.001 jammer.De rechtbank zal ook geen beslissing nemen met betrekking tot de volgende goederen omdat deze niet in beslag zijn genomen:C.01.01.001 hesje [A] C.01.01.002 hesje [A] C.01.01.003 trui [A] C.01.02.002 audi sleutel C.01.04.004 sleutel seat C.10.06.003 diverse batches MC C.14.02.001 motorhesje MC [A] C.15.01.001 hesje [A]C.16.04.001 mc hesje.Beslissing De rechtbank: verklaart het beklag gegrond ten aanzien van C.12.01.001, te weten het geldbedrag van € 900,00; gelast de teruggave van het inbeslaggenomene C.12.01.001, te weten het geldbedrag van € 900,00 aan klager; - verklaart het beklag per 28 juni 2019 gegrond ten aanzien van de volgende goederen, indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen: C.01.04.001 harde schijf C.01.04.003 Motorola C.03.01.003 Acer smartphone C.03.01.005 Blackberry C.04.01.002 laptop Samsung C.04.01.003 tablet Samsung C.10.01.002 USB stick C.10.05.007 Samsung C.10.05.008 Blackberry C.13.01.011 Samsung C.13.03.001 Samsung roze C.15.02.001 HP laptop C.15.01.002 laptop (moet zijn C. 15.02.002) C.16.02.001 USB stick C.16.03.001 Ipad C.16.03.002 Samsung Story C.16.06.001 Samsung C.16.07.001 Ipod C.16.07.002 Samsung C.16.08.001 Acer C.1.01.001.002 Samsung C.1.01.001.003 USB stick C.3.01.001.002 mobiele telefoon Moto C.10.07.001 (flesje met hasj olie) C.01.03.002 handboek 1% motorclubs C.10.06.002 map notulen MC vergadering C.13.01.013 MC administratie C.16.03.003 papieren over regels MC C.10.05.006 Alcatel telefoon C.13.01.012 Samsung telefoon C.13.04.001 Samsung telefoon - gelast de teruggave van het inbeslaggenomene, te weten C.01.04.001 harde schijf C.01.04.003 Motorola C.03.01.003 Acer smartphone C.03.01.005 Blackberry C.04.01.002 laptop Samsung C.04.01.003 tablet Samsung C.10.01.002 USB stick C.10.05.007 Samsung C.10.05.008 Blackberry C.13.01.011 Samsung C.13.03.001 Samsung roze C.15.02.001 HP laptop C.15.01.002 laptop (moet zijn C. 15.02.002) C.16.02.001 USB stick C.16.03.001 Ipad C.16.03.002 Samsung Story C.16.06.001 Samsung C.16.07.001 Ipod C.16.07.002 Samsung C.16.08.001 Acer C.1.01.001.002 Samsung C.1.01.001.003 USB stick C.3.01.001.002 mobiele telefoon Moto C.10.07.001 (flesje met hasj olie) C.01.03.002 handboek 1% motorclubs C.10.06.002 map notulen MC vergadering C.13.01.013 MC administratie C.16.03.003 papieren over regels MC C.10.05.006 Alcatel telefoon C.13.01.012 Samsung telefoon C.13.04.001 Samsung telefoonaan klager, indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen;- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag ten aanzien van de volgende goederen en de overige goederen op bijlage I: C.01.04.001 harde schijf C.15.02.001 HP laptop C.16.03.002 Samsung Story C.16.07.001 Ipod C.16.08.001 Acer.’’ 3Het middel 3.1. Het middel komt op tegen de (gedeeltelijke) gegrondverklaring van het klaagschrift en is gebaseerd op twee klachten. 3.2. Primair wordt aangevoerd dat uit de overwegingen van de rechtbank niet expliciet blijkt dat zij de maatstaf heeft aangelegd dan wel heeft toegepast die geldt bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag. Dit brengt volgens de steller van het middel mee dat de bestreden beschikking ontoereikend is gemotiveerd. 3.3. Subsidiair wordt gesteld dat het oordeel van de rechtbank dat "het belang van klager bij teruggave van de gegevensdragers thans, na een half jaar, zwaarder moet wegen", zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is. Daarbij wordt gewezen op rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de weging van de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag in het kader van de beklagprocedure. Uit deze jurisprudentie leidt de steller van het middel af dat slechts in uitzonderlijke gevallen sprake is van onrechtmatig voortduren van beslag op grond van disproportionaliteit vanwege het verstreken tijdsverloop na de inbeslagname. Van de beklagrechter mag dan worden verlangd dat hij blijk geeft van een zorgvuldige belangenafweging door aandacht te besteden aan de bijzonderheden van het geval en daarbij helder motiveert waarom de persoonlijke belangen van klager in casu zwaarder dienen te wegen dan het strafvorderlijk belang bij handhaving van het beslag. 3.4. In het onderhavige geval heeft de officier van justitie blijkens het voorlopig standpunt OM aangevoerd dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.