Nr. 17/05551 Zitting: 23 april 2019 (bij vervroeging) Mr. D.J.M.W. Paridaens Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 8 november 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 dagen hechtenis. Er bestaat samenhang met de zaken 17/05550 en 17/05552. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. 3. Het cassatieberoep is (onbeperkt) ingesteld namens de verdachte en mr. J.-F. Grégoire, advocaat te 's-Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld. 4. Het middel behelst de klacht dat het bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Uit de toelichting op het middel blijkt dat de pijlen in het bijzonder zijn gericht op het bewijs van het voor medeplichtigheid vereiste opzet. 5. Ten laste van de verdachte heeft het hof het onder 1 subsidiair ten laste gelegde bewezenverklaard, met dien verstande dat: “een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 5 februari 2016 te [plaats] met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld in een pand aan [a-straat 1] een hoeveelheid van 243 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 februari 2016 tot en met 5 februari 2016 te [plaats] , opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen.” 6. Deze bewezenverklaring heeft het hof doen steunen op de inhoud van de volgende, in de bijlage bij het arrest opgenomen, bewijsmiddelen: “BEWIJSMIDDELEN 1. De verklaring van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 25 oktober 2017 verklaard – zakelijk weergegeven – : Ik had geen wetenschap van de hennepplantage die in het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] is aangetroffen, totdat ik op 1 februari 2016 werd gebeld. Ik ben op die datum naar het pand gegaan. Binnen heb ik de hennepkwekerij aangetroffen. Ik heb vervolgens contact opgenomen met degene aan wie ik het pand onderverhuurde. Ik had de onderhuurder een sleutel van het pand gegeven. 2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie, eenheid Den Haag, d.d. 21 juni 2016, nr. PL1500- 2016031457-20. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – : als verklaring van verdachte (p. 163 e.v.): In oktober 2015 kwam ik een vriend tegen. Ik hoorde van hem dat hij op zoek was naar een bedrijfsruimte. Ik zei dat hij mijn bedrijfspand aan de [a-straat 1] te [plaats] wel mocht huren. 3. Een proces-verbaal van bevindingen van de politie, eenheid Den Haag, d.d. 30 juni 2016, nr. PL1500-2016031457. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – : als relaas van verbalisant [verbalisant 1] (p. 6 e.v.): Op 5 februari 2015 (het hof begrijpt: 5 februari 2016) werd – na een melding over mogelijke aanwezigheid van hennep op 1 februari 2016 – in het pand op de [a-straat 1] te [plaats] ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b van de Opiumwet en artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering, binnengetreden.Op de eerste etage van het pand trof verbalisant [verbalisant 2] in een kweekruimte een in bedrijf zijnde hennepkwekerij met 243 hennepplanten aan. Verbalisant [verbalisant 2] constateerde gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten betroffen. De hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet. 4. Een proces-verbaal van de politie Den Haag, team forensische opsporing, ploeg Narcotica, d.d. 12 februari 2016, nr. PL1500-2016031457-N. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – : als relaas van brigadier en narcotica specialist [verbalisant 3] (p. 97 e.v.): Ik heb in een onderzoeksruimte een gedeelte van de op 5 februari 2016 in het perceel [a-straat 1] te [plaats] in beslag genomen hennepplanten en hennepresten onderzocht. In ruimte 1 zag ik twee vrouwelijke hennepplanten van het geslacht Cannabis. In ruimte 2 zag ik hennepresten van kennelijk geoogste vrouwelijke hennepplanten.Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.” 7. Voorts is voor de beoordeling van het middel van belang dat het hof – overigens anders dan de rechtbank− heeft geoordeeld dat de verdachte van het onder 1 primair tenlastegelegde (medeplegen van het telen van hennep) dient te worden vrijgesproken en deze vrijspraak als volgt heeft gemotiveerd: “Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is gebleken dat de verdachte handelingen heeft verricht ten behoeve van de hennepkwekerij. Aldus staat naar het oordeel van het hof eveneens niet vast dat de verdachte zo bewust en nauw met een ander of anderen heeft samengewerkt dat sprake is van het 'tezamen en in vereniging met een ander, of anderen’ opzettelijk telen van hennepplanten.” 8. Art. 48 Sr stelt buiten twijfel dat voor medeplichtigheid opzet is vereist: louter het opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van een misdrijf en het opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van dit misdrijf, leveren medeplichtigheid op. Voorwaarde voor strafbare medeplichtigheid is dat niet alleen wordt bewezen dat verdachtes opzet was gericht op – in dit geval – het verschaffen van gelegenheid als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 2˚, Sr, maar tevens dat verdachtes opzet was gericht op het door de dader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.