Nr. 17/03935 Zitting: 14 mei 2019 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is – na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1177 – bij arrest van 11 augustus 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentien dagen en tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen geldbedragen, een en ander zoals nader in het arrest omschreven. Namens de verdachte heeft mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het hof niet (toereikend) heeft gemotiveerd dat de verdachte het feit tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “hij op 29 mei 2014 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [a-straat 1] heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [betrokkene 1] , zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door inklimming.” 5. De bewezenverklaring steunt op de volgende, in de aanvulling opgenomen, bewijsmiddelen: 1. “Een proces-verbaal van aangifte d.d. 29 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 7-9): als de op genoemde afgelegde verklaring van [betrokkene 1] : Op donderdag 29 mei 2013 (het hof leest: 2014) heb ik mijn woning, een woonwagen op het woonwagenkamp, aan [a-straat 1] te [plaats] omstreeks 13:00 uur verlaten. Omstreeks 13:15 à 13:20 uur werd ik door een van mijn buren gebeld. Ik begreep dat er mensen in mijn woning waren geweest. Ik ben onmiddellijk naar huis gereden. Ik zag dat er in mijn slaapkamer een raam open stond. De zijwand van mijn woonwagen is tot de onderkant van het raam ongeveer 1.80 meter. Men moet dus een stuk geklommen hebben om binnen te komen. Ik had dit raam open laten staan toen ik mijn woonwagen verliet. Ik zag dat er een zwarte schoenendoos op mijn bed lag. Deze schoenendoos stond in de vaste kast. Ik had in de schoenendoos een geldbedrag gelegd. Het geldbedrag zat er niet meer in en is dus weggenomen vanuit mijn woning. Aan niemand werd recht of toestemming gegeven tot het plegen van dit feit. 2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 juni 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-38. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 11-12): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren: De aangever, [betrokkene 1] , vertelde op 31 mei 2014 dat hij handelde in oud ijzer en dat hij bij een levering ten minste vier briefjes van 500 euro had gekregen. [betrokkene 1] heeft drie briefjes van 500 euro mee naar huis genomen en één briefje van 500 euro in de kluis van zijn bedrijf gestopt. Het briefje dat [betrokkene 1] in de kluis had gestopt lag hier nog steeds. Wij verbalisanten hebben dit biljet bekeken en zagen dat op dit biljet de letters “HASS” gestempeld stonden. Deze letters staan ook op de 500 euro biljetten die bij de verdachten in beslag zijn genomen. In zowel grootte als lettertype komen deze letters op de verschillende biljetten overeen. [betrokkene 1] gaf aan dat hij 1900 euro in briefjes van 50 euro in de schoenendoos in zijn kast had gestopt samen met de drie briefjes van 500 euro. Op donderdagmorgen had hij 300 euro in biljetten van 50 euro uit de schoenendoos gehaald. Zodoende zat er nog 1600 euro in briefjes van 50 euro en drie briefjes van 500 euro in de schoenendoos toen [betrokkene 1] zijn woning verliet. 3. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 mei 2014 van de politie Holland Midden met nr. PL1600-2014068968-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 15-16): als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [getuige 1] : Op donderdag 29 mei 2014, omstreeks 13.10 uur, was ik alleen thuis in de woonwagen op [a-straat 1] te [plaats] . Ik hoorde dat in de kamer naast mij een kastdeur openging. Ik ben naar buiten gelopen. Ik zag een man uit het slaapkamerraam komen. Ik kan de man als volgt omschrijven: - Getinte huidskleur - zwart kort haar - zwarte ‘nerdie’ bril - zwarte handschoenen, maar dit weet ik niet helemaal zeker. 4. Een proces-verbaal van bevindingen aanvullende verklaring [getuige 1] d.d. 4 juni 2014 van de politie Holland Midden met nr. PL1600-2014068968-48. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 127): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar: Ik, verbalisant, vroeg aan getuige [getuige 1] of hij meer over het signalement kon verklaren van de man die hij op 29 mei 2014 omstreeks 13:10 uur uit het raam van zijn woonwagen zag klimmen. [getuige 1] verklaarde het volgende: - dat de man donkere bovenkleding droeg, - dat de man een zwarte bril met rechthoekige glazen droeg. 5. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-3. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 17-19): als de op genoemde afgelegde verklaring van [getuige 2] : Ik ben woonachtig aan [b-straat 1] nummer [1] te [plaats] . Mijn woning is nabij de kruising van de [c-straat] , [a-straat] en het voetpad met de naam [d-straat] . Op 29 mei 2014 om 13:15 uur zag ik het volgende gebeuren. Ik stond in de woonkamer van mijn woning. Ik zag een persoon aan komen rennen vanuit de richting [d-straat] . Hij rende in mijn richting. Ik zag dat hij uit mijn zicht verdween achter een geparkeerd staande witkleurige Volkswagen Transporter. Ik zag dat achter de rennende man nog een man aan kwam rennen en achter het busje uit mijn zicht verdween. Ik zag vervolgens direct hierop een zwartkleurige seat Ibiza vanuit het parkeervak achter de witkleurige Volkswagen Transporter komen rijden. Ik zag dat de Seat naar de doorgaande weg reed van [b-straat 1] . Ik noteerde het kenteken van het voertuig. Dat betreft: [AA-00-AA] . Ik zag dat er 3 personen in het voertuig zaten. Ik zag 2 personen voorin en 1 persoon achterin. Ik kan de eerste rennende man als volgt omschrijven: licht getint uiterlijk, vermoedelijk Marokkaans. De man die achter de eerste man aan kwam rennen kan ik als volgt omschrijven: Licht getint uiterlijk, vermoedelijk Marokkaans. 6. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2014 van de politie Eenheid Noord-Holland met nr. PL1100-2014066926-4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 24-25): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren: Ik, verbalisant, zag op 29 mei 2014, omstreeks 14:49 uur, op de Prins Bernhardlaan (het hof begrijpt: te Haarlem), een zwarte Seat Ibiza, rijden. Ik zag dat er drie personen in het voertuig zaten. Wij zagen dat het voortuig was voorzien van het kenteken [AA-00-AA] . Hierop hebben wij een stopteken gegeven. De bestuurder van het voertuig bracht zijn voortuig tot stilstand. Wij hebben de drie inzittenden aangehouden. Verdachten: - [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] . - [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] . - [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] . De verdachte [verdachte] had een bruin gekleurde schoudertas bij zich. In deze schoudertas zat onder andere het volgende: - 1000 euro cash, namelijk 1 briefje van 500 euro en 10 briefjes van 50 euro, - bruin gekleurde bril, zonder sterkte, - zwarte handschoenen. 7. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-19 en een bij dit proces-verbaal behorende bijlage, zijnde een foto van een bril en handschoenen (blz. 53). Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 48-49): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren: Op donderdag 29 mei 2014 kregen wij van verbalisanten van de politieregio Kennemerland in het politiebureau te Hoofddorp goederen overhandigd. Deze goederen hadden zij aangetroffen bij de drie aangehouden verdachten. Verdachte [verdachte] : Wij zagen de volgende bankbiljetten: - 1 x briefje van € 500,= (opvallend is dat op dit bankbiljet een kleine stempel met de letters HASS staat gedrukt) - 10 x briefje van € 50,=. Verdachte [medeverdachte 1] Wij zagen de volgende bankbiljetten: - 1 x briefje van € 500,= (opvallend is dat op dit bankbiljet een kleine stempel met de letters HASS staat gedrukt) - 12 x briefje van € 50,=. Verdachte [medeverdachte 2] : Wij zagen de volgende bankbiljetten: - 1 x briefje van € 500,= (opvallend is dat op dit bankbiljet een kleine stempel met de letters HASS staat gedrukt) - 10 x briefje van € 50,=. In het tasje toebehorende bij verdachte [verdachte] werden, onder andere, een bril met breed montuur en in elkaar gevouwen zwarte handschoentjes aangetroffen. Ook is er een foto gemaakt van de genoemde bril en de genoemde handschoentjes, die bij dit proces-verbaal is gevoegd (blz. 53). 8. Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot stempel op 500 euro biljet d.d. 8 oktober 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-70. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 168-169): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar: Na onderzoek bleek dat op elk van de bij de verdachte [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in beslag genomen biljetten van 500 euro een stempel met de woorden HASS stond. Er is contact opgenomen met de Nederlandse Bank. Van die zijde werd het volgende over de stempel verklaard: ‘Dit specifieke stempel heb ik niet eerder gezien maar wel andere stempels van dit formaat. We zien dit type stempels relatief weinig.’ 9. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-35. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 114-117): als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] : op donderdag 29 mei 2014 ben ik bij een boot gaan kijken in [plaats] , op het kamp. 10. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 mei 2014 van politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-33. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 22-23): als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [getuige 3] : Op 29 mei 2014 stonden er tussen 13.00 en 14.00 uur 2 jongens bij mijn boot, die voor de woonwagen op het [a-straat 2] te [plaats] stond. Een van de jongens zei dat ze de boot wilden kopen. 11. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 mei 2014 van de politie Hollands Midden met nr. PL1600-2014068968-27. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 20-21): als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [getuige 4] : Ik ben woonachtig op het woonwagenkamp aan [a-straat] te [plaats] . Achterin op het kamp staat een boot op een trailer. Deze boot is van mijn overbuurman [getuige 3] . Op donderdag 29 mei 2014 omstreeks 13.05 uur was ik samen met mijn overbuurman [getuige 3] op [a-straat] . Ik zag toen twee mannen [a-straat] oplopen. De mannen vielen ons op omdat wij de mannen niet kenden. Toen wij hen aanspraken hoorde ik de mannen zeggen dat zij de boot wilden kopen. Ik kan de mannen als volgt omschrijven: Man 1: Nationaliteit: Vermoedelijk Marokkaans Kleding: lederen zwarte jas Bijzonderheden: de man droeg een bril. Dit betrof geen zonnebril. Man 2: Nationaliteit: Vermoedelijk Marokkaans Kleding: groenkleurige jas. 12. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2014 van de politie Eenheid Noord-Holland met nr. PL1100-2014066926-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 26-27): als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar: Naar aanleiding van een woninginbraak in [plaats] heb ik de kleding van de drie aangehouden verdachten, [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , veiliggesteld. [medeverdachte 1] - een groene jas. [medeverdachte 2] - geheel zwarte, gedeeltelijk lederen jas.” 6. Het hof heeft, mede naar aanleiding van door de verdediging gevoerde verweren, in het bestreden arrest het volgende overwogen: “Nadere bewijsoverweging De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig de door hem overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitaantekeningen – op het standpunt gesteld dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd – kort en zakelijk weergegeven – dat wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte bij de gekwalificeerde diefstal ontbreekt, nu de signalementen die worden opgegeven door de verschillende getuigen niet overeenkomen met het signalement van de verdachte. Subsidiair is de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor de conclusie dat de verdachte als medepleger of als medeplichtige betrokken is geweest bij de diefstal en heeft zij daartoe alternatieve scenario’s aangevoerd. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Uit de bewijsmiddelen leidt het hof met betrekking tot het ten laste gelegde het volgende af. Op 29 mei 2014 heeft er omstreeks 13:10 uur een diefstal plaatsgevonden uit een woonwagen aan [a-straat 1] in [plaats] . Blijkens de aangifte in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen op pagina 11 van het dossier is er bij de diefstal uit een schoenendoos in de slaapkamer een geldbedrag weggenomen van € 3.100,-, bestaande uit 3 biljetten van € 500,- en 32 biljetten van € 50,-. De zoon van de aangever, [getuige 1] , bevond zich op het moment van de diefstal in de woonwagen. Hij is naar buiten gelopen en hij zag een man met een getinte huidskleur, zwart kort haar, een zwarte ‘nerdie’ bril en mogelijk zwarte handschoenen uit het slaapkamerraam komen. In een latere verklaring vult hij aan dat de man donkere bovenkleding en een zwarte bril met rechthoekige glazen droeg. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 29 mei 2014 omstreeks 13:15 uur twee mannen met een licht getint uiterlijk, vermoedelijk Marokkaans, achter elkaar heeft zien rennen en dat deze uit het zicht verdwenen achter een geparkeerd staande witkleurige Volkswagen Transporter. Direct hierna reed een zwartkleurige Seat Ibiza voorzien van kenteken [AA-00-AA] vanuit het parkeervak achter de witkleurige Volkswagen Transporter weg. [getuige 2] zag dat er drie personen in het voertuig zaten, twee personen voorin en één persoon op de achterbank. Van de derde persoon in de auto kon [getuige 2] geen omschrijving geven, omdat hij deze persoon onvoldoende heeft kunnen zien. Op 29 mei 2014 omstreeks 14.49 uur zagen opsporingsambtenaren te Haarlem een zwarte Seat Ibiza rijden met het kenteken [AA-00-AA] . In het voertuig bevonden zich drie inzittenden. Nadat de opsporingsambtenaren een stopteken hadden gegeven bracht de bestuurder de auto tot stilstand. De drie inzittenden, verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , werden aangehouden. Bij fouillering bleek dat ieder van hen één € 500-biljet met het stempel “HASS” en een aantal € 50-biljetten in zijn bezit had: de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] hadden ieder 10 biljetten en de medeverdachte [medeverdachte 1] 12. Totaal zijn derhalve bij de drie verdachten drie biljetten van € 500,- en 32 biljetten van € 50,- aangetroffen, tot een totaalbedrag van € 3.100,-. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen op pagina 11 van het dossier dat de aangever in een kluis op zijn werk een € 500-biljet bewaarde met daarop het stempel “HASS”. De aangever heeft verklaard dat hij dit € 500-biljet tegelijk heeft ontvangen met de drie € 500-biljetten die hij in de schoenendoos in zijn slaapkamer bewaarde. In de bij de verdachte aangetroffen tas werden, naast het geldbedrag van € 1.000,-, een bruin gekleurde bril zonder sterkte (het hof merkt op dat deze bril blijkens de foto op pagina 53 van het dossier zwart met bruin gekleurd
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.