Nr. 18/00049 B Zitting: 26 maart 2019 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [klaagster] De rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, heeft bij beschikking van 28 november 2017 het klaagschrift van de klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag op en teruggave aan haar van een auto, ongegrond verklaard. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel 3.1. Het middel klaagt dat de rechtbank ontoereikend, dan wel onbegrijpelijk gemotiveerd heeft geoordeeld dat er voldoende aanwijzingen zijn dat auto geheel of ten dele aan de klaagster is gaan toebehoren, met het kennelijke doel de uitwinning hiervan te bemoeilijken of te verhinderen, en dat de klaagster dit kon weten of redelijkerwijs kon vermoeden. 3.2. Het namens de klaagster ingediende klaagschrift houdt in: “1. Begin dit jaar werd onder cliënte in opgemeld onderzoek een Volkwagen Golf 7, GTI met kenteken [AA-00-AA] in beslaggenomen. Cliënte is op 10 februari 2017 door de politie gehoord in verband met deze auto. Sindsdien lijkt de zaak stil te liggen. Van enig onderzoeksbelang lijkt aldus geen sprake meer te zijn. 2. Klaagster is het uitdrukkelijk niet eens met het gelegde beslag en heeft de officier van justitie dan ook reeds op 24 augustus 2017 verzocht om teruggave van bovenvermelde auto (bijlage 1). Op voornoemd verzoek heeft klaagster tot op heden geen reactie mogen ontvangen. 3. Klaagster verzoekt om over te gaan tot het - doen - opheffen van het beslag en teruggave van bovenvermelde auto. 4. De inbeslagname geschiedde in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek. De zaak ligt al geruime tijd stil. Gelet op het vorenstaande stelt klaagster zich primair op het standpunt dat met het beslag van voornoemde auto geen onderzoeksbelang wordt gediend. Het is in het belang van klaagster dat de haar toebehorende auto zo spoedig mogelijk wordt geretourneerd. 5. Klaagster en haar raadsvrouwe wensen zo spoedig mogelijk te worden gehoord op onderhavig klaagschrift.” 3.3. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer houdt in: “De raadsvrouw van de verzoekster voert aan - zakelijk weergegeven - : Toen het klaagschrift ingediend werd was er sprake van bewijsbeslag. Nu rust er conservatoir beslag op de personenauto. De verzoekster stelt alsnog dat het inmiddels haar auto is en zij wil hem graag terug. De officier van justitie brengt naar voren - zakelijk weergegeven - : Inmiddels rust er inderdaad conservatoir beslag op de personenauto en de raadsvrouw merkt terecht op dat het inmiddels de auto van de verzoekster is. Het werd ze naar alle waarschijnlijkheid te heet onder de voeten waardoor de personenauto is overgeschreven op naam van klaagster. Klaagster is echter geen verdachte in de zaak. Tijdens het onderzoek aan de personenauto zijn er onderdelen aangetroffen welke afkomstig zijn van een auto die als gestolen staat geregistreerd. Al met al zijn dit redenen om het beslag niet op te heffen.” 3.4. De bestreden beschikking houdt in: “Het klaagschrift strekt tot teruggave van de personenauto van het merk./type Volkswagen Golf GTI, kleur, wit, met kenteken [AA-00-AA] , in de zaak met proces-verbaalnummer LB2R016106-437, inbeslaggenomen op 21 januari 2017. (…) 5.3 De inhoudelijke beoordeling 5.3.1 De vaststelling van de feiten Uit het proces-verbaal van het onderzoek in de zaak genaamd ‘ Hyaliet ’, is naar voren gekomen dat er op 21 januari 2017 een onderzoek werd ingesteld naar de bewaarplaats van de Volkswagen Golf, kleur wit, met Nederlands kenteken [AA-00-AA] . Bij de betreffende personenauto bestond het vermoeden dat er onderdelen gemonteerd waren die van diefstal afkomstig zijn. Tijdens het onderzoek aan het voertuig is naar voren gekomen dat de code op de bijrijdersstoel toebehoorde tot een rode Volkswagen Golf met Duits kenteken [BB-00-BB] , welke sedert 25 mei 2015 door de Duitse autoriteiten als gestolen gesignaleerd staat onder nummer 608000-050445-15/4 van de politie Aken. De autosleutels van het voertuig met Duits kenteken [BB-00-BB] zijn op 10 januari 2017 tijdens een doorzoeking van de woning van [betrokkene 1] aangetroffen. Ook zijn er kennelijk nog andere veranderingen aan het inbeslaggenomen voertuig aangebracht. Dit blijkt uit de plaatsing van de gordijnairbag, welke aan de rechterzijde tegen de dakrand was gemonteerd. Van origine behoort deze tegen de linkerkanttegen de dakrand te zijn gemonteerd. Tevens is uit onderzoek gebleken dat de betreffende personenauto sinds 18 januari 2017 op naam van klaagster staat. Hiervoor stond het voertuig op naam van [betrokkene 2] , partner van [betrokkene 3] en de zus van klaagster. Opvallend hierbij is dat [betrokkene 2] op 10 januari 2017 is aangehouden en het voertuig op 18 januari 2017, tijdens de detentie van [betrokkene 2] , overgeschreven is op naam van klaagster. Het vermoeden bestaat dat dit is gebeurd om te voorkomen dat het voertuig in beslag werd genomen. 5.3.2 De toetsing In dit geval is er sprake van een beklag van de beslagene tegen een op de voet van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering gelegd beslag en dient de rechtbank te onderzoeken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.