PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 18/02417 Zitting 3 september 2019 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 23 februari 2018 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep tegen het verstekvonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie ’s-Hertogenbosch van 31 juli 2017, waarbij hij wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming” is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren onder algemene en bijzondere voorwaarden zoals in het vonnis omschreven. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. F.E.J. Janzing, advocaat te Wijchen, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel, bezien in samenhang met de toelichting, klaagt dat het hof zonder nader onderzoek op de terechtzitting verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte, waarbij het heeft aangenomen dat de verdachte zijn aanwezigheidsrecht heeft willen prijsgeven, en de zaak inhoudelijk heeft afgedaan. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 23 februari 2018 is de verdachte aldaar, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet verschenen. De raadsman van de verdachte, mr. F.E.J. Janzing, was wel aanwezig en heeft desgevraagd medegedeeld dat hij door de verdachte niet uitdrukkelijk is gemachtigd de verdediging te voeren. Verder heeft de raadsman medegedeeld dat zijn cliënt op de hoogte is van de zitting en dat zij een afspraak hadden. Het hof heeft vervolgens verstek verleend tegen de verdachte en bevolen dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan. De raadsman heeft daarop verzocht de gelegenheid te krijgen om contact op te nemen met zijn cliënt. De voorzitter heeft die gelegenheid geboden door de behandeling van de zaak voor vijftien minuten te onderbreken. Na de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting deelt de raadsman mee dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met zijn cliënt. Hij vraagt of de advocaat-generaal een “VIP-controle” kan uitvoeren. De advocaat-generaal antwoordt hiertoe bereid te zijn. Het hof beslist echter dat aan het verzoek van de raadsman om te laten controleren of de verdachte mogelijk is gedetineerd, geen uitvoering behoeft te worden gegeven omdat dit verzoek ‘louter [is] ingegeven door speculatie over een mogelijke detentie van de verdachte’. Daarop wordt het onderzoek ter terechtzitting voortgezet. Alvorens over te gaan tot de bespreking van het middel sta ik eerst kort stil bij de beperkte betekenis van de door de raadsman gevraagde “VIP-controle”, waarbij “VIP” staat voor “Verwijs Index Personen”, een systeem waarin voorheen administratieve persoonsgegevens van justitiabelen werden opgeslagen voor een uniek strafrechtsketennummer. Met de “VIP-controle” zal zijn bedoeld, te controleren of de verdachte op de dag van de terechtzitting (voor de raadsman van de verdachte: onverwacht) rechtens van zijn vrijheid was beroofd. De betekenis van die controle is echter beperkt. Daarbij merk ik eerst op dat sinds een aantal jaren in de strafrechtsketen in plaats van VIP, gebruik wordt gemaakt van zijn opvolger, de strafrechtsketendatabank (SKDB), die op 1 oktober 2010 is ingevoerd met de inwerkingtreding van de Wet op de identiteitsvaststelling. Een print uit de SKDB, aangeduid als “Informatiestaat SKDB”, bevat onder meer de personalia, verblijfsgegevens, gegevens over het huidige GBA-adres, gegevens over het detentie-adres indien de betrokkene in een penitentiaire inrichting verblijft, alsmede de laatst opgegeven woon- of verblijfplaats. Uit een dergelijke informatiestaat kan dus blijken dat de verdachte in verband met een andere zaak is gedetineerd in een penitentiaire inrichting, maar niet of hij inmiddels in verzekering is gesteld en in verband daarmee op een politiebureau verblijft. In zoverre verschilt de beperkte betekenis van de “Informatiestaat SKDB” inhoudelijk niet van een “VIP-controle”, waarbij het ook voorkwam dat daaruit niet bleek dat de verdachte op de dag van de terechtzitting in verzekering was gesteld en in verband daarmee op een politiebureau verbleef. In de onderhavige zaak vroeg de raadsman abusievelijk nog om een “VIP-controle” in plaats van een controle op basis van SKDB-gegevens, maar de strekking was duidelijk. Het hof heeft het verzoek van de raadsman kennelijk daarom opgevat als een verzoek om een controle op basis van SKDB-gegevens. In het vervolg van deze conclusie wordt, in navolging van het hof, onder “VIP-controle” een controle aan de hand van een informatiestaat SKDB verstaan.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.