Nr. 17/05983 B Zitting: 28 mei 2019 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] 1Inleiding 1.
(1986)in zijn proefschrift, p. 170, over een slager die beschuldigd werd van het betasten van zijn minderjarige winkelmeisje. De toenmalige politierechter, de ons bekende B.E.P. Myjer, had de pers toegelaten tot de besloten zitting onder de voorwaarde dat zij over de zaak niet zouden publiceren, echter zonder effect want in de krant verscheen vervolgens een stuk onder de kop “chef betast minderjarig winkelmeisje”. Volgens de krant was de berichtgeving gebaseerd op het in het openbaar uitgesproken vonnis. Valkenburg 1993, p.
- Daar duidt ook de Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging (2012A009, te raadplegen via https://www.om.nl/@86201/aanwijzing-2/) op. Remmelink 1973, p. 449, waarbij hij naar een aantal concrete zaken verwijst om zijn vraag te illustreren. HR 23 februari 1982, NJ 1982, 647, m. nt. Melai. HR 28 april 1989, NJ 1990, 46 m.nt. Mulder. HR 19 november 1985, NJ 1986/125 en 126, m.nt. ’t Hart; HR 16 december 1986, NJ 1987/321 en 322, m.nt. ’t Hart. Valkenburg 1993, p.
- Valkenburg 1993, p.
- Van de Pol 1986, p. 511 en p.
- Anonimiseringsrichtlijnen Rechtspraak.nl. Zie in dit verband ook A.J.A. van Dorst, Cassatie in strafzaken, negende druk, 2018, par. 4.7.2 over de publicatie van arresten. Remmelink 1973, in Speculum Langemeijer, p.
- Schriftuur, p.
- Pleitnotitie van mr. N. van der Laan, als bijlage gehecht aan het proces-verbaal van de raadkamer van het hof d.d. 10 juli
- Vgl. HR 30 september 1986, NJ 1987/486; HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4112 en HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:
- HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:89, rov. 3.3.
- Zie ook conclusie van AG Knigge daarbij, ECLI:NL:PHR:2018:1332, onder 5.4-5.
- HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:89, rov. 3.3.
- Zie ook conclusie van AG Knigge daarbij, ECLI:NL:PHR:2018:1332, onder 5.4-5.
- Zie bijv. HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:212, waarin deze maatstaf ook werd aangelegd ten aanzien van een op art. 359a Sv gebaseerd verweer tot bewijsuitsluiting. Vgl. bijv. HR 6 maart 1971, NJ 1971/412 waarin het hof niet op (alle onderdelen van) de verweren een met redenen omklede beslissing had gegeven. Vgl. HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV
- Appelmemorie OM bezwaarschrift tegen de dagvaarding, d.d. 6 juli 2016, p.
- Reactie bezwaarschrift OM (datum onbekend). Vgl. HR 15 februari 1983, NJ 1983/340 m.nt. Van Veen. Vgl. Rb Amsterdam 3 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:8844, NJFS 2018/23 (schending onschuldpresumptie); HR 28 mei 1985, NJ 1985/906 en HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3319 (ongegrondverklaring met algemene verwijzing naar 107 ordners).