PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 17/04446 Zitting 9 juli 2019 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 7 september 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “oplichting, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 600 dagen, waarvan 208 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft het hof de vordering van de benadeelde partij, Holland America Line, ten bedrage van in totaal € 85.584,45 vermeerderd met de wettelijke rente toegewezen en voor ditzelfde bedrag een schadevergoedingsmaatregel opgelegd zoals bepaald in het arrest. 1.2 Het gaat in deze zaak om oplichting van de Holland America Line. De verdachte wordt verweten cruises te hebben geboekt onder valse naam en met behulp van valse of gestolen creditcards. 1.3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld. 2De bewezenverklaring en nadere overwegingen van het hof 2.1 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “1. (Zaak Reis 1: MS Eurodam) Zij in de periode van 09 april 2014 tot en met 29 april 2014, te Liverpool, althans Groot-Brittannië, en/of Rome, althans Italië, en/of Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen Holland America Line (HAL) heeft bewogen tot de afgifte van een goed en het verlenen van een dienst (te weten een cruise met als vertrek- en/of eindpunt Rome (Italië), met bijbehorende kredieten en drankwaren en etenswaren, ter waarde van in totaal 27.269,43 Amerikaanse dollar, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid: - zich onder een valse naam ([naam 1]) voorgedaan als een tot betalen bereid zijnde klant, en - een cruise geboekt met behulp van valse/vervalste en/of gestolen/niet op haar naam afgegeven creditcards, waardoor Holland America Line (HAL) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of verlening van een dienst; 2. (Zaak Reis 2: MS Noordam) Zij in de periode van 13 juni 2014 tot en met 01 juli 2014 te Liverpool, althans Groot-Brittannië, en/of Rome, althans Italië, en/of Barcelona (Spanje) en/of Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een, of meer listige kunstgrepen, Holland America Line (HAL) heeft bewogen tot de afgifte van een goed en het verlenen van een dienst (te weten een cruise met als vertrekpunt Rome (Italië) en als eindpunt Barcelona (Spanje), met bijbehorende kredieten en drankwaren en etenswaren, ter waarde van in totaal 37.690,98 Amerikaanse dollar, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid: - zich onder een valse naam ([naam 2]) voorgedaan als een tot betalen bereid zijnde klant, en - een cruise geboekt met behulp van valse/vervalste en/of gestolen/niet op haar naam afgegeven creditcards, waardoor Holland America Line (HAL) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en verlening van een dienst; 3. (Zaak Reis 3: MS Prinsendam) Zij in de periode van 29 maart 2015 tot met 19 april 2015, te Liverpool, althans Groot-Brittannië, en/of Barcelona (Spanje), en/of Istanbul (Turkije), en/of Nederland met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Holland America Line (HAL) heeft bewogen tot de afgifte van een goed en het verlenen van een dienst (te weten een cruise met als vertrekpunt Barcelona (Spanje) en als eindpunt Istanbul (Turkije), met bijbehorende kredieten en drankwaren en etenswaren, ter waarde van in totaal 41.376,97 Amerikaanse dollar, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid: - zich onder een valse naam ([naam 3]) voorgedaan als een tot betalen bereid zijnde klant, en - een cruise geboekt met behulp van valse/vervalste en/of gestolen/niet op haar naam afgegeven creditcards, waardoor Holland America Line (HAL) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en verlening van een dienst.” 2.2 Het hof heeft, naar aanleiding van de verweren die door de raadsman van de verdachte zijn gevoerd, als volgt overwogen: “Verweren Door de verdachte is aangevoerd dat zij de reizen als ten laste gelegd onder 1, 2 en 3 niet heeft geboekt en niet heeft gemaakt. De verdachte stelt zich op het standpunt dat zij het slachtoffer is van identiteitsfraude. Daarnaast is namens de verdachte aangevoerd dat het zich voordoen als een tot betaling bereid zijnde klant geen oplichtingshandeling in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht oplevert, de verdachte zich hooguit heeft voorgedaan als een klant die al had betaald (en dus niet als een tot betaling bereid zijnde klant) en de ten laste gelegde storneringen in ieder geval niet door de verdachte zijn gedaan. Voorts is er geen bewijs dat de verdachte de cruises zelf heeft geboekt, aldus de raadsman. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Op 27 oktober 2015 heeft [betrokkene] namens de Holland America Line aangifte van oplichting gedaan tegen de verdachte. Uit intern onderzoek was gebleken dat een vrouwelijke passagier onder gebruikmaking van verschillende (valse) namen en/of identiteiten, meerdere malen een cruise had geboekt en/of gemaakt. Deze cruises werden betaald middels valse/vervalste en/of gestolen creditcards waardoor (vrijwel) alle overgemaakte bedragen later werden gestorneerd. Naar het oordeel van het hof volgt uit het strafdossier dat het niet anders kan dan dat het de verdachte is geweest die de hiervoor beschreven werkwijze/constructie middels listige kunstgrepen heeft opgezet en heeft uitgevoerd. De verdachte zocht een luxe cruise uit en boekte die vervolgens met gebruikmaking van een valse naam en/of een valse hoedanigheid telefonisch bij het Holland America Reservation Callcenter. Bij alle drie de reizen is vlak voor aanvang bij het instappen aan boord een foto gemaakt van degene die onder de desbetreffende naam had geboekt (achtereenvolgens [naam 1], [naam 2] en [naam 3]) en de verdachte heeft na het tonen van deze drie foto's verklaard dat zij dat is. Uit niets in het dossier kan blijken dat een onbekende derde die cruises onder de voormelde namen zou hebben geboekt. Voor zover al enige handeling, door een ander zou zijn verricht dient de verdachte ter zake als de functionele dader te worden aangemerkt. De verdachte maakte bij de boekingen ook gebruik van valse/vervalste en/of gestolen creditcard. De telkens bij aanvang van de reis gemaakte foto is aan een keycard gekoppeld, waarmee de verdachte tijdens die reizen op rekening van die creditcards voor aanzienlijke bedragen betalingen heeft gedaan dan wel geld of krediet heeft opgenomen. Het verweer van de raadsman dat er al was betaald en er dus geen sprake kan zijn geweest van het, zich voordoen als een ter betaling bereid zijnde klant berust naar het oordeel van het hof op een te beperkte lezing van de tenlastelegging. De verdachte wist immers van meet af aan dat met de door haar gebruikte valse en/of gestolen creditcards niet bevrijdend kon en zou worden betaald. In alle gevallen mocht de Holland America Line ervan uitgaan dat er (uiteindelijk) bevrijdend betaald zou worden en niet vervolgens gestorneerd, zodat ook het ten laste gelegde "zich voordoen als een tot betaling bereid zijnde klant" in dit geval is aan te merken als een oplichtingsmiddel in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Dit verweer wordt derhalve verworpen.” 3Het eerste middel 3.1 Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaringen ontoereikend zijn gemotiveerd, voor zover onder 1, 2 en 3 telkens bewezen is verklaard dat de cruises door de verdachte zijn geboekt. 3.2 In de toelichting op het middel wordt gesteld dat de overweging van het hof dat “het niet anders kan dan dat het de verdachte is geweest die de (…) beschreven werkwijze/constructie middels listige kunstgrepen heeft opgezet en heeft uitgevoerd’’, niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Met name heeft het hof volgens de steller van het middel onvoldoende gemotiveerd waarom “het niet anders kan” dat de boekingen door de verdachte zijn gedaan. 3.3 Mijns inziens gaat het middel er aan voorbij dat het hof bij zijn overweging dat “de verdachte een luxe cruise [uitzocht] en die vervolgens [boekte] met gebruikmaking van een valse naam en/of een valse hoedanigheid telefonisch bij het Holland America Reservation Callcenter.” tevens in aanmerking heeft genomen dat bij alle drie de reizen vlak voor aanvang bij het instappen aan boord een foto is gemaakt van degene die onder de desbetreffende naam had geboekt (achtereenvolgens [naam 1], [naam 2] en [naam 3]) en dat de verdachte na het tonen van deze drie foto's heeft verklaard dat zij dat is. 3.4 Het feitelijke oordeel van het hof dat de verdachte de cruises heeft geboekt, is door het hof gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen: - Ten aanzien van feit 1: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.