PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/02065 Zitting 24 maart 2020 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1. Bij arrest van 12 april 2019 heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch met aanvulling van de bewijsmiddelen, verbetering van de bewijsvoering en inachtneming van het overschrijden van de redelijk termijn in de appelfase, het vonnis van de rechtbank Limburg van 2 juni 2016 bevestigd. Bij dat vonnis is verdachte veroordeeld wegens: feit 1. “als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid van de Opiumwet”; feiten 2 en 3. “medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel”; feit 4. “medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”; feiten 5, 6 en 7. “medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel”; feit 8. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel”; feit 9. “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot wapens van categorie II” en feit 10. “medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie”. Het hof heeft de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. 1.2. Er bestaat samenhang met de zaken 19/01967, 19/01885 en 19/01929. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. 1.3. In deze zaak is bewezenverklaard dat de verdachte gedurende een periode van bijna drie maanden, samen met zijn broer, een organisatie heeft geleid die zich op grote schaal bezighield met de handel in hennepstekken. De organisatie beheerde meerdere hennepstekkenplantages waarin stekken werden gekweekt en moederplanten aanwezig waren. Voorts is bewezenverklaard dat hij als medepleger betrokken is geweest bij zes hennepstekkenplantages. Daarnaast is bewezenverklaard dat de verdachte, samen met zijn vrouw, ruim 1.800 hennepstekken, 21 gram hennep, een stroomstootwapen en een gasdrukpistool aanwezig heeft gehad in zijn eigen woning. 1.4. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. A.B.E. van Kan, advocaat te Heerlen, heeft acht middelen van cassatie voorgesteld met kort samengevat de volgende klachten: In het eerste middel wordt geklaagd over het oordeel van het hof ter zake het preliminair gevoerde verweer ten aanzien van de tenlastelegging van feit 1, inhoudende dat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is omschreven. Het tweede middel betreft de schending van de redelijk termijn als bedoeld in art. 6 EVRM, zowel in de procedure in hoger beroep als de procedure in zijn geheel. De klacht van het derde middel ziet op de bewezenverklaring van het medeplegen door de verdachte van de feiten 2 t/m 7. De klacht van het vierde middel richt zich tegen de bewezenverklaring van de deelname van de verdachte aan de criminele organisatie. Het vijfde en zesde middel bevatten klachten over de wijze waarop het hof de bewijsmiddelen heeft aangevuld. Die aanvulling voldoet volgens het vijfde middel niet aan de eisen die de wet daaraan stelt, omdat het een opsomming van tapgesprekken betreft zonder dat daaruit relevante passages zijn aangehaald en het hof tevens niet heeft aangegeven op welk van de 10 bewezenverklaarde feiten de aanvulling ziet. In het zesde middel wordt gesteld dat die werkwijze tevens gevolgen heeft voor de toereikenheid van de motivering van de bewezenverklaring van de feiten 1 t/m 7. In het zevende middel wordt geklaagd over de strafmotivering, in het bijzonder de omstandigheid dat in de strafmaat is betrokken dat verdachte een leidinggevende rol heeft vervuld, terwijl die rol volgens de steller van het middel niet uit de aangehaalde tapgesprekken kan worden gedestilleerd. Tot slot wordt in het achtste middel geklaagd over de bewezenverklaring van de feiten 9 en 10. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgens de steller van het middel de vereiste bewustheid en het medeplegen niet volgen. 1.5. In onderhavige zaak speelt, evenals in de samenhangende zaken, de vraag of het hof, dat het door de rechtbank gewezen Promis-vonnis onder aanvulling van gronden en bewijsmiddelen heeft bevestigd, in voldoende mate de redengevende feiten en omstandigheden, waarop de bewezenverklaring berust, in zijn arrest en de aanvulling op dat arrest heeft weergegeven. Hierop hebben het vijfde en het zesde middel betrekking. Indien deze klachten slagen – en die mening ben ik toegedaan zoals hierna zal blijken – behoeven de overige middelen met uitzondering van het eerste middel geen bespreking. Mocht de Hoge Raad met betrekking tot het vijfde en het zesde middel tot een ander oordeel komen dan ben ik uiteraard bereid in een nadere conclusie ook de overige middelen te bespreken. Ik zal in deze conclusie dan ook volstaan met een bespreking van het eerste, vijfde en zesde middel. 1.6. Voor een goed begrip geef ik eerst de bewezenverklaring weer, daarna de bewijsoverwegingen van de rechtbank, de aanvullende bewijsoverwegingen van het hof en ten slotte de inhoud van de ‘Aanvulling bewijsmiddelen’. 2Bewezenverklaring en bewijsvoering 2.1. Ten laste van de verdachte is onder de feiten 2 t/m 10 bewezenverklaard dat hij: “1. in de periode van 15 september 2014 tot en met 9 december 2014 binnen het arrondissement Limburg, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem zelf, verdachte, en medeverdachten [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 3 jo. artikel 11 van de Opiumwet, terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol heeft vervuld. 2. op 16 oktober 2014 te Amstenrade, tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt in een pand aan de [a-straat 1] , 672 moederhennepplanten en 16.611 hennepstekken, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. 3. op 6 november 2014 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt in een pand aan [b-straat 1] , 1.892 hennepstekken en 80 moederhennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. 4. op 11 november 2014 in de gemeente Landgraaf, tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [f-straat 1] , 174 moederhennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. 5. op 9 december 2014 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt in een pand aan de [g-straat 1] , 70 moederhennepplanten en 2.128 hennepstekken, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. 6. op 9 december 2014 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt in een pand aan [d-straat 1] , 112 moederhennepplanten en 2.566 hennepstekken, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. 7. op 9 december 2014 te Eijsden, tezamen en in vereniging met anderen, in uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt in een pand aan de [c-straat 1] , 896 moederhennepplanten en 12.516 hennepstekken, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. 8. op 9 december 2014 te Hoensbroek, tezamen en in vereniging met anderen, in uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [h-straat 1] , 21 gram hennep en 1.861 hennepstekken, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. 9. op 9 december 2014 te Hoensbroek, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad. 10. op 9 december 2014 te Hoensbroek, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een gasdrukpistool met imitatiegeluiddemper Beretta PX4 Storm-9, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorhanden heeft gehad.” 2.2. De bewezenverklaring van deze feiten is door de rechtbank met gebruik van de Promis-werkwijze gemotiveerd en bevat 101 voetnoten met verwijzingen naar voornamelijk tapgesprekken, waarvan de inhoud slechts incidenteel kort wordt beschreven, en processen-verbaal met verwijzingen naar paginanummers van het dossier. Vanwege de leesbaarheid worden hierna de voetnoten uit de bewijsmiddelen weggelaten. De bewijsredenering luidt volgt: “1. Inleiding Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen, werd in september 2014 een opsporingsonderzoek gestart naar een criminele organisatie die zich bezighield met de grootschalige teelt en handel in hennepstekken. Bij dit onderzoek werden onder andere [verdachte] en [betrokkene 1] als verdachten aangemerkt. Zij werden ervan verdacht dat zij leiding gaven aan deze criminele organisatie. Anderen, onder wie onder meer [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] , worden verdacht van het verrichten van werkzaamheden als de opbouw en het onderhouden van hennep- en stekkenplantages. Gedurende het opsporingsonderzoek zijn er telefoongesprekken opgenomen en afgeluisterd, zijn er observaties en waarnemingen verricht door opsporingsambtenaren, is er sporenonderzoek verricht en hebben getuigen verklaringen afgelegd. 2. De feiten Algemene overweging De politie heeft na het beluisteren van de getapte telefoongesprekken conclusies getrokken over de betekenis en inhoud van die gesprekken en de deelnemers aan deze gesprekken. De rechtbank stelt vast dat de verdediging deze conclusies van de politie niet heeft bestreden. Voor zover de rechtbank in haar overwegingen gebruik maakt van de getapte telefoongesprekken, zal zij dan ook uitgaan van de juistheid van de conclusies van de politie en - waar nodig - deze conclusies overnemen. Met betrekking tot de feiten 2 tot en met 10 Feit 2. De hennep(stekken)plantage op het adres [a-straat 1] in Amstenrade Op 16 oktober 2014 werd door de politie binnengetreden in het pand aan de [a-straat 1] in Amstenrade. Om de hoek van dit pand, ligt een securitybedrijf. Het dak van dit bedrijf loopt over naar het dak van het pand aan de [a-straat 1] in Amstenrade. Het pand aan de [a-straat 1] bleek een leegstaand winkel-/bedrijfspand te zijn. In het pand werden 40 dozen aangetroffen met daarin in totaal 3.325 hennepstekken. Daarnaast werd door de politie een stekkenkwekerij aangetroffen in een ruimte die via een dossierkast kon worden bereikt. In een daar achterliggende ruimte bevond zich een hennepkwekerij met in totaal 672 moederhennepplanten die in beslag werden genomen. In de stekkenkwekerij werden 13.286 hennepstekken in beslag genomen. Door de politie werd geconstateerd dat de planten die in beslag waren genomen hennepplanten waren. Onderzoek wees uit dat de kwekerij beveiligd werd door middel van een GSM alarmsysteem. Dit alarm en het zich daarin bevindende SIM-kaartje, voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer] werd in beslag genomen. Op het moment dat het pand werd betreden en het alarmsysteem werd geactiveerd, werd een ingesproken tekst of een SMS- bericht verzonden naar de telefoonnummers die aan het alarm waren gekoppeld. In de periode van 1 oktober 2014 tot en met 16 oktober 2014 heeft het alarmsysteem meerdere malen contact gehad met de telefoonnummers die in gebruik waren bij [betrokkene 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . In de stekkenkwekerij werden 2 sigarettenpeuken en 4 lege drankblikjes aangetroffen die werden veiliggesteld voor DNA-onderzoek. Op de sigarettenpeuken werd het DNA van [betrokkene 2] en [medeverdachte 2] aangetroffen. Op een blikje Energy drank werd het DNA van [medeverdachte 4] aangetroffen. Ook werd in de stekkenkwekerij een kartonnen doos aangetroffen met daarop het adres van [betrokkene 2] , [d-straat 1] in Kerkrade. De eigenaar van het pand, [betrokkene 7] , heeft verklaard dat hij het pand vanaf 1 september 2014 verhuurde aan [betrokkene 8] . Onderzoek wees uit dat [betrokkene 9] ingeschreven had gestaan op het adres en dat in het register van de Kamer van Koophandel op dat adres nog twee bedrijven stonden geregistreerd. Op 13 oktober 2014, omstreeks 16.50 uur zag de politie dat een Renault Kangoo, die door [medeverdachte 1] werd bestuurd, stopte ter hoogte van het pand aan de [a-straat 1] in Amstenrade. Rechts naast dat pand werd een sectionaalpoort geopend en de Kangoo reed achteruit door de geopende poort naar binnen. Uit de telefoongesprekken die de verdachten voorafgaand aan en na het binnenvallen van de plantage voeren, kan worden afgeleid dat: - [verdachte] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij was de leider. In die hoedanigheid gaf hij orders, regelde en organiseerde de inzet van personen en aan hem moest verantwoording worden afgelegd. Hij zorgde dat de huur die door de huurder/katvanger, [betrokkene 8] , moest worden betaald, betaald werd op de dag van de inval. [betrokkene 8] kwam na zijn verhoor bij de politie verslag uitbrengen bij [verdachte] . - [betrokkene 1] op de hoogte was van het bestaan en betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij was waarschijnlijk met anderen aan het werk in de plantage. Hij werd door [verdachte] op de hoogte gehouden van het oprollen van de plantage, regelde daarna het opruimen van de achtergebleven goederen in de plantage en beheerde kennelijk geld voor de opruimingskosten. Hij beloofde [betrokkene 8] dat de huur van het pand, € 500,- per week, tot het einde van het jaar zou worden betaald. - [medeverdachte 1] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij vervoerde de personen die daar werkzaamheden moesten verrichten in de door hem gebruikte auto naar de [a-straat 1] in Heerlen en had een sleutel van het pand. Ook was [medeverdachte 1] betrokken bij het opruimen van de plantage na de inval waarbij hij tevens een organiserende rol had. Bovendien was [medeverdachte 1] een van de drie personen van wie de telefoon geprogrammeerd was op het alarmsysteem van de plantage. - [betrokkene 2] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij verrichte werkzaamheden in en aan de hennepstekkenplantage dan wel het pand waarin de plantage was ingericht. Hij gaf aantallen geoogste stekken door aan [verdachte] . Hij regelde personeel dat in de plantage moest werken. [betrokkene 2] werd door [verdachte] op de hoogte gebracht van het oprollen van de plantage en hij gaf aan [verdachte] advies over het controleren van de auto van [medeverdachte 1] en het weggooien van de telefoons van leden van de organisatie. Hij was op de hoogte van de herstelwerkzaamheden in het pand na het oprollen van de plantage. In de plantage werd een sigarettenpeuk aangetroffen waarop een DNA-spoor werd aangetroffen dat overeenkwam met het DNA van [betrokkene 2] . - [betrokkene 4] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij was in het bezit van een sleutel van het pand waarin de hennepstekkenplantage was gevestigd. Hij organiseerde dakdekkers voor het pand en verrichte kennelijk werkzaamheden in de plantage. [betrokkene 4] werd door [verdachte] op de hoogte gebracht van het oprollen van de plantage. - [medeverdachte 4] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij verrichte werkzaamheden in en aan de hennepplantage en verrichte opruim- en herstelwerkzaamheden in het pand na het oprollen van de plantage. - [medeverdachte 2] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij verrichte werkzaamheden in en aan de plantage. [medeverdachte 2] was verder een van de drie personen van wie de telefoon geprogrammeerd was op het alarmsysteem van de plantage. In opdracht van [verdachte] werd de telefoon na de inval niet meer gebruikt en gebruikte [medeverdachte 2] een ander telefoonnummer. In de plantage werd een sigarettenpeuk aangetroffen waarop een DNA-spoor werd aangetroffen dat overeenkwam met het DNA van [medeverdachte 2] . Feit 3. De hennep(stekken)plantage op het adres [b-straat 1] in Heerlen Op 6 november 2014 werd door de politie binnengetreden in de woning aan de [b-straat 1] in Heerlen. In de garage van de woning was een hennepplantage ingericht waarin 80 moederhennepplanten stonden die in beslag werden genomen. Onder de garage was een kelder gegraven die via een verborgen luik kon worden bereikt. In de kelder bevond zich een stekkenkwekerij waarin in totaal 1.892 hennepstekken in beslag werden genomen. Door de politie werd geconstateerd dat de planten die in beslag waren genomen, hennepplanten waren. [betrokkene 10] stond ingeschreven in het pand aan de [b-straat 1] in Heerlen. Op 31 oktober 2014, werd door de politie gezien dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van een Seat Inca personenauto met het kenteken [kenteken 1] . Deze auto stond omstreeks 13.40 uur stil aan de achterzijde van het pand aan de [b-straat 1] , aan de Heerlerbaan in Heerlen. Eén minuut later reed [medeverdachte 1] weg. Op 3 november 2014 zag de politie dat [medeverdachte 1] achterom naar het pand [b-straat 1] ging, op een gegeven moment uit het pand kwam en vertrok. Op 3 november 2014 belde [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] en zei tegen hem dat hij naar de Heerlerbaan moet. [medeverdachte 4] “moet daar gaan uitzoeken”. [medeverdachte 1] vroeg of [medeverdachte 4] een sleutel heeft, [medeverdachte 4] antwoordde vervolgens dat “die aan zijn autosleutel hangt”. [medeverdachte 4] vroeg hoeveel [medeverdachte 1] er nodig heeft, [medeverdachte 1] antwoordde vervolgens “3 dozen”. [medeverdachte 4] moet meteen [medeverdachte 1] bellen als hij ze uitgezocht heeft. Om 11.56 uur belde [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1] en zei tegen hem dat “hij ze kan ophalen”. [medeverdachte 4] zei ook dat de Heerlerbaan nog wat inpakdozen nodig heeft, want die zijn helemaal week. Voorafgaand en na het binnenvallen van deze plantage vonden er meerdere telefoongesprekken tussen de verdachten plaats. Uit deze gesprekken kan worden afgeleid dat: - [verdachte] de leider op de achtergrond is. Hij wordt door [medeverdachte 1] op de hoogte gehouden van de oogsten in de plantage. Verder informeert [verdachte] ook of bepaalde werkzaamheden zijn uitgevoerd. Bij problemen moet er door werknemers contact worden opgenomen met [verdachte] of [betrokkene 1] . [verdachte] informeert ook bij werknemers die bij de plantage betrokken zijn naar de inval van de politie. - [betrokkene 1] de dagelijkse leiding heeft over de plantage. Hij verrichte ook werkzaamheden in de plantage. [betrokkene 1] wordt op de hoogte gehouden van aantallen planten. Hij geeft ook de hoogte van orders aan en belt deze door naar bijvoorbeeld [medeverdachte 1] . Bij problemen moet er door werknemers contact worden opgenomen met [verdachte] of [betrokkene 1] . [betrokkene 1] onderhoudt contacten met de bewoner van het pand. - [medeverdachte 1] betrokken is bij de plantage. Hij is tussenpersoon voor [verdachte] en [betrokkene 1] voor deze plantage. Tevens is [medeverdachte 1] op de hoogte van hetgeen de andere werknemers van de organisatie, met name [medeverdachte 4] , daar doen en instrueert hen. Ook heeft [medeverdachte 1] telefonisch contact met werknemers, met name [medeverdachte 4] , over aantallen hennepstekken en orders. [medeverdachte 1] geeft ook aan dat andere werknemers contact moeten opnemen met [verdachte] of [betrokkene 1] . [medeverdachte 1] wordt gebeld als er politie op de Heerlerbaan is. - [medeverdachte 4] betrokken is bij de hennepplantage. Hij verrichte werkzaamheden in de plantage en maakte bestellingen klaar. [medeverdachte 4] heeft hierover regelmatig contact met andere leden van de organisatie. Hij spreekt over aantallen stekken. Hij werk nauw samen met [betrokkene 3] . - [betrokkene 3] betrokken is bij de hennepplantage. Hij verrichte werkzaamheden in de plantage en maakte bestellingen klaar. Hij heeft hierover contact met andere leden van de organisatie. [betrokkene 3] spreekt ook over aantallen stekken. Hij werkt hierin nauw samen met [medeverdachte 4] . Hij brengt [medeverdachte 1] op de hoogte van het oprollen van de plantage. Feit 4, De hennepplantage op het adres [f-straat 1] in Landgraaf Op 11 november 2014 werd door de politie binnengetreden in de woning aan de [f-straat 1] in Landgraaf. In de kelder van de woning was een hennepplantage ingericht waarin 174 moederhennepplanten stonden die in beslag werden genomen. Door de politie werd geconstateerd dat de planten die in beslag waren genomen, hennepplanten waren. In de kelder van de woning werd een sigarettenpeuk aangetroffen die werd veiliggesteld voor DNA-onderzoek. Op deze peuk werd het DNA van [betrokkene 2] aangetroffen. De huurster van de woning, [betrokkene 14] , heeft verklaard dat zij door een man werd benaderd om een hennepplantage in haar woning op te bouwen. Deze plantage werd opgebouwd door twee jongens die voor hem werken en die zich voorstelden als “ [medeverdachte 1] ” en “ [betrokkene 2] ”. Op 29 oktober 2014, omstreeks 12.45 uur, zag de politie dat een witte Fiat Doblo bestelbus met het kenteken [kenteken 2] die door [medeverdachte 1] werd bestuurd, stopte voor de woning aan de [f-straat 1] in Landgraaf en vervolgens achteruit de oprit van de woning opreed. Voorafgaand en na het binnenvallen van deze plantage vonden er meerdere telefoongesprekken tussen de verdachten plaats. Uit deze gesprekken kan worden afgeleid dat: - [verdachte] de leider en organisator van deze hennepstekkenplantage is. Hij wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de problemen in de aanleg van de hennepstekkenplantage. Hij gaat controleren of de plantage gebruiksklaar is en zorgt ervoor dat de opbouwer van de plantage wordt betaald voor zijn diensten. [verdachte] wordt als eerste gebeld door de bewoner van de [f-straat 1] in Landgraaf op het moment dat de politie de woning wil binnentreden. Hij geeft haar het advies gebruik te maken van haar zwijgrecht. [verdachte] waarschuwt [medeverdachte 1] na het oprollen van de plantage niets meer over de telefoon te zeggen, omdat die wordt afgeluisterd. Daarna overlegt hij met [betrokkene 2] over het oprollen van de plantage. [verdachte] regelt dat de stroomrekening van Enexis wordt betaald. - [betrokkene 1] na het oprollen van de hennepstekkenplantage tegen zijn vrouw zegt dat ze failliet gaan, omdat er weer een was opgerold en dat dit de derde in korte tijd was. Hij betaalt de stroomrekening van Essent aan de bewoonster door tussenkomst van [verdachte] en [medeverdachte 1] . - [medeverdachte 1] de centrale regelaar van deze hennepstekkenplantage is. Hij heeft veelvuldig contact met degene die de plantage aanlegt en met de bewoonster van het pand. Hij beschikt over de sleutel van het pand. [medeverdachte 1] heeft tevens contact met degene die de elektriciteit aanlegt en zorgt dat deze ter plaatse komt. Hij regelt de goederen die nodig zijn voor de bouw van de plantage en houdt [verdachte] op de hoogte van de vordering van de bouw en problemen. [medeverdachte 1] regelt samen met [betrokkene 2] het oppotten van de planten. Hij regelt ook via [verdachte] dat de elektricien en de stroomrekening van Essent worden betaald. - [betrokkene 2] betrokken is bij de opbouw van de hennepstekkenplantage en daarvoor in het pand aanwezig is en spullen regelt zoals ventilators. Hij wordt ook ingeschakeld voor het oppotten van de planten. Hij onderhoudt regelmatig contact met [medeverdachte 1] over de plantage. Feit 5. De hennepplantage op het adres [g-straat 1] in Heerlen Op 9 december 2014 werd door de politie binnengetreden in de woning aan de [g-straat 1] in Heerlen. In een kamer op de tweede verdieping van de woning was een hennepkwekerij ingericht waarin 70 (moeder)hennepplanten stonden die in beslag werden genomen. In een ruimte aan de achterzijde van de woning werd een rek aangetroffen met daarop in totaal 2.128 hennepstekken. Deze werden ook in beslag genomen. Door de politie werd geconstateerd dat de planten die in beslag waren genomen, hennepplanten waren. De bewoners van de woning aan de [g-straat 1] in Heerlen zijn [betrokkene 15] en [betrokkene 16] . Ze hebben een zoon genaamd [betrokkene 17] . Voorafgaand aan het binnenvallen van deze plantage vonden er meerdere telefoongesprekken tussen de verdachten plaats. Uit deze gesprekken kan worden afgeleid dat: - [verdachte] betrokken was bij deze hennepstekkenplantage. Hij liet het dagelijkse contact over aan [medeverdachte 1] , maar riep [betrokkene 17] ter verantwoording over de gebrekkige kwaliteit van de hennepstekken. Hij regelt de betaling aan [betrokkene 17] en stuurt deze naar zijn ouders om stekken op te halen. - [betrokkene 1] betrokken was bij deze hennepstekkenplantage. Aan hem worden aantallen stekken van deze plantage doorgegeven. - [medeverdachte 1] betrokken was bij deze hennepstekkenplantage. Hij onderhield regelmatig contact met [betrokkene 17] en gaf aan hem de bestellingen van stekken door die [betrokkene 17] moest klaarmaken. Deze werden dan door [medeverdachte 1] bij [betrokkene 17] thuis opgehaald. [betrokkene 17] moest deze eerst bij zijn ouders ophalen. - [betrokkene 4] betrokken was bij deze hennepstekkenplantage. In een telefoongesprek sprak [betrokkene 4] met [betrokkene 17] over pluggen (die gebruikt worden bij hennepstekkenplantages) in relatie tot de ouders van [betrokkene 17] . Feit 6. De hennepplantage op het adres [d-straat 1] in Kerkrade Op 9 december 2014 werd door de politie binnengetreden in de woning aan het [d-straat 1] in Kerkrade. Dit betreft de woning van [betrokkene 2] en [betrokkene 6] . In een schuur in de tuin van deze woning was een hennepplantage ingericht waarin 112 moederhennepplanten stonden die in beslag werden genomen. Ook werden in de schuur 2.230 hennepstekken aangetroffen. In 4 kartonnen dozen die in de schuur stonden werden ook nog 336 hennepstekken aangetroffen. De - in totaal - 2.566 hennepstekken werden in beslag genomen. Door de politie werd geconstateerd dat de planten die in beslag waren genomen, hennepplanten waren. Op 3 november 2014, omstreeks 08.59 uur, zag de politie dat een Fiat Doblo die door [medeverdachte 1] werd bestuurd, voor de woning aan het [d-straat 1] in Kerkrade stopte. [medeverdachte 1] opende vervolgens de achterklep van deze auto en liep richting de poort van de woning. Even later liep [medeverdachte 1] met 3 grote kartonnen dozen vanaf de achterzijde van de woning richting de auto. Een onbekende vrouw, kennelijk [betrokkene 6] , liep ook met 3 grote kartonnen dozen vanaf de achterzijde van de woning naar de auto. [medeverdachte 1] en de vrouw zetten deze dozen vervolgens in de auto, waarna zij weer terug liepen richting de achterzijde van de woning. Even later liepen [medeverdachte 1] en de vrouw weer naar de auto. [medeverdachte 1] legde 3 grote kartonnen dozen in de auto; de vrouw legde 1 grote kartonnen doos in de auto. [medeverdachte 1] reed vervolgens weg. Op 5 november 2014, omstreeks 12.21 uur, zag de politie dat een Fiat Doblo die door [medeverdachte 1] werd bestuurd de oprit van de woning aan het [d-straat 1] in Kerkrade opreed, dat [medeverdachte 1] uitstapte en naar de achterzijde van de auto liep. [medeverdachte 1] opende de achterdeuren van de auto. Vervolgens kwam een onbekende vrouw, kennelijk [betrokkene 6] , vanaf de achterzijde van de woning naar de achterzijde van de auto gelopen. Daar bleven [medeverdachte 1] en de vrouw staan. Hierna stapte de vrouw in een auto en reed weg, waarna [medeverdachte 1] in de Fiat Doblo stapte en wegreed. Voorafgaand aan het binnenvallen van deze plantage vonden er meerdere telefoongesprekken tussen de verdachten plaats. Uit deze gesprekken kan worden afgeleid dat: - [verdachte] de leider is. Hij weet dat [medeverdachte 1] namens de organisatie regelmatig hennepstekken ophaalt bij de woning van [betrokkene 2] . Hij geeft [medeverdachte 1] opdracht hiertoe. [verdachte] geeft ook een lid van de organisatie opdracht om de dozen van [betrokkene 2] te vernietigen, omdat het slechte reclame is, waarschijnlijk gezien de slechte kwaliteit van die levering. [verdachte] weet dat [betrokkene 2] stekken levert en geeft hem ook opdracht om stekken te leveren. Hij heeft regelmatig contact met [betrokkene 2] over aantallen. - [medeverdachte 1] regelmatig hennepstekken ophaalt bij [betrokkene 2] . [medeverdachte 1] brengt wortel vloeistof naar [betrokkene 2] terwijl niemand thuis is en krijgt de sleutel van de garage van [betrokkene 2] . [medeverdachte 1] brengt, op verzoek van [betrokkene 2] , dozen met pluggen en inpakdozen naar [betrokkene 2] . [medeverdachte 1] wordt meerdere malen door het observatieteam gezien bij de woning van [betrokkene 2] en verplaatst eenmaal dozen vanuit de achterzijde van de woning in zijn auto. - [betrokkene 2] , op dit adres woonachtig, beheerder is van de plantage in zijn garage. Hij levert de tapgesprekken aan [medeverdachte 1] die deze regelmatig komt ophalen. [betrokkene 2] laat [medeverdachte 1] toe tot de plantage zonder dat hij aanwezig is. [betrokkene 2] verzoekt [medeverdachte 1] om dozen pluggen en inpakdozen naar de plantage te brengen. Hij heeft regelmatig contact met [verdachte] over aantallen. - [betrokkene 6] , op dit adres woonachtig, contact heeft met [medeverdachte 1] en aangeeft dat ze hennepstekken klaar heeft en dat hij ze kan komen halen. Zij helpt onder meer [medeverdachte 1] met het inladen van de dozen met hennepstekken in zijn auto. [betrokkene 6] weet van de plantage en voert regelmatig met [betrokkene 2] telefoongesprekken hierover. Feit 7. De hennepstekkenplantage op het adres [c-straat 1] in Eijsden Op 9 december 2014 werd binnengetreden in het pand aan de [c-straat 1] in Eijsden. Dit pand betreft een leegstaand café met een feestzaal. Boven het café is een woning gelegen. In de feestzaal was een hennepplantage ingericht waarin 896 moederhennepplanten stonden die in beslag werden genomen. De kelder onder de feestzaal was ingericht als stekkenkwekerij. Daar werden in totaal 12.516 hennepstekken aangetroffen en in beslag genomen. Door de politie werd geconstateerd dat de aangetroffen planten, hennepplanten waren. De huurder van het pand aan de [c-straat 1] in Eijsden, [betrokkene 11] , heeft verklaard dat de huur werd betaald door “de jongens” van wie de moederplanten in de kelder waren. Deze personen hadden hem verteld dat je elke 10 dagen 6 tot 10 stekken van een moederplant kon afsnijden. [betrokkene 11] haalde elke zondag, omstreeks 18.00 uur, elke dinsdag omstreeks 17.00 uur en elke donderdag omstreeks 09.30 met zijn auto, een witte Fiat Doblo, 8 of 9 mensen op die enige tijd in de hennepplantage bleven. [betrokkene 11] neemt aan dat deze personen de planten knipten, verzorgden en inpakten. Als zij klaar waren, bracht [betrokkene 11] deze personen terug. In de garage van de woning stonden bruine rechthoekige kartonnen dozen van ongeveer 60 bij 30 bij 20 centimeter klaar die gevuld waren met stekjes. Deze stekjes stonden in zwarte plastic traytjes. De dozen werden door de eigenaren van de plantage in de garage klaargezet. Bij vertrek werd aan [betrokkene 11] gevraagd of hij deze weg kon brengen. Hij bracht deze dozen op afgesproken tijden naar de haven Portofino, de jachthaven bij Oost Maarland. Op donderdag 20 november 2014, omstreeks 11.20 uur, zag de politie dat een Lancia Lybra die door [betrokkene 1] werd bestuurd, werd geparkeerd op een parkeerplaats aan de Kasteellaan in Eijsden. Deze straat ligt in de directe omgeving van de [c-straat] in Eijsden en de haven Portofino. Onderzoek wees uit dat met meerdere telefoonnummers die in gebruik waren bij [verdachte] , [betrokkene 1] , [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] op verschillende data en tijdstippen telefoongesprekken werden gevoerd via de mastlocaties Stationsstraat in Gronsveld en Schietkelderweg in Eijsden. Het is aannemelijk dat telecommunicatie vanuit het pand aan de [c-straat 1] in Eijsden deze zelfde mastlocaties aanstraalt. Zo werd [verdachte] op 4 oktober 2014 door [betrokkene 5] gebeld. Hij zei toen tegen haar dat hij “in Maastricht is geweest met “ [betrokkene 4] ” (de rechtbank begrijpt: “ [betrokkene 4] ”, een bijnaam van medeverdachte [betrokkene 4] ). De telefoon van [verdachte] straalde op dat moment de telefoonmast aan de Gronsvelderweg in Maastricht aan. Op 26 oktober werd [verdachte] door “ [betrokkene 12] ” gebeld die vroeg of zij daar al klaar stonden. De telefoon van [verdachte] straalde toen de telefoonmast aan de Stationsstraat in Gronsveld aan. [medeverdachte 1] werd op 2 november 2014 door [betrokkene 2] gebeld. [betrokkene 2] vroeg hoe laat [medeverdachte 1] morgen komt. [medeverdachte 1] zei dat hij in Maastricht was en op en neer moet. De telefoon van [medeverdachte 1] bevond zich op dat moment onder de mast Stationsstraat in Gronsveld. In een gesprek op 3 november 2014 zei [medeverdachte 1] ook dat hij in Maastricht is. Zijn telefoon straalde op dat moment de telefoonmast aan de Stationsstraat in Gronsveld aan. Op zaterdag 27 november 2014 belde [medeverdachte 1] naar [verdachte] en zei tegen hem “ik moet een PH-meter en drinken, 2 traytjes energydrank voor Maastricht, want ik moet dadelijk naar Maastricht”. Bij de doorzoeking van de woning van [betrokkene 1] werden papieren aangetroffen. Op de ene zijde stond onder meer de naam “ [betrokkene 12] ” geschreven. Op de andere zijde stond de opbrengst van het aantal stekken vermeld en de dagen waarop deze stekken waren geoogst: zondag, dinsdag en donderdag. Voorafgaand aan het binnenvallen van deze plantage vonden er meerdere telefoongesprekken tussen de verdachten plaats. Uit deze gesprekken kan worden afgeleid dat: - [verdachte] de leider was. Hij gaf orders, regelde en organiseerde de inzet van het personeel. Hij bezocht ook de plantage en overlegde met [medeverdachte 1] en [betrokkene 11] over de levering van geoogste stekken. - [betrokkene 1] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij was regelmatig op locatie en verrichte daar werkzaamheden. Hij regelde het personeel en overlegde hierover met andere leden van de organisatie. In zijn woning werd “de boekhouding” van de plantage aangetroffen. - [medeverdachte 1] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij was zeer regelmatig in de plantage. Hij regelde vervoer van personeel en van de hennepstekken. [medeverdachte 1] verrichte ook opruimwerkzaamheden en had een belangrijke rol in deze plantage. Hij overlegde hierover met meerdere leden van de organisatie. - [betrokkene 4] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij verrichte werkzaamheden in de plantage. - [medeverdachte 4] betrokken was, zo blijkt ook uit een uitgevoerde observatie, bij de hennepstekkenplantage. Hij verrichte samen met [betrokkene 3] werkzaamheden in de plantage en werd aangestuurd door [verdachte] en [medeverdachte 1] . - [betrokkene 3] betrokken was bij de hennepstekkenplantage. Hij verrichte kennelijk werkzaamheden in de plantage. [betrokkene 3] bestelde bij [medeverdachte 1] middelen voor de plantage, zoals groeimiddel en stekkenpoeder. Hij werkte samen met [medeverdachte 4] . De rechtbank is van oordeel dat, indien in de tapgesprekken wordt gesproken over werkzaamheden die “in Maastricht” moeten gebeuren, werkzaamheden worden bedoeld in de hennepplantage aan de [c-straat 1] in Eijsden. Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit de aantekeningen die in de woning van [betrokkene 1] zijn aangetroffen blijkt dat er op zondag, dinsdag en donderdag stekken werden geoogst. Dit komt overeen met de verklaring van [betrokkene 11] , de huurder van het pand aan de [c-straat 1] in Eijsden, dat hij op zondagen, dinsdagen en donderdagen mensen moest gaan ophalen die werkzaamheden verrichte in de hennepplantage. Voorts blijkt uit de telefoonmastgegevens dat de telefoons van de verdachten, als zij aangaven “in Maastricht” te zijn, telefoonmasten aanstraalden in Gronsveld of Eijsden in de nabijheid van de plantage. Tot slot werd een auto die door [betrokkene 1] werd bestuurd in de buurt van de hennepplantage aan de [c-straat 1] in Eijsden gezien. Algemeen bekend is dat de [c-straat] in Eijsden op iets meer dan 2,5 kilometer is gelegen vanaf de grens van de gemeente Maastricht. Zes minuten rijden met de auto. Feiten 8, 9 en 10. Het pand aan de [h-straat 1] in Hoensbroek Op 9 december 2014 werd door de politie binnengetreden in de woning aan de [h-straat 1] in Hoensbroek. Dit betreft de woning van [verdachte] en [betrokkene 5] . In deze woning werden 942 hennepstekjes aangetroffen die verpakt zaten in dozen die in de woonkamer stonden. Op de overloop van de zolder werden in totaal 444 hennepstekjes aangetroffen die verpakt zaten in dozen. In de tuin van de woning werden 475 hennepstekken aangetroffen. In totaal werden in en om de woning dus 1.861 hennepstekken aangetroffen en in beslag genomen.Daarnaast trof de politie in een keukenkastje in totaal 21 gram hennep, een stroomstootwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan. Het op een vuurwapen gelijkende voorwerp werd onderzocht en bleek een gasdrukpistool te zijn met imitatiegeluiddemper dat leek op een Beretta PX4 Storm-9 pistool. Dit betreft een wapen van categorie I, sub 7 van de Wet wapens en munitie. Ook het in beslag genomen stroomstootwapen werd onderzocht. Dit betrof een stroomstootwapen in de vorm van een gsm, waarmee personen door een elektrische stroomstoot weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht. Dit voorwerp betreft een wapen van categorie II, sub 5 van de Wet wapens en munitie. Uit het dossier kan worden afgeleid dat [verdachte] deel uitmaakte van een criminele organisatie die zich bezig hield met het opzetten en onderhouden van hennepstekkenplantages en met de verkoop van hennepstekken. [betrokkene 5] , zijn vrouw, maakte ook deel uit van deze organisatie. Zij gaf berichten van en aan haar man door die betrekking hadden op de organisatie. Ook fungeerde de woning van [verdachte] en [betrokkene 5] , zoals onder meer blijkt uit de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen, als afhaaladres van hennepstekken voor klanten en leden van de organisatie. Uit de tapgesprekken die zich in het dossier bevinden kan worden afgeleid dat [betrokkene 5] bekend was met het oogmerk van de organisatie, te weten: het opzetten en onderhouden van hennepstekkenplantages en de verkoop van hennepstekken. Dat [betrokkene 5] hiervan op de hoogte was blijkt ook uit het feit dat in de woonkamer van haar woning dozen met hennepstekken stonden. Daarnaast kan uit de tapgesprekken worden afgeleid dat [betrokkene 5] door haar echtgenoot op de hoogte werd gehouden van problemen die speelden rondom de organisatie. Zo belde [verdachte] op 25 september 2015 naar [betrokkene 5] en zei tegen haar: “luister, ze hebben ingebroken ergens net [...] hebben een heleboel “case” meegenomen [...] de jongen is mij aan het bedreigen, die komt nu dadelijk misschien met 10 man aan de deur om ons kapot te schieten [...] hou de deur maar dicht.” Het is de rechtbank bekend dat met het telen van hennep veel geld wordt verdiend en dat hennep(stekken)pIantages regelmatig worden geript. Om dit te voorkomen, bewapenen de eigenaren/beheerders van de hennep(stekken)plantages zich veelal met vuurwapens. Uit het hiervoor weergegeven tapgesprek leidt de rechtbank af dat een hennep(stekken)plantage is geript die werd beheerd door aan de criminele organisatie waarvan [verdachte] en [betrokkene 5] deel uitmaken. Klaarblijkelijk werden [verdachte] en [betrokkene 5] na het rippen van deze plantage bedreigd. In de woning van [verdachte] en [betrokkene 5] werd in een keukenkast 21 gram hennep, een gasdrukpistool en een stroomstootwapen aangetroffen. Tegen de hiervoor geschetste achtergrond - een plantage van de organisatie die is geript, waarna [verdachte] en [betrokkene 5] werden bedreigd - is het aantreffen van wapens in de woning niet verwonderlijk. Het aantreffen van het gasdrukpistool en het stroomstootwapen vraagt dringend om een verklaring van de bewoners van dat huis. De bewoners, [verdachte] en [betrokkene 5] , hebben daar echter welbewust geen verklaring voor gegeven. Evenmin hebben ze bij de politie aangegeven dat deze voorwerpen niet van hen zijn. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat zij zich bewust waren én zijn van de aanwezigheid van de wapens in de keukenkast van hun woning. In diezelfde kast lag 21 gram hennep. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de aangetroffen hennep, het gasdrukpistool en het stroomstootwapen van [verdachte] en [betrokkene 5] waren. Medeplegen? De rechtbank overweegt dat om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen van het telen, bereiden, bewerken, verwerken dan wel aanwezig hebben van hennepplanten, sprake dient te zijn van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en (een) ander(en). De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1794) overwogen dat daarbij rekening kan worden houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De rechtbank leidt uit de tapgesprekken af dat [verdachte] samen met anderen een gezamenlijk plan en financieel motief had om hennepplantages te bouwen. Hij wist van het bestaan van de plantages en heeft opdrachten gegeven met betrekking tot de opbouw en het daarna in bedrijf houden van deze plantages. [verdachte] heeft ook geprofiteerd van de hennepplantages. De opbrengsten van de plantages werden namelijk gebruikt om de werknemers te betalen en zelf van te leven; verdachte had namelijk geen uitkering, noch andere legale inkomsten. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] steeds samen met anderen opzettelijk hennepplanten en -stekken heeft geteeld en bewerkt en opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank acht bewezen dat de hennepplanten en -stekken in de hiervoor beschreven plantages zijn geteeld en bewerkt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, gelet op de omvang van elk plantage, de professionele inrichting ervan en de werkzaamheden die de verdachten verrichten ten behoeve van het opbouwen en onderhouden van de hennep(stekken)plantages. Dit is duidelijk niet het werk geweest van personen die “het er bij deden”, maar van professionals. Met betrekking tot feit 1 Onder feit 1 wordt [verdachte] in het kader van het voorgaande verweten dat hij als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 maart 2016 (ECLI:NL:HR:2016:403) overwogen dat van deelneming aan een criminele organisatie slechts dan sprake kan zijn, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in de wet bedoelde oogmerk. De criminele organisatie had het oogmerk om hennepstekkenplantages op te zetten en te onderhouden en hennepstekken te verkopen. [verdachte] en [betrokkene 1] waren de leidinggevenden binnen deze organisatie. Zij hadden dagelijks telefonisch en persoonlijk contact met elkaar en andere deelnemers van de organisatie. [verdachte] was het hoofd van de organisatie, [betrokkene 1] was zijn rechterhand en verving [verdachte] tijdens zijn afwezigheid. [betrokkene 1] hield zich meer met de financiën en de organisatie bezig. [verdachte] en [betrokkene 1] gaven opdrachten en regelden de verkoop van hennepstekken. Zij betaalden loon en reiskosten uit aan deelnemers van de organisatie en onderhielden de contacten met klanten en ontvingen de bestelopdrachten. Op basis van deze bestelopdrachten gaven zij andere leden van de organisatie opdracht de bestellingen klaar te maken en te vervoeren. Ook andere leden van de organisatie hadden “eigen” klanten waaraan de hennepstekken die door de organisatie werden geteeld, werden verkocht. [verdachte] en [betrokkene 1] werden om hulp gevraagd als er problemen waren en met hen werd contact gezocht als er aankopen van goederen om plantages in te richten moesten worden gedaan. [verdachte] en [betrokkene 1] bepaalden de werktijden en inzetmomenten van andere leden van de organisatie. Zij financierden de hennepstekkenplantages ook mede. De organisatie beschikte over meerdere hennepstekkenplantages waarin stekken werden gekweekt en moederplanten aanwezig waren. Op die manier was gezorgd voor risicospreiding: als een plantage ontmanteld was, kon de organisatie - weliswaar met een lichte stagnatie - toch blijven leveren aan klanten. Veel leden van de organisatie hadden een uitkering (Ziektewet- of Bijstandsuitkering) of hadden geen uitkering dan wel een andere legale inkomstenbron. Zij waren dagelijks voortdurend bezig met de werkzaamheden voor de organisatie. [medeverdachte 1] was een belangrijke en onmisbare schakel binnen de organisatie. Hij vervoerde de hennepstekken, onderhield contacten met klanten en anderen leden van de organisatie en was een vertrouweling van [verdachte] en [betrokkene 1] . [betrokkene 2] woonde samen met een zus van [betrokkene 1] en [verdachte] , [betrokkene 6] . Hij had eigen, meer zelfstandige hennepstekkenplantages, bijvoorbeeld de hennepstekkenplantage aan de [e-straat 1] in Spaubeek. De verkoop en het vervoer van de hennepstekken verliep echter via de organisatie. [betrokkene 4] , [medeverdachte 4] , [betrokkene 3] en [medeverdachte 2] voerden werkzaamheden uit in opdracht van [verdachte] en [betrokkene 1] , [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] . Zij waren veel bezig met het opzetten en onderhouden van de plantages en het klaarmaken van bestellingen hennepstekken. [medeverdachte 2] was ook betrokken bij een andere hennepstekkenplantage van [betrokkene 2] . [betrokkene 5] , de vrouw van [verdachte] , en [betrokkene 6] , de vrouw van [betrokkene 2] , waren ook betrokken bij de organisatie. Zij gaven berichten door van en aan hun mannen voor wat betreft de zaken die de organisatie betroffen. [betrokkene 5] en [betrokkene 6] fungeerden als afhaaladres voor de hennepstekken die door hun klanten en/of leden van de organisatie waren besteld. [betrokkene 5] zorgde er ook voor dat de leden van de organisatie werden betaald en incasseerde geld van klanten. [betrokkene 6] verrichte werkzaamheden in de hennepstekkenplantage in haar woning. Gelet op de rol die [verdachte] heeft gespeeld bij de uitvoering van de feiten 2 tot en met 8, waarbij hij gedurende bijna 3 maanden intensief heeft samengewerkt met [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [medeverdachte 2] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] , acht de rechtbank ook feit 1 bewezen. Zoals hiervoor overwogen, kan uit - met name - de tapgesprekken worden afgeleid dat [verdachte] samen met [betrokkene 1] de leiding had binnen de organisatie. De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte in de periode van 15 september 2014 tot en met 9 december 2014 als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.” 2.3. Het bestreden arrest bevat de volgende aanvullende bewijsoverwegingen: “Bewijsmiddelen Het hof vult de hierna genoemde voetnoten uit het vonnis aan met de volgende pagina’s uit het dossier zoals genoemd in noot 1 van het vonnis: - Noot 2 met proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 26 oktober 2014, pagina 1658. - Noot 6 met het proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen inzake HVC-Cluster 30608, pagina’s 1818-1821. - Noot 16 met tapgesprek d.d. 4 oktober 2014, pagina 1623 en tapgesprek d.d. 3 november 2014, pagina 1855. - Noot 19 met tapgesprek d.d. 16 oktober 2014, pagina 1840 en tapgesprek d.d. 16 oktober 2014, pagina 1842. - Noot 28 met proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij [b-straat 1] te Heerlen, pagina 1910. - Noot 34 met tapgesprek d.d. 31 oktober 2014, pagina 1876 en tapgesprek d.d. 31 oktober 2014, pagina 1878. - Noot 42 met kennisgeving inbeslagneming (artikel 94 Sv), pagina 2122. - Noot 48 met tapgesprek d.d. 9 november 2014, pagina 2151. - Noot 54 met tapgesprek d.d. 3 november 2014, pagina 2181, tapgesprek d.d. 3 november 2014, pagina 2182, tapgesprek d.d. 3 november 2014, pagina 2183. - Noot 55 met tapgesprek d.d. 30 september 2014, pagina 2176. - Noot 78 met tapgesprek d.d. 29 oktober 2014, pagina 2535. - Noot 95 met tapgesprek d.d. 3 december 2014, pagina 1522. - Noot 101 met tapgesprek d.d. 12 november 2014, pagina 1601. Indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, wordt de inhoud van de door het hof gebruikte aanvullende bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Aanvullende bewijsoverwegingen Criminele organisatie Bij de beoordeling van feit 1 is het hof uitgegaan van het van het volgende toetsingskader. Voor wat betreft het juridisch kader ter zake van artikel 1 la (oud) Opiumwet geldt dat deze bepaling moet worden gezien als een specialis van artikel 140 Sr. Voor de invulling van het juridisch kader geldt derhalve dat in belangrijke mate wordt verwezen naar de uitleg van de bestanddelen van artikel 140 Sr. Ad
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.