PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/02372 Zitting 15 mei 2020 CONCLUSIE E.B. Rank-Berenschot In de zaak [eiser] eiser tot cassatie adv.: mr. J. de Jong van Lier tegen 1. V.O.F. [verweerster 1] 2. [verweerder 2] 3. [verweerster 3] B.V. verweerders in cassatie niet verschenen Deze zaak betreft een geschil tussen eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) als oorspronkelijk eigenaar/gedepossedeerde en verweerders in cassatie (hierna: [verweerders]) als derde-verkrijger over de eigendom van een internationaal als gestolen gesignaleerde oldtimer. In cassatie gaat het om de vraag of het hof op goede gronden heeft geoordeeld dat voldaan is aan de in het kader van art. 3:86 lid 1 jo. 3:11 BW vereiste onderzoeksplicht. 1Feiten en procesverloop 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten. (
(2006)4, p. 288, onder verwijzing naar MvT Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1029. W.H.M. Reehuis & A.H.T. Heisterkamp, Pitlo. Het Nederlands burgerlijk recht. Deel 3. Goederenrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019, nr. 153. Art. 17 lid 1 Kentekenreglement. Het huidige systeem en de oude systemen staan beschreven op de website van de RDW: https://www.rdw.nl/particulier/voertuigen/auto/het-kentekenbewijs/over-het-kentekenbewijsdocument. Zie over de wettelijke regeling van de kentekenregistratie voor 2004 ook A-G Franx, conclusie (onder 8) voor HR 4 april 1986, ECLI:NL:HR:1986:AB9446, NJ 1986/810, m.nt. W.M. Kleijn (Apon/Bisterbosch); E.B Berenschot, Rechtspraakoverzicht, Tijdschrift voor Privaatrecht 1987, nr. 1-2, p. 677-678. W.H.M. Reehuis & A.H.T. Heisterkamp, Pitlo. Het Nederlands burgerlijk recht. Deel 3. Goederenrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019, nr. 154. Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen, PbEG L 138, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2003/127/EG van de Commissie van 23 december 2003, PbEU L10. Art. 3 lid 1 van Richtlijn 1999/37/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2003/127/EG. HR 24 november 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4794, NJ 1968/74 m.nt. H. Drion (Van der Peijl/Van der Gun). HR 4 april 1986, ECLI:NL:HR:1986:AB9446, NJ 1986/810 m.nt. W.M. Kleijn (Apon/Bisterbosch). In het hierna te noemen arrest [...]/[...], rov. 3.4. HR 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4361, NJ 2003/399 m.nt. W.M. Kleijn (Bull’s Eye/Chrysler). Te weten: dat het in de praktijk voorkomt dat, kort nadat een leasecontract is afgekocht en de geleasede auto eigendom van de voormalig lessee is geworden, deze auto aan een autohandelaar wordt verkocht en door deze aan een derde wordt doorverkocht, zonder dat in de korte periode tussen de afkoop van het leasecontract en de doorverkoop aan de derde het kentekenbewijs deel II op naam van de voormalige lessee en/of de autohandelaar wordt gesteld (rov. 3.7). HR 7 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2555, NJ 2006/351 m.nt. W.M. Kleijn ([...]/[...]). HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3057, NJ 2011/494 (DFM/Mobiel Lease). A-G Huydecoper, conclusie (onder 7) voor HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3057, NJ 2011/494 (DFM/Mobiel Lease). Volgens A.F. Salomons, ‘De onderzoeksplicht van de verkrijger van een tweedehands auto’, VrA 2006/3, p. 108, geldt dit ook inden het (nagelaten) onderzoek geen reden tot twijfel zou hebben opgeleverd. A-G Huydecoper, conclusie (onder 12 en voetnoot 8) voor HR 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4361, NJ 2003/ 399 m.nt. W.M. Kleijn (Bull’s Eye/Chrysler). Salomons, VrA 2006/3, par. 6, noemt: (
- i)een plausibele verklaring voor onjuiste tenaamstelling, (
- ii)afstandsverklaring van de tenaamgestelde, (iii) de koper is een goede bekende van de verkoper, (
- iv)het betreft een nieuwe auto, (
- v)de verkrijger weet dat de autopapieren recent ontvreemd zijn, (
- vi)de verkoper toont bewijs van de aanvraag van een nieuw kentekenbewijs en (vii) een andersoortige vervulling van de onderzoeksplicht. Zie ook A.F. Salomons, ‘Beschikkingsonbevoegdheid bij de verkoop van een tweedehands auto: derdenbescherming nu geheel uitgesloten?’, WPNR 2011/6907, p. 939. B.A. Schuijling, noot onder HR 21 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3057, JOR 2011/383 (DFM/Mobiel Lease), par. 4. Salomons, WPNR 2011/6907, p. 940; Schuijling, noot JOR 2011/383, par. 4. Schuijling, noot JOR 2011/383, par. 1. Hij spreekt van een ‘verzwaarde onderzoeksplicht’. A-G Huydecoper, conclusie (onder 12) voor het arrest Bull’s Eye/Chrysler. Vgl. A-G Huydecoper, conclusie (onder 13-17) voor het arrest DFM/Mobiel Lease. Vgl. Salomons, VrA 2006/3, p. 110; Schuijling, noot JOR 2011/383, par. 5. Volgens de huidige regeling worden vanuit de EU te importeren voertuigen met een bouwjaar voor 1-1-1978 en tot maximaal 3500 kg onderzocht bij de RDW-keuringsstations, waarbij onder meer wordt onderzocht of het voertuig gestolen is. Voorts onderzoekt de RDW of de buitenlandse registratie van het voertuig kan worden overgenomen. Zie https://www.rdw.nl/particulier/voertuigen/motor/invoeren/invoeren-vanuit-eu--of-eva-land. Schuijling, noot JOR 2011/383, par. 4. L.P.W van Vliet, noot bij HR 7 oktober 2005 ([...]/[...]), NTBR 2006/27, p. 5. Akte overlegging producties zijdens [eiser] d.d. 12 augustus 2015, prod. 24 (met Nederlandse vertaling). Akte overlegging producties zijdens [eiser] d.d. 12 augustus 2015, prod. 23 (met Nederlandse vertaling). Akte overlegging producties, p. 2; MvG nr. II.3 (p. 5); nr. III.11-12 en nr. III.14 (p. 8-9). De juistheid van de in rov. 5.10 weergegeven regels wordt expliciet onderschreven (procesinleiding, p. 2). Zie hiervoor onder 2.29. Zie hiervoor onder 2.29. Dit is het document (met vermelding van 7 november 1966 als eerste afgiftedatum) ten aanzien waarvan een medewerker van de RDW zou hebben bevestigd dat het een oud Zweeds kentekenbewijs is. Zie CvD nr. 20, met verwijzing naar de daarbij als prod. 15 overgelegde verklaring van [betrokkene 4] van de RDW. Aangehaald hiervoor onder 2.16. Vgl. A-G Huydecoper, conclusie (onder 13) voor het arrest DFM/Mobiel Lease, naar aanleiding van HR 11 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4361, NJ 2003/399 m.nt. W.M. Kleijn (Bull’s Eye/Chrysler), rov. 3.9.