PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/00822 Zitting 3 juli 2020 Conclusie (art. 80a RO) W.L. Valk In de zaak [eiseres] tegen [verweerder] Partijen worden hierna verkort aangeduid als Partijen [eiseres] respectievelijk [verweerder]. 1Procesverloop 1.1 Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijs ik naar: a. het verstekvonnis in de zaak C/15/258998 / HA ZA 17-364 van de rechtbank Noord-Holland van 21 juni 2017; b. de vonnissen in verzet in de zaak C/15/263017 / HA ZA 17-595 van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2017 en 28 maart 2018; c. de arresten in de zaak 200.241.031/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2018 en 3 december 2019. 1.2 [eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 3 december 2019 beroep in cassatie ingesteld. 2Bespreking van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep 2.1 De aangevoerde klachten rechtvaardigen geen behandeling in cassatie, omdat zij klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Ik licht dit kort toe. 2.2 Het geschil betreft leveranties in 2015 en 2016 door [verweerder] aan [eiseres] van vleeswaren. Volgens [verweerder] heeft hij ter zake van deze leveranties aan [eiseres] pakbonnen afgegeven en vervolgens facturen verzonden. Een factuurbedrag van in totaal € 50.515,19 is volgens hem door [eiseres] nog niet voldaan. Nadat de vorderingen van [verweerder] bij verstekvonnis waren toegewezen, heeft [eiseres] in verzet niet betwist dat vleeswaren zijn geleverd, maar zij heeft aangevoerd dat zij nooit pakbonnen kreeg, hoewel zij daarom vroeg, en ook nooit facturen of betalingsherinneringen van [verweerder] heeft ontvangen. Wel heeft zij contante betalingen gedaan, die volgens haar toereikend waren; zij verwachtte van [verweerder] nog geld terug te krijgen. Pas door de sommaties van een incassobureau zou zij van het standpunt van [verweerder] hebben vernomen. De door [verweerder] in het geding gebrachte facturen zouden vals zijn. 2.3 De rechtbank heeft het verweer tegen de vorderingen van [verweerder] gepasseerd op grond van een redenering die erop neerkomt dat [eiseres] de stellingen van [verweerder], die volgens de rechtbank consistent en plausibel zijn, niet voldoende gemotiveerd heeft betwist, omdat haar stellingen niet consistent zijn. Ook heeft de rechtbank een beroep van [eiseres] op art. 6:89 BW gepasseerd. 2.4 Het tegen het eindvonnis van de rechtbank ingestelde hoger beroep is door het hof verworpen. Het oordeel van het hof komt erop neer dat [eiseres] ook in hoger beroep haar betwisting van de stellingen van [verweerder] onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het hof zich daarom aansluit bij de overwegingen van de rechtbank en die tot de zijne maakt. Zie rechtsoverweging 3.7 van het arrest van het hof. 2.5 Het cassatiemiddel voert onder a aan dat de overweging van het hof dat [eiseres] ter onderbouwing van haar grieven heeft volstaan met een herhaling van haar stellingen uit de eerste aanleg met slechts de toevoeging dat de rechtbank deze stellingen niet of onvoldoende heeft meegenomen in de beoordeling, onvoldoende begrijpelijk is, nu [eiseres] haar grieven tegen het vonnis van de rechtbank in haar memorie van grieven ‘uitgebreid heeft toegelicht en onderbouwd en deze grieven ter zitting van 24 september 2019 nog nader heeft toegelicht en onderbouwd’. Deze klacht kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden, omdat zij niet aanduidt met welke inhoudelijke stellingen [eiseres] haar grieven heeft toegelicht. De verwijzing door de steller van het middel naar een uitgebreide toelichting en onderbouwing volstond niet. Niet de kwantiteit, maar de kwaliteit van het verweer van [eiseres] stond ter beoordeling van het hof. Ik heb ten overvloede de memorie van grieven en de overige stukken van de zijde van [eiseres] in hoger beroep gelezen. Ik lees daar bijvoorbeeld nog altijd geen uitleg hoe [eiseres] bij bankoverschrijvingen heeft kunnen verwijzen naar de nummers van facturen, hoewel zij zegt nooit facturen te hebben ontvangen. 2.6 Het middel onder b voert aan dat [eiseres] de stellingen van [verweerder] zeer nadrukkelijk heeft betwist, onder meer in de zin dat zij heeft betwist
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.