ECLI:NL:PHR:2021:137
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer19/02121 Zitting 26 januari 2021 CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de verdachte.
Het hof heeft voorts nader omschreven voorwerpen verbeurdverklaard en onttrokken aan het verkeer, en de teruggave aan de verdachte gelast van twee in beslag genomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen.
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen 5. Ten laste van de verdachte is onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaard dat: ‘1: hij in de periode van 04 februari 2015 tot en met 07 december 2016 te [plaats] , opzettelijk met het oogmerk ter voorbereiding en/of ter bevordering van de te plegen misdrijven omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 1 april 2019 verklaard -zakelijk weergegeven-:
De feiten zoals die onder 2 en 4 zijn ten laste gelegd erken ik. Op 7 december 2016 heb ik in mijn woning in [plaats] professioneel vuurwerk, te weten 288 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6), voorhanden gehad. Ik heb geen gespecialiseerde kennis over dit vuurwerk.
Voorts heb ik op 7 december 2016 in mijn berging, die hoort bij mijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] , een vuurwapen, te weten een machinegeweer van het merk/model Bulgarian Arsenal Akks-47 en in totaal 59 kogelpatronen, voorhanden gehad.
Ik had de app Telegram. Per dag was ik zo'n twee uur op de computer bezig met het bekijken van beeldmateriaal afkomstig van IS en het lezen van interviews. Soms waren er 12 interviews, dan downloadde ik die om ze op een later moment te bekijken. Ik bekeek de video's automatisch als ik de websites bezocht. Ik bekeek iedere dag zo'n 6 à 7 websites.
Het klopt dat ik ' [verdachte] ' ben.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 19 oktober 2017 verklaard -zakelijk weergegeven-:
U houdt voor uit het dossier de bevindingen van het NFI omtrent de inbeslaggenomen Cobra's. Het beschreven gevaar van massa-explosie begrijp ik volkomen.
U houdt mij voor uit het dossier de bevindingen omtrent het digitale onderzoek naar de harde schijf en de 2 computers.
Er stonden ook films op die harde schijf. Die filmpjes waren originele IS-video's. Ik had geen geluid op mijn pc, daarom wilde ik ze via de tv bekijken. Het document ging over de vraag als je als moslim niet aan jihad kunt doen, wat je dan thuis zou kunnen doen. Ik kan mij nog herinneren dat er stond dat je in dat geval gewoon je buurman mocht doden.
U houdt voor uit het dossier, de schriftelijke uitwerking van het audiofragment betreffende het gesprek van 22 oktober 2016 te [plaats] .
Ik was een van de deelnemers aan dat gesprek. Wat achter NN1 staat, heb ik gezegd. Ik ben NN1.
Ik heb zelf die mapjes gemaakt en daarin die filmpjes geplaatst. Ik was er twee tot tweeënhalf uur per dag mee bezig.
O: in de woonkamer is tijdens de doorzoeking een harde schijf aangetroffen van het merk Freecom.
V: Van wie is die harde schijf?
A: Die is van mij.
V: Wie maken er gebruik van deze harde schijf?
A: Alleen ik.
V: Op de harde schijf is een map aangetroffen met de naam Films. In deze map zit een map Islaam. Wat kan je verklaren over de inhoud van deze map?
A: Islamitische lezingen. Koran liederen en allemaal video's.
O: In de map Islaam op de hiervoor benoemde harde schijf blijken over de 250 films te staan. De meeste filmpjes hebben betrekking op Islamitische Staat. Veel van de filmpjes tonen onthoofdingen uitgevoerd door leden van Islamitische Staat.
V: Wat kan je hierover verklaren?
A: Het is als volgt. We hebben hier een groepering die beweerd uit naam van de Islam te vechten. Ik ben voor elke groepering die onderdrukte volkeren kan helpen om uit de onderdrukking vandaan te komen. Maar wel volgens de islamitische regels. Ik lees en onderzoek veel.
Op de harde schijf in de voornoemde map Islaam staan twee mappen. Map 1 is gevuld met geweld van IS. Map 2 is voornamelijk gevuld met uitleg van IS leden over wat ze doen met ondersteuning vanuit hun interpretatie van de koran.
V: Veel filmpjes zijn van hoge kwaliteit. Hoe kom je aan deze filmpjes?
A: Alles heb ik via het internet. De meeste video's komen van de website Jihadology.net en youtube.
V: Hoe kijk je naar het gedachtegoed van Islamitische Staat?
A: Dat is moeilijk uit te leggen. De islamitische staat kwam met een kalifaat wat de meeste moslims niet kende. Ze overvielen je met een heel mooi concept.
V: Veel filmpjes zijn van hoge kwaliteit. Hoe kom je aan deze filmpjes?
A: Alles heb ik via het internet. De meeste video's komen van de website Jihadotogy.net en YouTube. Daarnaast komen er een aantal van losse links.
O: Op de voornoemde desktop computer lag een mobiele telefoon van het merk Nokia type Lumia.
V: Bij wie is deze voornoemde telefoon in gebruik geweest?
A: Die telefoon is alleen bij mij in gebruik geweest.
V: Uit het onderzoek komt naar voren dat jij de gebruiker zou zijn van het twitteraccount […] wat wil je hierover verklaren?
A: Het account zelf zegt me iets. Maar dat account is anderhalf of twee jaar oud. Mijn nummer was kennelijk gekoppeld aan het account.
Inbeslagneming Adres: [a-straat 1] te [plaats] Datum: 7-12-2016 Omschrijving in beslag genomen goederen [001] GSM [002] desktop [003] Externe harde schijf zwart [004] plastic zara tas zwart waar 2x magazijn met munitie vuurwapen in zat [005] zwarte vuilniszak waar vuurwapen in zat [006] 2x magazijn met scherpe patronen AK47 [007] Verpakkingsmateriaal waar vuurwapen in verpakt zat [008] vuurwapen AK47 [009] Desktop computer Acer Eigenaar/houder/rechthebbende Voornamen: [verdachte] Achternaam: [verdachte] Geboortedatum: [geboortedatum] 1986 Geboorteplaats: [geboorteplaats] Adres: [a-straat 1] Plaats: [plaats] Beslissing over beslag Voor waarheidsvinding overdragen aan Digitale Recherche 5. Het proces-verbaal van politie nummer LERCA16135-45 (…), inhoudende als relaas van de verbalisant:
Start onderzoek Op 29 november 2016 werd een opsporingsonderzoek gestart contra de verdachte:
Achternaam : [verdachte] Voornamen : [verdachte] Geboortedatum : [geboortedatum] -1986 Geboorteplaats : [geboorteplaats] Adres : [a-straat 1] Plaats : [plaats] Op 29 november 2016 werd een ambtsbericht ontvangen met de volgende tekst:
De gebruiker van het Twitteraccount […] sympathiseert met ISIS. Dit Twitteraccount is gebruikt door [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] en volgens de BRP ingeschreven op het adres [a-straat 1] [plaats] . Betrokkene is bereid om aan de jihadistische strijd deel te nemen dan wel anderen daartoe te faciliteren.
Naar aanleiding van het bovenstaande heb ik, verbalisant, een onderzoek verricht naar het Twitter profiel […] Hieronder is door mij een screenshot geplaatst van het Twitterprofiel […] zoals dat er omstreeks 30 juli 2015 uitzag. […] Lilahi Darru Muaskarul Abtali !
De hierboven weergegeven zin "Lilahi Darru Muaskarul Abtali !" betekent door een tolk uit het Arabisch vertaald: "God moge het trainingskamp van de helden verheffen" en is een smeekbede waarmee de helden van een trainingskamp worden verheerlijkt.
Op de op de Twitter achtergrond geplaatste foto is een door ISIS gebruikte vlag zichtbaar.
Door mij werd onderzoek verricht naar de volgende inbeslaggenomen item: [001] (woning [a-straat 1] , [postcode] [plaats] ) Windows Lumia […] .
Door mij werden op de smartphone de volgende relevante WhatsApp chatfragmenten aangetroffen:
Deelnemers : [betrokkene 1] Whatsapp: [telefoonnummer 1] [betrokkene 2] : [telefoonnummer 2] [verdachte] ( [verdachte] ): [telefoonnummer 3] [betrokkene 3] : [telefoonnummer 4] In de chat tussen deze deelnemers wordt er door de WhatsApp gebruiker [verdachte] ( [verdachte] ) een aantal internet linken naar Youtube video's met de volgende inhoud: www.youtube.com/watch?v—DrRbrvx022x Betreft de video van een groep ISIS strijders met wapens die een Islamitisch lied zingen. Geplaatst door [verdachte] (owner) http:/m.youtube.com/watch?v=Byq2PMomu6A Nasheed from a collection of Iraqi nasheeds. From the album called, "Ardh Al Malahim"
Betreft de video van een Jihadistisch gezang waarin wordt opgeroepen tot de gewapende strijd. Geplaatst door [verdachte] (owner) http://m.youtube.com/watch?v=UN62yQUy714 Nam ‘ Dee Junoodan [Jihad Nasheed] With Chechen Video Betreft de video van een Jihadistisch lied over de gewapende strijd in Tsjetsjenië.
Geplaatst door [verdachte] (owner) Verder zijn door mij hieronder een aantal mogelijk relevante chatfragmenten weergegeven:
Door mij werd onderzoek verricht naar het inbeslaggenomen item: Smartphone Windows wit Lumia […] . Uit dit onderzoek bleek mij het volgende.
Er bleken omstreeks 1900 foto's en 18 video's te zijn opgeslagen die gemaakt waren in ISIS strijdgebied of met ISIS of terreur te maken hadden. Deze foto's waren ontvangen via het programma Telegram, dat als app vermoedelijk op de smartphone geïnstalleerd is geweest.
Het is mij, verbalisant, bekend dat er op Telegram zogenaamde groepen en kanalen zijn die door ISIS worden gebruikt om ten behoeve van hun propaganda foto's uit het strijdgebied te publiceren.
Op de smartphone zijn een aantal screenshots aanwezig waaruit geconcludeerd kan worden dat er via Whatsapp ISIS nieuws afkomstig uit de geheime facebookgroep "Staatsnieuws" uitgewisseld werd.
Opmerking verbalisant: Het is mij, verbalisant, bekend dat de geheime Facebookgroep "Staatsnieuws" een groep is die niet op internet te vinden is en enkel via een uitnodiging van een beheerder of groepslid toegankelijk is. Deze facebookgroep wordt gebruikt om ISIS nieuws en propaganda onder de groepsleden te delen.
Behalve de eerder genoemde ISIS gerelateerde foto's en plaatjes die via Telegram op de smartphone waren gedownload, bleek mij dat er na zoeken op de smartphone met behulp van het programma UFED Physical Analyzer naar het woord "Telegram", dat er ook communicatie via Telegram op de smartphone voorkwam die erop duidde dat [verdachte] lid was van een ISIS gerelateerde Telegram groep.
Aangezien de App Telegram niet meer op de smartphone aanwezig bleek te zijn en op een onbekend moment verwijderd is, werden slechts fragmenten van de groepscommunicatie via Telegram aangetroffen.
Zo bleek er in de Telegram groep een Youtube link (https://youtu.be/8hUk915sB48) naar een video te zijn gepubliceerd waarop een persoon geboeid op de grond zit.
In de Telegram chat wordt daarover gezegd "And the video is of Masjid (Moskee genaamd imam) imam in Anbar (Irak) that was arrested by Rawafidh (Sjiieten). "Swaeiq_Media Present: We are not weak, by allah we our lone wolves will come to you from where you dont know"
Op 13, 14 en 15 december 2016 heb ik, verbalisant, onderzoek verricht naar de inhoud van de van de volgende bij de verdachte:
Achternaam : [verdachte] Voornamen : [verdachte] Geboortedatum : [geboortedatum] -1986 Geboorteplaats : [plaats] Adres : [a-straat 1] Plaats : [plaats] op 7 december 2016 inbeslaggenomen goederen:
Item IBN code Harde schijf uit Lenovo desktop PC [002] Externe harde schijf merk Freecom [003] Onderzoek harde schijf uit Lenovo desktop PC ( [002] ):
Dit bestand bleek uitgepakt een aantal andere bestanden te bevatten waaronder een PDF bestand waarin technisch is uitgelegd hoe een staafbom moet worden gemaakt.
Een PDF bestand waarin technisch is uitgelegd hoe een bomgordel moet worden gemaakt.
Het bestand Thumbs.db bleek verwijzingen te bevatten naar 3 video filmpjes die zich op de harde schijf bevonden.
Door mij zijn de bestanden onderzocht waaruit mij bleek dat de verschillende filmpjes zich op de harde schijf bevonden en de volgende inhoud hadden.
Het is mij, verbalisant, bekend dat het programma Telegram anonieme communicatie en verspreiding van berichten en bestanden toestaat en veel door terreurorganisaties zoals ISIS wordt gebruikt als propaganda kanaal. Zo worden de vaak gruwelijke video's die door ISIS worden gemaakt veel via Telegram verspreid.
Zichtbaar was dat op de Lenovo Desktop het programma Telegram werd gebruikt. Waarbij uit nader onderzoek bleek dat Telegram web-based (in een browser) werd gebruikt (https://web.telegram.org), dus zonder dat daarvoor het programma Telegram via een installatiebestand was geïnstalleerd. Als op deze wijze Telegram gebruikt wordt, kunnen de video's die bekeken worden ook worden opgeslagen in de standaard Download directory op de computer.
Aangezien er op de externe harde schijf van het merk Freecom ( IBN code [003] ) , die tevens in de woning in beslaggenomen was, omstreeks 289 ISIS video's werden aangetroffen, bestaat het vermoeden dat deze video's op de Lenovo desktop PC via Telegram zijn gedownload, waarna deze op de externe harde schijf zijn gezet om daarna van de Lenovo Desktop PC te worden verwijderd. Zo bleek uit nader onderzoek dat 1 ISIS video zich in de prullenbak van de Lenovo Desktop PC bevond.
Op de Lenovo Desktop PC was zichtbaar dat de externe harde schijf van het merk Freecom die in de woning aan de TV verbonden was, verbonden is geweest met de Lenovo Desktop PC.
Onderzoek externe harde schijf (Freecom) ( [003] ):
De meerderheid van deze video's zijn zeer gewelddadig van aard en bevatten extreem gruwelijke beelden waarin mensen worden verminkt, onthoofd opgeblazen en op andere wijze om het leven worden gebracht.
Als bijlagen bij dit proces-verbaal is gevoegd: een afdruk van de inhoud van het bestand "ADVICE TO THOSE WHO CANNOT COME TO SHAM.pdf.
Being In Sham is a blessing and is the recommended place to be during the end of times.
There are a few options available to you if you are prevented from coming to Sham.
The first and foremost is to support the families of the Mujahidin. This should be the first thing all those in Dar Al-Kufr should be doing, even if you are planning to come to the lands of jihad.
Many brothers get martyred, and there are so many widowed sisters who could use financial aid.
I request all those who reside in Dar Al-Kufr to utilise their time wisely and save up money to send to those inside Sham. Do collections form your trustworthy friends, and if you fear repercussion from people, then it is permissible to say you are doing a collection for the poor and needy. You do not need to say it is for jihad, one can keep it vague. If need be, collect money from the Kuffar for an invented cause.
If you are prevented from travelling abroad, for example your passport is taken away from you, then realize that Allah has decreed for this to happen, so use this opportunity to kill the Kuffar in their very own country. The war is not limited to our lands, it's a global war. It's a war against Islam, so if you really are a Muslim then choose your side rather than being a spectator.
The Shaykh and Mujahid, Abu Muhammad Al-Adnani - the official spokesman of Dawlah - has ordered all those living in Dar Al-Kufr to rise up and kill the Kuffar at their doorsteps.
The best of all people to kill are those who work with the government, the politicians, those who have worked in the army, the police officers, or anyone else who bas any links or ties to the government. You do not need to know much, a kitchen knife is sufficient to send a Kafir to the hereafter. Even a petrol bomb is an easy tool one can make and use without the need of research online. Cause terror in the heart of Dar Al-Kufr the way they have caused terror in Muslim Lands.
Als aanvulling op mijn bevindingen zoals verwoord in proces-verbaal LERCA16135-62 waarin door mij, verbalisant, werd vastgesteld dat op de inbeslaggenomen harde schijf uit Lenovo desktop PC ( [0010] ) de volgende 2 in de Arabische taal opgestelde documenten werden aangetroffen:
Een PDF bestand waarin technisch is uitgelegd hoe een staafbom moet worden gemaakt.
Een PDF bestand waarin technisch is uitgelegd hoe een bomgordel moet worden gemaakt.
Deze beide documenten werden door een beëdigd tolk vertaald en zijn in één document beschreven.
Door mij werd een nader onderzoek ingesteld naar deze vertaalde documenten waaruit mij samengevat het volgende bleek : pdf (fabricage pijpbommen)
Ons kenmerk 8c53ae55-orl-2.0 Datum 7 februari 2017 Betreft Ambtsbericht [verdachte] ( [geboortedatum] -1986, [plaats] ) heeft met een aantal personen op 22 oktober 2016 tussen 21:34:30 en 31:42:32 (BFK, bedoeld zal zijn 21:42:32) uur een gesprek gevoerd in de [b-straat] te [plaats] .
De audio opname van het gesprek is op een cd-rom bijgevoegd met het kenmerk: 8c541042 .
Op 2 maart 2017 is door ons verbalisanten een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt over de uitwerking van een audiobestand. Het audiobestand is voorzien van kenmerk 8c541042 . Dit audiobestand is op 10 februari 2017 ontvangen als bijlage van het ambtsbericht voorzien van kenmerk 8c53ae55-orl-2.0 . In het ambtsbericht wordt vermeld dat het een opgenomen audiobericht betreft dat is opgenomen op 22 oktober 2016 tussen 21:34:30 uur en 21:42:32 uur op de [b-straat] te [plaats] .
Op 17 juni 2017 heb ik het audiobestand voorzien van kenmerk 8c53ae55-orl-2.0 beluisterd en uitgewerkt.
Uit de opname maak ik drie verschillende stemmen op, het is onduidelijk of er drie of meerdere personen bij het gesprek betrokken zijn doordat men soms door elkaar praat of slecht te verstaan is. Derhalve is het als volgt weergegeven:
NN1 onbekende man 1 NN3 onbekende man 3 NN1: Broer ik zeg je eerlijk (NTV) Het is niet moeilijk om iets te bombarderen, ofzo,(NTV) je (NTV) niet zelf te drukken. (NTV) . Kijk verderop bij mij heb je nu ehm.. heb je nu ehmm.. Hé het is vijfhonderd meter lopen (NTV) Turkse ambassade, ik weet waar de Turkse ambassade is. Ik zie daar altijd Turken naar toe gaan. Broer je komt daar naar binnen, of je schiet, of je gooit iets naar binnen. Sowieso die dingen kan ik gewoon doen.(NTV) Maar die mensen zijn wel moslim daar binnen.
NN3: (NTV) Op zijn Engels gezegd zeggen ze "collateral damage"
NN1: Dan, dan.. Kies ik liever toch die Hollanders 14. Het proces-verbaal Onderzoek automatisch vuurwapen van politie nummer LERCA16135-129 (…), inhoudende als relaas van de verbalisant: (…) 15. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming nummer LERCA16135-94 (…), d.d. 8 december 2016, opgemaakt door verbalisant 370. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:
Inbeslagneming Adres: [a-straat 1] te [plaats] Datum: 7-12-2016 Omschrijving in beslag genomen goederen [0011] Meerdere dozen cobra 6 Categorie: Explosief 16. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van politie nummer LERCA16135-53, met bijlagen (…), inhoudende het relaas van de verbalisant: (…) 17. Een Rapport (Explosievenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van betwist vuurwerk) van het Nederlands Forensisch Instituut van 7 april 2016, nummer 2016.03.03.233, met bijlage (…), als bijlage gevoegd bij het onder 16 vermelde proces-verbaal, (…) 17. Een deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 31 maart 2017, nummer 2017.01.04.229, met bijlage (…) (…) 18. Een geschrift, zijnde Kennisbijlage 140a PV, (Jihadi-)Salafistische Groepen in Syrië, van de Dienst Landelijke Recherche, opgemaakt door dr. J. Jolen, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - :
2.6 VN en EU Sanctielijst Op 30 mei 2013 wordt het toenmalige ISIL toegevoegd aan de VN Sanctielijst. Op 15 augustus 2014 wordt IS woordvoerder Abu Mohammed al-Adnani toegevoegd aan de Al-Qaida Sanctielijst van de VN. IS kalief Ibrahim, oftewel Abu Bakr al-Baghdadi staat onder zijn eigenlijke naam, Ibrahim Awaad Ibrahim Ali Badri al-Samarrai, al op de lijst sinds 5 oktober 2011, toen hij nog de leider van ISI ofwel Al-Qaida in Irak was.
Op 1 juli 2013 is (toen nog) ISIL op de financiële sanctielijst van de EU geplaatst. Abu Bakr al-Baghdadi, leider van IS en de huidige kalief staat sinds 15.10.2011 op deze lijst, als toenmalige leider van (IS)IL voorloper ISI.’ 7. Het hof heeft in het bestreden arrest aan deze bewezenverklaring de volgende nadere bewijsoverweging gewijd: ‘Omtrent het bewezenverklaarde onder feit 1 alternatief/cumulatief onderdeel A overweegt het hof dat het 'zich eigen maken van radicaal extremistisch gedachtengoed' uiteraard een beginpunt kent dat voorafgaat aan concrete voorbereidingshandelingen, maar dat dat proces van het 'zich eigen maken' door gaat tijdens die voorbereidingshandelingen. Zo zal het bekijken van terreurpropaganda de verdachte hebben gesterkt in het al - mogelijk slechts in de kiem - aanwezige extremistisch gedachtengoed en zal de verdachte door het bekijken van die propaganda telkens weer zijn aangemoedigd ook daadwerkelijk een aanslag voor te bereiden, nu immers in deze films geweld tegen niet-gelovigen en afvalligen wordt verheerlijkt en als legitiem wordt voorgesteld. Zo bezien kan worden bewezen verklaard dat de verdachte zich radicaal extremistisch gedachtengoed heeft 'eigen gemaakt' ook 'ten behoeve van het plegen van aanslagen'.’ 8. Voorts heeft het hof in de aanvulling op het arrest de volgende overweging opgenomen: ‘Bewijsmotivering Onder de ‘gewapende jihadstrijd in Syrië’ wordt verstaan de strijd in Syrië die de vorm aanneemt van het ontplooien van geweldsactiviteiten tegen gepercipieerde vijanden van de islam ter verwezenlijking van een wereld die een zo zuiver mogelijke afspiegeling is van hetgeen men meent dat in de eerste bronnen van het islamitisch geloof – de Koran en de soenna – staat vermeld.’ Bespreking van het eerste middel 9. De stellers van het middel klagen dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet (zonder meer) blijkt dat de verdachte ten tijde van de onder A bedoelde gedragingen en handelingen reeds het oogmerk heeft gehad de tenlastegelegde misdrijven te plegen. Het hof zou dit onderschrijven nu het hof heeft geoordeeld dat ‘het bekijken van terreurpropaganda de verdachte (zal) hebben gesterkt in het al – mogelijk slechts in de kiem – aanwezige extremistisch gedachtengoed’. Die overweging zou niet uitsluiten dat de verdachte de betreffende gedragingen heeft verricht op een moment waarop het tenlastegelegde en bewezenverklaarde oogmerk ontbrak of onvoldoende aanwezig was. Tegelijk zou volgens de stellers van het middel uit de delictsomschrijving en de tekst van de tenlastelegging zoals opgenomen onder A volgen dat het oogmerk op het plegen van terroristische misdrijven al aanwezig moet zijn op het moment van het tenlastegelegde 'zich eigen maken van radicaal gedachtegoed'.’ Gelet daarop zou de bewezenverklaring onvoldoende met redenen zijn omkleed.
Zie hieromtrent oa. ECLI:NL:RBDHA:2016:8464 waarin overwogen: "De rechtbank overweegt dat de opsteller van de tenlastelegging in dat geval kennelijk heeft bedoeld dat verdachte zich voor zijn vertrek naar Syrië en met het oogmerk om terroristische misdrijven te gaan plegen, is gaan verdiepen in het radicale extremistische gedachtegoed en het gedachtegoed zich met dat oogmerk eigen heeft gemaakt. Maar zo is het natuurlijk niet gegaan. Verdachte heeft zich eerst het radicaal extremistische gedachtegoed eigen gemaakt en vervolgens heeft het idee bij hem postgevat dat hij op grond van dit gedachtegoed verplicht was naar Syrië af te reizen om daar deel te nemen aan de gewapende jihadstrijd. Er kan dus niet bewezen worden dat het oogmerk van verdachte op het plegen van terroristische misdrijven al aanwezig was op het moment dat hij zich het radicale extremistische gedachtegoed eigen maakte. Op grond hiervan wordt verdachte vrijgesproken van dit onderdeel. "’ 11. Deze passage is in de pleitnota opgenomen onder het kopje ‘FEIT 1: art. 96 lid 2 SR:’ Verderop in de pleitnota merkt de raadsman op: ‘Edelgrootachtbaar college voor het verwijt van 134 a is mijn conclusie gegeven het voorhanden materiaal niet anders’. De stellers van het middel gaan in de toelichting op beide strafbaarstellingen in. Daarom begrijp ik de klacht zo dat de bewezenverklaring onder 1 zowel wat betreft de in het eerste deel onder A omschreven gedragingen als wat betreft de in het tweede deel onder A omschreven gedragingen onvoldoende met redenen zou zijn omkleed. Ik bespreek deze bewijsklacht in dat licht eerst met het oog op art. 96 Sr en daarna met het oog op art. 134a Sr.
1° een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;
2° gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;
3° voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;
4° plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;
5° enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.’ 13. De Wet terroristische misdrijven heeft samenspanning in enkele andere artikelen strafbaar gesteld. Daarbij is art. 96, tweede lid, Sr telkens van overeenkomstige toepassing verklaard. In de context van deze strafzaak zijn in het bijzonder de artikelen 176b en 289a Sr van belang. Deze luiden als volgt:
Artikel 176b Sr ‘1. De samenspanning tot de in de artikelen 157, 161, onderdelen 2° en 3°, 161bis, onderdelen 3° en 4°, 161quater, 161sexies, onderdelen 2° en 3°, 162, 164, 166, 168, 170, 172, 173a en 174 omschreven misdrijven, te begaan met een terroristisch oogmerk, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Art. 134a Sr is derhalve verwant aan art. 96, tweede lid, Sr. Dat volgt ook uit de delictsomschrijving, waarin het zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen of trachten te verschaffen tot nader omschreven misdrijven centraal staat. Een uitbreiding lijkt vervat in het zich kennis of vaardigheden verwerven of een ander bijbrengen. Maar die passage is vooral opgenomen omdat twijfel kan bestaan of deze gedragingen al onder het zich verschaffen van inlichtingen begrepen kunnen worden.
Strafbaarheid kan met andere woorden niet worden aangenomen als het opzet ontbreekt met betrekking tot het doel van de training. Dit opzetvereiste moet evenwel worden onderscheiden van een terroristisch oogmerk als omschreven in artikel 83a Sr. Dat oogmerk vormt geen bestanddeel van de in artikel 134a Sr voorgestelde strafbaarstelling. Bij degene die meewerkt aan het geven van een terroristische training kunnen immers andere dan terroristische motieven een rol spelen. Zo kan een vlieginstructeur louter uit financieel gewin iemand trainen die voornemens is een terroristische aanslag te plegen. De desbetreffende vlieginstructeur maakt zich niettemin schuldig aan het voorgestelde strafbare feit wanneer hij, terwijl hij training geeft, weet dat degene die hij instrueert de vaardigheden wil verwerven voor het plegen van een terroristisch misdrijf. Voor degene die de terroristische training volgt, geldt doorgaans evenmin dat het volgen van de training plaatsvindt met het oogmerk om de bevolking ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid wederrechtelijk iets te doen etc. (vgl. artikel 83a Sr). Dat oogmerk komt pas in beeld indien daadwerkelijk wordt overgegaan tot het plegen van daden die tot de door het terroristisch oogmerk beoogde effecten kunnen leiden’ (p. 6). ‘Naar aanleiding van een vraag van deze leden over het ontbreken van opzet als bestanddeel in het voorgestelde artikel 134a Sr wil ik graag verduidelijken dat strafbaarheid op grond van artikel 134a Sr slechts kan worden aangenomen indien sprake is van opzettelijk handelen, ook ten aanzien van het criminele doel van de training. In het materiële strafrecht geldt de algemene regel dat het opzetvereiste zich uitstrekt tot alle bestanddelen die volgen na het woord opzettelijk. De gekozen formulering impliceert derhalve dat voor strafbaarheid is vereist dat betrokkene meewerkt aan een terroristische training, terwijl hij weet dat degene die hij kennis of vaardigheden bijbrengt de bedoeling heeft deze kennis en vaardigheden te verwerven voor het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter bevordering of vergemakkelijking daarvan. Evenzo impliceert de voorgestelde formulering dat voor strafbaarheid van degene die aan een terroristische training deelneemt, is vereist dat diens bedoeling is de kennis of vaardigheden te verwerven voor het plegen van een terroristisch misdrijf. De gekozen formulering sluit voorts aan bij verwante bepalingen, zoals de artikelen 46 en 48 Sr. Bij deze stand van zaken zie ik geen aanleiding voor het in de delictsomschrijving opnemen van een dubbel opzetvereiste’ (p. 7).
‘Uit mijn hierboven gegeven antwoord op de door deze leden gestelde vraag naar de subjectieve bestanddelen van de voorgestelde delictsomschrijving volgt dat voor een veroordeling is vereist dat de rechter bewezen acht dat betrokkene willens en wetens kennis of vaardigheden verwierf voor het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan. Centraal staat aldus de bedoeling tot het verwerven van kennis of vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf, (nog) niet de bedoeling tot het plegen van een terroristisch misdrijf’ (p. 8).
Het enkel volgen van een taalopleiding, ook al blijkt anderszins van mogelijke terroristische sympathieën, zal niet snel te kwalificeren zijn als «deelneming aan een terroristische training». Dit kan bijvoorbeeld anders liggen wanneer, ter uitvoering van een groter plan, specifieke, technische begrippen in een onbekende taal worden getraind. Te denken valt bijvoorbeeld aan het verwerven van kennis over termen die de luchtverkeersleiding hanteert, ter voorbereiding van een op een bepaalde luchthaven uit te voeren terroristische kaping’ (p. 4). ‘De heer Teeven wilde vernemen of voor strafbaarheid is vereist dat reeds op het moment van de trainingsactiviteiten het terroristisch oogmerk bij betrokkene bestaat. In antwoord daarop kan ik aangeven dat op het moment waarop iemand een training volgt tot het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan, het terroristisch oogmerk van de cursist nog niet volledig uitgekristalliseerd behoeft te zijn ten aanzien van elk element van het terroristisch oogmerk, als omschreven in artikel 83a Sr. In dit verband kan een vergelijking worden gemaakt met artikel 46 Sr, de strafbare voorbereiding. Ook daar geldt dat voor strafbaarheid slechts de contouren van het voor te bereiden misdrijf zichtbaar moeten zijn’ (p. 5) 29. Deze passages lezen in de eis dat het opzet op het ‘tot’ het plegen van het misdrijf verschaft zijn van de inlichtingen (etc.) betrekking dient te hebben een zekere doelgerichtheid. Het opzet dient volgens de memorie van toelichting ‘gericht’ te zijn op het inzetten van verworven kennis of vaardigheden voor een omschreven misdrijf. De nota naar aanleiding van het verslag spreekt over ‘criminele intentie’ en over het ‘doel’ dat de betrokkene voor ogen heeft. Ook bij de instructeur speelt dat doel een rol: hij is strafbaar als hij weet dat de persoon die hij vaardigheden bijbrengt de bedoeling heeft deze vaardigheden te verwerven met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf.
Minister Hirsch Ballin: Het antwoord op die vraag is in principe ja, maar zoals bekend, zijn de vereisten in de jurisprudentie voor de voorwaardelijke opzet stevig. Met inachtneming van de jurisprudentiële condities voor de toepassing van de bepaling over voorwaardelijke opzet is het antwoord ja.’ 31. In de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer schrijft de minister vervolgens: ‘De leden van de fractie van het CDA stelden een vraag over de delictsomschrijving van het in kamerstuk 31 386, A opgenomen artikel 134a Sr. Deze leden vroegen of de voorgestelde strafbaarstelling – anders dan door mij in de nota naar aanleiding van het verslag werd aangegeven – niet toch een dubbel opzetvereiste omvat, te weten dat zowel de opzet op de delictsomschrijving zelf als de opzet die besloten ligt in het begrip «terroristisch misdrijf» moet worden aangetoond. In dit verband vroegen deze leden om een nadere toelichting op de voorgestelde delictsomschrijving. Zij vroegen tevens om daarbij het vraagstuk van voorwaardelijk opzet te betrekken.
Graag geef ik gevolg aan dit verzoek. De voorgestelde strafbepaling vereist dat wordt bewezen dat het opzet van de dader is gericht op het verwerven of bijbrengen van kennis of vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan. Het bestanddeel opzet strekt zich uit tot het criminele doel van de training. Voor strafbaarheid is met andere woorden vereist dat de dader kennis heeft willen opdoen om een terroristisch misdrijf te plegen dan wel kennis heeft willen verschaffen terwijl hij wist of moest weten dat het opdoen van deze kennis bedoeld was om een terroristisch misdrijf te plegen. Waar het om gaat is dat de gedraging (het verwerven of bijbrengen van kennis of vaardigheden) wordt verricht met een bepaald doel (het plegen van een terroristisch misdrijf). In de delictsomschrijving wordt de verbondenheid tussen gedraging en doel tot uitdrukking gebracht door de termen «tot» en «daartoe».
In de door deze leden geciteerde passage uit de nota naar aanleiding van het verslag wordt de voor strafbaarheid vereiste wetenschap omtrent het criminele doel van de training tot uitdrukking gebracht. Niet bedoeld en niet vereist is dat met betrekking tot de misdrijven waartoe de training strekt steeds ook het terroristisch oogmerk (artikel 83a Sr) bewezen dient te worden. Wel zullen er aanknopingspunten moeten bestaan die wijzen op het voornemen om op enig moment een misdrijf van deze aard te plegen. Het gaat daarbij om de contouren van het misdrijf. Specifieke details, zoals tijd en plaats, behoeven nog niet bekend te zijn. Doorgaans bestaat die kennis ook (nog) niet bij degene die zich traint in het plegen van een aanslag. In de schriftelijke gedachtewisseling met de Tweede Kamer heb ik op dit punt de vergelijking gemaakt met artikel 46 Sr. Ook daar geldt dat voor strafbaarheid slechts de contouren van het voor te bereiden misdrijf zichtbaar moeten zijn.
Met betrekking tot het vraagstuk van voorwaardelijk opzet merk ik het volgende op. Naar verwachting zal voorwaardelijk opzet alleen betekenis hebben ten aanzien van degene die een ander vaardigheden bijbrengt. In dat geval is voorstelbaar dat betrokkene bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die vaardigheden zullen worden ingezet voor het plegen van een terroristisch misdrijf. Bij degene die deelneemt aan een terroristische training is voorwaardelijk opzet omtrent het criminele doel van de training minder goed voorstelbaar. Het is immers niet goed voorstelbaar dat degene die opzettelijk kennis of vaardigheden verwerft tot het plegen van een terroristisch misdrijf zelf niet in de wetenschap verkeert dat hij beoogt die vaardigheden in te zetten voor het plegen van een terroristisch misdrijf. In dat geval is dus sprake van opzet.
Deze leden schetsten een voorbeeld waarin sprake is van iemand die zich via internet informatie verschaft over het vervaardigen van bermbommen, terwijl tevens kan worden aangetoond dat betrokkene een radicaliseringsproces doormaakt. Ik ben het met deze leden eens dat deze omstandigheden in de regel onvoldoende zullen zijn voor een veroordeling op grond van de voorgestelde strafbaarstelling. Voor strafbaarheid is immers vereist dat wordt aangetoond dat het de bedoeling van betrokkene is om de verworven kennis of vaardigheden in te zetten voor het plegen van een terroristisch misdrijf.’ 32. Het is evenwel de vraag hoe ver deze verruiming gaat. Van der Woude schrijft (met weglating van een voetnoot): ‘Om te bewijzen dat er sprake is van een strafbare trainer is het aantonen van voorwaardelijk opzet bij die trainer, het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de vaardigheden die aangeleerd worden ingezet kunnen worden voor het voorbereiden of plegen van een terroristisch misdrijf, voldoende. Hieruit kan afgeleid worden dat een trainer, afhankelijk van de aard van de training en de persoon van de getrainde, een zekere onderzoeksplicht heeft. Hierbij zal eveneens meewegen in hoeverre het bekend is dat de kennis en vaardigheden die tijdens de training worden aangeleerd ook gebruikt kunnen worden bij (het voorbereiden van) terroristische misdrijven. Voor het bewijs van een strafbaar getrainde moet er sprake zijn van een zwaardere gradatie van opzet – de getrainde moet de bedoeling hebben de verworven kennis en vaardigheden te gebruiken voor (het voorbereiden van) een terroristisch misdrijf. Deze ‘bedoeling’ kan worden afgeleid uit hetgeen bekend is over de persoon van de verdachte in combinatie met de aard van de training. Het hebben van een terroristisch oogmerk is niet noodzakelijk.’ 33. Ook mij komt het in het licht van de wetsgeschiedenis voor dat een ‘trainer’ strafbaar kan zijn als hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een ander kennis of vaardigheden bijbrengt tot het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan. Daarnaast dient evenwel vast te staan dat de kennis of vaardigheden daadwerkelijk ‘tot’ het plegen van een dergelijk misdrijf zijn bijgebracht. Het opzettelijk een ander van het leven beroven (art. 287 Sr) kan slechts worden vastgesteld als een ander daadwerkelijk van het leven is beroofd. Het opzettelijk een goed dat aan een ander toebehoort vernielen (art. 350 Sr) kan slechts bewezen worden verklaard als dat goed daadwerkelijk vernield is.
En het opzettelijk aan een ander kennis en vaardigheden tot het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan bijbrengen (art. 134a Sr) kan – meen ik - slechts worden vastgesteld als die ander daadwerkelijk die kennis en vaardigheden tot dat doel zijn bijgebracht. Dat die eis vervuld is kan, zo begrijp ik de wetsgeschiedenis mede in het licht van de verplichtingen tot strafbaarstelling, zowel worden afgeleid uit het doel van de ‘training’ als uit de bedoelingen waarmee de getrainde de kennis en vaardigheden heeft verworven. Strafbaarheid van de trainer kan in dat laatste geval intreden als is vastgesteld dat de getrainde de bedoeling had de kennis of vaardigheden bij het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan te benutten.
Samengevat dient de trainer voorwaardelijk opzet op het doel van de training of de bedoeling van de getrainde te hebben.
In de onderhavige zaak ligt het evenwel anders. Naast het zich eigen maken van het radicaal extremistisch gedachtengoed is in het tweede deel van de bewezenverklaring onder 1 bewezenverklaard het bezoeken van websites met informatie over onthoofdingen (etc.) en het voorhanden hebben van informatie over het vervaardigen van staafbommen en bomgordels. Uit de bewijsvoering volgen ook geen aanwijzingen dat de verdachte de kennis van radicaal extremistisch gedachtengoed nodig had om (door een organisatie) in staat te worden gesteld tot het plegen van terroristische misdrijven. De bewijsmotivering van het hof wijst erop dat het de kennis van het betreffende gedachtengoed eerder heeft gezien als iets dat de verdachte heeft gesterkt in zijn voornemens dan dat het bij de realisatie daarvan van nut zou zijn geweest.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Kamerstukken II 2003-2004, 28 463, nr. 10 p. 12.
Wet van 24 juni 2004, Stb. 290.
HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:416, NJ 2018/72 m.nt. Kooijmans. Zie ook HR 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:906, NJ 2019/441 m.nt. Kooijmans en van diezelfde datum ECLI:NL:HR:2019:907, NJ 2019/440 m.nt. Kooijmans.
Het gaat hier om een feitelijk oordeel over de chronologie van het zich eigen maken en de verdere voorbereiding. Dat feitelijk oordeel kan ook anders uitvallen, zo illustreert het door de raadsman genoemde vonnis van de Rechtbank Den Haag van 22 juli 2016 (ECLI:NL:RBDHA:2016:8464).
Vgl. HR 17 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7770.
Stb. 2009, 245. Voluit: Wet van 12 juni 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met de strafbaarstelling van het deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme, uitbreiding van de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep als bijkomende straf en enkele andere wijzigingen. Inwerkingtreding op 1 april 2010, Stb. 2010, 139.
Kamerstukken II 2004/05, 29 754, nr. 5, p. 13.
Handelingen II 9 februari 2005, p. 48-3041 t/m p. 48-3079.
Handelingen II 9 februari 2005, p. 48-3108; Handelingen II 10 februari 2005, p. 49-3188.
Kamerstukken II 2007/08, 31 386, nr. 3, p. 5.
Kamerstukken II 2007/08, 31 386, nr. 3, p. 5.
Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme van 16 mei 2005 (Trb. 2006, 34).
Kamerstukken II 2007/08, 31 386, nr. 3, p. 5, 6.
Kamerstukken II 2007/08, 31 386, nr. 3, p. 6-7.
Kaderbesluit 2008/919/JBZ van de Raad van 28 november 2008 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ inzake terrorismebestrijding, PbEU L 330/21 van 9 december 2008.
Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad, PbEU L 88/6 van 31 maart 2017.
Zie daarover de noot van Keijzer onder NJ 2020/241.
Vgl. J. de Hullu, Materieel strafrecht, 7e druk, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 256-257.
Zie ook de conclusie van A-G Hofstee, randnummer 40, voor HR 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:449.
Kamerstukken II 2007/08, 31 386, nr. 3, p. 9.
Kamerstukken II 2008-2009, 31 386, nr. 8, p. 4-8.
Kamerstukken II 2008-2009, 31 386, nr. 12, p. 4.
Handelingen II 20 januari 2009, p. 43-3795.
P.A.M. Verrest, ‘Terrorisme: een analyse van het Belgische en Nederlandse materieel strafrecht’, Preadvies Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht 2017, p. 157, leest de erkenning van de mogelijkheid van voorwaardelijk opzet reeds in de verwijzing naar art. 46 Sr in Kamerstukken II 2007/08, 31 386, nr. 8, p. 7.
Kamerstukken I 2008/09, 31 422 (R1853) en 31 386, B, p. 2-3.
Vgl. ook Fokkens, in: Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht, art. 134a, aant. 3 (actueel t/m 20 september 2017), die de onduidelijkheid rond deze opzeteis eerder signaleerde.
M.A.H. van der Woude, ‘Strafrechtelijk contraterrorisme in Nederland’, in: E. Bakker e.a. (red.), Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer: Wolters Kluwer 2017, p. 451. Zie ook M. van Noorloos, ‘De strafrechtelijke aanpak van terrorisme en Syriëgangers’, DD 2015/56, p. 593.
Vgl. in dit verband ook de noot van Keijzer onder HR 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1011, NJ 2016/435, randnummer 5.
HR 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1011, NJ 2016/435, met conclusie van A-G Vegter en met kritische noot van Keijzer, die de ‘vaagheid’ van de in dit arrest geformuleerde kwalificatie-uitsluitingsgrond als een bezwaar ziet en zich afvraagt of de rechter daarmee ‘niet te ver doordringt in het territoir van de wetgever’. Vgl. ook HR 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:449, NJ 2020/241 m.nt. Keijzer.
Zie HR 10 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1751 (art. 81 RO) en de voorafgaande conclusie van A-G Paridaens inzake het vijfde middel (randnummer 60). In HR 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1011 had het hof anders geoordeeld: vgl. de conclusie van A-G Vegter onder randnummer 32 en 33. In die lijn oordeelde, bij een Syriëganger, ook Rechtbank Rotterdam 8 september 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6396: ‘Hoe dan ook, het bestuderen van opvattingen en ideeën van IS op zich is niet strafbaar’. In Rechtbank Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365, ov. 16.6, bleef bij een Syriëganger ‘onbesproken’ of ‘het zich eigen maken van een gedachtengoed als in de tenlastelegging genoemd kan gelden als het verwerven van kennis tot het plegen, voorbereiden of vergemakkelijken van terrorisme’.
Zie voor een strengere benadering J.M. ten Voorde, ‘Het deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme getoetst aan criteria voor strafbaarstelling van de voorfase’, DD 2012/9, p. 111, die ‘de aard van de gelegenheid, middelen of inlichtingen of kennis en vaardigheden’ de doorslag wil laten geven, en ‘het geven of doen van een taalcursus (…) slechts bij hoge uitzondering’ onder het bereik van de strafbepaling wil laten vallen.
In het eerste deel van de bewezenverklaring onder 1 komen daar nog bij E. het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen en munitie en F. het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid zwaar vuurwerk.