PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/01042 Zitting 5 februari 2021 CONCLUSIE M.H. Wissink In de zaak
(60)days following the Dispute Resolution Process non Defaulting Party shall terminate this Agreement. (…)” 1.4 Ten tijde van het sluiten van de Framework Agreement is de - oorspronkelijk Portugese - Software van Alert c.s. nog niet gereed voor implementatie in een Nederlandse ziekenhuisorganisatie. Dit komt onder meer omdat de Nederlandse zorgmarkt wordt gefinancierd via diagnosebehandelcombinaties (DBC’s). Beide partijen gaan er echter vanuit dat de uitbreidingen en aanpassingen die noodzakelijk zijn om de Software te kunnen implementeren binnen de organisatie van TsZ, zullen worden ontwikkeld door Alert c.s. volgens de ‘Roadmap’ die Alert c.s. in samenwerking met haar ‘launching customer’ en ontwikkelpartner Jeroen Bosch Ziekenhuis heeft opgesteld. 1.5 In de periode maart-juni 2010 verrichten partijen een zogenaamde ‘scoping analyse’. Het resultaat daarvan is een document waarin per deelfunctionaliteit is vastgelegd aan welke functionele en technische eisen de te leveren Software zal moeten voldoen (Bijlage 1 bij het Implementatieplan). Op 22 juli 2010 wordt het EPD implementatieplan definitief vastgesteld (Bijlage 1.18 bij de Framework Agreement, hierna: het Implementatieplan). Het Implementatieplan wordt hiermee onderdeel van het Framework Agreement. Het Implementatieplan voorziet in de aanpak en planning van het eerste gedeelte van het project: het ziekenhuisbreed vervangen van het bestaande ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS). Deel 2 van het project, de vernieuwingsslag die TsZ met de Software wil realiseren, is in het Implementatieplan nog niet uitgewerkt. 1.6 Project Deel 1 is in het Implementatieplan onderverdeeld in drie parallel lopende deelprojecten: Primair Proces, Techniek en Projectstandaarden. Het deelproject Primair Proces, dat is gericht op het vaststellen van de randvoorwaarden voor implementatie, is opgedeeld in drie fasen: eerst ziekenhuisbreed (fase 1), dan voor de zorgprocessen op de SEH, de OK en in de Kliniek en de Polikliniek (fase 2) en ten slotte op het niveau van de organisatorische of zorgeenheid (fase 3). De drie deelprojecten van Project Deel 1 moeten uitmonden in een gezamenlijke Go-Live-fase, waarbij is afgesproken dat de Software in het gehele ziekenhuis in één keer live zal gaan (het ‘big bang-scenario’). Het Implementatieplan vermeldt opleverdata voor verschillende softwareversies (versie 2.6.0.4 15 november 2010, versie 2.6.1 31 maart 2011 en versie 2.6.2 30 september 2011) en dat de Go-Live-datum, ziekenhuisbreed, is vastgesteld op 31 maart 2012. Op 6 september 2010 gaat de implementatie van de Software binnen de organisatie van TsZ officieel van start. 1.7 Op 9 februari 2011 ontvangt TsZ zoals afgesproken, van Alert c.s. een nieuwe planning voor (de afronding van) fase 1. Op 22 februari 2011 sturen Alert c.s. TsZ een nieuwe planning met bijbehorend tijdpad voor fase 2 van het project Primair Proces. Alert c.s. garanderen in de begeleidende email dat de analyse van de ‘Needs Deel 1’ eind maart 2011 zal zijn afgerond. 1.8 Bij email van 31 maart 2011 bevestigt TsZ aan Alert c.s. dat partijen die ochtend gezamenlijk tot het inzicht zijn gekomen dat het project niet kan worden afgerond volgens het in het Implementatieplan afgesproken tijdpad. TsZ spreekt twijfels uit over de haalbaarheid van de door Alert c.s. voorgestelde nieuwe planning - die (nog altijd) uitgaat van een Go-Live in maart 2012 — en doet haar een alternatief voorstel. Daarin is onder neer vermeld: “ GoLive: Date planned in the end of February or March 2013.” 1.9 Op 29 april 2011 komt de Werkgroep Medicatie bijeen voor een demonstratie door Alert c.s. van de mogelijkheden van de medicatiemodule, Ter voorbereiding hiervan heeft TsZ een (Engelstalige) casus en een lijst met functionaliteiten aan Alert c.s. beschikbaar gesteld. Tijdens een bijeenkomst op 29 april 2011 van de Werkgroep Medicatie voor een demonstratie door Alert c.s. van de mogelijkheden van de medicatiemodule, blijkt versie 2.6.1 van de Software onvoldoende stabiel om de mogelijkheden van de medicatiemodule te kunnen demonstreren. 1.10 Op 13 mei 2011 komen partijen (weer) bijeen voor overleg over de nieuwe planning. TsZ zet de uitkomsten van dit overleg als volgt op een rijtje: “1. Within 4 weeks we will make the new planning as mentioned above. This new planning is based on the current functionality as described in detail in the implementation plan, extended with the new functionality as defined during phase 1 and phase 2. 2. Instead of a standard implementation site the TweeSteden hospital is, gradually, growing into a position of the Alert software development site in the Netherlands. This is mainly due to delays in implementation process in other Dutch hospitals. As a consequence, there is need for substantially more capacity for the implementation in our organisation, compared to the contracted 'standard’ implementation. This new situation has to be incorporated in an addendum of the contract. (...)." 1.11 Bij email van 19 mei 2011 reageren Alert c.s. op de email van TsZ van 13 mei 2011. Zij geven aan bereid te zijn om - zoals TsZ voorstelt - binnen vier weken gezamenlijk een nieuwe planning te maken, mits partijen het (ook) eens worden over de volgende twee punten: 1. “a procedure and financial impact for all the new functionalities that could result from Functional Analysis phase 1 and 2 that the Hospital might want to include in the Product. " en 2. "a new (financial, toevoeging Rb.) balance in the project ”. 1.12 In een email van 27 mei 2011 schrijft TsZ onder meer: "The following steps are necessary: First of all we demand that Alert meets the requests that have been drafted by mutual consent between the four Dutch Alert hospitals, as laid down in an attachment to this email. TweeSteden fully agrees with these demands. In addition to the requests of the four hospitals, TweeSteden requests the following from Alert: - That Alert will accept our proposal to come to a new planning without any conditions and will cooperate to the best of it ability to reach a new planning on short notice; - That Alert guarantees that it is still fully committed to implement the Alert software at the Dutch market and the TweeSteden in particular and that it is still willing and able to fulfil all its obligations arising out of the Agreement with TweeSteden; - That Alert agrees that there is no ground for additional payments; That Alert agrees to supply enough qualified people for the timely product development and timely implementation and will be available on location at the TweeSteden whenever necessary. Please confirm us not later than June 3,2011, that Alert agrees with the abovementioned requests. If we do not receive this confirmation in time the project will come into serious danger and we will have to consider legal and other measures to secure our position, including postponement of all payments. (...)" 1.13 In een email van 4 juni 2011 schrijven Alert c.s. onder meer: "Your email of May 27 is very demanding, come to us as a surprise, especially following the positive meeting we had in your hospital on May 13, and requires more time for a proper response. We have, however, continued with all our project activities. We have noticed that you did not send the payment for services relative to May. If this is your position, and you do not send us that payment by June 7 we may have to suspend all activities in the project until we agree on the impact caused by your request to delay the project for one year. ” 1.14 In een email van 7 juni 2011 schrijft TsZ onder meer: "We understand that you need some more time for an adequate reaction to our e-mail of May 27, 2011. We are therefore willing to extend the deadline for a reaction to June 14, 2011, Please note that a further delay is not acceptable for us, because of the urgency of the topics that are addressed by us in our e-mail. With respect to the suspension of payments, we will postpone our decision until we have received your reaction to our email. We take it as a positive sign however that Alert - after a period of very limited activity - has sent three employees to our hospital to work on phase 2. We have therefore decided to pay 50% of the services invoice for May 2011, showing our good intentions. This amount will be transferred today (June 7, 2011). The other 50% of the payment of May will be made in case we receive your satisfying reaction to our email not later than June 14, 2011. (...)” 1.15 In een email van 14 juni 2011 schrijven Alert c.s. onder meer: "i. [naam], your payment suspension is unacceptable; ii. When you said that ’’ALERT is not fully aware of the seriousness of the situation and that ALERT does not acknowledge its own responsibility for the problems", we will not comment what we think about the seriousness that you bring to our project after your unjustifiable, disrespectful and surprising decision to: 1) Suspend the payment of the invoice of March 31, 2011 (invoice number 20111006); 2) The payment of 50% of such invoice (until this moment we have not received in our account this money) on June 7,2011 and conditioning the payment of the remaining amount to a positive answer to your email dated May 27, 2011 with a deadline imposed by you to receive an answer from ALERT until June 14; iii. I want to let you know that, ALERT does not understand from your email that you tried to pressure a positive answer from us in order to get the green light to receive the other 50% of such invoice. ALERT considers that this invoice is overdue to the services already provided to your Hospital. (...) (...) I ask you to please authorize until tomorrow (June 15, 2011) the total payment of the invoice number 20111006, and I hope to receive from you in the same day the confirmation of your payment that the Hospital will authorize this payment. Please, I ask you to not give me more arguments to change the commitment that ALERT has to your project. (...)” 1.16 In een email van 23 juni 2011 laat TsZ Alert c.s. weten dat zij meer tijd nodig heeft om de email van Alert c.s. te beantwoorden, maar dat zij zo snel als mogelijk iets zal laten weten. 1.17 In een email van 8 juli 2011 geven Alert c.s. TsZ te kennen dat Alert c.s. met ingang van maandag 11 juli 2011 al hun werkzaamheden voor het project zullen opschorten en dat de werkzaamheden pas zullen worden hervat nadat (het openstaande gedeelte van) de facturen van mei en juni 2011 zijn voldaan. 1.18 Op 13 juli 2011 schrijven de vier Nederlandse klanten van Alert – waaronder het Jeroen Bosch Ziekenhuis (hierna: JBZ) en TsZ – een gezamenlijke brief aan Alert c.s., waarin zij erop aandringen om op korte termijn een bespreking te plannen. Op 19 en 27 juli 2011 vinden besprekingen plaats tussen Alert c.s. en de vier Nederlandse klanten. Afgesproken wordt dat laatstgenoemden de tijdens die besprekingen gemaakte afspraken nader zullen uitwerken in een “Letter of Intent” (LOI), welke op korte termijn door alle partijen zal worden ondertekend. Bij brief van 15 augustus 2011 leggen de Nederlandse klanten de LOI in concept voor aan Alert c.s. Op 20 september 2011 geven Alert c.s. uitvoerig schriftelijk commentaar op de concepttekst van de LOI. 1.19 Op 30 september 2011 verstrijkt de in het Implementatieplan opgenomen deadline voor oplevering van versie 2.6.2 van de Software. In deze versie moeten alle ‘Needs Deel 1 ’ (vervanging ZIS) zijn verwerkt. 1.20 Op 3 oktober 2011 beëindigt het JBZ per direct haar samenwerking met Alert c.s. 1.21 Bij brief van 10 oktober 2011 schrijft TsZ onder meer aan Alert c.s.: "Demands Taking all the above into consideration we hereby demand that Alert confirms to us- unconditionally — the following in writing ultimately on October 24, 2011: 1. that Alert is willing to fully cooperate to the financial audit and the PQT in accordance with the requirements laid down in the draft LOI of August 15, 2011 (...); 2. that Alert is willing to compensate for the unforeseeable circumstance that TSz now has turned into a development site (...); 3. that Alert is willing to accept a new planning on the basis of the proposal that TSz had provided in march 2011 (but taking into account the extra delay as from March 2011), without claiming extra payments and strengthened with additional penalty clauses and other legal measures (...); 4. that Alert fully accepts and will closely follow the implementation approach of TSz, including the 3 phases and the big bang scenario for the go-live, as laid down in the Implementation Plan; 5. that for the duration of the Agreement Alert Nederland will be staffed with sufficient employees and a general manager speaking Dutch and with a good knowledge of the Dutch healthcare system and the Dutch culture; 6. that Alert shall reinstall and present the new project organization, as described under 5 here above, no later than December 9. 2011; 7. that Alert delivers software to TSz no later than December 9. 2011 that: a. contains all the functionalities agreed upon in the scoping analysis, including "yes", "roadmap" functionalities regarding: Patiëntregistratie, Spreekuurplanning, Opnameplanning en -registratie, Ordermanagement, OK- planning, SEH, Verrichtingen en DBC registratie, Management informatie, Dossier, Brieven, Medicatie voorschrijven en toedienen, Technische eisen; b. contains the "Needpart I" functionalities; c. contains a working solution for the "episode" issue as explained above; d. contains all the functionalities agreed upon for medication, and; e. includes interfaces as listed in annex 3 to the Implementation Plan. 8. that the software will be compliant to Dutch statutory rules and regulations in time (within the new planning that is to be confirmed by
- us)and that Alert will meet all other obligations under the Agreement with TSz. If we do not receive your written and unconditional confirmation of all of the aforementioned issues on October 24, 2011, or if the activities mentioned have not been executed fully by December 9, 2011, or if the results of the financial audit and/or the PQT are not satisfactory to us, Alert will be in default and TSz will terminate the agreement and claim back the payments made and additional damages. For the sake of clarity this letter is to be considered as a formal notice of default. (...)" 1.22 Bij brief van 24 oktober 2011 reageren Alert c.s. op de brief van TsZ van 10 oktober 2011. Alert c.s. stellen daarin dat TsZ geen ‘pilot customer ‘ of ‘development site ’ is geworden, zodat er geen aanleiding is voor een financiële compensatie van TsZ op dit punt: volgens Alert c.s. zijn de ‘Design and Development' activiteiten en de Functionele Analyse afgerond in het kader van het JBZ project. Ook uit de rest van hun reactie op de brief van TsZ blijkt dat Alert c.s. zich niet herkennen in de door TsZ geformuleerde punten van kritiek en dat — wat Alert c.s. betreft — TsZ ook zelf verantwoordelijk is voor de vertraging die het project heeft opgelopen. In reactie op het zevende en achtste verzoek (‘demand’) van TsZ schrijft Alert c.s.: "ALERT’S Response: As explained in our proposal for the Letter of Intent, dated of September 20, 2011, ALERT was forced to decrease the number of developments performed for the Dutch market, due to suspended payments from Dutch customers and due to a joint initiative /joint roadmap that was being established. However, full activities are underway, for example, for Bernhoven 's upcoming Go Live. It is not reasonable, and TSz knows it, to develop the functionalities that were to be worked jointly by ALERT and TSz until upcoming December 9, 2011. However, ALERT is willing to resume specific product developments for the Dutch Market. For that purpose, ALERT would like to suggest a meeting with TSz in order to agree on a plan for product delivery. " Alert c.s. besluiten hun brief van 24 oktober 2011 als volgt: II ALERT’s conclusion: (...) ALERT would like to invite TweeSteden ziekenhuis to participate in a meeting with the objective of finding a balanced solution for both parties that really allows for the implementation of ALERT® at your Hospital with the quality necessary to satisfy all the stakeholders. We are confident that ALERT® Is the product that best allows for TSz to face the challenges of modern healthcare and that we can jointly achieve success. ALERT is continuously committed to its operation and would love to continue to work with TSz. (...)" 1.23 Bij brief van 2 november 2011 schrijft TsZ aan Alert c.s.: "Taking all things into consideration, we hereby terminate the framework agreement of December 31, 2009 with Alert, including all related agreements thereto. The termination is principally based on article 13.1a. Alternatively, in the unlikely event that this ground could not be legally invoked by TSz, the termination is based on article 13. l.d, article 6:258 of the Dutch Civil Code (“Burgerlijk Wetboek”) and article 7:408 Dutch Civil Code and article 3.3 of the Agreement. (...)" 2Procesverloop 2.1 In deze procedure vordert TsZ (
- i)een verklaring voor recht dat de Framework Agreement door TsZ op rechtsgeldige wijze is ontbonden bij brief van 2 november 2011, dan wel subsidiair dat de Framework Agreement per datum vonnis wordt ontbonden; (
- ii)dat Alert c.s. worden veroordeeld tot nakoming van de uit de ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenissen bestaande uit terugbetaling aan TsZ van een bedrag van € 4.620.253,97 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 16 november 2011 tot aan de dag van algehele voldoening; (iii) meer subsidiair dat voor recht wordt verklaard dat de Framework Agreement bij brief van 2 november 2011 rechtsgeldig heeft opgezegd tegen 2 november 2012 respectievelijk tegen 31 december 2014 (nog meer subsidiair). In alle gevallen heeft TsZ gevorderd veroordeling van Alert c.s. tot betaling aan TsZ van een schadevergoeding ter grootte van € 4.620.253,97, te vermeerderen met wettelijke (handels)rente vanaf 16 november 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening met veroordeling van Alert c.s. in de kosten van de procedure. 2.2 De rechtbank Oost-Brabant heeft bij vonnis van 27 november 2013 voor recht verklaard dat TsZ de Framework Agreement bij brief van 2 november 2011 rechtsgeldig heeft opgezegd tegen 26 november 2015, met veroordeling van TsZ in de proceskosten, en de overige vorderingen afgewezen. TsZ is van dit vonnis in hoger beroep gekomen en vordert daarin alsnog toewijzing van haar vorderingen. 2.3 Het hof heeft in het tussenarrest van 3 november 2015 (hierna TA) een aantal uitgangspunten geformuleerd ten aanzien van de rechten en plichten van partijen (rov. 3.5.3-3.5.9 en 3.10.1-3.10.2 TA), de toetsing van de ontbinding aan artikel 13 van Framework Agreement (hierna: FA) en aan artikel 6:265 BW (rov. 3.6.1-3.6.2 TA), de aard van de termijnen uit het Implementatieplan (rov. 3.7.1-3.7.5 TA), het projectmanagement (rov. 3.8.1-3.8.6 TA) en de kwaliteit van de software (rov. 3.9.1-3.9.5 TA). Het hof had behoefte aan voorlichting door deskundigen en verwees de zaak naar de rol voor akte respectievelijk antwoordakte daarover. Na een comparitie over de te benoemen deskundigen te hebben gelast en partijen nogmaals de gelegenheid te hebben daartoe suggesties te doen, heeft het hof de deskundigen benoemd en nadien een aanvullend deskundigenonderzoek bepaald. 2.4 In zijn eindarrest van 17 december 2019 (hierna: EA) heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en opnieuw rechtdoende voor recht verklaard dat de Framework Agreement door TsZ op rechtsgeldige wijze is ontbonden bij brief van 2 november 2011; Alert c.s. hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan TsZ van een bedrag van € 4.620.253,97 inclusief btw te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en tot terugbetaling aan TsZ van al hetgeen TsZ ter uitvoering van het vonnis waarvan beroep aan Alert c.s. heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente. Alert c.s. zijn veroordeeld in de kosten van de procedure. 2.5 Daartoe overwoog het hof, samengevat, als volgt. Het hof volgt de deskundigen (rov. 18.3 EA). Het hof oordeelt dat schending van een material obligation in de zin van artikel 13 FA een hogere drempel (namelijk een tekortkoming ten aanzien van een verplichting met een wezenlijke betekenis) is dat volgt uit artikel 6:265 BW (namelijk een tekortkoming van voldoende gewicht) (rov. 18.5 EA). Uitgaande van de situatie in 2011 toen partijen gingen heronderhandelen, kan worden vastgesteld dat Alert c.s. de Go-Live-datum van 31 maart 2012 niet zouden hebben gehaald. Het niet halen van de in het Implementatieplan opgenomen termijnen, in het bijzonder van de Go-Live-datum, is schending van een material obligation. De vertragingen zijn niet aan TsZ toe te rekenen (rov.18.10-18.12 EA). Het hof volgt TsZ in haar stelling dat de projectorganisatie en het projectmanagement van Alert c.s. inadequaat waren (rov. 18.14-18.15 EA) en betrekt dit bij het oordeel dat ontbinding gerechtvaardigd was (rov. 18.16 EA). Dat aan een aantal voorwaarden voor ontbinding op grond van artikel 13.1 FA strikt genomen niet is voldaan, kan TsZ niet tegengeworpen worden (rov. 18.23 EA). TsZ mocht de Framework Agreement ontbinden bij brief van 2 november 2011, hoewel de fatale Go-Live-datum nog niet verstreken was (rov. 18.16 EA). TsZ heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat zij de overeenkomst mocht ontbinden omdat vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn (artikel 6:80 lid 1 sub a BW) (rov. 18.18 EA). Ook is voldaan aan de vereisten van artikel 6:80 lid 1 onder b en c BW (rov. 18.22 EA), gezien de brief van Alert van 24 oktober 2011 (rov. 18.19 EA), haar reactie om haar personeel van het project te halen naar aanleiding van de (op artikel 6:263 BW gebaseerde en terechte) opschorting van betaling door TsZ (rov. 18.20), en haar reactie op het initiatief van TsZ medio 2011 om nadere afspraken te maken (rov. 18.21 EA). De vordering van TsZ tot betaling van een bedrag van € 4.620.253,97 uit hoofde van de door de ontbinding ontstane ongedaanmakingsverbintenissen (artikel 6:271 BW) is toewijsbaar (rov. 18.27-18.28 EA). Het exoneratiebeding in de FA staat eraan in de weg dat TsZ daarnaast nog schadevergoeding vordert (rov.18.37 EA). 2.6 Bij procesinleiding van 17 maart 2020 hebben Alert c.s. tijdig beroep in cassatie ingesteld. TsZ heeft verweer gevoerd. Partijen hebben hun standpunten laten toelichten en vervolgens gerepliceerd en gedupliceerd. 3Bespreking van het cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel bestaat uit tien onderdelen. Onderdeel 1 klaagt over een onjuiste bewijslastverdeling. Volgens onderdeel 2 miskent het hof dat artikel 13 FA de wettelijke ontbindingsregeling van artikel 6:265 BW uitsluit. De onderdelen 3 en 4 klagen dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat TsZ Alert c.s. in beginsel aan de tussentijdse termijnen mag houden en dat overschrijding van de tussentijdse termijnen schending van een material obligation oplevert. Onderdeel 5 klaagt dat het hof het betoog van Alert c.s. heeft miskend dat de Go-Live-datum haalbaar was. Onderdeel 6 klaagt dat het hof ten onrechte geen juiste betekenis heeft toegekend aan de door Alert c.s. ingeroepen vertragingen. Onderdeel 7 klaagt dat het hof heeft miskend dat artikel 6:80 sub a BW niet van toepassing is bij tijdelijke onmogelijkheid. Onderdeel 8 klaagt dat de opschortingsbevoegdheid van TsZ onjuist is beoordeeld door niet vast te stellen in welke verbintenis niet-nakoming dreigt door Alert c.s. Onderdeel 9 betoogt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat aan de vereisten van artikel 6:80 lid 1 sub b en c BW is voldaan. Onderdeel 10 klaagt dat het hof de contractuele ontbindingsvoorwaarden uit artikel 13 van de FAramework Agreement heeft miskend. Onderdeel 1 (bewijslastverdeling) 3.2 Onderdeel 1 klaagt in twee subonderdelen over de bewijslastverdeling in rov. 3.5.8 TA: “3.5.8. Met een en ander is tevens gegeven dat de stelplicht en bewijslast, dat zij toereikend aan haar verplichtingen heeft voldaan, althans dat zij daaraan niet heeft voldaan vanwege omstandigheden die aan TsZ zijn toe te rekenen, in beginsel bij Alert c.s. ligt.” 3.3 Volgens subonderdeel 1.1 miskent het hof dat uit art 150 Rv volgt dat stelplicht en bewijslast op TsZ rusten nu zij zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde schendingen van een material obligation als bedoeld in art. 13 FA dan wel van de door haar gestelde tekortkoming door Alert c.s., en is het oordeel onbegrijpelijk indien het hof de in rov. 3.5.8 TA bedoelde verdeling van stellicht en bewijslast uit deze regels heeft afgeleid. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat uit de FA, een bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit, dan heeft het hof dit onbegrijpelijk gemotiveerd, aldus subonderdeel 1.2. 3.4 Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het arrest en faalt daarom. Het onderdeel neemt terecht tot uitgangspunt dat TsZ op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast draagt van de stelling dat Alert c.s. een material obligation hebben geschonden. Dit heeft het hof dit ook met zoveel woorden tot uitgangspunt genomen in rov. 18.5 (slot) EA. Rov. 3.5.8 TA betreft echter een zelfstandig verweer van Alert c.s. In rov. 3.5.3 tot en met 3.5.8 TA staat het karakter van de overeenkomst centraal en de vraag in hoeverre sprake is van samenwerking tussen TsZ en Alert c.s. Het hof neemt hierbij tot uitgangspunt dat het Alert c.s. zijn die zich hebben verbonden tot levering, ontwikkeling en implementatie van door hen vervaardigde complexe Software. Zij beschikken over kennis en ervaring om het project tot een goed einde te brengen. TsZ is een ziekenhuis en beschikt niet over deze kennis. Van TsZ kan slechts verwacht worden dat zij medewerking verleent door Alert c.s. in staat te stellen aan hun verplichtingen te voldoen (rov. 3.5.3 TA), door input te geven aan Alert c.s. (rov. 3.5.6 TA) en door ‘commitment van haar organisatie’ (rov. 3.5.7 TA). Rov. 3.5.8 TA dient dan ook alleen betrokken te worden op de van TsZ te verwachten medewerking. In dit opzicht hebben Alert c.s. stelplicht en bewijslast dat Alert c.s. toereikend aan haar verplichtingen hebben voldaan, althans dat zij daaraan niet hebben voldaan vanwege omstandigheden die aan TsZ zijn toe te rekenen. Deze verdeling van stelplicht en bewijslast volgt de – in cassatie niet bestreden – uitleg van de overeenkomst in rov. 3.5.3-3.5.7 TA en staat (mede) in het teken van de vraag of TsZ schuldeisersverzuim kan worden verweten, waarvan stelplicht en bewijslast op Alert c.s. rusten. Hiermee heeft het hof artikel 150 Rv niet miskend. Evenmin is dit oordeel onbegrijpelijk. Het hof heeft voorts geen uitzondering op de hoofdregel van artikel 150 Rv aan zijn overweging ten grondslag gelegd. Onderdeel 2 (ontbindingsgrond) 3.5 Onderdeel 2 komt op tegen rov. 3.6.1 en 3.6.2 TA: “3.6.1. In grief 19 in principaal appel klaagt TsZ erover dat de rechtbank alleen heeft getoetst de vraag of Alert c.s. ‘is in breach or default of any of its material obligations under this Agreement and such breach or default continues un-rectified for sixty