PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/00123 Zitting 12 maart 2021 CONCLUSIE F.F. Langemeijer In de zaak van 1. [eiseres 1] B.V. 2. Becedo Vastgoed IV B.V. 3. Becedo Vastgoed Ontwikkeling B.V. tegen 1. de gemeente Montferland 2. de vennootschap onder firma [verweerster 2] Dit kort geding gaat over de vraag of het een gemeente vrij staat, in het kader van een meerjarige samenwerking met een projectontwikkelaar, een centraal in het dorp gelegen perceel grond te verkopen waarop een supermarkt zou kunnen worden gerealiseerd. In cassatie is in het bijzonder aan de orde of de gemeente onrechtmatig handelt door dit perceel aan een ander te leveren, zonder de eisende partijen in de gelegenheid te hebben gesteld om mee te dingen naar aankoop hiervan. Daarnaast heeft het cassatiemiddel betrekking op de vraag of sprake is van ongeoorloofde staatssteun. 1Feiten en procesverloop 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals vermeld in het arrest van 19 november 2019 onder 3.2 – 3.16. Deze worden hieronder verkort weergegeven: (
(66)verwijst hij onder meer naar: J.R. Vermeulen en C.N. van der Sluis, ‘Schaarse rechten bij gebiedsontwikkeling: de rol van beleid en grondeigendom’, TO 2018, nr. 3, blz. 126; A. Drahmann, ‘Het verdelen van schaarse publieke rechten verder gecompliceerd. Wat is de juridische status van een schaarse gedoogverklaring?’, NJB 2019/1856, blz. 2201; Huisman & Van Ommeren 2019, par. 10.10.4, blz. 501 e.v. en T.H.G. Robbe, ‘Hoe verdeel je een chocoladetaart? Een kritische beschouwing van de “mededingingsnorm” bij het verdelen van schaarse (publieke) rechten’, NTB 2019/35, blz.
- Bij het vaststellen van zulke tarieven zal veelal uitgangspunt zijn dat de kostenvergoeding de door de overheid gemaakte kosten moet kunnen dekken. De Gemeente heeft haar stellingen dienaangaande samengevat in haar pleitnota in hoger beroep onder 4.1 – 4.
- Zie de schriftelijke toelichting namens de Gemeente, par. 4.2.14 – 4.2.
- In eerste aanleg had de Gemeente al betoogd dat ook onder het Masterplan er ruimte blijft voor nieuwe supermarktlocaties, zelfs in het centrum van Didam. Ook zouden voor eiseressen uitbreidingsmogelijkheden bestaan op hun huidige locatie (CvA 2.5 – 2.7). ECLI:NL:RVS:2018:1847, onder 4.
- S.t. van de zijde van eiseressen, par. 12 –
- S.t. van de zijde van eiseressen, par. 36 – 39, onder verwijzing naar Hof Arnhem-Leeuwarden 3 december 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:9210 (rov. 4.16 en 4.22), in verbinding met HR 8 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1221 (art. 81 RO); Hof ’s-Hertogenbosch 14 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:79 (rov. 5.7.1). S.t. van de zijde van eiseressen, par. 40 – 42; par. 45 en voetnoot 65 aldaar. S.t. van de zijde van de Gemeente, par. 4.2.3 – 4.2.
- Wat betreft de bestemming volgens het bestemmingsplan, herinner ik bij wijze van binnenlandse rechtsvergelijking aan de artikelen 40c, 40d en 40e Onteigeningswet, in relatie tot de hoofdregel van de “werkelijke waarde van de zaak in het vrije commerciële verkeer” in art. 40b Ow. In de procesinleiding bij vergissing genummerd III.c. Het onderdeel verwijst naar rov. 26 van HvJEU 11 november 2015, zaak C-505/14, ECLI:EU:C:2015:742 (Klausner Holz/Nordhein-Westfalen). Zie voor de standstill-verplichting in geval van steunmaatregelen: art. 108 lid 3 in verbinding met art. 107 lid 1 VWEU). Ter zijde merk ik op dat dit juist een drijfveer is voor de in middelonderdeel I bedoelde ‘mededingingsnorm’: die voegt iets toe aan het verbod van onrechtmatige staatssteun. Zie par. 103 van de Mededeling Staatssteun. Spreekaantekeningen namens eiseressen in eerste aanleg, nr.
- Dagvaarding in hoger beroep, nr. 98 en
- MvA van de Gemeente d.d. 26 februari 2019, nrs. 12.16 -12.
- (Dat de Gemeente toen geen concreet bedrag als koopsom noemde, valt hieruit te verklaren uit het feit dat zij toen nog geen koopovereenkomst met [verweerster 2] had gesloten.) MvA van [verweerster 2] , nr. 56 e.v. Proces-verbaal van pleidooi in appel, blz.
- Zie alinea 1.1 hiervoor en rov. 2.1 van het bestreden arrest. Pleitnota Gemeente in appel, nr. 5.
- Spreekaantekeningen [verweerster 2] in appel, nr.
- Spreekaantekeningen [eiseressen] in appel, nr.
- P.-v. zitting 4 oktober 2019, blz.
- S.t. namens eiseressen onder 77 en voetnoot 85 met verwijzingen naar vindplaatsen in het procesdossier. De brief is overgelegd als productie 6 bij de inleidende dagvaarding. Zie: A.D.L. Knook, Staatssteun: handboek voor de praktijk, Deventer: Wolters Kluwer 2018, blz. 923; G.J. van Slooten, ‘Steunverlening en de Nederlandse bestuurspraktijk’, in: B. Hessel, Staatssteun op het grensvlak van bestuursrecht, Europees recht en fiscaal recht: preadviezen (VAR-reeks, 134), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2005, blz. 268 - 271.