PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/01376 Zitting 16 april 2021 CONCLUSIE B.J. Drijber In de zaak van Lengers Yachts B.V., eiseres tot cassatie, verweerster in het voorwaarde
§ 1Rn. 10, waar wordt gesproken van ‘begriffliche Spielerei’. Vgl. Mü
KoBGB/Wagner, 8. Aufl. 2020,
§ 1Rn. 12, waar wordt gesproken van een ‘ungereimtes Resultat’. COM
(76)372 final, 23 July 1976, Bulletin of the European Communities, Supplement 11/76, punt 20 (op p. 17). De geciteerde passage is ook aangehaald in het ‘Green paper on guarantees for consumer goods and after-sales services’ van 15 november 1993, COM
(93)509 final, p. 53-54. Section 5
(2)Consumer Protection Act. Zie bijv. MüKoBGB/Wagner, 8. Aufl. 2020,
§ 1Rn.
9 e.v. (met verdere verwijzingen). Zie ook (vanuit een breder Europeesrechtelijk perspectief) G. Brüggemeier, Tort Law in the European Union, Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2018, nr. 386 (op p. 199). Zie bijv. MüKoBGB/Wagner,
- Aufl. 2020, BGB § 823 Rn. 280 e.v. (met verwijzingen). Zie ook L. Dommering-van Rongen, Productaansprakelijkheid. Een rechtsvergelijkend overzicht, Deventer: Kluwer 2000, p.
- G.H. Lankhorst, T&C Burgerlijk Wetboek, art. 6:190 BW
(2021), aant. 3 vermeldt onder meer (maar zonder onderbouwing of verwijzing) dat schade die door een onderdeel of grondstof aan het eindproduct is toegebracht voor vergoeding op grond van art. 6:185 e.v. BW in aanmerking komt. HR 13 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:32, NJ 2017/48 (DAF Trucks/Achmea) en de bijbehorende conclusie van A-G Hartlief, onder 5.4-5.
- Rb. Zwolle-Lelystad 27 juli 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AU6978, rov. 3.
- Zie bijv. L. Dommering-van Rongen, Productaansprakelijkheid. Een rechtsvergelijkend overzicht, Deventer: Kluwer 2000, p. 143-144; en meer recent D. Verhoeven, Productveiligheid en productaansprakelijkheid (diss. Antwerpen), 2017, nr. 241 e.v.. Zie Asser/Hijma 7-I 2019/
- Zie Parl. Gesch. Boek 7 BW (Inv. 3, 5, en 6), 1991, p. 159-161 (TC), p. 168 (VV II) en p. 171-175 (MvA II). Zie M.M. van Rossum, GS Bijzondere overeenkomsten, art. 7:24 BW
(2017), aant.
- Zie de conclusie van A-G Wissink voor HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1090, NJ 2021/16, m.nt. S.D. Lindenbergh (PIP-implantaten), nr. 6.
- Zie Parl. Gesch. Boek 7 BW (Inv. 3, 5, en 6), 1991, p. 160 (TC), p. 163 (MvT) en p. 174 (MvA II). Zie Asser/Hijma 7-I 2019/608; M.B.M. Loos, Consumentenkoop (Mon. BW nr. B65b), Deventer: Kluwer 2019, nr. 38; C.J.M. van Doorn en S.B. Pape, ‘Productaansprakelijkheid en productveiligheid’, in: E.H. Hondius en V. Mak (red.), Handboek Consumentenrecht: een overzicht van de rechtspositie van de consument, Zutphen: Paris 2020, p.
- Zie voor een bespreking van de belangrijkste argumenten voor kanalisering in het algemeen K.J.O. Jansen, ‘Samenloop en kanalisering van aansprakelijkheid’, in: I.S.J. Houben e.a., Samenloop (BWKJ 23), Deventer: Kluwer 2010, p. 180-
- Lengers heeft zich van meet af aan beroepen op kanalisatie van aansprakelijkheid richting producent (zie CvA, onder 46). Vgl. rov. 4.5 (slot), over het ter comparitie in hoger beroep (tardief) door Mannheimer ingenomen standpunt dat ook de door Lengers genoemde brandoorzaak (een halogeenlampje) non-conformiteit zou opleveren. Vgl. ook p. 6-7 van het proces-verbaal van comparitie d.d. 23 oktober
- Vgl. de in nr. 2.49 van de schriftelijke toelichting van Mannheimer aangehaalde opmerking van haar advocaat ter comparitie in eerste aanleg: ‘ [betrokkene 1] heeft een schip gekocht, niet een schip en airco.’ Zie nr. 3.8 van de schriftelijke toelichting van Mannheimer. Zie MvT (19 979), Parl. Gesch. Boek 8 BW, 1992, p.
- Zie voorts Asser/Japikse 7-I 2004/
- Zie Asser/Japikse 7-I 2004/23.