PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/03630 Zitting 30 maart 2021 (bij vervroeging) CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de verdachte.
(5004909)en onderzocht op aanwezige bestanden. In de woning werd ook een aanvalswapen aangetroffen Deze is ook in beslag genomen. Op 8 juli 2015 heb ik de SD-kaart onderzocht. Hierbij is een groot aantal bestanden aangetroffen, waaronder foto’s en video’s. Op een groot aantal foto’s herkende ik de verdachte [betrokkene 2] . Ik trof diverse foto’s en 2 films aan (resp. jpeg en mp4 bestanden) waarop een man te zien is die een op een soortgelijk aanvalswapen gelijkend voorwerp in zijn handen hield. Ik herkende deze man als een persoon die ik op 29 juni 2015 als verdachte heb gehoord, te weten [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986. Ik zag dat diverse foto’s op deze SD-kaart aanwezig waren waarop [verdachte] in diverse poses met dit op het aanvalswapen gelijkend voorwerp zichtbaar was. Ik heb [naar het hof begrijpt: op een eerder moment] diverse foto’s gezien van het genoemde in beslag genomen wapen en ik zag dat deze ogenschijnlijk overeenkwam met het voorwerp op de foto’s en films [die, naar het hof begrijpt, op de SD-kaart stonden]. Uit onderzoek bleek dat de genoemde bestanden zeer waarschijnlijk gemaakt zijn op 16 december 2014. Dit blijkt uit de metadata van deze mediabestanden. In de metadata van het bestand [bestand 13] .mp4 stond “16/12/14 14.46” geregistreerd bij “file created”, “last written” én “last accessed”. De toegekende bestandsnaam is door het toestel waarmee het mediabestand is opgenomen blijkbaar een combinatie van datum en tijd, in dit geval de (afgeronde) naam [bestand 13] .mp4, waarbij dient te worden opgemerkt dat de ingestelde tijd van het toestel geen rekening houdt met een zomer- of wintertijd en een uur afwijking kan bestaan. Verder blijkt uit deze metadata dat alle mediabestanden zijn gemaakt met een Samsung S-G900F, wat een typenummer is van een mobiele telefoon van het merk/type Samsung S5. 55. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 6104245, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 9] en [verbalisant 24] van 9 februari 2016 (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van (één van) de verbalisant(en): Bij de doorzoeking in de woning aan de [f-straat 1] te Amsterdam is een SD-kaart in beslag genomen. Bij onderzoek aan de SD-kaart is vastgesteld dat daarop foto’s en twee filmopnamen van de verdachte [verdachte] met een automatisch vuurwapen zijn vastgelegd.Alle foto’s zijn voorzien van een originele bestandsnaam. Deze bestandsnaam wordt door het toestel waarmee de foto c.q. filmopname is gemaakt aan de foto of film toegekend. De bestandsnamen zijn opgebouwd uit de datum en het tijdstip van de opname. De foto voorzien van de bestandsnaam [bestand 1] .jpg geeft dus aan dat deze foto op 16 december 2014 te 15.45 uur en 30 seconden is gemaakt. De foto’s die betrekking hebben op [verdachte] zijn voorzien van de volgende bestandsnamen: 1. [bestand 1] 2. [bestand 2] 3. [bestand 3] 4. [bestand 4] 5. [bestand 5] 6. [bestand 6] 7. [bestand 7] 8. [bestand 8] 9. [bestand 9] 10. [bestand 10] 11. [bestand 11] 12. [bestand 12] De bestandsnamen van de filmbeelden van [verdachte] op de SD-kaart, waarop te zien is dat hij met een groot vuurwapen in de weer is en bezig is het wapen te voorzien van een patroonhouder, zijn - [bestand 13] en - [bestand 14] Bij onderzoek aan de SD-kaart bleek ons tevens dat daarop op 15 januari 2015 en 25 januari 2015 foto’s zijn vastgelegd. Wij zien dat daarop [betrokkene 2] met een groot zwart vuurwapen in zijn handen staat afgebeeld. Ook bleek dat op die kaart op 25 januari 2015 een foto is vastgelegd van een automatisch vuurwapen met daarin een patroonhouder. Het vuurwapen ligt op een wit/grijze dekbed/sprei. Wij zagen dat ook op 28 februari 2015 drie foto’s van een automatisch vuurwapen op de SD-kaart waren vastgelegd, waaronder foto genummerd 34 met bestandnaam [bestand 15] . Wij zien dat het vuurwapen ook op deze foto’s op het wit/grijze dekbed/sprei ligt. Naast het vuurwapen ligt een tasje, met daarin een grote hoeveelheid munitie. Wij zien dat de foto’s en filmbeelden zeer waarschijnlijk in dezelfde ruimte zijn gemaakt. Het gaat om een slaapkamer met een bordeauxrode muur. De kamer heeft een wit plafond. Er staat in de rechterhoek van de kamer een eenpersoonsbed met wit metalen frame en op het bed ligt een dekbed of sprei met opvallende stiksels over de gehele oppervlakte. 56. Een proces-verbaal van onderzoek, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en materiedeskundige vuurwapens J.A.J.M. Waaijer van 16 juli 2015 (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Naar aanleiding van het verzoek van het onderzoeksteam in het onderzoek 13Kloes werden mij foto’s getoond met het verzoek om het op de foto’s en filmpjes getoonde vuurwapen te omschrijven en te vergelijken met een inbeslaggenomen vuurwapen, een AK47 (SIN-nummer AAID6716NL). De aan mij getoonde foto's zijn genummerd: 1. [bestand 1] , 2. [bestand 2] , 3. [bestand 3] , 4. [bestand 4] , 5. [bestand 5] , 6. [bestand 6] , 7. [bestand 7] , 8. [bestand 8] , 9. [bestand 9] , 10. [bestand 10] , 11. [bestand 11] en 12. [bestand 12] . De mij getoonde filmpjes zijn genummerd: [bestand 13] en [bestand 14] . Ik zag op de foto’s en filmpjes dat een man een aanvalsgeweer van het type AK47 op een zwarte tas op een bed had liggen. Ik zag dat deze man een patroonmagazijn van een AK47 aan het laden was. Ik zag dat hij patronen, kennelijk vanuit de zwarte tas, pakte en hiermee het genoemde patroonmagazijn aan het laden was.Vervolgens zag ik dat de man het patroonmagazijn in de AK47 bracht en daar allerlei poses mee aannam. Ik zag dat de AK47, die de man op genoemde foto’s en filmpjes vasthoudt, de volgende specifieke kenmerken had. De mondingsdop op de loopmondig ontbrak. De pompstok, die normaal onder de loop is gesitueerd, ontbrak. Het wapen is geheel zwart, ook het voorhout. Normaal is het voorhout van een AK-47 houtkleurig. Gezien deze gelijkenissen is het redelijk aan te nemen dat het aanvalsgeweer dat de persoon op genoemde foto’s vasthoudt en manipuleert hetzelfde aanvalsgeweer is als dat met SIN-nummer AAID6716NL. 57. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 170301.0804.24170, in de wetteIijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 26] van 1 maart 2017 (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Op 28 februari 2017 nam ik deel aan een doorzoeking in perceel [h-straat 1] te Almere-Haven, de woning van de moeder van [betrokkene 2] . Door het onderzoeksteam 13Kloes was verzocht te letten op een vertrek dat te zien is op door hen verstrekte foto’s. Tijdens de doorzoeking de slaapkamers op de eerste verdieping zag ik dat één kamer een bordeauxrode muur had die grote gelijkenis vertoonde met de muur op de aan ons verstrekte foto’s. Het bed in de kamer stond op dezelfde plek als op de foto’s. Ook zag ik dat in de kast een deken [het hof begrijpt: een dekbed/sprei] lag die grote gelijkenis vertoonde met de deken [het hof begrijpt: het dekbed/de sprei] op de aan óns verstrekte foto’s.Door de plaats van het bed, de kleur van de wanden en het plafond en een in de kast aangetroffen deken [het hof begrijpt: dekbed/sprei], heb ik de overtuiging dat dit de ruimte is die door het onderzoeksteam 13Kloes bedoeld werd. 58. De waarneming van het hof op de terechtzitting in hoger beroep van 2 juli 2019. Deze waarneming behelst het volgende: In het proces-verbaal met documentcode 170301.0804.24170 zijn drie foto’s zijn opgenomen. Dit zijn dezelfde foto’s als de foto’s genummerd 1, 3 en 34 die zijn genoemd in het proces-verbaal met documentcode 6104245 en die als bijlagen bij laatstgenoemd proces-verbaal zijn gevoegd en zijn afgedrukt - op de pagina’s A1-1019 en A1-1021, waarop [verdachte] is te zien met een groot zwart wapen in zijn rechterhand en een houder in zijn linkerhand onderscheidenlijk, met een groot zwart wapen in beide handen, waarbij hij het wapen richt; - op pagina A1-1052, waarop een automatisch vuurwapen is te zien dat op een witte/grijze dekbed/sprei ligt met daarnaast een tasje met daarin een grote hoeveelheid munitie. 59. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5933027, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] van 26 november 2015 (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Ik heb onderzoek gedaan naar de SD-kaart die is aangetroffen in de woning aan de [f-straat 1] te Amsterdam. Op de SD-kaart zie ik dat in verschillende mappen foto’s zijn opgeslagen. Ik zie dat de bestanden zijn opgeslagen onder vermelding van de datum (jaar, maand, dag), gevolgd door het tijdstip. Dit is een standaard wijze om digitale foto-en filmbestanden weg te schrijven op een foto, film- of telefoontoestel. Op 15 december 2015 omstreeks 03.18 uur was [betrokkene 2] in Nederland. Ik zie dat [betrokkene 2] op een foto staat op 15 december 2014 op een kamer in een hotel in Amsterdam Zuidoost. Ik zie op andere foto’s die in dezelfde ruimte zijn genomen dat [betrokkene 2] in gezelschap is een persoon die ik herken als [verdachte] . 60. Een geschrift, te weten een uitwerking van het op 29 juni 2015 tussen beller [0002] ( [betrokkene 2] ) en gebelde [0001] ( [verdachte] ) gevoerd telefoongesprek, sessienummer 11765 (…). Dit geschrift houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in: 18.59.34 uur [betrokkene 2] : Okay okay. Luister dan. Die mannen zeggen: Half acht moeten we daar zijn. Zelfde plek waar we laatst waren. Dus, ennuh, we moeten [betrokkene 5] nog ophalen en de rest moet ook nog dinges. Begrijp je. Dus we hebben nog een half uur om daar naar toe te komen. Red je dat? [verdachte] : Half uur? [betrokkene 2] : Ja. [verdachte] : Ik ben over 5 minuten bij jou. [betrokkene 2] : Okay. Wachtje op wirie of zo. Ik heb wirie alles hier he. Kijk of je 3 minuten kan maken. [verdachte] : Kil, ik ben over 5 minuten bij jou gab. [betrokkene 2] : Kijk of je het 3 kan maken. Ik zie je zo. [verdachte] : Neef luister, ik ben over 5 minuten bij jou. [betrokkene 2] : Kijk of je het 3 kan maken. Ik zie je zo. [verdachte] : Neef mijn auto is al kapot. Ik begrijp... mijn auto is al drie, vier kanten kapot nu. Ik zie je over 5 minuten gab. [betrokkene 2] ; Okay [verdachte] : Zorg jij maar nou dat jij beneden staat. [betrokkene 2] : Maar luister dan ehnuh... Gaan we direct met die tante of euh? [verdachte] : Tuurlijk! [betrokkene 2] : Okay. [verdachte] : Is goed. 61. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Uitwerking Opname Vertrouwelijke Communicatie’ met documentcode 5346020 van 21 juli 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als mededeling van de verbalisant: In het kader van de onderzoeken 13Kloes en 13Equinox heb ik een Opname Vertrouwelijke Communicatie beluisterd en uitgewerkt. Deze opname betreft een gesprek tussen de verdachten [verdachte] en [betrokkene 2] , dat op 9 juli 2015 is opgenomen in het politiebureau aan de Flierbosdreef 15 in Amsterdam. Hierna volgt een verslag van hetgeen besproken is. [verdachte] (fluistert in het Surinaams): Hey die mannen hebben die TANTE gevonden noh? [betrokkene 2] : In mijn oso...bij [betrokkene 6] (...). Dat wel maar het is niet mijn huis, het is tantes huis, maar… Verbalisant hoort dat beiden lachen om deze uitspraak. Terwijl [verdachte] lacht zegt hij tegen [betrokkene 2] : [verdachte] : Je bent slecht, jongen. (…)[verdachte] : Maar je was zeker gejumpt? [betrokkene 2] : Ik hoorde dat die mannen via de deur kwamen. Toen sprong ik op. Toen ben ik de deur gaan tegenhouden. Toen schreeuwde ik: ‘[betrokkene 6]’. Toen merkte ik dat ik die mannen niet kon tegenhouden. Ik sprong via het balkon. [verdachte] : Jij moest loesoe gaan. 62. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5587107, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 25] van 7 september 2015 (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Uit onderzoek in de Gemeentelijke Basisadministratie naar de familieband tussen [verdachte] en [betrokkene 2] is gebleken dat zij dezelfde oma hebben en verschillende opa’s. [verdachte] en [betrokkene 2] zijn dus halfneven. 63. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd op de terechtzitting in hoger beroep van 2 juli 2019. Deze verklaring van [verdachte] houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in: Medeverdachte [betrokkene 2] is familie van mij. Ik ben bevriend met hem. We zagen elkaar bijna elke dag en belden veel. Ik zag de medeverdachte [medeverdachte 1] ook wel eens. Het is een vriend van [betrokkene 2] .’ 7. Het hof heeft in het bestreden arrest de volgende bewijsoverweging betreffende zaak A onder 2 opgenomen: ‘ [betrokkene 2] woonde samen met huisgenoot [betrokkene 4] in een woning op het adres [f-straat 1] in Amsterdam-West. Bij een doorzoeking in die woning op 30 juni 2015 is in een zwarte tas een volautomatisch militair aanvalsgeweer van het merk Zastava aangetroffen in een kast in een bij [betrokkene 2] in gebruik zijnde kamer. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat, behalve [betrokkene 2] , niemand in die kamer komt. Op de in de portemonnee van [betrokkene 2] aangetroffen SD-kaart stond een reeks fotobestanden en twee videobestanden waarop de verdachte is te zien met een aanvalsgeweer in de hand. Op de filmbestanden is niet alleen de stem van de verdachte, maar op de achtergrond ook die van [betrokkene 2] te horen. Onder het uiten van dreigende taal vult de verdachte, die witte handschoenen draagt, een patroonhouder met munitie, haalt hij het grote vuurwapen uit een zwarte tas en plaatst hij de patroonhouder in het wapen.Vervolgens neemt hij met het vuurwapen diverse poses aan. In de metadata van één van deze bestanden stond bij ‘file created’, ‘last written’ en ‘last accessed’ geregistreerd ‘16/12/2014’. De namen van deze bestanden vingen telkens aan met ‘ [...] _’. De kenmerken van de ruimte waarin de opnames zijn gemaakt, komen blijkens een proces-verbaal van [verbalisant 26] overeen met die van één van de slaapkamers in de woning van de moeder van [betrokkene 2] op het adres [h-straat 1] te Almere-Haven. De materiedeskundige vuurwapens J.A.J.M. Waaijer heeft de eigenschappen van het bij de doorzoeking aangetroffen aanvalsgeweer vergeleken met het aanvalsgeweer dat op het beeldmateriaal te zien is. Aan de hand van een aantal bijzondere kenmerken - het in een zwarte kleur gespoten voorhout en het ontbreken van een mondingsdop bij de loopmonding en van een pompstok - heeft hij geconcludeerd dat het redelijk is om aan te nemen dat het om één en hetzelfde wapen gaat. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat: (
- i)niet kan worden vastgesteld wanneer het beeldmateriaal is vervaardigd; (
- ii)geen uitsluitsel kan worden gegeven over de vraag of het wapen dat op het beeldmateriaal is te zien, hetzelfde wapen is dat bij de doorzoeking is aangetroffen. Hij heeft er daarbij op gewezen dat aan het aangetroffen wapen een rood koord is bevestigd en dat een dergelijk koord niet te zien is op de gewraakte afbeeldingen. In het verlengde daarvan heeft hij gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat het voorwerp dat de verdachte in handen heeft gehad een echt werkend vuurwapen heeft betroffen; (iii) niet kan worden vastgesteld waar de beeldopnames zijn gemaakt, waarbij de raadsman heeft benadrukt dat (
- a)een andere op de SD-kaart aangetroffen afbeelding door [verbalisant 26] niet bij zijn proces-verbaal is betrokken, onder de aantekening dat de kenmerken die daarop waren te zien ‘kennelijk niet konden worden gekoppeld aan de woning van de moeder van [betrokkene 2] ’ en (
- b)[betrokkene 2] heeft verklaard dat het beeldmateriaal in het buitenland is gemaakt; (
- iv)niet kan worden aangetoond dat de verdachte een zekere beschikkingsmacht heeft gehad over het wapen. Het hof verwerpt het verweer in alle onderdelen en overweegt als volgt. (
- i)Op basis van de metadata en de samenstelling van de bestandsnamen van de foto- en videobestanden neemt het hof als vaststaand aan dat deze op 16 december 2014 zijn vervaardigd. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat in de verklaringen van de verdachte noch (elders) in het dossier aanwijzingen zijn te vinden voor een andere opnamedatum. (
- ii)Gelet op de omstandigheid dat [betrokkene 2] en de verdachte niet alleen halfneven, maar ook vrienden zijn en elkaar zeer regelmatig zien en spreken, de verdachte in [betrokkene 2] ’s aanwezigheid met een aanvalswapen in de weer is geweest en juist in de woning van [betrokkene 2] een dergelijk aanvalswapen is aangetroffen waarvan bijzondere kenmerken overeenkomen met het aanvalswapen dat op het beeldmateriaal is te zien, staat voor het hof buiten redelijke twijfel vast dat het hier om één en hetzelfde aanvalswapen gaat en dat de verdachte op 16 december 2014 dus een echt vuurwapen heeft gehanteerd. Aan de omstandigheid dat aan dat vuurwapen ruim een halfjaar later een rood koord vastgeknoopt blijkt te zijn, kent het hof geen beslissende betekenis toe. (iii) Op grond van het proces-verbaal van [verbalisant 26] en hetgeen zojuist onder (
- ii)is overwogen over het contact en de onderlinge relatie tussen [betrokkene 2] en de verdachte, staat met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vast dat de opnames in de woning van de moeder van [betrokkene 2] in Almere-Haven zijn gemaakt. Dat [verbalisant 26] de foto die bovenaan pagina A1-306 is afgedrukt niet bij zijn vergelijking heeft betrokken wordt verklaard doordat (blijkens zijn proces-verbaal) het onderzoeksteam die foto niet aan hem (ter vergelijking) heeft aangeboden. De bewering van [betrokkene 2] dat de opnames in het buitenland zijn gemaakt, wordt weerlegd door een proces-verbaal van [verbalisant 2] , waaruit blijkt dat [betrokkene 2] zich in ieder geval vanaf 15 december 2014 weer in Nederland heeft bevonden. (
- iv)De uit het voorgaande sprekende machtsuitoefening van de verdachte met betrekking tot het door hem gehanteerde vuurwapen is van dien aard dat hij geacht kan worden het wapen voorhanden te hebben gehad. Voor die conclusie is temeer aanleiding nu uit een afgeluisterd telefoongesprek blijkt dat de verdachte op een later moment, op 29 juni 2015 (één dag voor de inbeslagname van het aanvalsgeweer op de [f-straat] ), [betrokkene 2] bij diens woning heeft opgehaald, dat [betrokkene 2] daarbij aan de verdachte heeft gevraagd of hij en de verdachte direct met die ‘tante’ (naar het hof begrijpt: versluierd taalgebruik voor vuurwapen) zouden gaan en dat de verdachte daarop heeft gereageerd met ‘Tuurlijk!’. Hieruit volgt dat de verdachte (ook) zeggenschap over het aanvalsgeweer had.’ 8. De eerste deelklacht van het middel houdt in dat het oordeel van het hof dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een (automatisch) vuurwapen, gelet op hetgeen het hof (slechts) tot het bewijs heeft gebezigd, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting dan wel dat de bewezenverklaring niet zonder meer begrijpelijk is dan wel onvoldoende met redenen is omkleed. In de toelichting voeren de stellers van het middel aan dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte in de kamer van de medeverdachte [betrokkene 2] met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen heeft gestaan. En dat een wapen – waarvan het hof heeft vastgesteld dat de verdachte met dit voorwerp in zijn handen heeft gestaan, is teruggevonden in een sporttas, die zich in de kledingkast bevond in de kamer van de medeverdachte [betrokkene 2] . Het slechts kort vasthouden van een vuurwapen in een kamer van een ander, in aanwezigheid van die ander, is volgens de stellers van het middel onvoldoende om te kunnen spreken van het voorhanden hebben van dat wapen. In dat verband wijzen zij in het bijzonder op HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7725, NJ 2010/642. 9. In HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:504, NJ 2020/251 m.nt. Sackers heeft Uw Raad het volgende overwogen: ‘2.3 Op grond van art. 26, eerste lid, Wet wapens en munitie (hierna: WWM) is het verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben. Het handelen in strijd met dit verbod is als misdrijf strafbaar op grond van art. 55 en 56 WWM. 2.4 Voor een veroordeling van het – als pleger – voorhanden hebben van een wapen of munitie is vereist dat de verdachte het wapen of de munitie bewust aanwezig had. De in de rechtspraak van de Hoge Raad in dit verband gebruikte aanduiding van “een meerdere of mindere mate” van bewustheid geeft aan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen of de munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad (vgl. HR 20 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5992). Voorts vergt het aanwezig hebben van een wapen of munitie dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. In bijzondere gevallen volstaat de enkele mogelijkheid tot het uitoefenen van feitelijke macht over het wapen of de munitie niet voor het oordeel dat de verdachte dat wapen of die munitie voorhanden had in de zin van art. 26, eerste lid, WWM. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand onverhoeds of ongewild kortstondig een wapen of munitie van een ander in handen krijgt of wanneer iemand onverwacht kennis krijgt van de aanwezigheid in zijn nabijheid van een wapen of munitie van een ander, terwijl hij redelijkerwijs daarvan niet direct afstand kan nemen.’ 10. In die zaak had het hof vastgesteld dat de verdachte om twee uur ’s nachts in de woning van haar vriend de slaapkamer was binnengegaan, dat zij daar twee vuurwapens naast het bed had zien liggen en deze had aangeraakt om deze te verschuiven richting het bed en dat zij daar vervolgens bij haar vriend in bed is gaan liggen. Daarnaast had het hof vastgesteld dat op het derde wapen, dat is aangetroffen op het kastje naast het bed, het DNA van de verdachte was aangetroffen. De verdachte en haar vriend zijn enkele uren later in de slaapkamer aangehouden. Het hof had geoordeeld dat de verdachte, door het zien en het aanraken van de wapens met bijbehorende munitie en het verblijven in de directe nabijheid daarvan, zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de wapens en de bijbehorende munitie en daarover kon beschikken, zodat zij die wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Dat oordeel gaf, gelet op hetgeen onder 2.4 was vooropgesteld, volgens Uw Raad niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en was tevens toereikend gemotiveerd. 11. In HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7725, NJ 2010/642, het arrest dat de stellers van het middel noemen in de toelichting, had het hof vastgesteld dat de verdachte een vuurwapen korte tijd heeft vastgehouden toen haar vriend haar dat wapen en de munitie in de auto had laten zien. Op basis daarvan had het hof geoordeeld dat de verdachte ‘gedurende zekere, zij het korte tijd, mede de beschikkingsmacht over dat wapen en munitie heeft gehad’. Hieruit kon volgens Uw Raad niet zonder meer volgen dat zij tezamen en in vereniging met een ander het wapen en de munitie voorhanden had gehad. Ook anderszins kon uit de bewijsvoering niet worden afgeleid dat voldaan was aan het vereiste van een - op het voorhanden hebben van die voorwerpen gerichte - bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de mededader. De bewezenverklaring was daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed. 12. In HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:510, NJ 2020/252 m.nt. Sackers was namens de verdachte aangevoerd dat hij geen beschikkingsmacht had gehad over het airsoftwapen dat van zijn vader was. De vader van de verdachte had, zo kan uit de conclusie van P-G Silvis worden afgeleid (randnummer 19), in hoger beroep als getuige verklaard dat zijn zoon geen spullen van hem weg zou gooien zonder zijn goedvinden en de verdachte had verklaard dat hij niet aan de spullen van zijn vader kwam. Het hof verwierp dat verweer. Ook al was het wapen van de vader van de verdachte dan nog was er naar het oordeel van het hof ‘sprake van een zekere mate van machtsuitoefening, beschikkingsmacht, aan de zijde van de verdachte. De verdachte had het wapen uit de woning kunnen verwijderen en kunnen wegdoen. Hij had ook zijn vader kunnen vragen het wapen weg te doen, hetgeen de verdachte volgens de vader die als getuige ter terechtzitting in hoger beroep is gehoord, nooit tegen hem heeft gezegd. De vader-zoon relatie doet aan een en ander niet af en ook de stelling van de verdachte dat hij niet heeft geholpen bij het schoonmaken van het wapen, wat daar ook van zij, maakt dit niet anders’. Uw Raad overwoog dat ‘s hofs oordeel dat de verdachte het wapen voorhanden heeft gehad niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigde en toereikend was gemotiveerd, mede gelet op de als bewijsmiddel 4 opgenomen verklaring van de verdachte inhoudend ‘dat het wapen op de bank lag, hij en zijn vader het na lange tijd weer uit een kast hadden getrokken, hadden schoongemaakt en in het vet hadden gezet, zij een paar dagen daarvoor ermee in de tuin hadden geschoten en het wapen voor alleen zijn vader en hem voorhanden was’. 13. Het hof heeft in de onderhavige zaak vastgesteld dat op de filmbestanden die op de SD-kaart stonden die in de portemonnee van [betrokkene 2] is aangetroffen, de verdachte te zien is ‘met een aanvalsgeweer in de hand’. Daarop is voorts te zien dat de verdachte, die witte handschoenen draagt, onder het uiten van dreigende taal een patroonhouder met munitie vult, dat hij het grote vuurwapen uit een zwarte tas haalt en dat hij de patroonhouder in het wapen plaatst. Vervolgens is te zien dat hij met het vuurwapen diverse poses aanneemt. Het hof heeft voorts vastgesteld dat het aanvalswapen dat op het beeldmateriaal te zien is het aanvalswapen betreft dat bij [betrokkene 2] in de woning is gevonden en dat de verdachte dus op 16 december 2014 ‘een echt vuurwapen heeft gehanteerd’. De uit het voorgaande sprekende machtsuitoefening van de verdachte met betrekking tot het door hem gehanteerde vuurwapen is volgens het hof van dien aard dat hij geacht kan worden het wapen voorhanden te hebben gehad. Voor die conclusie is naar ’s hofs oordeel temeer aanleiding ‘nu uit een afgeluisterd telefoongesprek blijkt dat de verdachte op een later moment, op 29 juni 2015 (één dag voor de inbeslagname van het aanvalsgeweer op de [f-straat] ), [betrokkene 2] bij diens woning heeft opgehaald, dat [betrokkene 2] daarbij aan de verdachte heeft gevraagd of hij en de verdachte direct met die ‘tante’ (naar het hof begrijpt: versluierd taalgebruik voor vuurwapen) zouden gaan en dat de verdachte daarop heeft gereageerd met ‘Tuurlijk!’. Hieruit leidt het hof af dat de verdachte (ook) zeggenschap over het aanvalsgeweer had. 14. Daarmee heeft het hof, anders dan de stellers van het middel menen, niet vastgesteld dat de verdachte het vuurwapen slechts kort heeft vastgehouden in een kamer van een ander. De verdachte heeft een patroonhouder met munitie gevuld, heeft het vuurwapen uit een tas gehaald en heeft de patroonhouder in het wapen geplaatst, waarna hij diverse poses met het vuurwapen heeft aangenomen. Ik wijs er daarbij op dat bewijsmiddel 53 inhoudt dat op de bewegende beelden te zien is dat de verdachte nadat hij het vuurwapen uit de tas heeft gehaald, zegt: ‘fuck (hij lacht) we hebben choppers genoeg, I spray your ass with.. fuck you all day, fuck you’. Daarna heeft de verdachte het vuurwapen neergelegd en is hij verder gegaan met het vullen van de patroonhouder. Hij heeft hierop het vuurwapen opnieuw opgepakt en gezegd: ‘met dit shit.. je weet toch.. chop chop you down’. Hij heeft de patroonhouder in het wapen gedaan en het wapen vervolgens voor zich gericht en gezegd: ‘hit you with the chop’. En nadat de verdachte de patroonhouder weer uit het wapen heeft gehaald, heeft hij nog gezegd: ‘Met fucking niggers zoals mij, ga je verdwijnen. Weet je waarom? We hebben geen geweten.’ Uit de vastgestelde handelingen en uitlatingen van de verdachte, familie en vriend van [betrokkene 2] , volgt dat verdachte niet ‘onverhoeds of ongewild kortstondig’ het wapen in handen heeft gekregen en ook niet dat hij ‘onverwacht kennis’ heeft gekregen van de aanwezigheid van het wapen terwijl hij daarvan redelijkerwijs niet direct afstand kon nemen. Het oordeel van het hof getuigt daarom niet van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. 15. De eerste deelklacht faalt. 16. De tweede deelklacht betreft de bewezenverklaring van het in zaak B onder 3 tenlastegelegde. Ook die bewezenverklaring zou onvoldoende met redenen zijn omkleed, ‘nu het hof daartoe onder meer het bewezenverklaarde voorhanden hebben van een vuurwapen redengevend heeft geacht’. 17. In de aanvulling met bewijsmiddelen heeft het hof een ‘nadere bewijsoverweging ten aanzien van het in zaak B onder 3 tenlastegelegde’ opgenomen. Daarin heeft het hof onder meer overwogen: ‘De verdachte en [betrokkene 2] hebben verder een groot automatisch aanvalswapen voorhanden gehad, ook in elkaars aanwezigheid en hebben regelmatig telefonisch besproken dat het wapen meegenomen moest worden of gebruikt zou gaan worden.’ De stellers van het middel menen blijkens de toelichting dat nu de bewezenverklaring in zaak A onder 2 onvoldoende met redenen omkleed zou zijn, dat ook zou gelden voor de bewezenverklaring in zaak B onder 3. 18. De eerste deelklacht faalt. Daarmee faalt ook de daarop voortbordurende tweede deelklacht. 19. Het eerste middel faalt. Het tweede middel 20. De eerste deelklacht van dit middel ziet op de afwijzing van een voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige. De tweede deelklacht betreft de bewezenverklaring in zaak A onder 3. Voorafgaand aan de bespreking van het middel geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging die op dit feit betrekking heeft weer. 21. Ten laste van de verdachte is in zaak A onder 3 bewezenverklaard dat hij: ‘op 23 april 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kluis inhoudende een geldbedrag, toebehorende aan [A] , en sleutels en mobiele telefoons, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, - een vuurwapen hebben getoond aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en - daarbij hebben gezegd: “Ik maak jullie dood” en - die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] in een kast hebben opgesloten;’ 22. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen): ‘1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2015092870-6 van 23 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als de op 23 april 2015 afgelegde verklaring van aangever [slachtoffer 1] : Ik doe mede namens de benadeelde golfbaan [B] , gevestigd op de [g-straat 1] in Amsterdam, aangifte van een overval gepleegd op 23 april 2015 om 06.34 uur. Ik werk als schoonmaker bij het golfterrein [B] . Toen ik en mijn collega vanmorgen omstreeks 06:30 uur klaar waren met schoonmaken en naar buiten wilden lopen, kwamen twee mannen binnenlopen. De ene man, NN1, had een lichtbruine huidskleur, een pokdalig gezicht, was zeker 1.90 meter lang en rond de 35/36 jaar oud, droeg een lange witte jas en had een groot geweer bij zich dat leek op een mitrailleur. De andere man, NN2, had een donkere huid en een lichte baard met een sikje en was zeker 1.90 meter lang. Ik schat hem rond de 33 jaar oud. NN2 droeg een zwarte winterjas tot kniehoogte en had een klein pistool bij zich. De bovenkant en de loop waren goudkleurig en de rest was zwart. Deze man sprak eerst Engels, daarna Nederlands, maar wel gebrekkig, met een accent De mannen vroegen ons in het Engels of er al mensen waren en hoe laat er mensen zouden komen. Ik antwoordde dat de eerste mensen om 08.00 uur zouden komen. Hierop liepen de mannen weer naar buiten. Na een minuut kwamen zij weer binnenlopen en vroegen zij naar een toilet. Vlakbij het toilet zag ik dat NN2 een pistool in zijn hand hield en op mij richtte. Ik zag dat de man met de witte jas zijn jas opende en een groot wapen liet zien. Hij zei: “Kijk ik heb een groot wapen. Geen politie bellen. Ik maak jullie dood”. Ik zei: “Nee, alstublieft. Ik heb kinderen.” Ik was meteen bang. NN2 zei dat ik rustig moest blijven. Hij zei: “Wij niet maken dood. Wij niet schieten. Waar geld. Geef mij je portemonnee”. Ik zei dat ik geen geld had. Ik werd toen gedwongen om de sleutels van het pand en mijn telefoon te geven. Mijn collega moest ook zijn telefoon geven. Wij moesten op onze knieën in de werkkast gaan zitten. De mannen vroegen aan ons: “Waar is het geld?” en “Waar is de kluis?” De deur van de werkkast werd dicht gedaan en onze telefoons en de sleutels van het pand werden meegenomen. Toen ik na een paar minuten geen geluid meer hoorde, ben ik naar buiten gegaan. In het kantoor heb ik de politie gebeld en zag ik dat de kluis was meegenomen. Mijn telefoon en die van mijn collega zijn door de politie bovenop een kast teruggevonden. 2. Een geschrift, een niet-ondertekend proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300- 2015092870-3 opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 9] (…). Dit geschrift houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als de op 23 april 2015 afgelegde verklaring van aangever [slachtoffer 2] : Ik doe aangifte van een overval gepleegd op 23 april 2015 om 06.34 uur in het clubgebouw van Golfbaan [B] , gevestigd op de [g-straat 1] in Amsterdam. Daar werk ik samen met mijn collega Arkut [het hof begrijpt: [slachtoffer 1]] als schoonmaker. Vandaag waren wij omstreeks 06.20 uur klaar met ons werk. Ik zag toen dat twee mannen naar binnen liepen. De ene man, NN1, betrof een negroïde man met een heel donkere huidskleur en korte dreadlocks. Zijn lengte is ongeveer 180-185 centimeter. Hij droeg een korte zwarte winterjas. De andere man, NN2, betrof een negroïde man met een lichtere huidskleur. Hij droeg een lange winterjas voorbij zijn knie in de kleur gebroken wit. Ik hoorde NN1 in het Engels tegen [slachtoffer 1] zeggen dat ze koffie wilden. Ik zei dat wij hen niet aan koffie konden helpen en dat wij op het punt stonden om weg te gaan. Nadat ik dit had gezegd liepen ze naar buiten. Kort daarop kwamen ze weer naar binnen. [slachtoffer 1] en ik stonden nog op dezelfde plek. NN1 vroeg hoe laat ze koffie konden krijgen. Ik zei dat zij pas om 08.00 uur koffie konden krijgen, als de golfclub opengaat. Dezelfde man vroeg mij of hij van het toilet gebruik mocht maken, waarop ik hem het toilet wees. Ik zag dat beide mannen in onze richting liepen. Ik zag dat NN1 een pistool in zijn hand had en op ons richtte. Ik zag dat NN2 op hetzelfde moment zijn jas openmaakte en dat er aan de voorzijde een groot vuurwapen zat. Ik zag dat het een lange zwarte loop had. Ik hoorde hem in het Engels zeggen dat hij een AK47 bij zich had en dat wij geen gekke dingen moesten doen omdat hij ons anders zou vermoorden. De mannen spraken Engels met mij en Nederlands met mijn collega [slachtoffer 1] . Onder bedreiging van hun wapens dwongen de mannen ons op onze knieën. Wij moesten allebei onze telefoon afgeven. Ik zag dat NN1 de telefoon van [slachtoffer 1] aannam. Ik had mijn telefoon op de grond gelegd. NN1 pakte ook mijn telefoon. De mannen vroegen ons of wij geld bij ons hadden, waarop wij hebben gezegd dat wij geen geld hadden. Zij vroegen ons naar de kluis. NN1 ging het pand doorzoeken met de sleutels van [slachtoffer 1] . NN2 bleef achter en hield zich op achter de deur van de ruimte waar wij ons bevonden, Ik hoorde dat [slachtoffer 1] huilde. Ik hoorde dat NN2 de deur openmaakte en [slachtoffer 1] waarschuwde dat hij stil moest zijn. Nadat het enige tijd stil was geweest, klopte ik op de deur van de ruimte waarin wij ons bevonden. Toen ik niets hoorde, heb ik de deur opengemaakt en ben ik met [slachtoffer 1] naar de uitgang gelopen. Daar zag ik een donkere auto wegrijden in de richting van Abcoude. 3. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5570491 van 12 september 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 27] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Gelet op de signalementen van NN1 en NN2 die door [slachtoffer 1] onderscheidenlijk [slachtoffer 2] in hun aangiftes zijn omschreven denkt het onderzoeksteam dat
- i)NN1 in de aangifte van [slachtoffer 1] dezelfde persoon is als NN2 in de aangifte van [slachtoffer 2] en
- ii)NN2 in de aangifte van [slachtoffer 1] dezelfde persoon is als NN1 in de aangifte van [slachtoffer 2] .[opmerking hof: Gelet op de opgegeven signalementen en het overige bewijs gaat het hof ook uit van hetgeen onder
- i)en
- ii)is vermeld]. 4. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2015092870-1 van 24 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 27] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van aangeefster [aangever 1] : Ik doe mede namens de benadeelde [A] , gevestigd op de [g-straat 1] in Amsterdam, aangifte van een overval, gepleegd op 23 april 2015 om 06.34 uur op het restaurant bij golfclub [B] in Amsterdam. Ik ben gemachtigd namens de eigenaar deze aangifte te doen. In de weggenomen kluis zat € 900,00 à € 1.000,00. 5. Een proces-verbaal verhoor getuige met documentcode 5070061 van 4 mei 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 28] en [verbalisant 21] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van getuige [getuige] : Mijn dochter heeft aangifte gedaan bij de politie. Ik ben de eigenaar van het restaurant dat bij de golfbaan is gevestigd. Ik weet niets van een horloge dat na de overval is aangetroffen. De kluis staat in het restaurant onder de kassa in een kastje. Voor dit kastje zaten twee klapdeuren. Die zijn eruit gebroken. 6. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5269977 van 30 juni 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 21] en [verbalisant 28] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisanten (of één van hen): Wij hebben aangever [getuige] [het hof begrijpt: de getuige [getuige]] op 4 mei 2015 gevraagd of iemand van zijn personeel een horloge is verloren. [getuige] antwoordde dat niemand een horloge verloren was, dat het aangetroffen horloge niet van één van zijn personeelsleden was en dat ook geen klant heeft gemeld een horloge te zijn verloren. 7. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5314648 van 13 juli 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 25] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Naar aanleiding van een gewapende overval op 23 april 2015 op de [A] in Amsterdam is een opsporingsonderzoek gestart. Op de plaats delict is een blauwkleurig horloge aangetroffen dat mogelijk van één van de daders is geweest. Op een in een portemonnee aangetroffen en inbeslaggenomen SD-kaart van verdachte [betrokkene 2] zijn foto’s en filmpjes aangetroffen. Op één van de foto’s, genomen op 21 maart 2015, is een blauw horloge te zien dat sterke overeenkomsten vertoont met het horloge dat op de plaats delict is aangetroffen. Op de foto draagt [betrokkene 2] het blauwkleurige horloge om zijn pols. 8. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2015125742-1 van 23 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 29] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van aangever [aangever 2] : Ik doe aangifte van de diefstal van mijn auto, een zwarte Citroën C3 met kenteken [kenteken 1] . Op 22 april 2015 om 23.00 uur parkeerde ik mijn auto op de parkeerplaats ter hoogte van [i-straat 1] in Almere. Ik heb mijn auto toen deugdelijk afgesloten en in goede orde achtergelaten. Op 23 april 2015 om 11.30 uur ontdekte ik dat mijn auto was weggenomen. 9. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5268220 van 30 juni 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Ik heb op 29 juni 2015 een onderzoek ingesteld naar de camerabeelden van de op 23 april 2015 overvallen golfbaan aan de [g-straat] in Amsterdam. Op de beelden zijn de twee overvallers te zien. NN1 betreft een negroïde man, die een witkleurige, lange jas met kraag en split aan de achterkant en een petje draagt. NN2 betreft een negroïde man, die een donkerkleurige jas en broek, bruine schoenen met een witte zool en een zwart/grijs hoofddeksel (petje/hoedje) draagt. Ik zie het volgende: - 05.33 uur: een voertuig met kenteken [kenteken 1] gaat door de kentekenregistratie van de golfbaan; - 06.11 uur: NN1 en NN2 lopen weg bij een voertuig; - 06.13 uur: NN1 en NN2 gaan naar binnen; - 06.13 uur: NN1 en NN2 spreken kort met een schoonmaker en gaan weer weg; - 06:13 uur: NN1 en NN2 lopen in de richting van de brug, draaien aan het einde van de brug om en lopen om 06.14 uur weer terug naar de ingang van de golfbaan; - 06.15 uur: NN1 en NN2 lopen weer via de hoofdingang het gebouw van de golfbaan in; - 06.15 uur: NN1 en NN2 spreken weer met de schoonmaker. De schoonmaker loopt een ruimte in. NN2 loopt achter hem aan. De schoonmaker wil teruglopen, maar wordt tegengehouden door NN2. NN2 duwt de schoonmaker de ruimte in. NN1 gaat in de ingang staan, kennelijk om de doorgang te blokkeren; - 06.21 uur: NN1 loopt de ruimte weer in; - 06.21 uur: NN1 kijkt bij de ingang naar buiten, even blijft staan, draait zich om en loopt weer terug; - 06.23 uur: NN2 komt uit de ruimte, loopt naar de andere kant en verdwijnt uit beeld; - 06.24 uur: NN2 loopt terug en haalt NN1; - 06.25 uur: NN1 en NN2 lopen terug, terwijl zij samen een grijs, vierkant voorwerp tillen. Aan de houding van NN1 en NN2 is te zien dat het voorwerp zwaar is; - 06.25 uur: NN1 en NN2 komen met het grijze voorwerp bij de ingang en zetten het neer. NN2 loopt terug, terwijl NN1 bij het grijze voorwerp blijft;- 06.25 uur: NN2 legt iets neer op de kast naast de ingang van de ruimte. Ik zie dat NN2 terugloopt naar NN1, dat NN1 en NN2 het grijze voorwerp weer optillen en dat NN2 voorop loopt; - 06.26 uur: NN1 en NN2 lopen met het grijze voorwerp in de richting van de brug; - 06.27 uur: NN1 en NN2 hebben het grijze voorwerp nog vast, NN1 laat het voorwerp vlakbij het voertuig vallen, waarbij het voorwerp tegen NN1 aan komt. NN1 loopt als of hij zijn been of benen heeft bezeerd; - 06.28 uur; een voertuig met kenteken [kenteken 1] rijdt het terrein af en wordt geregistreerd door de kentekenregistratie. 10. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2015092870-8 van 23 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Op 23 april 2015 omstreeks 07.25 uur kwam ik met mijn collega’s aan bij golfbaan [B] , waar zojuist een gewapende overval had plaatsgevonden. Daar zei de aanwezige hulpofficier van justitie dat een blauw horloge was aangetroffen op de plek waar de kassa zich bevond. Hij heeft bij de slachtoffers, die ten tijde van de overval aan het werk waren als schoonmaker, geverifieerd of het horloge van hen kon zijn, wat niet het geval was. Ter plaatse hebben wij de camerabeelden bekeken. Daarop zagen wij dat een zwarte auto met kenteken [kenteken 1] het terrein om 05.33 uur opreed en het terrein om 06.28 uur weer verliet. Op de camerabeelden zagen wij dat de daders iets bovenop een vitrine legden. Een collega van de Forensische Opsporing zei ons later dat de telefoons van de slachtoffers op de vitrine zijn aangetroffen. Op de camerabeelden zagen wij ook dat de twee verdachten het gebouw verlieten met een kluis in hun handen. 11. Een proces-verbaal van sporenonderzoek met nummer PL1300-2015092870-4 van 30 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 30] en [verbalisant 20] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisanten (of één van hen): Op 23 april 2015 hebben wij een forensisch onderzoek verricht in verband met een overval bij een golfbaan op 23 april 2015. In het midden van het restaurant van de golfbaan zagen wij een bar. In het midden van de bar zagen wij een monitor met daaronder een kassa. Deze monitor en kassa stonden op een kast. Op de vloer zagen wij een horloge met een blauwe band liggen, dat in beslag is genomen en is voorzien van SIN-nummer AAID5544NL. Tevens zagen wij op de vloer een kastdeur liggen. In de kast, waar de kastdeur voor lag, zagen wij een afdruk van een rechthoekig voorwerp. Het horloge is naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd voor DNA-onderzoek. 12. Een deskundigenverslag, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 30 april 2015, met nummer 2015.04.23.197 (aanvraag 001), opgemaakt door dr. S. van Soest, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (…). Dit rapport houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in: Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een overval gepleegd in Amsterdam op 23 april 2015. DNA-onderzoek Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan DNA-onderzoek: • AAID5544NL#01 bemonstering van de onderzijde (inclusief bandje) van een horloge • AAID5544NL#02 bemonstering van de bovenzijde (inclusief bandje) van een horloge Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek: Het celmateriaal in de bemonstering AAID5544NL#01 betreft een onvolledig DNA-profiel van een man. Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1982. Het celmateriaal in de bemonstering AAID5544NL#02 betreft een DNA-mengprofiel van minimaal 2 personen, waarin naar verwachting de DNA-kenmerken aanwezig zijn van minimaal één donor van wie een relatief grote hoeveelheid celmateriaal in de bemonstering aanwezig is. Deze combinatie van afgeleide DNA-kenmerken is vergeleken met de in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken aanwezige DNA-profielen voor personen. Hierbij is een match gevonden met het profiel RAAS6192NL van [betrokkene 2] (geboren op [geboortedatum] 1982). Het celmateriaal kan afkomstig zijn van [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1982, en minimaal één onbekende persoon. 13. Een deskundigenverslag, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 17 augustus 2015, met nummer 2015.04.23.197 (aanvraag 003), opgemaakt door dr. Y. van de Wal, NFl-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (…). Dit rapport houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in: Het onderzoeksmateriaal AAID5544NL#01, bemonstering van de onderzijde van een horloge, en AAID5544NL#02, bemonstering van de bovenzijde van een horloge, is onderworpen aan een DNA- onderzoek. Op grond van het eerste resultaat van het standaard DNA-onderzoek aan deze bemonsteringen is het standaard DNA-onderzoek herhaald om de reproduceerbaarheid van de verkregen resultaten te onderzoeken. Resultaten, interpretatie en conclusie Het DNA-profiel van [betrokkene 2] (RAAS6192NL) is betrokken bij het vergelijkend DNA- onderzoek. De bemonstering AAID5544NL#01 betreft een DNA-mengprotiel van minimaal twee personen. De afgeleide combinatie van DNA-kenmerken van de hoofddonor matchen met het DNA-profiel van [betrokkene 2] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.De bemonstering AAID5544NL#02 betreft een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen. De afgeleide combinatie van DNA-kenmerken van de hoofddonor matchen met het DNA-profiel van [betrokkene 2] . De matchkans [naar het hof begrijpt: van de afgeleide DNA-kenmerken- combinatie] is kleiner dan één op één miljard. 14. Een geschrift, zijnde een niet-ondertekend proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0900-2015125961-2 van 23 april 2015, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 31] en [verbalisant 32] (…). Dit geschrift houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisanten (of één van hen): Op 23 april 2015 om 10.15 uur reden wij over de Strandweg in Almere. Daar zagen wij een zwarte Citroën C3 met kenteken [kenteken 1] op een soort inham van het strand staan. Wij zijn uit het zicht, maar met zicht op het voertuig gaan staan. Vervolgens is Districtsrecherche Amsterdam daarheen gekomen en heeft het overgenomen. 15. Een proces-verbaal van sporenonderzoek met nummer PL1300-2015092870-14 van 21 mei 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 33] , [verbalisant 20] en [verbalisant 30] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisanten (of één van hen): Op 23 april 2015 te 14.10 uur hebben wij, verbalisanten, als forensische onderzoekers op verzoek van Bureau Districtsrecherche een forensisch onderzoek verricht op de Strandweg in Almere aan een auto van het merk Citroën C3 met kenteken [kenteken 1] . Aan de Strandweg bevind zich een zwemstrand. Vanaf de openbare weg is het strand te bereiken via een zandweg met aan weerszijden een grasveld. De Citroen C3 stond op het grasveld met de neus richting het strand. Door ons, [verbalisant 30] en [verbalisant 20] , werd de Citroen C3 aan de buitenzijde onderzocht op de aanwezigheid van dactyloscopische sporen. Hierbij werd een dactyloscopisch spoor aangetroffen op de deurstijl aan de bovenzijde van het rechter voorportier [het hof begrijpt: de passagierszijde]. Dit spoor betrof drie vingers met de vingertoppen naar beneden. Deze vingerafdrukken zijn veiliggesteld en voorzien van SlN-nummer AAID7403NL. Wij zagen dat de auto aan de binnenzijde beroet was en dat de stoel aan de bestuurderszijde brandschade vertoonde. 16. Geschriften, te weten een rapport Dactyloscopisch Onderzoek van 27 april 2015, opgemaakt door [verbalisant 17] , beheerder Havank (…), een dactyloscopisch individualisatieonderzoek uitgevoerd door [verbalisant 18] op 29 april 2015 (…) en een dactyloscopisch individualisatieonderzoek uitgevoerd door [verbalisant 19] op 21 mei 2015 (…). Deze geschriften houden, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in: Met het dactyloscopisch spoor voorzien van SIN-nummer AAID7403NL is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd in de verzameling referentieafdrukken in Havank. Dit onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in Havank als: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats] . Referentieafdruk: linker ringvinger en linker wijsvinger. 17. Een proces-verbaal van sporenonderzoek met nummer PL1300-2015092870-14 van 14 mei 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 20] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Op 24 april 2015 heb ik, technisch rechercheur, een forensisch onderzoek verricht aan een auto van het merk Citroën C3 voorzien van kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat de ruiten aan de binnenzijde beroet waren. Ik zag dat een deel van de bestuurdersstoel, het stuur en een tas (die aan de bestuurderszijde op de vloer stond) door vuur waren aangetast (foto 12). Ik heb de tas nader onderzocht. Ik zag dat daarin een lichtgekleurde jas zat. Ik zag dat er een blauwe gasbus in de jas gerold zat. Onder de jas zag ik drie doeken. Tussen deze doeken zag ik een zwarte pet met de opdruk ‘The City of Amsterdam’. De pet is voorzien van SIN-nummer AAID7387NL. Na het verwijderen van de tas zag ik een fles liggen met de opdruk “aanmaakpasta”. Er zat geen dop op de fles, maar op de tas lag een rode dop die mogelijk afkomstig was van deze fles. Bij dit proces-verbaal is een fotobijlage gevoegd. 18. Een deskundigenverslag, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 11 juni 2015, met nummer 2015.04.23.197 (aanvraag 002), opgemaakt door ing. M.J.W. Pouwels, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (…). Dit rapport houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in: Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een overval gepleegd op 23 april 2015 in Amsterdam. DNA-onderzoek SIN-nummer AAID7387NL#01 (bemonstering van de binnenrand aan de voorzijde van een petje) is onderworpen aan een DNA-onderzoek. Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek Het celmateriaal in de bemonstering SIN-nummer AAID7387NL#01 betreft het enkelvoudig DNA- profiel van een man. Dit profiel is vergeleken met de in de Nederlandse DNA-databank aanwezige DNA-profielen. Daarbij is een match gevonden met het DNA-profiel RFL732 van [medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum] 1976). De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard. 19. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5211131 van 15 juni 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Op camerabeelden van de overval bij golfbaan [B] op 23 april 2015 is te zien dat de overval door twee daders wordt gepleegd. Op de beelden is te zien dat NN1 een zwarte pet met witte stiksels draagt. Enkele uren na de overval is de mogelijk als vluchtauto gebruikte Citroën C3 met kenteken [kenteken 1] aangetroffen op de Strandweg in Almere. In die auto is een tas aangetroffen waarin een zwarte pet met de opdruk ‘The City of Amsterdam’ zat. Kijkend naar de camerabeelden van golfbaan [B] en de aangetroffen pet in de auto is bij het onderzoeksteam het vermoeden ontstaan dat de aangetroffen pet dezelfde is als die NN1 droeg tijdens de overval. 20. De eigen waarnemingen van het hof op de terechtzitting in hoger beroep van 2 juli 2019. Deze eigen waarnemingen behelzen het volgende: • De pet met witte stiksels die blijkens twee op pagina A1-125 afgedrukte stills van de camerabeelden van de overval op bij golfbaan [B] op 23 april 2015 door één van de daders is gedragen (foto’s 2 en 3) vertoont qua kleur, vorm en stiksels vorm grote gelijkenissen met de pet met opdruk “The City of Amsterdam” die is aangetroffen in de gestolen Citroën C3 en waarvan op pagina A1-125 een foto is opgenomen (foto 4). • De huidskleur van de ter terechtzitting in hoger beroep aanwezige [betrokkene 2] is redelijk donker. Op de foto die bovenaan pagina A1-437 is afgedrukt en die is gemaakt op 23 maart 2015 is te zien dat hij een korte baard en zijn haar in korte vlechten draagt. • De ter terechtzitting in hoger beroep aanwezige [medeverdachte 1] heeft aan de rechterzijde van zijn gezicht opvallende littekens met kleine, puntvormige littekens van hechtingen. Zijn huidskleur is donker getint, maar lichter dan die van [betrokkene 2] . • Op de bij het proces-verbaal met nummer PL1300-2015092870-14 gevoegde foto 12 (…) is een bruine, kennelijk door brand aangetaste lederen tas te zien. 21. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 6784825 van 20 juni 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: In het politiesysteem staat bij het signalement van [medeverdachte 1] een lengte van 185 centimeter vermeld. Deze lengte is geregistreerd op 29 juni 2015. In het politiesysteem staat bij het signalement van [betrokkene 2] een lengte van 186 centimeter vermeld. Deze lengte is geregistreerd op 30 juni 2015. 22. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5916245 van 23 november 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Op 30 juni 2015 heeft een doorzoeking plaatsgevonden op de [f-straat 1] in Amsterdam. Voorafgaand aan de doorzoeking is verdachte [betrokkene 2] aangehouden in deze woning. Tijdens de doorzoeking was [betrokkene 4] aanwezig. Hij heeft verklaard dat slaapkamer 2 in gebruik is bij [betrokkene 2] . Tijdens de doorzoeking in slaapkamer 2 zijn goederen in beslag genomen, waaronder een paar Timberland-schoenen. Deze zijn gefotografeerd door de Forensische Opsporing. Op deze foto’s zie ik dat de schoenen een lichtbruine kleur hebben en een witte streep net boven de zool. Op 29 juni 2015 stelde [verbalisant 15] een onderzoek in naar de camerabeelden van de golfbaan [B] (…). Daarbij bleek dat NN2 bruine schoenen draagt met een witte rand. Om een vergelijking te maken tussen de Timberland-schoenen die zijn aangetroffen in de woning en de schoenen die zijn gedragen ten tijde van de overval, heb ik nogmaals de camerabeelden bekeken en daarop waargenomen dat NN2 tijdens de overval lichtbruine schoenen droeg voorzien van een witte streep boven de zool. 23. Een proces-verbaal bevindingen met documentcode 5090958 van 25 mei 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 21] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Ik heb een onderzoek ingesteld naar de historische gegevens van het telefoonnummer 06- [0002] . De gebruiker van dat telefoonnummer is op 23 april 2015 om 05.41, 06.00, 06.08, 06.31, 06.34, 06.38, 07.04, 07.05, 07.31 en 07.38 uur gebeld door de gebruiker van telefoonnummer 06- [0001] , waarbij gesprekken zijn gevoerd variërend van 3 seconden tot 5 minuten en zes seconden. Tijdens de gesprekken die zijn gevoerd tussen 05.41 en 06.08 uur zijn zendmasten aangestraald in de omgeving van het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam. Tijdens het contact om 06.38 uur is een zendmast aangestraald in de omgeving van de Rijksweg A9. De gebruiker van telefoonnummer 06- [0002] is op 23 april 2015 om 07.43 en 07.47 uur gebeld door de gebruiker van telefoonnummer 06-876962014, waarbij zendmasten zijn aangestraald in de omgeving van de [a-straat] in Almere. Om 09.17 uur is de gebruiker van telefoonnummer 06- [0002] kennelijk weg uit Almere, aangezien toen een gesprek heeft plaatsgevonden waarbij een zendmast in de omgeving van Rijksweg A1 is aangestraald. 24. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5169987 van 3 juni 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 9] , [verbalisant 27] , [verbalisant 21] en [verbalisant 5] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisanten (of één van hen): Tijdens het onderzoek is vast komen te staan dat [betrokkene 2] gebruik maakt van het mobiele telefoonnummer 06- [0002] en dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van het mobiele telefoonnummer 06- [0003] . De zendmast bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) bevindt zich in de directe omgeving van golfclub [B] . 25. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer documentcode 5511838 van 18 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] in Frankrijk, gebruik maakt van het mobiele telefoonnummer 06- [0001] .26. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5560565 van 30 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] (…). Dit proces-verbaal, houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Op 23 april 2015 om 05.41, 06.00, 06.08, 06.31, 06.35. 06.38 en 06.39 uur straalt het telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] de zendmast aan de [c-straat] aan. Deze zendmast bevindt zich in Amsterdam-Zuidoost, net als de zendmast aan de [o-straat] , die op het AMC- ziekenhuis is geplaatst. Het AMC-ziekenhuis is gelegen direct naast de golfbaan aan de [g-straat] te Amsterdam die is overvallen. 27. Een proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] met documentcode 5586869 van 7 september 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 9] en [verbalisant 11] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als de vragen (V) van de verbalisanten en, in antwoord (A) daarop, als de op 2 september 2015 afgelegde verklaring van [medeverdachte 1] : A: Ik ben voor auto-inbraken gepakt (...). Ik ben verslaafd geweest. Ik heb autodiefstalletjes...[het hof begrijpt: gepleegd in die periode]. V: Heb je [betrokkene 2] op donderdag 23 april [het hof begrijpt: 2015] gezien? A: Nee. V: Heb je hem gesproken? A: Ja telefonisch ja. Telefonisch heb ik hem gesproken. Hij bleef mij bellen. V: Hoe laat heb je hem gesproken? A: Het staat allemaal al in het dossier, de tijden dat hij mij gebeld heeft. Ik heb het dossier gelezen. 28. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5560565 van 22 september 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Uit historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer van [verdachte] op 23 april 2015 tussen 00.00 en 01.00 uur elf keer heeft uitgebeld naar het telefoonnummer van [betrokkene 2] . De duur van deze oproepen varieert van 6 tot 358 seconden. Op 23 april 2015 om 01.11 uur is een witte Audi A4 voorzien van kenteken [kenteken 2] waargenomen op de Oostvaardersdijk in Almere. Deze auto werd tussen 01.26 uur en 01.32 uur door politieambtenaren gecontroleerd op de Oostvaardersdijk in Almere. De bestuurder was de verdachte [verdachte] . Uit het onderzoek is voorts gebleken dat [verdachte] de gebruiker is van deze auto.De volgende relevante telefonische contacten en de bijbehorende locaties zijn waarneembaar op 22 en 23 april 2015: Tijd [verdachte] [betrokkene 2] [medeverdachte 1] Bijzonderheden 23.53 uur [a-straat] Almere [a-straat] Almere [verdachte] belt [betrokkene 2] , duur 23 seconden 23.54 uur [a-straat] Almere 00.09 uur [a-straat] Almere [a-straat] Almere [verdachte] belt [betrokkene 2] , duur 125 seconden 01.59 uur [j-straat] Almere 02.00 uur Gestolen Citroen C3 op camera-beelden A10 Ringweg Noord Amsterdam ter hoogte van [m-straat] 02.03 uur [k-straat] Amsterdam 02.09 uur Gestolen Citroen C3 op camerabeelden op de [n-straat] ter hoogte van afslag A10/ [l-straat] 02.09 uur [l-straat] Amsterdam 02.14 uur [l-straat] Amsterdam 02.20 uur [b-straat] Amsterdam 02.35 uur Audi van [verdachte] wordt door camera waargenomen op de [d-straat] Amsterdam 02.37 uur [b-straat] Amsterdam 05.41 uur [c-straat] Amsterdam Zuidoost [o-straat] Amsterdam [verdachte] belt [betrokkene 2] , duur 185 seconden 06.00 uur [c-straat] Amsterdam Zuidoost [o-straat] Amsterdam Zuidoost [verdachte] belt [betrokkene 2] , duur 103 seconden 06.08 uur [c-straat] Amsterdam Zuidoost [o-straat] Amsterdam Zuidoost [verdachte] belt [betrokkene 2] , duur 224 seconden 06.38 uur [c-straat] Amsterdam Zuidoost [p-straat] Amsterdam Zuidoost [verdachte] belt [betrokkene 2] , duur 31 seconden 06.52 uur De Audi van [verdachte] is door een camera waargenomen op de [e-straat] in Amsterdam 07.05 uur Vijzelstraat Amsterdam [a-straat] Amsterdam [verdachte] belt [betrokkene 2] , duur 32 seconden 07.43 uur [a-straat] Almere [a-straat] Almere [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] bellen elkaar 07.47 uur [a-straat] Almere [medeverdachte 1] belt [betrokkene 2] , duur 27 seconden 08.58 uur [betrokkene 2] belt [medeverdachte 1] , duur 54 seconden 09.29 uur [betrokkene 2] belt [medeverdachte 1] , duur 31 seconden 11.48 uur [betrokkene 2] belt [medeverdachte 1] , duur 64 seconden 12.27 uur [betrokkene 2] belt [medeverdachte 1] , duur 31 seconden 29. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5491667 van 11 augustus 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Op 30 juni 2015 is de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986, aangehouden. Op de histo (het hof begrijpt: de historische gegevens) van de telefoon van [verdachte] met nummer 06- [0001] , is te zien dat hij op 3 mei 2015, tien dagen na de overval op de golfclub, om 17.10 uur contact opnam met [betrokkene 1] op nummer 06- [0005] . Uit onderzoek is gebleken dat [betrokkene 1] een medewerker is van het restaurant [A] , gevestigd in [B] in Amsterdam. Hij is daar als kok in dienst. 30. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5791593 van 22 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 10] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Met het telefoonnummer [0001] , waarvan historische gebruiksgegevens zijn opgevraagd en dat in gebruik is bij [verdachte] , is op 3 mei 2015 om 15.11 uur en 16:01 uur gebeld naar het prepaid-nummer [0006] en om 17.19 uur gebeld naar het nummer [0002] , in gebruik bij [betrokkene 2] 31. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5874530 van 12 november 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 14] (…) Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Uit onderzoek is gebleken dat degene die gebruik maakt van telefoonnummer [0006] kan worden geïdentificeerd als [betrokkene 3] . 32. Een proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 3] met documentcode 6260530 van 10 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 34] en [verbalisant 35] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als de verklaring van [betrokkene 3] : Mijn bijnaam was vroeger [naam] . Ik word sinds mijn vijftiende [naam] genoemd. 33. Een proces-verbaal van onderzoek naar identiteit van ‘ [naam] ’, met documentcode 5782120 van 20 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 21] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: Ik heb een onderzoek ingesteld naar de persoon ‘ [naam] ’. Uit dit onderzoek is gebleken dat op 19 november 2014 omstreeks 10.13 uur een controle is uitgevoerd op een Volkswagen Polo voorzien van het kenteken [kenteken 3] . Tijdens deze controle zat [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] , als bestuurder in deze auto en [betrokkene 3] zat als passagier op de achterbank. 34. Een proces-verbaal verhoor verdachte met documentcode 5980519 van 8 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 25] en [verbalisant 15] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als de op 8 december 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] : Ik maak gebruik van het telefoonnummer 06- [0005] . [naam] is een jongen uit Gein die ik ken van het voetballen, van vroeger en uit de buurt. Ik ben wel eens bij hem thuis geweest. Ik spreek hem één of twee keer per maand. [betrokkene 7] ken ik tegelijkertijd met [naam] .35. Een proces-verbaal verhoor verdachte van 28 januari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 1] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als de op 10 december 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] , voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Ik ben gaan rondkijken wie dat nummer met 06, een nummer, een vijf, weer een nummer, een vijf en weer een nummer, kende. Ik heb op de man af gevraagd wie er vanaf wist en wie mijn nummer heeft gegeven aan die mongool die mij heeft gebeld. [naam] had dat telefoonnummer, van die vent die mij gebeld heeft, in zijn telefoon. Dat heb ik gezien. Dat het [naam] zijn vriend was wist ik niet. Volgens mij had ik [naam] bereikt door hem te bellen. Het enige waar mijn naam mee begint [het hof begrijpt: waarbij ik in beeld kom] is dat ik ben gaan zoeken naar wat er is gebeurd toen ik hoorde van de overval. Ik kom bij iemand die zegt dat hij ervan weet en dat hij alles weet. Hij heeft mij verteld hoe en wat. Ik hoorde dat er mensen naar binnen zijn gegaan met een wapen, dat ze uit de Bijlmer kwamen en hoe ze te werk zijn gegaan. Gewoon met posten. Ze wisten eigenlijk helemaal niks. Ze gingen alleen maar af op de schoonmaker die elke ochtend binnenkwam. Ik heb alleen gehoord wie ermee bezig zijn geweest. Diegene die me dat vertelde, heeft mijn telefoonnummer gegeven aan de persoon die mij heeft gebeld. Dat heb ik aan hem gevraagd en toen zei hij ‘ja’. Degene die mij heeft gebeld, die heeft ‘het’ gedaan. We spraken af en ik ging vragen stellen. Ik zeg: “Ik moet op het politiebureau komen voor de overval op De Houten Vier. Weet jij er iets vanaf ?”. Hij zegt: “ja”. Het begon al direct met “ja”, dat hij er eigenlijk wel wat vanaf wist. Ik zei dat ik er niks van wist. Toen heb ik gehoord hoe het is gegaan. Van posten van tot en met dat ze naar binnen zijn geweest. Ik heb gehoord dat ze postten, dat ze er stonden vanaf half 7 of zo. Ze zien de eerste man naar binnen lopen en ze gaan erachteraan. Ze doen een beetje alsof ze buitenlands zijn. Ze lopen met hem mee naar binnen. Voor de rest heb ik alleen gehoord dat ze de kluis hebben gepakt en dat ze weg zijn gegaan en dat hij degene was die alles bedacht heeft. Degene met wie ik praat is degene die alles heeft bedacht. Ik heb bij diegene ook geverifieerd of de overvaller mij heeft gebeld. Hij zegt “Ja, dat is hij” en daar bedoelt hij mee: een overvaller. Ik weet van de overvaller nog steeds de naam niet, alleen van hem [het hof begrijpt: van degene met wie [betrokkene 1] gesproken heeft]. 36. Een proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1] met documentcode 5993054 van 11 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 14] en [verbalisant 1] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als de op 11 december 2015 afgelegde verklaring van [betrokkene 1] , voor zover van belang en zakelijk weergegeven: U zegt mij dat ik gisteren heb verklaard dat ik een onderzoek ben gestart naar het telefoonnummer. Dat klopt. Wat ik heb gehoord is dat ze in de twee weken voor de overval hebben gepost. Ik denk met z’n tweeën, want hij sprak elke keer over hém [het hof begrijpt: zichzelf] en zijn maatje. Zij wisten hoe laat de brasserie open ging. Ze hadden een vluchtroute bedacht omdat ze niet via de Bijlmer wilden. Hij [het hof begrijpt: de overvaller] deed alsof hij een buitenlander was en hij sprak in het Engels. Ze hebben een kluis meegenomen. Ik dit alles gehoord van de bedenker van de overval, die ik wel ken, maar wiens naam ik niet wil noemen. Hij heeft mij verteld dat hij mijn telefoonnummer aan één van de overvallers heeft gegeven. Ik denk dat de overvaller daarom heeft geprobeerd mij te bellen. Ik heb geen contact gehad met de overvaller via de telefoon. Ik heb wel contact gehad met die twee jongens, waaronder de persoon die de overval heeft bedacht. Die andere jongen [het hof: die [betrokkene 1] heeft ontmoet] had niet met de overval te maken. Ik heb gehoord dat ze het plan voor de overval met z’n vieren hebben bedacht. Ik heb gehoord dat er twee wapens zijn gebruikt bij de overval. 37. Een geschrift, te weten een overzicht van uitwerkingen van opgenomen telefoongesprekken in onderzoek 13Kloes (…). Dit geschrift houdt (…), zakelijk weergeven en voor zover van belang, in: Herkomst tap: [betrokkene 1] ( [0005] )Beller: [betrokkene 7] ( [0007] ) Gebelde: [betrokkene 1]Datum: 7 oktober 2015 13.05 Sessienummer: 4296 NN: Ik heb net die kil gesproken. Wat is er dan? [betrokkene 1] : Ik kan dat niet zeggen man zo. Ik zweer het, ik kan het niet zeggen over de telefoon. [betrokkene 1] : Laat hem me vanmiddag komen meeten, 4/5 uur NN: Wie? [betrokkene 1] : Hem.NN: Wat fluister je zo man. Wat doe je precies? [betrokkene 1] : Hey, ik zweer het je. Laat hem mij meeten, fix dit.NN: Wat? [betrokkene 1] : Laat mij hem meeten aub, fix dat. Het is serieus dit, ik zweer het. Dit geschrift houdt (…), zakelijk weergeven en voor zover van belang, in: Herkomst tap: [betrokkene 1] ( [0005] )Beller: [0004]Gebelde: [betrokkene 1]Datum: 8 oktober 2015 14.03 Sessienummer: 5903 NN: Hey, gister zag ik die aap. [betrokkene 1] : Wie?NN: [betrokkene 7] [het hof leest: [betrokkene 7]], [naam] en nog iemand [betrokkene 1] : Ja, die waren met mij, jongen. 38. Een proces-verbaal van bevindingen met uitwerking Opname Vertrouwelijke Communicatie van 21 juli 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als mededeling van de verbalisant: In het kader van de onderzoeken 13Kloes en 13Equinox heb ik, verbalisant, een gesprek tussen de verdachten [verdachte] en [betrokkene 2] beluisterd dat op 9 juli 2015 is opgenomen in het politiebureau aan de Flierbosdreef 15 in Amsterdam. Hieronder volgt een verslag van hetgeen besproken is:[verdachte] : Neef, ze hebben m’n gesprekken. [verdachte] : Je wordt verdacht van een zaak van (...) golfbaan. [betrokkene 2] : Ja, ik weet het. Maar voor dat hadden ze niks. Mijn advocaat zegt: “ze hadden niks”. Alleen maar dat mijn horloge daar was ... en dat me dinges ... en dat mijn telefoon daar gevonden was. [betrokkene 2] : Heb je die gesprekken gezien? [verdachte] : Ja. [betrokkene 2] : Wat waren die gesprekken? (...) [betrokkene 2] : Het is vanaf dat ding, die baan. Als die mannen [het hof begrijpt: de politie] ‘dat’ hebben, dan hebben ze een heleboel, vanaf april. Weet je hoeveel....? [verdachte] : [betrokkene 5] ...iedereen...iedereen... [betrokkene 6] ...iedereen. 39. Een proces-verbaal van bevindingen met documentcode 5247373 van 22 september 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] (…). Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, in als verklaring van de verbalisant: De telefoon van verdachte [medeverdachte 1] met nummer [0003] is getapt met ingang van 21 mei 2015. Uit deze tap is gebleken dat alleen hij hiervan gebruik maakt. Ik heb een onderzoek naar de historische verkeersgegevens van dat nummer ingesteld. Ik heb gekeken naar de periode rond de gewapende overval op een golfvereniging aan de [g-straat] in Amsterdam. Hieruit is gebleken dat tussen 22 april 2015 om 22.05 uur en 23 april 2015 om 12.30 uur diverse gesprekken hebben plaatsgevonden, waaronder een uitgaand gesprek op 23 april 2015 te 01:04:20 uur vanaf het [q-straat 1] in Almere-Stad.’ 23. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 juli 2019 blijkt dat de raadsman van de verdachte aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities het woord tot verdediging heeft gevoerd. Deze pleitnotities houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in (met weglating van voetnoten): ‘107. Binnen het kader van het onderzoek naar de overval is de mogelijkheid onderzocht dat er sprake is van hulp van binnenuit. Op 3 mei 2015 is er een contact van 2 seconden tussen het aan cliënt toegeschreven telefoonnummer en een telefoonnummer dat gekoppeld is aan [betrokkene 1] , te weten nummer: 06- [0008] . Dit zou dan [betrokkene 1] zijn, die werkzaam is bij de golfclub. Hij werkt als kok. 108. Wanneer [betrokkene 1] tijdens een verhoor wordt geconfronteerd met het vermeende belcontact, dan zegt hij cliënt niet te kennen en met zijn mond vol tanden te staan. Aan de getuige werd tijdens het verhoor een foto van cliënt getoond. Geen herkenning. Na meerdere heftige verdachtenverhoren, waarvan de laatste onder leiding van [verbalisant 1] zegt hij: dat hij mij gebeld heeft, zou ik niet weten. Ik ken die man niet. Ik heb hem nooit gesproken. Dat [naam] zijn vriend was, wist ik ook niet. 109. Hij zegt bij het laatste verhoor het nummer dat aan hem is voorgehouden van cliënt te hebben onthouden uit een eerder verhoor en later te hebben uitgezocht wie van zijn bekenden dit nummer kende en dat bleek [naam] te zijn. Hij weet dus niet dat dit nummer van een betrokkene bij de overval is, dat heeft de politie tegen hem gezegd. Dit nummer is ook nog aan hem getoond door de politie op de computer. 110. [betrokkene 1] heeft geen idee waarom zijn telefoonnummer aan de persoon is gegeven die de politie als overvaller ziet, noch wie dat heeft gedaan. 111. Dat het verhoor met [betrokkene 1] de mist in is gegaan blijkt wel aan het einde van het laatste ellenlange verhoor uit het volgende citaat uit het laatste verhoor: Verb. En ik begrijp het nu goed, hij zeg je, is degene die alles bedacht heeft. Bedoelen we dan degene waarmee je praat of degene die jou gebeld heeft VDB: Degene met wie ik praat Verb: Die heeft alles bedacht? VDB: Ja Verb: ok VDB: ik heb nooit met één overvaller gesprekken gevoerd... ik heb ze nooit gesproken Verb: ok. En is diegene die het allemaal bedacht heeft dan de uh.. even kijken hoor, we hadden een uh... is dat ook degene die jou gebeld heeft? Toen je in de keuken stond? VDB: uh.. nee. Ik heb nooit met een, dat was de dader uh... de overvaller die mij gebeld heeft in de keuken. Verb: hoe weet je dat? VDB: Dat hebben jullie mij gezegd 112. Nu wees de voorzitter op het vervolg van de verklaring, waarbij [betrokkene 1] zegt dat: diegene (hij zegt niet wie) hem gezegd heeft dat het ‘de overvaller’ was die hem heeft gebeld in de keuken. In datzelfde verhoor geeft [betrokkene 1] ook aan dat hij het nummer dat de recherche aan de overvaller toeschrijft en dat [betrokkene 1] heeft opgeslagen niet kende en de beller dus ook niet. De enige reden dat [betrokkene 1] denkt dat het nummer van cliënt toebehoort aan de overvaller, is derhalve informatie van de recherche. Hij heeft cliënt überhaupt niet gesproken. Hij weet ook niet hoe cliënt aan zijn nummer zou zijn gekomen. Kortom: ik weet niet wat er voor bewijswaarde aan de verklaringen van [betrokkene 1] zou moeten toekomen, maar mocht u ten nadele van cliënt rekening willen houden met de verklaring van [betrokkene 1] , dan acht ik het absoluut noodzakelijk hem te kunnen ondervragen. Eerder heeft hij niet willen meewerken aan een verhoor, mij dunkt dat hij daar nu wellicht anders over denkt. Ik denk bovendien dat de verdenking hem is uitgemond in een sepotbeslissing. Nota bene: dit is een voorwaardelijk verzoek 113. [betrokkene 1] is gedurende urenlange verhoren - zo komen de verslagen op mij over - geïntimideerd door de politie. Er wordt continue op zijn gevoel gewerkt. Hij probeert onder de tegen hem gerezen verdenking uit te komen door halve informatie te geven, maar herhaalt feitelijk de informatie die hij van de politie heeft gekregen en zegt dat vervolgens ook doodleuk tegen de verbalisanten. Niet één keer, maar verschillende keren. Feitelijk weet hij niets over de overval. Hij heeft het over posten, maar dat blijkt nergens uit. En tot slot: waarom zou iemand - wie dan ook - 10 dagen na een overval een medewerker bellen? Ik weet het niet. Ik heb er over nagedacht. Wellicht had cliënt zijn telefoon even aan [betrokkene 3] gegeven of aan een andere bekende van [betrokkene 1] . Of misschien had hij simpelweg een verkeerd nummer gebeld. Er is immers geen gesprek tot stand gekomen en niet teruggebeld.’ 24.Uit het proces-verbaal van deze terechtzitting blijkt voorts dat de raadsman van de verdachte in aanvulling op zijn pleitnotities het volgende heeft aangevoerd: ‘(met betrekking tot randnummer 112) [betrokkene 1] zegt niet: “ [naam] heeft het mij gezegd”. [betrokkene 1] zat trouwens zelf ook in de problemen. Hij wilde zich uit de zaak draaien. (met betrekking tot het onder randnummer 112 opgenomen voorwaardelijke verzoek) Ik zou met hem nog eens willen natafelen over zijn verhoren met [verbalisant 1] , ik had hem vragen willen stellen.’ 25. Het hof heeft in het bestreden arrest ten aanzien van het in zaak A onder 3 tenlastegelegde het volgende overwogen: ‘Op 23 april 2015 heeft in de vroege ochtenduren een overval plaatsgevonden op het clubgebouw van golfbaan [B] in Amsterdam Zuidoost en de aldaar gevestigde [A] . De aanwezige schoonmakers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zijn door twee mannen bedreigd met een grote mitrailleur en een klein pistool. Eén van de mannen sprak met de schoonmakers in het Engels en daarna in het Nederlands, gebrekkig en met een accent. Uit de brasserie is een kluis met inhoud ontvreemd. Na de overval is in de brasserie een blauw horloge aangetroffen. Gelet op de plaats waar het horloge is aangetroffen – bij de plek waar de kluis had gestaan – en het niet aan het personeel of aan een klant toebehoort, moet het door de daders zijn achtergelaten. Van de bemonsteringen van de boven- en onderzijde van het horloge zijn DNA-mengprofielen verkregen. Daarin bevonden zich DNA-kenmerken van meer donoren. Met betrekking tot beide sporen kon daaruit een combinatie van DNA-kenmerken van een hoofddonor worden afgeleid. Het DNA-profiel van [betrokkene 2] matchte met een maximale zeldzaamheid met deze kenmerkencombinatie. Op een SD-kaart die in een portemonnee van [betrokkene 2] is aangetroffen stond een op 21 maart 2015 gemaakte foto waarop hij een blauw horloge draagt dat sterk lijkt op het uurwerk dat in de brasserie is gevonden.Bij de overval is gebruik gemaakt van een zwarte Citroën C3 met kenteken [kenteken 1] . Op camerabeelden is te zien dat deze auto om 5.33 uur het terrein van de golfbaan is opgereden. Om 6.11 uur zijn daaruit twee mannen gestapt die zich naar het clubgebouw begaven. Omstreeks 6.25 uur hebben de mannen het gebouw met de buitgemaakte kluis verlaten en deze naar de Citroën C3 getild. Om 6.28 uur heeft het voertuig het golfbaanterrein verlaten en is het weggereden in de richting van Abcoude. Omstreeks 10.15 uur is de Citroën C3 aangetroffen op een strandje op de Strandweg te Almere. Er was tevergeefs getracht dit voertuig en de zich daarin bevindende voorwerpen in brand te steken. Aan de bovenzijde van de deurstijl aan de passagierszijde zijn vingersporen aangetroffen die overeenkomen met de linker ring- en wijsvinger van [medeverdachte 1] . Bij de bestuurdersstoel van de auto stond een tas. Daarin zat een zwarte pet met witte stiksels met het opschrift ‘City of Amsterdam’. Uit het monster dat is genomen aan de binnenrand van de pet is een enkelvoudig DNA-profiel verkregen dat met een maximale zeldzaamheid matcht met dat van [medeverdachte 1] . De pet vertoont grote gelijkenissen met de pet die blijkens camerabeelden door één van de daders is gedragen. De overvaller met het pistool (hierna: de eerste overvaller) betrof naar opgave van de schoonmakers een negroïde man met een tamelijk donkere huidskleur, een lichte baard met een sikje, korte dreads en een geschatte lengte van 180 tot 190 centimeter. [slachtoffer 1] heeft de leeftijd van deze man geschat op 33 jaar. De kenmerken van [betrokkene 2] voldoen aan dit signalement. Immers, zijn huidskleur is redelijk donker, hij droeg in 2015 een korte baard/sik en had zijn haar in korte vlechten. Verder beschikte [betrokkene 2] , die destijds 33 jaar oud was, over lichtbruine schoenen met een witte streep boven de zool. De schoenen die de eerste overvaller blijkens de camerabeelden droeg, hebben dezelfde eigenschappen. De overvaller die in het bezit was van de mitrailleur (hierna: de tweede overvaller) was naar opgave van de schoonmakers een negroïde man met een geschatte lengte van 180 tot 190 centimeter, met een lichtere huidskleur dan die van de eerste overvaller en een pokdalig gezicht. [slachtoffer 1] schatte de leeftijd van deze man ‘rond de 35/36 jaar’. De kenmerken van [medeverdachte 1] voldoen aan dit signalement. Hij heeft een donkergetinte huidskleur, maar lichter dan die van [betrokkene 2] , is 185 centimeter lang en was indertijd 38 jaar oud. Verder heeft hij aan de rechterzijde van het gezicht opvallende littekens met kleine, puntvormige littekens van hechtingen. Het hof is van oordeel dat die gezichtskenmerken bij derden gemakkelijk de indruk kunnen wekken van een pokdalige huid. Met het bij [betrokkene 2] in gebruik zijnde telefoonnummer, eindigend op * [0002] , is tussen 5.41 en 6.08 uur gebruik gemaakt van een zendmast die zich op het AMC in Amsterdam-Zuidoost in de nabije omgeving van de golfbaan bevindt. Voorafgaand aan de overval bevond de Citroën C3 zich om 2.00 uur op de Ring A10 in Amsterdam-Noord ter hoogte van de [m-straat] , terwijl in de omgeving daarvan, te weten de [j-straat] in Amsterdam-Noord, om 1.59 uur een zendmast is aangestraald met behulp van het bij [medeverdachte 1] in gebruik zijnde telefoonnummer, eindigende op * [0003] . Om 2.09 uur bevond de Citroën C3 zich bij een afslag van de A10 ter hoogte van de [l-straat] in Amsterdam-West. Op datzelfde tijdstip en om 2.14 uur werd met het nummer van [medeverdachte 1] contact gemaakt van een zendmast op de [l-straat] , terwijl met het nummer van [betrokkene 2] om 2.20 uur een mast werd aangestraald aan de [b-straat] in Amsterdam-West. Eerder die nacht, rond 0.00 uur, werd met behulp van elk van beide telefoonnummers gebruik gemaakt van een zendmast op de [a-straat] in Almere. De bij [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] in gebruik zijnde telefoonnummers maakten na overval om 7.05 uur onderscheidenlijk 7.43 uur gebruik van een zendmast in de [a-straat] te Almere; vanaf dat laatste tijdstip hadden beide telefoonnummers diverse malen contact met elkaar. Dat [betrokkene 2] op 23 april 2015 de gebruiker is geweest van het telefoonnummer eindigend op * [0002] en [medeverdachte 1] van dat eindigde op * [0003] , blijkt uit een verklaring van [medeverdachte 1] van 2 september 2015, inhoudende dat [betrokkene 2] hem op 23 april 2015 vaak heeft gebeld, dat hij [betrokkene 2] toen telefonisch ook heeft gesproken en dat hij het dossier heeft gelezen en daarin is vermeld hoe laat [betrokkene 2] hem heeft gebeld. Uit deze gegevens leidt het hof af dat
- a)[betrokkene 2] en [medeverdachte 1] de bewuste nacht met grote regelmaat, zo niet doorlopend, in elkaars nabijheid zijn geweest;
- b)de Citroën C3 die bij de overval is gebruikt zich die nacht op relevante tijdstippen bevond in de nabijheid van de plaats waar de telefoon van [medeverdachte 1] aanstraalde en
- c)[betrokkene 2] en [medeverdachte 1] na de overval telefooncontact met elkaar hebben gehad. Op basis van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, staat voor het hof buiten redelijke twijfel vast dat [betrokkene 2] (als de eerste overvaller) en [medeverdachte 1] (als de tweede overvaller) de overval hebben gepleegd. Daarnaast is naar het oordeel van het hof vast komen te staan dat de verdachte ook bij de overval betrokken is geweest. Dat oordeel berust op het volgende. Net als de telefoonnummers van [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] maakte het bij de verdachte in gebruik zijnde telefoonnummer, eindigende op *1558, rond 0.00 uur gebruik van een mast op de [a-straat] in Almere. Op dat moment en vervolgens op een veelheid aan andere tijdstippen werd die nacht met behulp van dat nummer gebeld naar het telefoonnummer van [betrokkene 2] . Met het nummer van de verdachte is om 2.37 uur, net als kort daarvoor met het nummer van [betrokkene 2] , een zendmast gebruikt aan de [b-straat] in Amsterdam. Verder is vanaf het nummer van de verdachte om - 5.41 uur gedurende 185 seconden, 6.00 uur gedurende 103 seconden, 6.08 uur gedurende 224 seconden en 6.38 uur gedurende 31 seconden gebeld naar het telefoonnummer van [betrokkene 2] . Daarbij werd met het nummer van de verdachte telkens gebruik gemaakt van een zendmast aan de [c-straat] te Amsterdam Zuidoost. Via het nummer van [betrokkene 2] werd om 6.38 uur gebruik gemaakt van een zendmast in buurt van de A9. Toen de politie eerder die nacht om 1.26 uur in Almere een controle uitvoerde op een witte Audi A4 bleek de verdachte de bestuurder van dat voertuig te zijn. Dit voertuig bevond zich, naar gevoeglijk mag worden aangenomen, met de verdachte als bestuurder, om 2.35 uur op de [d-straat] te Amsterdam-West en om 6.52 uur op de [e-straat] in Amsterdam. Hieruit leidt het hof af dat de verdachte (
- i)zich de bewuste nacht diverse malen in de omgeving van de overvallers heeft bevonden, (
- ii)die nacht reisbewegingen heeft gemaakt die in de pas lopen met die van de overvallers, (iii) zich voor en na de overval een groot aantal malen in verbinding heeft gesteld met de eerste overvaller, [betrokkene 2] , waaronder kort voor aanvang van de overval en bovendien, meer specifiek: om 5.41 uur, kort nadat [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] om 5.33 uur het terrein van de Golfbaan waren opgereden; om 6.08 uur, gedurende ruim drie minuten, onmiddellijk aansluitend op het tijdstip waarop [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] bij de Citroën C3 zijn weggelopen en zich naar het clubgebouw hebben begeven (om 6.11 uur) en om 6.38 uur, tien minuten nadat de [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] met de Citroën het terrein van de golfbaan hadden verlaten. Deze opvallende tijdstippen waarop de verdachte contact met de eerste overvaller heeft gehad en de omstandigheid dat hij zich op de momenten waarop dat contact plaatsvond in de omgeving van de golfbaan heeft bevonden, acht het hof redengevend voor het bewijs in die zin dat daarin een sterke aanwijzing wordt gevonden dat de verdachte betrokken is geweest bij de voorbereidingen voor en de afwikkeling van de overval. De verdachte heeft geen verklaring gegeven die deze redengevendheid ontzenuwt; in het bijzonder heeft hij niet opgehelderd waarom evenbedoelde communicatie in de nachtelijke uren noodzakelijk was en wat de onderwerpen van gesprek zijn geweest. Deze communicatie tussen de verdachte en [betrokkene 2] krijgt kleur door uitlatingen van [betrokkene 3] . Daarbij heeft het hof het oog op het volgende. Op 3 mei 2015 is om 17.10 uur met het telefoonnummer van de verdachte contact gezocht met het nummer van [betrokkene 1] , die werkzaam is als kok bij de brasserie. Verder staat vast dat [betrokkene 3] , die ‘ [naam] ’ als bijnaam heeft, een bekende van de verdachte is. [betrokkene 1] heeft verklaringen afgelegd waaruit het volgende kan worden afgeleid. [betrokkene 1] heeft op 7 oktober 2015 een ontmoeting gehad met [betrokkene 3] . Daarbij bleek dat het telefoonnummer dat op 3 mei 2015 contact met [betrokkene 1] heeft gezocht in de telefoon van [betrokkene 3] stond. Ook bleek dat [betrokkene 3] het nummer van [betrokkene 1] heeft gegeven aan de persoon die naar [betrokkene 1] heeft gebeld. [betrokkene 1] heeft aan [betrokkene 3] gevraagd of hij meer wist over de overval. Hierop heeft [betrokkene 3] hem beschreven hoe de overval is verlopen. Daarbij heeft [betrokkene 3] bijzonderheden genoemd die naar het oordeel van het hof moeten worden gezien als daderkennis, zoals dat de daders bewapend op een schoonmaker zijn afgegaan, zich hebben voorgedaan als buitenlanders en Engels hebben gesproken, zij een kluis hebben gepakt en een vluchtroute via Abcoude hadden uitgedacht. Uit de uitlatingen van [betrokkene 3] kan verder worden opgemaakt dat het plan voor de overval is beraamd door vier personen, waaronder [betrokkene 3] én degene die naar [betrokkene 1] heeft gebeld. Vast staat dat die laatste persoon de verdachte is. Bij de verklaringen van [betrokkene 1] past het gegeven dat de verdachte op 3 mei 2015 een uur voor zijn belpoging naar [betrokkene 1] telefooncontact heeft gehad met [betrokkene 3] en acht minuten na die belpoging met [betrokkene 2] . Mede op grond van de (tegenover [betrokkene 1] gedane) uitlatingen van [betrokkene 3] komt het hof, anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank, tot de conclusie dat de verdachte met drie anderen betrokken is geweest bij het uitdenken van een plan voor de overval op de golfbaan, hij zich kort voor en gedurende de overval in de nabijheid van de overval heeft opgehouden en hij zich - bij gebrek aan een andere aannemelijke verklaring - in die tijdspanne doorlopend in verbinding heeft gesteld met één van de personen die de overval daadwerkelijk heeft gepleegd, [betrokkene 2] , om ervoor te zorgen dat de overval volgens plan werd uitgevoerd. Hieruit volgt dat ook de verdachte zich in nauwe en bewuste samenwerking met anderen schuldig heeft gemaakt aan de overval op de golfbaan en daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Uit het voorgaande spreekt dat de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging falen. Daaromtrent overweegt het hof als volgt. Het verhandelde ter terechtzitting en het dossier bieden geen solide aanknopingspunt voor de gedachte dat de nachtelijke, veelvuldige en soms tamelijk langdurige telefooncontacten in een ander verband moeten worden geplaatst dan in dat van criminele activiteiten. De stelling dat de verdachte en [betrokkene 2] als (half)neven elkaar goed kennen en doorlopend telefooncontact hebben en daarbij over alledaagse zaken spreken, is in het licht van de omstandigheden van dit geval te weinig specifiek om als zo’n aanknopingspunt te kunnen gelden. De verdediging heeft de betrouwbaarheid van [betrokkene 1] ter discussie gesteld en aangevoerd dat hij onder de tegen hem gerezen verdenking heeft geprobeerd uit te komen door halve informatie te geven en feitelijk niet meer te doen dan informatie te herhalen die de politie hem heeft gegeven. Ook is aangevoerd dat hij ‘zwaar onder druk is gezet’ door de politie. Het hof acht de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [betrokkene 1] echter betrouwbaar. Daarbij is relevant dat de manier waarop [betrokkene 1] aan zijn informatie zegt te zijn gekomen bevestiging vindt in zijn belgedrag voorafgaand aan 8 oktober 2015, de dag waarop hij voor de eerste maal door de politie is gehoord. Toen het [betrokkene 1] duidelijk was geworden dat de politie hem wilde spreken heeft hij op 7 oktober 2015 het nodige in het werk gesteld om ‘ [naam] ’ ( [betrokkene 3] ) en een ander die dag te kunnen ontmoeten, in verband met iets dat serieus was. Van de verhoren van [betrokkene 1] als verdachte zijn processen-verbaal opgemaakt die, op één na, woordelijk zijn uitgewerkt. In het daaruit naar voren komende verloop van die verhoren ziet het hof geen aanwijzingen voor de conclusie dat [betrokkene 1] ‘zwaar onder druk is gezet’ of niets anders heeft gedaan dan informatie te herhalen die hem door politieambtenaren was aangereikt. Verder is aannemelijk dat de terughoudende wijze van verklaren door [betrokkene 1] geworteld is geweest in angst voor repercussies. Zo is hem door degenen die hij had ontmoet te verstaan gegeven dat hij ‘zijn bek’ dicht moest houden en was hij bang om ‘twee kogels door zijn poten te krijgen’. Het is het hof in dit verband overigens opgevallen dat de verdachte zich in een telefoongesprek van 28 juni 2015 in vergelijkbare termen heeft uitgelaten en toen heeft gezegd dat hij een man met een ‘grote mond’ in zijn ‘kankerpoot’ had moeten schieten. De raadsman heeft een verzoek gedaan om [betrokkene 1] als getuige horen als het hof ten nadele van de verdachte rekening zou houden met diens verklaring. Het hof wijst dit verzoek af, omdat de noodzaak van het gevraagde verhoor niet is gebleken. Daarbij is enerzijds betrokken dat het hof zich in toereikende mate een oordeel heeft kunnen vormen over de inhoud en de betrouwbaarheid van de verklaringen van [betrokkene 1] en anderzijds dat de raadsman niet concreet heeft benoemd waaromtrent hij [betrokkene 1] vragen zou willen stellen. De opmerking van de raadsman dat hij met [betrokkene 1] wil “natafelen” over de verhoren die van hem zijn afgenomen door inspecteur [verbalisant 1] acht het hof onvoldoende specifiek, mede in aanmerking genomen dat het op 10 december 2015 door [verbalisant 1] afgenomen verhoor woordelijk is uitgewerkt. Overigens merkt het hof op dat het verzoek pas is gedaan op de laatste dag van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de verdachte in hoger beroep en dat dit verzoek eerder had kunnen en redelijkerwijs ook had moeten worden gedaan.’ Eerste deelklacht 26. De eerste deelklacht houdt in dat de afwijzing van het voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuige [betrokkene 1] in het licht van de door de rechtbank gegeven vrijspraak en hetgeen de verdediging heeft aangevoerd onvoldoende met redenen is omkleed. De stellers van het middel stellen in de toelichting dat de verdediging uitdrukkelijk en onderbouwd heeft aangevoerd dat de getuige [betrokkene 1] verklaringen heeft afgelegd omtrent een relevant telefoonnummer. En dat de getuige heeft verklaard de verdachte niet te kennen en het telefoonnummer aan een 'overvaller' te hebben toegeschreven nu de politie dit aan hem heeft voorgehouden. De verdediging heeft, aldus de stellers van het middel, voorts aangevoerd dat eerder is getracht de getuige te ondervragen maar dat de getuige ‘destijds (als verdachte w