ECLI:NL:PHR:2021:52
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer21/00117 H Zitting 26 januari 2021 VORDERING TOT HERZIENING E.J. Hofstee In de zaak [veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, hierna: de veroordeelde.
Inleiding Bij deze wend ik mij tot de Hoge Raad der Nederlanden met een vordering tot herziening van de onherroepelijke uitspraak van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland d.d. 18 mei 2020, parketnummer 16-067048-20, gewezen ten laste van [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (verder: de veroordeelde).
Aanleiding tot het indienen van deze vordering is de brief van 23 november 2020 waarin de hoofdofficier van justitie mr. R.T.C.N. Jeuken zich heeft gewend tot de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden met het verzoek in de onderliggende zaak een vordering tot herziening in te dienen.
De uitspraak waarvan herziening wordt gevorderd 3. De veroordeelde is door de politierechter bij verstek veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 24 uren subsidiair 12 dagen hechtenis, waarvan 12 uren subsidiair 6 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, wegens het op 14 maart 2020 opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort.
Het procesverloop 4. De vader van de veroordeelde deed op 14 maart 2020 aangifte van vernieling tegen zijn zoon, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Volgens de aangifte leed de veroordeelde destijds aan een schizofrene affectieve stoornis type bipolair en bonkte en schopte hij die dag in een boze bui buiten aan de achterzijde van de woning van zijn ouders meermalen tegen de schuifpui ten gevolge waarvan het glas brak en trok hij de luxaflex kapot. Door het ontstane gat kwam de veroordeelde naar binnen, waarna de ouders het huis uit vluchtten.
Het wettelijk kader met betrekking tot het klachtdelict 11. De voor deze zaak relevante bepalingen luiden:
Art. 350 Sr “1. Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.”
Art. 353 Sr “De bepaling van artikel 316 is op de in deze titel omschreven misdrijven van toepassing.”
Art. 316 Sr “2. Indien hij zijn van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is of zijn bloed- of aanverwant, hetzij in de rechte linie, hetzij in de tweede graad van de zijlinie, heeft de vervolging, voor zover hem betreft, alleen plaats op een tegen hem gerichte klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd.”
Art 64 Sr “Inzake een misdrijf dat alleen op klacht wordt vervolgd, is degene tegen wie het feit is begaan, tot de klacht gerechtigd.”
Art. 67 Sr “Hij die de klacht indient, blijft gedurende acht dagen na de dag der indiening bevoegd deze in te trekken.”
De beoordeling van het verzoek 12. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot onder meer de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.
Slotsom 15. Daarom vorder ik op de gronden als hiervoor vermeld de herziening van de ten laste van de veroordeelde gewezen uitspraak van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland d.d. 18 mei 2020, parketnummer 16-067048-20.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. HR 3 maart 1987, ECLI:NL:HR:1987:AB8325, NJ 1987/865, m.nt. Corstens; HR 24 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0782; HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9215; HR 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2432; HR 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2296 en HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:553.