← Nederland

ECLI:NL:PHR:2021:601

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/05685 Zitting 6 april 2021 CONCLUSIE F.W. Bleichrodt In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de verdachte.

  1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 5 december 2019 het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 september 2017, waarbij de verdachte wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod” is veroordeeld, bevestigd, behalve ten aanzien van de strafoplegging, de strafmotivering en de toepasselijke wetsartikelen en met aanvulling van een bewijsoverweging. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr.
  2. De zaak hangt samen met de zaken tegen medeverdachten, met zaaknummers 19/05611 ([medeverdachte 1]), 19/05598 ([medeverdachte 2]), 19/05600 P ([medeverdachte 2]), 19/05498 ([medeverdachte 3]), 19/05617 ([medeverdachte 4]), 19/05687 ([medeverdachte 5]), 19/05738 ([medeverdachte 6]), 19/05777 ([medeverdachte 7]), 19/05732 ([medeverdachte 8]), 19/05967 ([medeverdachte 9]) en 19/05773 ([medeverdachte 10]). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
  3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Er is geen schriftuur ingediend.
  4. Op 26 oktober 2020 heeft betekening van de aanzegging in cassatie aan een medewerker van het parket van de procureur-generaal bij de Hoge Raad plaatsgevonden. Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, tweede lid, onder b Sv rechtsgeldig betekend. Een afschrift van de aanzegging is verzonden naar [a-straat 1] te [plaats].
  5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
  6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG In de eveneens met deze zaak samenhangende zaken 19/05606 ([betrokkene 1]), 19/05662 ([betrokkene 2]) en 19/05525 ([betrokkene 3]) is het cassatieberoep ingetrokken. De aanzegging in cassatie is op 16 juni 2020 tevergeefs getracht uit te reiken aan het adres [b-straat 1] te [plaats]. Uit een bevraging BRP van 10 juni 2020 blijkt dat de verdachte vanaf 8 januari 2019 was ingeschreven op het genoemde adres. De cassatieakte van 17 december 2019 vermeldt dit adres eveneens. Uit een ID-staat SKDB van 26 oktober 2020 blijkt dat de verdachte met ingang van 26 mei 2020 stond geregistreerd als niet-ingezetene, vertrokken onbekend waarheen (VOW). Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 5 januari 2018 vermeldt dit adres.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.