PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/02968 Zitting 6 augustus 2021 CONCLUSIE B.F. Assink In de zaak Deloitte Accountants B.V. tegen 1. Harlingen Holding Industries B.V. 2. [verweerder 2] 3. [verweerder 3] Dit betreft een vrijwaringszaak. In de hoofdzaak, die bij de Hoge Raad aanhangig is onder zaaknummer 20/01901, heeft het hof de aansprakelijkheidsvordering van de curator van een failliete B.V. tegen de accountant afgewezen. Dat arrest houdt m.i. stand, ik verwijs naar mijn conclusie in die zaak. Daaruit volgt dat in de onderhavige zaak het cassatieberoep van de accountant (dat er slechts over klaagt dat als het arrest in de hoofdzaak wordt vernietigd, ook de (door het hof afgewezen) vordering in vrijwaring opnieuw moet worden beoordeeld) faalt. Zie ook de verwante zaak die bij de Hoge Raad aanhangig is onder zaaknummer 20/01905 waarin ik vandaag eveneens concludeer, tevens strekkende tot verwerping van het cassatieberoep. 1De feiten In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten, ontleend aan rov. 2.2 t/m 2.10 van het arrest van 24 maart 2020 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof). 1.1 Harlingen Holding Industries B.V. (hierna: HHI) staat als moedervennootschap aan het hoofd van een groep vennootschappen waartoe onder meer haar dochtervennootschappen [A] B.V. (hierna: [A]) en [B] BV. (hierna: [B]) behoorden. [A] en [B] waren gevestigd in [de Industriehaven] (hierna: de Industriehaven). Zij hielden zich onder meer bezig met het uitvoeren van onderhouds-, straal-, conserverings- en reparatiewerkzaamheden aan schepen. 1.2 In een brief van 16 december 1992 heeft de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) [B] en [A] aansprakelijk gesteld voor de kosten van sanering van de Industriehaven. Namens de Staat is de aansprakelijkstelling herhaald en is de verjaring van de vordering tot vergoeding van de kosten van sanering gestuit. 1.3 Sinds 1 januari 2001 is [verweerder 2] (hierna: [verweerder 2]) enig statutair bestuurder van [A] en is [verweerder 3] (hierna: [verweerder 3]) als commissaris aan [A] verbonden. 1.4 Deloitte Accountants B.V. (hierna: Deloitte) is als accountant van [A] betrokken geweest bij de opstelling van de jaarrekeningen van [A] over de jaren 2000 t/m 2009. 1.5 De Staat heeft [A] en [B] gedagvaard voor de toenmalige rechtbank Leeuwarden. Op 9 november 2005 heeft de rechtbank [A] en [B] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan de Staat van € 1.292.215,61, vermeerderd met rente en kosten. [A] en [B] zijn van dit vonnis in hoger beroep gekomen. 1.6 In een arrest van 17 mei 2011 heeft het gerechtshof het vonnis van de rechtbank van 9 november 2005 vernietigd voor zover de vordering van de Staat was toegewezen tot meer dan € 1.196.544,08, te vermeerderen met de wettelijke rente. 1.7 Op 31 januari 2012 zijn [A] en [B] in staat van faillissement verklaard en is mr. D.C. Poiesz (hierna: de curator) als curator aangesteld. 1.8 De curator heeft gevorderd HHI, [verweerder 2] en [verweerder 3] (hierna, in vrouwelijk enkelvoud: HHI c.s.) en Deloitte te veroordelen tot betaling van de schade die de schuldeisers van [A] hebben geleden als gevolg van onrechtmatig handelen van HHI c.s. en Deloitte, en [verweerder 2] en [verweerder 3] te veroordelen tot betaling van het boedeltekort in het faillissement van [A] wegens onbehoorlijk bestuur. 1.9 In de hoofdzaak heeft de rechtbank Deloitte toegestaan HHI c.s. in vrijwaring op te roepen, waarna Deloitte deze procedure is gestart. 2Het procesverloop In eerste aanleg 2.1 Deloitte vordert dat de rechtbank, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - 1. voor recht zal verklaren dat HHI c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens Deloitte; - 2. HHI c.s. hoofdelijk, des de één betalende de anderen zullen zijn gekweten, zal veroordelen, ter vrijwaring van Deloitte, tot al hetgeen waartoe Deloitte in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling; en - 3. HHI c.s. hoofdelijk, des de één betalende de anderen zullen zijn gekweten, zal veroordelen in de kosten van het geding: onder de bepaling (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.