PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/03679 Zitting 31 augustus 2021 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte. Inleiding 1. De verdachte is bij arrest van 2 november 2020 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. “mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot” en 2. en 3. telkens “mishandeling, begaan tegen zijn kind” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. Eerste middel 3. Het middel bevat twee klachten. De eerste klacht houdt in dat de afwijzing door het hof van de verzoeken van de verdediging tot het horen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] onbegrijpelijk is, althans onvoldoende is gemotiveerd. De tweede klacht houdt in dat het oordeel van het hof dat het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van de niet door de verdediging gehoorde getuigen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niet onverenigbaar is met art. 6, derde lid, EVRM onbegrijpelijk is, althans onvoldoende is gemotiveerd, aangezien het hof bij zijn oordeelsvorming niet heeft betrokken of er een goede reden bestaat voor het niet horen van de getuigen en of er voldoende compensatie geboden is aan de verdediging voor het niet kunnen horen van de getuigen. 4. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezenverklaard dat: “1. hij in de periode van 1 juli 2013 tot en met 6 juli 2014, in de gemeente [plaats] , opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, te weten [betrokkene 3] , meermalen heeft geslagen en haar keel heeft dichtgeknepen en heeft geschopt, waardoor deze pijn heeft ondervonden; 2. hij in de periode van 1 juli 2013 tot en met 6 juli 2014, in de gemeente [plaats] , opzettelijk mishandelend zijn kind, te weten [betrokkene 1] , geboren [geboortedatum] 2003, van een trap heeft geduwd en heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden; 3. hij in de periode van 1 juli 2013 tot en met 6 juli 2014, in de gemeente [plaats] , opzettelijk mishandelend zijn kind, te weten [betrokkene 2] , geboren [geboortedatum] 2005, van een trap heeft geduwd en heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.” 5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Een proces-verbaal van aangifte, opgemaakt d.d. 6 juli 2014 door [verbalisant 1] , brigadier van politie, dossierpagina’s 9 en 10, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven: Wij hebben voordat wij op de [a-straat 1] te [plaats] woonden, eerst nog in [plaats] gewoond op de [b-straat 1] . Ongeveer een jaar geleden heeft mijn man mij ook mishandeld. Hij had ook weer ruzie gemaakt en had mij op mijn rug op de bank gegooid en hield met een hand mijn keel dicht. (…) “1. Hij maakt elke dag ruzie met mij en de kinderen en slaat bijna dagelijks de kinderen en mij. (...) Vandaag, 6 juli 2014, omstreeks 15.40 uur, onze kinderen en ik in de woonkamer van onze woning aan de [a-straat 1] te [plaats] (...) ik zag dat mijn man kwaad werd (...) liep ik weer de woning binnen via de gang waar mijn man was. Ik zag en voelde dat hij mij met zijn hand ter hoogte van mijn schouder bij mijn shirt pakte en mij de gang in trok. Ik zag en voelde dat hij mij hard tegen de muur in de gang duwde. Dit deed pijn. In de gang pakte mijn man mij met een van zijn handen bij de keel en kneep mijn keel dicht en met de andere hand hield hij mijn mond dicht zodat ik niet om hulp kan roepen. (…) Terwijl mijn man zijn handen bij mijn keel en voor mijn mond had, viel ik achterover op mijn rug op de grond. Ik zag en voelde dat mijn man met een hand mijn keel dicht kneep en met een van zijn blote voeten mij steeds op mijn buik schopte wat pijn deed. Ik zag en voelde dat mijn man mij met zijn vlakke hand meerdere keren tegen mijn gezicht sloeg wat pijn deed. Mijn oudste zoon heeft 2 foto‘s gemaakt vanuit de woonkamer naar de gang waarop te zien is dat mijn man mij slaat en schopt. (…) Ik wil nog vertellen dat hij mijn oudste zoon [betrokkene 1] vanmorgen met zijn vuist op zijn hoofd heeft geslagen zonder dat er iets aan de hand was. 2. Een proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt d.d. 6 juli 2014 door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , verbalisanten van politie, dossierpagina’s 17-19, voor zover inhoudende als relaas van bevindingen van de betreffende verbalisanten; zakelijk weergegeven: Op zondag 6 juli 2014, omstreeks 15.35 uur, kregen wij verbalisanten, [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , de opdracht om te rijden naar de [a-straat 1] te [plaats] . Wij verbalisanten, zagen vervolgens dat er een vrouw vanuit de gang, al schreeuwend naar buiten kwam gerend. Wij verbalisanten, hoorden dat de vrouw riep ‘Help me! help me!’. (...) Ik verbalisant, [verbalisant 3] zag dat de vrouw hevig overstuur was. (...) Ik verbalisant [verbalisant 3] , hoorde dat beide kinderen in de Nederlandse taal tegen mij begonnen te praten. Ik verbalisant [verbalisant 3] , hoorde dat de kinderen het volgende tegen mij zeiden ‘Papa heeft mama de keel dicht geknepen en een hand op de mond gehouden. Papa slaat mama heel vaak. Papa slaat ons ook en duwt ons ook wel eens van de trap.’. 3. Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 9 juli 2014 door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beide hoofdagent van politie, dossierpagina’s 45 en 46, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 4] , zakelijk weergegeven: Ik ben bevriend met [betrokkene 3] . Ik weet dat binnen het gezin veel ruzie is. (...) Ik weet dat ze problemen heeft met haar man [verdachte] [het hof begrijpt: verdachte]. Ik heb ooit een ruzie meegemaakt. Dat was ongeveer 1 maand geleden. Ergens in juni: Ik was toen bij hen thuis op de [a-straat 1] in [plaats] . De precieze datum weet ik niet. (...) Ik heb gezien dat [betrokkene 3] verwond was. Ik zag zwellingen en verwondingen in haar gezicht. Boven het oog. [betrokkene 3] vertelde toen dat [verdachte] haar had geslagen. [betrokkene 3] vertelt mij dat ze altijd problemen heeft met haar man. Dit duurt al minimaal 1 jaar. Ze komt dan bij mij huilend aan. Ze verteld dan dat ze is geslagen en dat haar kinderen zijn geslagen. Ik zie haar 1 keer à 2 keer minimaal in de week. Elke keer vertelt ze dan dat zij en haar kinderen mishandeld zijn. Het gaat nooit ergens anders over. (...) [betrokkene 3] heeft mij verteld dat haar kinderen worden mishandeld door haar man. 4. Een proces-verbaal van studioverhoor getuige, opgemaakt d.d. 18 juli 2014 door [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , beide brigadier van politie, dossierpagina’s 66-113, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven: (...) En ehm ik heb gehoord [betrokkene 1] dat ehm op zondag 6 juli, volgens mij, dat d‘r toen bij jullie politie thuis is geweest, klopt dat? G: Ja (…) G: Daarna komt mijn vader (...) G: En trekt mijn moeder (...) G: Hij was in die gang, kleine gang daar zit een kleine gang. En daar heeft, daar heeft hij mijn moeder geslagen. En in buik gestompt. Eh daarna, daarna heeft hij zo mond gehouden (12.41.22 getuige legt zijn rechterhand op zijn keel en zijn linkerhand over zijn mond) G: Daarna is mij moe, wacht. Daarna is mijn moeder gevallen en hij slaat haar. (…) G: Mijn moeder heeft bij de deur (12:41:52 getuige wijst met zijn beide armen naar rechts) bij de deur de telefoon aan ons gegeven. (...) G: Eh en ik en mijn broertje. Hebben één één gedrukt [het hof begrijpt: 112], maar eerst hebben we bew, bewij. Eerst dachten we moeten bewijzen hebben. Dat hij mijn moeder heeft geslagen. Dus toen waar hij mijn moeder aan ‘t slaan, dan, toen hebben we een foto gemaakt eigenlijk. G: Toen hebben we naar de politie gebeld. Toen za, zeiden we tegen de politie mijn moeder slaat mij, nee mijn vader slaat mijn moeder. (...) G: Hij slaat ons altijd. (…) G: Hij slaat ons. In zijn hoofd hij, (12.55:47 getuige gaat met zijn rechterhand naar de zijkant van zijn hoofd) hij slaat onze hoofd. Hij gooit, hij gooit ons van de traf, trap. (…) V: Hoe vaak slaat jouw moe, jouw vader jouw moeder, ongeveer? G: Altijd bijna V: Altijd bijna. Oke. En hoe vaak slaat jouw vader jou? G: Zelfde, altijd. V: Altijd. En hoe vaak slaat jouw vader jouw broertje? G: Zelfde. (...) V: En. Als jouw vader jou slaat hé, waar slaat hij jou dan? G: Vaak in de kelder. V. Ja. In de kelder ja. (…) G: Hij sla mij, hij gooit mij altijd als die kelder moet, hij, hij stra, hij gooit mij van de trap. (…) G: Daarna ga ik naar ‘t binnen, binnen van, binnen van eh kelder. Daarna doet hij de deur dicht. Dan slaat hij mij met vuisten, met zijn benen in mijn buik. Bijna van alles. Mijn hoofd, m’n rug. (...) G: Hij schopt me (getuige staat op en maakt een voorwaartse beweging met zijn rechterbeen) G: Ja dat doet pijn (13:11.50 getuige buigt wat voor over en heeft beide handen op zijn onderrug) als je dit eh als ‘t elke trap gaat naar boven zo. (…) G: Eh eerst slaat mij altijd met zijn vuisten (13:15:22 getuige beweegt zijn handen met gebalde vuisten op en neer voor zich. En wijst daarna op de tekening) (...) G: En toen heeft hij ons geslagen. Eerst mijn broertje geslagen daarna, daarna nee mij daarna mij. Daarna sa. Eerst ging hij mijn broertje zo hard slaan (13:32.43 getuige heft zijn rechterhand en tikt met zijn rechterhand eerst op zijn rechterwang en daarna op zijn linkerwang) (...) V: ‘t d’r over dat jul, jouw moeder de telefoon geeft. G: Ja en ik heb eh foto gedaan. V: En waar heb jij een foto van gemaakt? G: Eh dat hij haar sloeg. V: En hoeveel foto’s heb jij gemaakt? G: Twee. V: Twee foto’s heb jij gemaakt. Oké. En wie heeft de politie gebeld? G: Wij alle twee, maar even kijken. Ik heb één één twee gedrukt en mijn broertje heeft eh dat hij moet bellen; op die groene dingetje gedrukt. En ik heb gepraat met de politie. (…) G: Ja hij stampte met de been. V: Met de been stampte die. En eh hoe vaak is dat gebeurd? Hoe vaak is ‘t gebeurd dat jouw vader jouw moeder eh geslagen en gestampt heeft? G: Heel vaak. 5. Een proces-verbaal van studioverhoor getuige, opgemaakt d.d. 18 juli 2014 door [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , beide brigadier van politie, dossierpagina’s 133-155, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] , zakelijk weergegeven: V: Vertel mij eens waarvoor de politie bij jou thuis is geweest? G: Want mijn vader had mijn moeder geslagen. (...) Met hem voeten, haar buik geslagen. (…) G: En toen was mijn moeder gevallen. En toen hij, hij met haar voeten in haar buik geslagen. V: Met de voeten op haar buik geslagen. Hoe weet je dat? Dat jou vader met de voeten op de buik van jou moeder heeft geslagen? G: Nou, hebben foto gemaakt. V: Dus er zijn 2 foto’s gemaakt. Wie heeft die foto’s gemaakt? G: Ik en mijn broer. V: Wie heeft de politie gebeld? G: Ik heb... Ik heb geklikt... V: Wat heb je geklikt? G: We hebben 112 gedaan en toen heb ik geklikt. G: En toen was de politie en heb mijn broer het hem gepraat, met de politie. (...) V: Wat heb je nog meer gezien Wat jou vader deed? G: Aan de nek vasthouden zo (houdt zijn linkerhand om zijn keel). Zo vastgehoud worden, zo. (houdt zijn linkerhand schuin omhoog met de hand in een kom). En toen kan mijn moeder niet ademen. (…) V: Doet papa ook weleens andere mensen slaan? G: Ja, ik en mijn broer. (...) G: Ja maar altijd gaat hij mijn broer slaan en mij. V: Oke. Hij doet jou ook slaan? G: Ja, 1 keer heb hij met eh, zo’n hout in mijn rug geslagen. (…) G: Soms doet hij eh, met mijn broer ehm, mijn broer met de riem doorslaan. V Ook. wel eens jou broer met de riem slaan? G: Ja V: En wa, wat voelde je dan als papa jou sloeg met de riem? G: Heel pijn. (…) V: En waar heeft die jou met de riem geslagen? Waar wasje toen? Toen jou vader jou moet de riem sloeg? G: Onder, onder. V: Waaronder? G: Onder, gewoon onder. V: Waar onder? In de woonkamer, in de keuken, in de gang, op de slaapkamer, in de kelder? Waar bedoel je? G: Kelder. G: Toen was met hard geslagen. En toen was bloedens toe. Ik was naar mijn pielie zo pielie pijn en toen was ik zo kijken en toen was klein bloedje. V: En wie werd er eerst geslagen toen je in de kelder was? G: Ik. En toen was mijn broer beurt. En toen was slaan, slaan, slaan. (...) V: (...) En wat deed jou vader met jou broer dan? G: Ook geslagen met de riem. (…) V: Hij deed jou met de riem slaan. Waarmee heeft jou vader jou nog meer geslagen? Met zijn handen, met zijn voeten, met een stok, met iets anders? G: Voe...Eh, handen en voeten. V: Hij heeft jou ook wel eens met handen geslagen? G: Ook 6. Een proces-verbaal van verhoor aangeefster, opgemaakt d.d. 7 juli 2014 door [verbalisant 4] en [verbalisant 8] , beide hoofdagent van politie, dossierpagina’s 168-169, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven: V: Uw kinderen hebben bij collegae van mij aangegeven dat zij ook wel eens zijn mishandeld door uw man, genaamd [verdachte] . Klopt dit? A: ja dat klopt V: Zij hebben aangegeven dat zij van de trap zijn geduwd door uw man. Klopt dit? A: Ja 4 a 5 keer is dit gebeurd. Dit is bij beide kinderen gebeurd. V: Waar bestaat de mishandelingen uit bij uw kinderen? A: Altijd slaan tegen het hoofd en in de rug. V: Waar slaat hij dan? A: Op het achterhoofd. V: Hoe slaat hij dan? A: Met een vuist of met een stok. (...) V: Hoe vaak gebeurt dit in de week dat hij de kinderen slaat A: 2 a 3 keer (...) A: (...) Pakt mij altijd bij mijn nek en zorgt ervoor dat ik niet kan schreeuwen. Hij bedekt mijn mond of knijpt mij zo hard in mijn nek dat ik geen geluid kan maken. 7. Een proces-verbaal van verhoor aangeefster, opgemaakt d.d. 8 juli 2014 door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , beide hoofdagent van politie, dossierpagina 172, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven: (...) Hij slaat mijn kinderen altijd op plaatsen welke niet direct zichtbaar zijn voor andere. Ik bedoel hiermee op het hoofd waar haren groeien of op de rug waar kleding overheen gaan. 8. Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 8 juli 2014 door [verbalisant 9] , brigadier van politie, dossierpagina 53, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] , zakelijk weergegeven: Een jaar geleden zijn naast ons, op de [a-straat 1] , nieuwe buren komen wonen. Al vanaf het eerste begin was er binnen enkele dagen ruzie in het gezin. Er werd veel geschreeuwd en regelmatig hoorde ik de kinderen in het gezin huilen. Afgelopen jaar is het meermaals voorgekomen dat er problemen waren zoals hierboven omschreven. De man en vrouw schreeuwden meermaals tegen elkaar, maar met name de kinderen huilden veelvuldig. Ik heb ook meermaals gehoord glasgerinkel of gebonk van kapot gegooide spullen. Een incident, nu twee weken geleden, kan ik mij nog goed herinneren. Een van de buurjongens schoot per ongeluk een bal tegen mijn auto. De auto raakte hierbij licht beschadigd. Ik heb de buurvrouw aangesproken en uiteindelijk hoorde ik even later dat de buurman aan het schelden was tegen zijn zoon. Ik hoorde dat er geslagen werd, ik hoorde namelijk echt het geluid van petsen, alsof met een hand of plat voorwerp op een blote huid werd geslagen. Ik hoorde ook de buurjongen huilen. Ik kan alles heel goed horen omdat het raam boven van de woning openstond en een en ander zich kennelijk in die kamer afspeelde. Het incident duurde ongeveer 15 minuten. 9. Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 8 juli 2014 door [verbalisant 10] , brigadier van politie, dossierpagina 55, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 6] , zakelijk weergegeven: U vraagt mij of ik iets weet van de thuissituatie van de familie op [a-straat 1] in [plaats] . Ik weet daarvan dat de familie daar veel ruzie heeft. Mijn kinderen spelen wel eens met de kinderen van dat gezin. De zoontjes uit het gezin, die ik ken als [betrokkene 2] en [betrokkene 1] (fonetisch), zeggen vaak tegen mijn kinderen dat papa en mama vaak ruzie hebben. Ook zeggen zij dan dat papa, mama slaat en ook hen slaat. 10. Een proces-verbaal van verhoor aangeefster bij de raadsheer-commissaris, d.d. 17 januari 2020, pagina’s 2 tot en met 6, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven: Op de momenten dat u met de politie hebt gesproken, heeft u toen de waarheid verteld? Ja. Wanneer begon de mishandeling? Wanneer bent u voor het eerst geslagen door uw man? Nadat hij in Nederland was, ongeveer na twee maanden. Wat gebeurde er toen tijdens die ruzie? Hij schold en hield zijn handen niet thuis. Wat gebeurde er precies? Hij heeft mij geslagen. Weet u nog hoe hij u heeft geslagen? Met zijn hand. Hij heeft met zijn vuist vol op mijn ogen geslagen. Mijn oog was opgezwollen. Toen ik op de grond viel heeft hij mij getrapt. (...) Dan gebeurt er iets op 6 juli 2014. Weet u nog wat er toen gebeurde? Op die zondag? Ja, dat kan ik me goed herinneren. Hoe sloeg hij u op dat moment? Met zijn handen en toen ik was gevallen trapte hij met zijn voeten. Kunt het nog nauwkeuriger beschrijven? Hij begon met zijn vuist tegen mijn rug te staan. Toen vroeg ik aan mijn kinderen om de politie te bellen. Bij eerdere incidenten toen de kinderen bang waren durfden de kinderen niet de politie te bellen. Nu zei ik anders ga ik dood dus bel de politie. Sloeg hij u meerdere keren? Ja, meerdere keren. Op dat moment kon ik niet weglopen. Ik stond in een hoekje. Hij hield mij vast. Waar hield hij u vast? Waar op uw lichaam? Bij mijn hals. Hoe ging het? Ging het achter elkaar door? Totdat de politie kwam heeft hij mij geslagen. Ik lag nog op de grond toen de politie kwam. Heeft hij u nog geslagen toen u op de grond lag? Ja. U heeft net verteld dat u tegen u kinderen zei: bel de politie. Ik was bang dat de kinderen de politie niet durfden te bellen. Ik gooide mijn telefoon om te bellen. Klopt het dat de kinderen ook de telefoon hebben gebruikt om foto’s te maken? Ja dat klopt. Dat heb ik niet tegen ze gezegd, dat was hun eigen idee. Ik ga u foto’s laten zien op pagina 15 en 16 van het dossier. Herkent u zichzelf op pagina 15 en 16 van het dossier? Ja. Kunt u beschrijven wat er daar gebeurt? Zoals u ziet, hij gebruikt geweld. Ik kon niet weglopen zoals je ziet. Ik stond in de gang. (...) Wat deed hij precies bij het slaan van de kinderen? Hij gebruikte zijn handen. Soms gebruikte hij ook dingen die hij in zijn handen had.” 6. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 augustus 2020 houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: “De raadsvrouw brengt het volgende naar voren. Cliënt is bekend met het verzoek om een deskundigenrapport. Vanuit de zijde van de verdediging bestaat de vrees dat de kinderen van cliënt zijn beïnvloed door aangeefster, hun moeder. Het laatste getuigenverhoor van aangeefster, dat plaatsvond op 17 januari 2020, roept vragen op. Zo verklaart zij onder andere dat cliënt bij de kinderen niet veel geweld gebruikte; dat als cliënt de kinderen vertelde te stoppen dan stopten de kinderen gelijk en dat zij het slaan van de kinderen door cliënt niet echt als straf zag. Deze passages scheppen onduidelijkheden en roepen vragen op. Bovendien sluit deze verklaring niet aan op de verklaring die de kinderen hebben afgelegd, waarin cliënt wordt afgeschilderd als monster. De verdediging wenst derhalve dat door een klinisch psycholoog onderzoek wordt gedaan naar de betrouwbaarheid van de door aangeefster en met name de door haar kinderen afgelegde verklaringen, mede in het licht van hun afhankelijkheidsrelatie en de mogelijke beïnvloedbaarheid. De verdediging wil de kinderen liever niet als getuigen horen, nu dat erg belastend zou zijn voor hen. Afgelopen weekend heeft cliënt zijn kinderen nog gezien. Dat maakt dit erg emotioneel voor hem. De kinderen hopen ook dat hun vader wordt vrijgesproken. Subsidiair doet de verdediging het verzoek om de kinderen van cliënt als getuigen te horen. Uit het betrouwbaarheidsonderzoek kunnen vragen voortvloeien die aan de kinderen kunnen worden gesteld. Nogmaals, dit heeft niet de voorkeur, maar is - gelet op de verdenkingen - wel in het belang van de verdediging. De verdediging is zich er van bewust dat deze verzoeken tijd in beslag zullen nemen. Echter, de uitkomst van een dergelijk onderzoek en het arrest kunnen veel gevolgen hebben voor cliënt, mede voor zijn verblijfsvergunning. […] Na hervatting van het onderzoek deelt de voorzitter het volgende mede. De verdediging heeft verzocht om een betrouwbaarheidsonderzoek. Het hof ziet op dit moment geen noodzaak om dit onderzoek te laten uitvoeren. Wellicht kan dit verzoek bij de inhoudelijke behandeling wel noodzakelijk blijken, maar dat is thans (nog) niet het geval. Het hof wijst dit verzoek af. De verdediging heeft subsidiair verzocht om de kinderen van verdachte als getuigen te horen. Ook dat verzoek wordt afgewezen, nu het hof de noodzaak van dat verzoek niet inziet.” 7. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 oktober 2020 houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: “De voorzitter beveelt dat het onderzoek opnieuw zal worden aangevangen, omdat de samenstelling van het hof thans een andere is dan op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 10 augustus 2020. (…) De raadsvrouw pleit overeenkomstig de inhoud van de door haar aan het hof overgelegde pleitnota, die als bijlage 3 aan dit proces-verbaal is gehecht en als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd. De advocaat-generaal repliceert als volgt. (…) De raadsvrouw meent dat er een betrouwbaarheidsonderzoek moet plaatsvinden naar verklaringen die 6 jaar geleden zijn afgelegd, maar dat zal lastig worden. Het hof moet zich echter afvragen of het zich voldoende voorgelicht acht. Ik meen van wel. Ik denk dat uw hof zelf in staat is om zich een oordeel te vormen over de betrouwbaarheid van de gewraakte getuigenverklaringen, die bovendien ingebed worden door andere getuigenverklaringen. De raadsvrouw dupliceert als volgt, De verdediging handhaaft haar eerdere standpunt. Cliënt is een ontkennende verdachte. Zijn kinderen waren destijds een stuk jonger. Mocht het door mij voorgestane betrouwbaarheidsonderzoek veel problemen opleveren, mede vanwege de inmiddels verstreken tijd, dan kunnen de kinderen alsnog worden gehoord, zoals ik op de vorige zitting ook heb bepleit.” 8. De als bijlage 3 aan het proces-verbaal van de terechtzitting van 19 oktober 2020 gehechte pleitnota houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: “STANDPUNT APPEL (…) Zijn ex-vrouw is bij de Raadsheer-Commissaris als getuige gehoord. Wat opvalt is dat de verklaring van zijn ex-vrouw bij de Raadsheer-Commissaris veel milder is ten opzichte van haar verklaring in het dossier. De kinderen zijn dan in plaats van 4/5 keer van de trap geduwd, 1 of 2 keer van de trap geduwd en ze verklaart ook dat hij bij de kinderen niet veel geweld gebruikte. “Als hij de kinderen sloeg, gebruikte hij niet veel geweld...Hij was niet gemeen tegen de kinderen....De kinderen zijn bang van hem. Als hij zegt 'stop' dan stoppen ze gelijk." Deze verklaring komt ook niet overeen met de uitgebreide verklaring van de kinderen tijdens de studioverhoren waarin hij als een monster wordt afgeschilderd. Om deze reden heeft de verdediging ook om een betrouwbaarheidsonderzoek verzocht dan wel om zijn kinderen als getuigen te horen. Zij vreest namelijk dat zij vanwege hun loyaliteit aan moeder en vooral vanwege hun jonge leeftijd meer hebben verklaard dan daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. (…) PRIMAIR Cliënt verzoekt Uw Gerechtshof hem integraal vrij te spreken. Hij ontkent de verdenkingen en meent dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. SUBSIDIAIR Indien Uw Gerechtshof voornemens zou zijn om cliënt te veroordelen, wordt hierbij het voorwaardelijke verzoek gedaan Uw arrest aan te houden voor onbepaalde tijd en eerst een betrouwbaarheidsonderzoek te laten verrichten en/of de kinderen als getuige te horen zodat zij hier zelf iets over kunnen zeggen. Het verhoor van aangeefster welke op 17 januari 2020 plaatsvond, geeft aanleiding tot nader onderzoek in de vorm van een betrouwbaarheidsonderzoek dan wel het horen van de kinderen (15 en 16 jaar oud) als getuige. Onderstaand gedeelte van het getuigenverhoor van aangeefster geeft de verdediging in het bijzonder reden deze onderzoekswensen te handhaven: Wat deed hij precies bij het slaan van de kinderen? Hij gebruikte zijn handen. Soms gebruikte hij ook dingen die hij in zijn handen had. Weet u welke dingen hij heeft gebruikt om te slaan? Hij gebruikte soms een stok (bezem of dweil) of een riem. Hij sloeg of gooide niet met andere dingen. Hierover wil ik duidelijk zijn. Als hij de kinderen sloeg gebruikte hij niet veel geweld. Als u dat zegt, wat bedoelt u daar precies mee? Hij sloeg de kinderen niet hard. Hij was niet gemeen tegen de kinderen. Was dat dan één klap? Eén of twee keer. Was dat dan omdat de kinderen niet deden wat hij aan ze had gevraagd om te doen? De kinderen zijn bang van hem. Als hij zegt ‘stop’ dan stoppen ze gelijk. Was het een soort straf of sloeg hij ze als ze niet luisterden? Ik kan het niet als straf zien. Je gaat kinderen straffen als ze iets fouts hebben gedaan. Maar omdat hij agressief is en snel boos wordt gaat hij de kinderen slaan. Voornoemde passage schept onduidelijkheid en sluit niet aan op de verklaring die de kinderen af hebben gelegd. De verdediging wenst graag door een klinisch psycholoog onderzoek te laten doen naar de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen door aangeefster en met name haar kinderen, mede in het licht van hun afhankelijkheidsrelatie naar hun moeder en hun mogelijke beïnvloedbaarheid. De verdediging verzoekt de rapporteur zich hier nadrukkelijk over uit te laten. Wellicht is het praktischer om de kinderen rechtstreeks als getuige te horen. Cliënt heeft een belang bij toewijzing van voornoemde onderzoekswensen, omdat hij pertinent ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan het ten laste gelegde.” 9. Het hof heeft het ter terechtzitting van 19 oktober 2020 door de verdediging gedane (voorwaardelijke) verzoek tot het horen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] als getuigen afgewezen. Het bestreden arrest houdt hierover het volgende in: “In geval van een bewezenverklaring doet de verdediging bij pleidooi een voorwaardelijk verzoek tot het laten opmaken van een betrouwbaarheidsonderzoek door een klinisch psycholoog naar de verklaringen die zijn afgelegd door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] dan wel tot het horen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] als getuigen. De verklaring die aangeefster op 17 januari jl. heeft afgelegd is veel milder dan hetgeen zij in juli 2014 heeft verklaard. Bovendien strookt die latere verklaring niet met de studioverhoren van de kinderen, waarin verdachte als een ‘monster’ wordt afgeschilderd. Mede gelet op de destijds jonge leeftijd van de kinderen en hun mogelijke beïnvloedbaarheid, loyaliteit en afhankelijkheidsrelatie van en met hun moeder, bestaat de vrees dat zij meer hebben verklaard dan daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, aldus de verdediging. Het hof oordeelt hieromtrent als volgt. Het hof acht de verklaringen van aangeefster en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] betrouwbaar. Niet alleen vinden hun verklaringen onderling steun in elkaar, ook vinden zij steun in de verklaringen van andere getuigen. De verklaringen komen (ook op detailniveau) in grote mate met elkaar overeen. Zo verklaren [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hetzelfde omtrent de gebeurtenissen op 6 juli 2014 (de mishandeling van hun moeder, het bellen naar de politie en het maken van de foto’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.