PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/04068 B Zitting 22 maart 2022 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, hierna: de klaagster. 1Het cassatieberoep 1.1. De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 6 juli 2021 het klaagschrift van de klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag op en teruggave aan haar van een onder haar in beslag genomen auto, gegrond verklaard. 1.2. Het cassatieberoep is ingesteld door de officier van justitie. Mr. W.J.V. Spek, plaatsvervangend officier van justitie bij het arrondissementsparket Midden-Nederland, heeft één middel van cassatie voorgesteld. 2De beslagzaak 2.1. Het gaat in deze beslagzaak kort gezegd om het volgende. De klaagster wordt verdacht van betrokkenheid bij een hennepkwekerij in de schuur behorende bij haar woning. Ten behoeve van het veilig stellen van een latere ontnemingsvordering is op 4 maart 2020 conservatoir beslag gelegd op de auto van de klaagster. In het dossier bevindt zich een machtiging van de rechter-commissaris van 2 april 2020. De auto is op 7 augustus 2020 geveild door de Domeinen en aangekocht door het garagebedrijf van klaagster voor een bedrag van € 10.355,00. De auto is vervolgens door de klaagster teruggekocht. Op 22 april 2021 is er opnieuw conservatoir beslag gelegd op de auto, op basis van dezelfde machtiging van de rechter-commissaris. De rechtbank heeft het beklag van de klaagster gegrond verklaard en de teruggave gelast van de auto. 3De bestreden beschikking 3.1. De bestreden beschikking houdt – voor zover voor de beoordeling van het middel van belang – het volgende in: “De beoordeling De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechtbank niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofd- of ontnemingszaak zaak te treden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats, omdat het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter in de hoofd- of ontnemingszaak zal worden voorgelegd, doorgaans nog niet compleet is. Daarnaast moet worden voorkomen dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel. Het beperkte karakter van de beklagprocedure komt tot uitdrukking in enkele van de aan te leggen toetsingsmaatstaven (Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654). Op grond van de zich op dit moment in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer overweegt de rechtbank als volgt. Gebleken is dat op 4 maart 2020 onder [klaagster] conservatoir beslag is gelegd ten aanzien van de personenauto, Volvo V60, Plug in Hyb. Op 2 april 2020 is door de rechter-commissaris een machtiging verleend tot het in conservatoir beslag nemen van voorwerpen strekkende tot verhaal van een op te leggen geldboete en/of een op te leggen betalingsverplichting aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het bedrag tot welk de machtiging is verleend betreft een bedrag van € 1.121.989,44. Volgens het openbaar ministerie is tegen klaagster de verdenking gerezen van betrokkenheid bij het telen/ vervaardigen van hennep en diefstal van elektriciteit. Vervolgens is gebleken dat voornoemde auto op 7 augustus 2020 is geveild door de Domeinen en is gekocht door het garagebedrijf van klaagster voor € 10.355,00. Daarna is de auto op 26 augustus 2020 door klaagster en haar echtgenote weer aangekocht. Nadien is op 22 april 2021 opnieuw beslag gelegd op voornoemde personenauto. Dit beslag is wederom gelegd op basis van de eerder op 2 april 2020 verleende machtiging van de rechter-commissaris. Niet gebleken is dat de zaak na 2 april 2020 opnieuw door de rechter-commissaris is getoetst en dat er een nieuwe machtiging door de rechter commissaris is verleend. Het voorgaande in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat door de veiling van de auto door de Domeinen op 7 augustus 2020 het beslag op de auto als geëindigd kan worden beschouwd. Dat klaagster vervolgens weer de eigenaar is geworden van deze auto doet daar niet aan af. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen opheffing van het beslag. Het beklag zal daarom gegrond worden verklaard. De rechtbank zal de teruggave gelasten aan klaagster van de auto. De beslissing De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan klaagster van: een personenauto, Volvo V60 Plug in Hyb, voorzien van kenteken [kenteken].” 4Het middel 4.1. Het middel houdt in dat het kennelijke oordeel van de rechtbank dat de auto niet voor de tweede keer conservatoir in beslag mocht worden genomen, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting en dat het (daarop gebaseerde) oordeel dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen opheffing van het beslag, niet begrijpelijk is. 4.2. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat in de overwegingen van de rechtbank ligt besloten dat de officier van justitie niet bevoegd was om de auto voor de tweede keer conservatoir in beslag te nemen, nu niet is gebleken dat de zaak opnieuw door de rechter-commissaris is getoetst of dat er een nieuwe machtiging is verleend. Dit getuigt volgens de steller van het middel van een onjuiste rechtsopvatting, omdat eenzelfde voorwerp meermalen object kan zijn van conservatoir beslag en daarvoor niet is vereist dat de rechter-commissaris een gegeven machtiging tussentijds toetst bij een nieuwe beslaglegging. Ook heeft de rechtbank het beslag volgens de steller van het middel ten onrechte niet aan de toepasselijke maatstaf getoetst. Juridisch kader 4.3. Het gaat in onderhavige zaak om conservatoir beslag ex art. 94a Sv ten behoeve van een op te leggen ontnemingsmaatregel, dat is gelegd wegens een verdenking van betrokkenheid bij een hennepkwekerij. Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een dergelijk beslag dient de rechter te onderzoeken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.