PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/03062 J Zitting 21 juni 2022 CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 22 september 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens ‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen’ veroordeeld tot 70 uren taakstraf, subsidiair 35 dagen jeugddetentie, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen, heeft bij schriftuur en aanvullende schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.
- Ik bespreek eerst het in de aanvullende schriftuur voorgestelde tweede middel. Het middel klaagt dat uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2020 blijkt dat de raadsman van de verdachte het woord heeft gevoerd ‘overeenkomstig zijn pleitnota’ en dat de pleitnota aan het proces-verbaal is gehecht, terwijl blijkt dat de pleitnota in het ongerede is geraakt, zodat niet valt na te gaan of ter terechtzitting (meer) verweren zijn gevoerd of (meer) uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan in het bestreden arrest zijn genoemd.
- Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2020 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd ‘overeenkomstig zijn pleitnota, welke aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht’.
- De in dit proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig art. 4.3.6.3 van het Procesreglement van de Hoge Raad heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 17 februari 2022 (tijdig) aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnota. Op 21 februari 2022 is namens de griffier van de Hoge Raad aan het hof verzocht om de pleitnotities in hoger beroep in deze zaak aan de strafadministratie van de Hoge Raad te doen toekomen. Vervolgens heeft een raadsheer van het hof bij brief van 17 maart 2022 aan de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet kunnen worden aangeleverd.
- Nu bedoelde pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in de bestreden uitspraak genoemde. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
- Het tweede middel slaagt.
- Het voorgaande betekent dat het eerste middel buiten bespreking kan blijven.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. HR 13 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1138, rov. 2.3.