PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/04298 B Zitting 30 augustus 2022 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, hierna: de klager. 1Het cassatieberoep 1.
- De rechtbank Rotterdam heeft in haar beschikking van 23 september 2021 het klaagschrift van de klager als bedoeld in art. 164 lid 8 WVW, waarin is verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van een inbeslaggenomen rijbewijs, ongegrond verklaard. 1.
- Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben één cassatiemiddel voorgesteld. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.
- Op 15 augustus 2021 is het rijbewijs van de klager ingevorderd in verband met de verdenking van rijden onder invloed van alcohol. De officier van justitie heeft vervolgens beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van 10 maanden, tot en met 11 juni
- Uit namens mij ingewonnen inlichtingen is gebleken dat de officier van justitie op 11 februari 2022 het rijbewijs van de klager heeft teruggestuurd, omdat het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet – zoals art. 164 lid 6 WVW voorschrijft – binnen zes maanden na de dag van invordering is aangevangen. Van een inhouding van een rijsbewijs ex art. 164 WVW is dus geen sprake meer. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. 3Opmerkingen naar aanleiding van de cassatieschriftuur 3.
- Hoewel ik niet toekom aan een bespreking van het middel, wil ik toch het volgende opmerken. 3.
- In cassatie wordt geklaagd dat het klaagschrift ex art. 164 lid 8 Wegenverkeerswet (WVW) niet op een openbare raadkamerzitting is behandeld en het onderzoek in raadkamer en de beschikking daarom aan nietigheid lijden. In dat verband wordt er op gewezen dat door vernummeringen in de leden van art. 552a Sv door de jaren heen, art. 164 lid 8 WVW abusievelijk niet meer de bepaling waarin de openbaarheid van de behandeling in raadkamer is voorgeschreven van overeenkomstige toepassing verklaart op de beklagprocedure bij een ingevorderd rijbewijs. 3.
- Ik meen dat de stellers van het middel hier een punt hebben en zal dat hierna kort toelichten. 3.
- Art. 22 lid 1 Sv bepaalt dat de behandeling door de raadkamer niet in het openbaar plaatsvindt, tenzij anders is voorgeschreven. 3.
- Voor de ‘reguliere’ beklagprocedure voor inbeslaggenomen voorwerpen schrijft art. 552a Sv voor dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift was oorspronkelijk in 1993 in het vijfde lid van dit artikel opgenomen. Door de invoeging van een nieuw lid in art. 552a Sv, stond deze bepaling van 1 juni 2004 tot 1 december 2016 in het zesde lid. Sinds 1 december 2016 is het voorschrift, ook in verband met de toevoeging van een nieuw lid, overgeheveld naar het zevende lid van art. 552a Sv. 3.
- Art. 164 lid 8 WVW bevat de procedurele voorschriften voor beklag tegen invordering van een rijbewijs. Sinds de inwerkingtreding van de WVW verklaarde deze bepaling onder meer het vijfde lid van art. 552a Sv, waarin de openbare raadkamerbehandeling is opgenomen, van overeenkomstige toepassing. Na de vernummering in 2004 van lid 5 naar lid 6 van art. 552a Sv, duurde het nog tot 1 april 2010 voor art. 164 lid 8 WVW dienovereenkomstig werd aangepast. In de memorie van toelichting van deze wijzigingswet is het volgende terug te lezen: “Bij de Wet van 18 maart 2004 (Stb. 109) (vorderen gegevens financiële sector) zijn per 1 juni 2004 wijzigingen doorgevoerd in artikel 552a Sv. Daarbij is over het hoofd gezien dat de artikelen 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, (…) , waarin telkens naar leden van artikel 552a Sv wordt verwezen, in technische zin aan deze wijzigingen moesten worden aangepast. Dit wordt nu hersteld.” 3.
- Toen in 2016 in art. 552a Sv opnieuw een vernummering van het voorschrift dat betrekking heeft op de openbare behandeling in raadkamer heeft plaatsgevonden, namelijk van lid 6 naar lid 7, is art. 164 lid 8 WVW niet dienovereenkomstig aangepast. Laatstgenoemde bepaling verklaart dus nog steeds het zesde lid van art. 552a Sv van overeenkomstige toepassing op de beklagprocedure bij een ingevorderd rijbewijs. 3.
- In latere parlementaire behandelingen vind ik niet terug dat deze omissie is onderkend. 3.
- Met de stellers van het middel ben ik daarom van mening dat uit het voorgaande kan worden afgeleid dat het aan de aandacht van de wetgever is ontsnapt dat art. 164 lid 8 WVW (opnieuw) moet moeten aangepast aan de vernummerde leden van art. 552a Sv en dat – zolang deze kwestie niet door de wetgever wordt opgepakt – een redelijke wetstoepassing meebrengt dat de behandeling van een klaagschrift ex art. 164 lid 8 WVW plaats dient te vinden in het openbaar. 3.
- Omdat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is, volsta ik met deze signalering. 4Conclusie 4.
- Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG In de beschikking van de rechtbank staat 11 juni 2021; dat zal een verschrijving zijn. Ook is mij gebleken dat er inmiddels een vonnis is gewezen in de strafzaak van de klager. Vgl. bijvoorbeeld HR 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:
- Ik wijs er op dat deze klacht feitelijke grondslag mist, omdat uit de beschikking volgt dat de rechtbank het beklag in openbare raadkamer heeft behandeld en de beschikking terstond in het openbaar heeft uitgesproken. Wet van 8 november 1993, Stb. 591, tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wegenverkeerswet en de Wet op de economische delicten in verband met de herziening van de raadkamerprocedure, Stb. 1993,
- Wet van 18 maart 2004 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de regeling van bevoegdheden tot het vorderen van gegevens van instellingen in de financiële sector, mede ter uitvoering van het op 16 oktober 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Lid-Staten van de Europese Unie, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (vorderen gegevens financiële sector), Stb. 2004, 109 en datum inwerkingtreding van deze wet Stb. 2004,
- Bij deze wetswijziging is ook na [het klaagschrift] “of het verzoek” ingevoegd. Wet van 17 februari 2016 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten in verband met het gebruik van elektronische processtukken (digitale processtukken Strafvordering), Stb. 2016, 90 en datum van inwerkingtreding van deze wet Stb. 2016,
- Wet van 17 november 1994, houdende regeling van de inwerkingtreding van de Wegenverkeerswet 1994 (Invoeringswet Wegenverkeerswet 1994), Stb. 1994, 858 en datum van inwerkingtreding van deze wet Stb. 1994,
- Wet van 26 november 2009, houdende partiële wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met rechtsontwikkelingen, internationale verplichtingen en geconstateerde wetstechnische gebreken en leemten Stb. 2009, 525 en datum van inwerkingtreding van deze wet Stb. 2010,
- Kamerstukken II 2007/08, 31 391, nr. 3, p.
- Art. 552a lid 6 Sv luidt sinds 2016: “Het klaagschrift van de belanghebbenden, anderen dan de verdachte, gewezen verdachte of veroordeelde, kan langs elektronische weg worden overgedragen met behulp van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening.”