PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/04146 Zitting 28 maart 2023 CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de verdachte De verdachte is bij arrest van 29 september 2021 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1 subsidiair ‘poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen’ veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf. Er bestaat samenhang met de zaak 21/04147. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. M.T. de Vaal, advocaat te 's‑Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring niet naar de eis van de wet met redenen heeft omkleed en niet toereikend heeft gemotiveerd. Voordat ik het middel bespreek, geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en ’s hofs bewijsoverwegingen weer. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: ‘hij op 8 februari 2020 te Swalmen, gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om goederen van hun gading, die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden, te weten aan [betrokkene 1] , weg te nemen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, een loods gelegen aan de [a-straat 1] te betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.’ 7. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen): ‘1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 februari 2020 (…) voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] : Op 8 februari 2020, omstreeks 02.35 uur, kregen wij de melding om te gaan naar de [a-straat] te Swalmen. Aldaar zou een zwarte personenauto voor een camping staan. Twee personen waren uit de auto gestapt en zijn de camping opgelopen. Omstreeks 02.46 uur waren wij met de patrouilles met roepnummer 15.01 en 15.16 ter plaatse. Wij zijn het terrein van de camping opgereden met de dienstauto. Wij zagen dat er twee personen uit een soort voederstal gerend kwamen. Wij stapten uit het dienstvoertuig. Wij riepen meermaals met luide stem en op niet mis verstaanbare wijze "staan blijven, politie". Wij zagen dat de twee personen door bleven rennen het aldaar gelegen bosgebied in. Wij zagen dat één persoon een blauwe muts droeg. Wij zagen dat deze persoon gereedschap liet vallen. Wij zagen dat er een handschoen op de grond viel. Wij zagen dat de verdachte, welke de blauwe muts droeg, viel. Wij hielden de verdachte vervolgens aan terzake van poging tot inbraak. Wij zagen dat de andere verdachte verder rende het bosgebied in. Deze zijn we vervolgens uit het oog verloren. Wij zagen dat het gereedschap, welke de verdachte liet vallen, een hamer en een rode tang betrof. Wij zagen dat de handschoen een zwart met grijze werkhandschoen betrof. 2. Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 8 februari 2020 (…): (…) Op 8 februari 2020, omstreeks 02:49 uur, hielden wij op de [a-straat 1] te Swalmen, binnen de gemeente Roermond, als verdachte aan: Achternaam: [verdachte] ; Voornamen: [verdachte] ; Geboren: [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] . 3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 februari 2020 (…) voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] : (…) Op 8 februari 2020, omstreeks 02.37 uur, kregen wij de melding dat er een auto voor de woning stond op de [a-straat 2] te Swalmen. Twee mannen stapten uit en liepen het erf op van de overburen. De auto was zwart en er zat nog iemand in de auto. Aan de overzijde was een boerderijcamping. De auto stond langs de weg op het fietspad. De twee mannen zijn over het pad het campingterrein opgelopen. Omstreeks 02.45 uur troffen wij voor [a-straat 2] een personenauto op het fietspad aan. Dit betrof een blauwe Volkswagen Golf station voorzien van het Roemeense kenteken [kenteken] . Wij zagen dat een persoon op de bestuurdersplek zat. Ik, [verbalisant 3] , vroeg aan deze persoon naar zijn paspoort. Ik zag dat hij mij een Roemeens Identiteitskaart overhandigde. Ik zag dat deze man genaamd was [betrokkene 2] . 4. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 februari 2020 (…) voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] : (…) Ik ben eigenaar van camping ‘ [A] ’. Mijn perceel is vanaf de openbare weg vrij toegankelijk. Heden, 08 februari 2020, omstreeks 02.45 uur, werd ik gebeld door mijn overbuurman [betrokkene 3] . Vervolgens ben ik opgestaan en heb ik uit het raam gekeken. Ik zag toen licht op het terrein en ik zag politieagenten lopen. Vervolgens ben ik in gesprek gegaan met de politie. Ik begreep dat er enkele personen op mijn perceel waren geweest die mogelijk wilde inbreken danwel goeden wilden wegnemen. (…) Hierop ben ik met de politie mijn terrein afgelopen op zoek naar afwijkende zaken op mijn perceel. In de open loods, gelegen links achter mijn woning, zag ik op de grond twee grote slijpschijven liggen. Ik zag dat deze slijpschijven door iemand op de grond waren gelegd. Deze slijpschijven behoren daar niet te liggen en horen opgeborgen te liggen in een rek in de loods. 5. Het proces-verbaal van verdachte d.d. 8 februari 2020 (…) voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] : (…) V: Met wie ben jij afgelopen nacht naar Swalmen gekomen? A: Met een Roemeen, een bekende. V: Wat is zijn naam ? A: Ik weet zijn naam niet, alleen [betrokkene 2] . V: Met welke auto zijn jullie naar Swalmen gekomen ? A: Een zwarte auto, het merk weet ik niet. V: Welk kenteken had die zwarte auto ? A: Een Roemeens kenteken. (…) V: Dus jullie waren wel met drie man in de auto? A: Ja.’ 8. Inzake de bewezenverklaring heeft het hof het volgende overwogen: ‘Door de raadsman is bepleit dat de verdachte van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is van medeplegen. Bij de onder de verdachte inbeslaggenomen goederen kan niet worden vastgesteld dat deze geschikt waren voor het wegnemen van twee grote schijven en is niet vast te stellen of die goederen überhaupt zijn gebruikt. Daarnaast zat medeverdachte [betrokkene 2] slechts in een auto. Op geen enkele manier is duidelijk of vast te stellen dat hij wist wat er ging gebeuren door een of twee andere personen, dan wel dat sprake was van bewuste en nauwe samenwerking, aldus de raadsman. Het hof overweegt dienaangaande het volgende. Het hof stelt voorop dat de Hoge Raad in het arrest van 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1019 het volgende heeft bepaald. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde -intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval hij toch tot een bewezenverklaring van medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Voorts kan van belang zijn in hoeverre de concrete omstandigheden van het geval door de rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen. In het onderhavige geval volgt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte samen met zijn medeverdachte en een derde persoon in het holst van de nacht in een auto naar Swalmen zijn gereden en bij een camping zijn gestopt. De verdachte en de derde persoon zijn uitgestapt en de camping opgelopen. De medeverdachte is in de auto blijven zitten. Toen de politie arriveerde, kwamen de verdachte en de derde persoon uit een soort voederstal/loods gerend en bleven doorrennen. De verdachte liet inbrekerswerktuig op de grond vallen en kwam vervolgens zelf ten val waarna hij werd aangehouden. De medeverdachte is in zijn auto aangehouden. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij met twee anderen in een zwarte auto naar Swalmen is gereden. Hij wist niet wat ze daar gingen doen omdat hij dronken was. Hij is uit de auto gestapt omdat hij moest plassen van al het bier dat hij had gedronken. De medeverdachte heeft verklaard dat hij pech had en zich vervolgens op zijn zwijgrecht beroepen. Het hof is van oordeel dat de verdachten geen geloofwaardige verklaring hebben afgelegd waarom zij met een auto in het holst van de nacht bij de camping zijn geweest en waarom verdachte uit een voederstal kwam gerend met inbrekerswerktuig; belastende omstandigheden waarover van ieder van hen een verklaring mag worden verwacht. Het verhaal van verdachte dat hij moest plassen acht het hof, gelet op de aanwezigheid van inbrekerswerktuigen, niet geloofwaardig. De medeverdachte heeft weliswaar verklaard dat hij autopech had, maar het hof hecht geen geloof aan deze verklaring nu verdachte daar niet over heeft verklaard en de politie daar niet over heeft geverbaliseerd. Voorts is op geen enkele wijze gebleken dat de medeverdachte naar aanleiding van zijn beweerdelijke pech iets heeft ondernomen om die pech te verhelpen of dat hij daarvoor hulp zou hebben ingeroepen waar hij op zat te wachten. De medeverdachte is zittend in de auto door de politie aangetroffen. Later heeft die medeverdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht en niet meer over pech gesproken. Mede gelet hierop gaat het hof ervan uit dat alle twee de verdachten met een onbekend gebleven derde medeverdachte bij de poging tot diefstal waren betrokken. Op grond van het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachten nauw en bewust hebben samengewerkt en derhalve tezamen en in vereniging hebben getracht goederen weg te nemen op een campingterrein in Swalmen. Dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om vast te stellen wat de exacte rol van de medeverdachte is geweest, staat hieraan niet in de weg. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.’ 9. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehouden op 15 september 2021 blijkt dat de raadsman het woord tot verdediging heeft gevoerd overeenkomstig een overgelegde pleitnota. Deze houdt onder meer in: ‘Standpunt verdediging • Verdediging stelt zich op het standpunt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor een bewezenverklaring van hetgeen is tll, en vraagt u daarom cliënt (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.