PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/01994 Zitting 11 april 2023 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 6 mei 2021 door het gerechtshof Amsterdam wegens onder 1 primair “medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden”, onder 2 primair “medeplegen van mishandeling”, onder 3 “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II” en onder 4 “handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 316 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij heeft het hof beslist over inbeslaggenomen voorwerpen en over de vordering van de benadeelde partij. 1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld. 2Het eerste middel 2.1 Het middel klaagt dat het hof niet goed heeft gereageerd op een verweer over de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van de getuigen [slachtoffer] en [betrokkene 1] , die het hof heeft gebruikt voor het bewijs van feit 1 en 2. 2.2 Ten laste van de verdachte is onder 1 primair en onder 2 primair bewezenverklaard dat: “1. primair hij op 18 februari 2019 te Zaandam, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door die [slachtoffer] - die zich op straat bevond - onder bedreiging van een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp - vast te grijpen en een auto in te trekken en gedurende enige tijd met die [slachtoffer] in die auto rond te rijden (waarbij die [slachtoffer] werd mishandeld), waarna die [slachtoffer] uiteindelijk die auto werd uitgezet; 2. primair hij op 18 februari 2019 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meerdere malen met een van zijn/hun handen/vuisten en met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp in het gezicht te slaan en die [slachtoffer] een kopstoot in het gezicht te geven (waardoor die [slachtoffer] een gebroken neus opliep)”. 2.3 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 18 juli 2019. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Het klopt dat ik op 18 februari 2019 in Zaandam bestuurder ben geweest van een witte Mercedes A-klasse. Dit is mijn auto. Ik heb die dag inderdaad een gewond persoon afgezet bij McDonalds in Zaandam. Dit was vlakbij het ziekenhuis. Er zat nog iemand in mijn auto. Wij kwamen in totaal met drie personen aan bij McDonalds. 2. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1100-2019032331-1 van 19 februari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 66 tot en met 70]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 februari 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [slachtoffer]: Plaats delict: [a-straat] , [plaats] , Pleegdatum/tijd: 18 februari 2019 tussen 19:30 en 20:00 uur. Ik stond met [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) voor zijn deur, wij stonden gewoon te praten en ineens kwam een auto voorbij. Hij reed heel snel. Op een gegeven stapten twee mensen uit de auto. De man met het pistool rende achter mij aan. Toen sloeg hij mij. Hij sloeg mij eerst met zijn pistool en daarna met zijn handen. Ik viel op de grond en hij sloeg mij met een pistool op mijn gezicht. Hij trok mij mee de auto in. De auto was een witte Mercedes A-klasse. In de auto reden zij rondjes op de [brug] . Ze stopten ergens. Er kwam een derde man bij en die vroeg waar mijn vriend was. Ze sloegen mij. Ze gingen weer rijden. De bestuurder was een Nederlandse man, tussen de 20 a 25 jaar oud. Hij was heel blank. Blond, oranje kort geschoren haar. Ik heb ze gevraagd om mij los te laten en mij naar huis te laten gaan. Ik werd aan alle kanten geslagen. Ik zat in de auto links achterin achter de bestuurder en hij zat rechts van mijn. Toen wij op de [brug] waren, stopten zij op een parkeerplaats. De man die rechts van mij zat gaf het pistool aan een man die buiten de auto stond en die handschoenen met knokkels aanhad. Ik zag hem weglopen naar een andere auto. Nadat de man het pistool had weggebracht kwam hij aan de rechterkant naast mij instappen, nadat de andere Marokkaanse man was uitgestapt. Hij begon mij ook te slaan. Hij droeg een grijs pak. Hij gaf mij zoveel kopstoten op mijn neus. Ik heb denk ik tussen de 20 a 30 minuten in de auto gezeten. Ik ben bij McDonalds afgezet, waarop ik naar het ziekenhuis ben gegaan. 3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2019032331-3 van 20 februari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 76-77]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 februari 2019 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer]: De bestuurder was boos dat er bloed op de bekleding was gekomen. De bestuurder vroeg aan mij of ik geld bij mij had zodat de bekleding gestoomd kon worden. Ik had geen geld. De bestuurder gaf mij toen een KFC handdoekje waarmee ik moest schoonmaken. Hierna mocht ik weglopen. 4. De verklaring van [slachtoffer] , afgelegd op 2 december 2020 als getuige tegenover de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit hof. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: [verdachte] heeft mij bedreigd met woorden. Hij zei dat hij me dood zou maken, “we gaan een bom in je huis zetten”. Er werd over de dood gesproken. Hij zei ook: “Elk boontje heeft zijn loontje”. Dat zei hij tegen mij toen ik in de auto zat. Hij draaide zich om. Dat was tijdens het rijden. Hij draaide zich dus niet de hele tijd om. Hij sprak ook tegen mij terwijl hij zich niet omdraaide. 5. Een geschrift, zijnde een letselverklaring van Zaans Medisch Centrum, opgemaakt door [betrokkene 2] , privacyfunctionaris, betreffende [slachtoffer] van 28 februari 2019 [doorgenummerde pagina 75]. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: De letsels van [slachtoffer] waren als volgt: Fractuur neus (gebroken neus). 6. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1100-2019032262-1 van 18 februari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 78 tot en met 81]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 februari 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 1]: Vanavond, maandag 18 februari 2019 stond ik voor de deur van mijn woning op de [a-straat 1] in [plaats] . Ik stond daar samen met een vriend van mij, [slachtoffer] . Opeens stopte er een Mercedes A klasse, kleur wit met zwarte velgen. Ze reden eerst langs, ze kwamen met een hele hoge snelheid aan. Ze kwamen echt met slippende banden aan. Ik denk dat ze ons al langer in het zicht hadden. Ik weet zeker dat er drie personen in de auto zaten. 7. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2019032262-A-Mc van 25 februari 2019, met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 94 tot en met 105]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de verklaring van voornoemde verbalisant: Betreft: PV analyse beelden McDonalds te Zaandam. Op 18 februari 2019 is het volgende te zien: 20:35:44 uur Vanuit de hoofdingang van de McDonalds is te zien dat een witte Mercedes, A-klasse met panorama dak de parkeerplaats op komt rijden. 20:35:52 uur Een persoon stapt vanuit de achter passagierszijde uit het voertuig (NN1). 20:35:58 uur Vanuit de achter passagierszijde achter de bestuurder komt een persoon uit het voertuig en gaat bij de donker geklede man staan naast het voertuig. Aan de kleding te zien komt deze overeen met de kleding die slachtoffer [slachtoffer] droeg in het ziekenhuis. 20:36:01 Vanuit de bestuurderskant komt een persoon uit het voertuig die via de achterkant naar de andere twee personen loopt. De bestuurder lijkt een blank postuur te hebben met opgeschoren haar. De bestuurder loopt naar de achterportier waar de persoon in de donkere kleding was uitgestapt en opent het portier. 20:36:20 Nadat de personen achter het voertuig kennelijk hebben staan praten gaat het vermoedelijke slachtoffer het voertuig in. NN1 en NN2 blijven buiten het voertuig staan. 20:38:26 uur Het vermoedelijke slachtoffer loopt bij het voertuig weg de parkeerplaats over in de richting van het Zaans Medisch Centrum. Ik zag dat uiterlijke kenmerken, kleur wit, vijf spaaks velgen, type voertuig, donkere sunroof van de inbeslaggenomen Mercedes van het type A-klasse, overeen kwamen met de beelden bij de McDonalds met de witte Mercedes. 8. Een geschrift, zijnde een rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een maatwerkonderzoek gepleegd in Zaandam op 18 februari 2019 van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door ing. S. Redeker van 22 maart 2019 [doorgenummerde pagina’s 140-143]. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek SIN en omschrijving Code Beschrijving DNA-profiel Celmateriaal kan afkomstig zijn van Matchkans AAKI7619NL#01 Bloed Nee1 DNA-profiel van een man [slachtoffer] Kleiner dan één op één miljard AAKI7620NL#01 Bloed Nee1 DNA-profiel van een man [slachtoffer] Kleiner dan één op één miljard AAKI7621NL#01 Bloed Nee1 DNA-profiel van een man [slachtoffer] Kleiner dan één op één miljard AAKI7622NL#01 Bloed Nee1 DNA-profiel van een man [slachtoffer] Kleiner dan één op één miljard AAKI7623NL#01 Bloed Nee1 DNA-profiel van een man [slachtoffer] Kleiner dan één op één miljard AAKI7624NL#01 Bloed Ja1 DNA-profiel van een man [slachtoffer] (zie ‘DNA-databank’) Kleiner dan één op één miljard Tabel 2 Overzicht opgenomen en vergeleken DNA-profielen SIN Datum opname Celmateriaal kan afkomstig zijn van DNA-profielcluster AAKI7624NL#01 20-03-2019 [slachtoffer] (zie ‘Aandachtspunt bij een DNA-databankmatch’) 45539 ” 2.4 De verdediging heeft ter terechtzitting van het hof van 22 april 2021 het volgende aangevoerd (met weglating van voetnoten): “Feit 1: medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving & feit 2: medeplegen van mishandeling 3. Om de feiten enige duiding te geven start ik met wat achtergrondinformatie. [verdachte] is letterlijk klein van stuk en is een vriendelijke, hardwerkende jongen die in Zaandam graag gezien wordt. Hij is trots op zijn auto en om dit te tonen laat [verdachte] iedereen met hem meerijden: vrienden, bekenden en vage kennissen. Vaststelling van de feiten volgens [verdachte] : 4. Daar zit gelijk een belangrijke sleutel in deze zaak. [verdachte] laat iedereen in zijn auto meerijden als een defacto taxichauffeur. Zo ook 18 februari 2019. Zoals bij de politie verklaard zijn kennissen, [betrokkene 3] en [betrokkene 4] toevallig bij hem ingestapt om een rondje te rijden en is [verdachte] gestopt op hun verzoek in de […] . [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zijn plotseling uitgestapt (hetgeen wordt bevestigd door de aangever zie alinea 7) en [verdachte] is alleen in de auto achtergebleven om een sigaretje te roken. Wat zich buiten de auto heeft afgespeeld is voor [verdachte] derhalve een raadsel. 5. Plotseling verschijnt er een onbekende jongen met bebloed gezicht voor zijn auto. De jongen verzoekt [verdachte] om hem naar het ziekenhuis te brengen nu hij bij een vechtpartij klappen op zijn hoofd had gekregen. [verdachte] heeft dit verzoek ingewilligd en nadat de aanvankelijk inzittende ook zijn ingestapt heeft hij gang gezet richting het ziekenhuis. Tijdens de autorit heeft [verdachte] geen geweld waargenomen en heeft hij zich afzijdig, gehouden van het gesprek nu aangever en de inzittende in luid Arabisch met elkaar hebben gesproken. Ook dat wordt door aangever bevestigd. Aangekomen in de nabijheid van het ziekenhuis mist [verdachte] de juiste afslag en heeft hij [slachtoffer] om die reden op steenworp afstand van het ziekenhuis bij de McDonalds afgezet. Feitcomplex volgens aangevers [slachtoffer] en [betrokkene 1] : 6. Aangevers [betrokkene 1] en [slachtoffer] verklaren anders. Kortgezegd vallen de verklaringen van aangevers onder te verdelen in 3 verschillende onderdelen. 1) Wat er gebeurd is buiten de auto, 2) de route die met de auto is afgelegd en 3) wat er achterin de auto is gebeurd. Buiten de auto: 7. Zowel tijdens de aangifte bij de politie als bij de RHC stelt [slachtoffer] dat hij door een persoon met een vuurwapen is bedreigd. [slachtoffer] verklaart in zijn aangifte: “Ik zag een voertuig langsrijden dat opeens stopte en dat er twee mannen uitstapte. Iedereen begon te rennen dus ik rende ook weg. Ik voelde dat de man die een pistool had mij vastpakte en richting de auto sleurde.” 8. Wat opvalt is dat [slachtoffer] in een tweede verklaring bij de politie stelt al buiten de auto geslagen, zowel met blote handen als met een pistool. Bij de RHC verklaart dat hij buiten de auto “met flinke vuisten” is geslagen. In drie verklaringen verklaart [slachtoffer] dus drie keer anders, eerst is er geen geweld buiten de auto, daarna geweld door slaan met een pistool en blote handen en in een derde verklaring enkel met flinke vuisten. 9. En ook over de wijze van instappen verklaart [slachtoffer] tegenstrijdig. In zijn verklaringen bij de politie verklaart hij dat hij de auto is ingesleurd, maar zijn verklaring bij de RHC wijst eerder op vrijwillig instappen. Daar verklaart hij immers dat het: ”in mijn beleving was het zo dat als ik bang werd en gelijk mee zou werken en in de auto ging zitten.” Dat is ook hoe [verdachte] het heeft beleefd, de jonen ging zelf in de auto zitten en vroeg zelf om een lift. Wederom een belangrijke innerlijke tegenstrijdigheid in de verklaringen van [slachtoffer] . Met als reden voor de aandikkingen om meer en meer in de schoenen te kunnen schuiven van personen waarmee hij kennelijk oorlog voert. Ik kom daar zo op terug. 10. Mede aangever en vriend van [slachtoffer] [betrokkene 1] verklaart dat er een auto stopte, dat [betrokkene 5] uit de auto stapte en hij door [betrokkene 5] werd gevolgd terwijl [betrokkene 5] een pistool op [betrokkene 1] richtte. [betrokkene 1] verklaart dat hij vervolgens een harde knal hoorde waaruit hij concludeerde dat er op hem geschoten zou zijn. Op vragen van ondergetekende verklaart [betrokkene 1] dat de bestuurder niet is uitgestapt dus hij niet weet wie dit was, maar dat [slachtoffer] hem heeft verteld dat [verdachte] de bestuurder van de auto was. De verklaring van [betrokkene 1] vertoont een aantal aantoonbare onwaarheden. Allereerst blijkt onomstotelijk vast te staan dat er helemaal niet is geschoten. Maar ook over de bestuurder van de auto verklaart [betrokkene 1] aantoonbaar onwaar. [slachtoffer] wist immers niet wie de bestuurder was, het is dan ook onmogelijk dat hij [betrokkene 1] zou hebben verteld dat [verdachte] de bestuurder van de auto was. [betrokkene 1] gaat ver in het belasten van [betrokkene 5] en neemt daarin de waarheid niet zo nauw. Wat is er beter dan hem een poging moord in de schoenen te schuiven als je iemand kwaad wil doen. Deze aantoonbare onwaarheden raken de betrouwbaarheid van [betrokkene 1] . De route: 11. Dan het tweede onderdeel van de aangifte, de route die zou zijn gereden. In de tweede aangifte bij de politie verklaart [slachtoffer] dat er rondjes zijn gereden in de wijk [brug] en er vervolgens werd gestopt om een derde persoon in te laten stappen. 12. Deze aangifte is direct tegenstrijdig aan zijn verklaring bij de RHC. Bij de RHC verklaart [slachtoffer] immers niet over een stop bij een persoon die is ingestapt, maar verklaart hij dat er is gestopt bij de woning van [betrokkene 5] omdat hij excuses moest maken aan de zoon van [betrokkene 5] . Een verklaring die in alle drie verklaringen bij de politie in het geheel niet terugkomt en daarom direct tegenstrijdig is aan zijn eerdere aangiftes. Door op deze manier over de route te verklaren kan hij ook de zoon van [betrokkene 5] belasten. Zoals ik al zei de familie [betrokkene 5] moet koste wat het kost beschuldigd worden, ook als dat betekent dat de route afwijkt in zijn verklaring van de daadwerkelijk gereden route. Dat raakt de betrouwbaarheid van [slachtoffer] , waardoor onmogelijk op grond van de aangiften en verklaring van [slachtoffer] van de volgens hem gereden route kan worden uitgegaan. Gebeurtenissen in de auto: 13. [slachtoffer] verklaart tegenstrijdig over wat er precies is gebeurd in die auto. In zijn eerste en tweede aangifte verklaart [slachtoffer] in de auto meerdere malen hard geslagen te zijn en hij geen tijd kreeg om antwoord te geven op vragen omdat hij dan weer een klap of kopstoot kreeg. Bij de RHC verklaart [slachtoffer] echter totaal tegengesteld. Daar suggereert [slachtoffer] dat hij in de auto heeft gepraat met de inzittenden. Daarbij is volgens [slachtoffer] ”zeker Arabisch gesproken.” 14. En ook gevraagd naar de bestuurder van de auto verklaart [slachtoffer] tegenstrijdig. In zijn aangifte bij de politie verklaart hij, en ik citeer: “Een Nederlandse man, blond, oranje kortgeschoren haar, ik heb zijn gezicht niet gezien.” Maar in zijn verklaring bij de RHC zegt [slachtoffer] : ”[verdachte] draaide zich af en toe om. Ik herinner zijn gezicht tot op de dag van vandaag. Als ik zijn gezicht niet had gezien had ik hem bij de politie ook niet kunnen beschrijven.” Daar gaat [slachtoffer] er kennelijk aan voorbij dat hij het gezicht van [verdachte] bij de politie niet heeft beschreven. Dat krijg je als je niet conform de waarheid verklaart, een leugen is immers moeilijker te onthouden. [slachtoffer] schroomt niet om waarnemingen te verdraaien en zelf in te vullen. 15. In ieder geval staat vast dat [slachtoffer] innerlijk tegenstrijdig over de gebeurtenissen in de auto. Daarbij vult hij cruciale informatie zelf in. Notabene informatie waarover hij eerder heeft verklaard dit niet te hebben waargenomen. Het gaat derhalve niet om tegenstrijdigheden en eigen invulling op luttele details. Nee, het gaat om cruciale elementen zoals de identiteit van de bestuurder, wat hij zelf heeft waargenomen en wat er daadwerkelijk in de auto is gebeurd. Tussenconclusie ten aanzien van verklaringen van [slachtoffer] en [betrokkene 1] : 16. Conclusie: [slachtoffer] verklaart op cruciale onderdelen innerlijk tegenstrijdig en tegenstrijdig met eerdere verklaringen, over waar het geweld is toegepast, over de gereden route en over waar [slachtoffer] in de auto heeft gezeten. [slachtoffer] verklaart zelfs tegenstrijdig over waar er onderweg gestopt, wat er in de auto is gebeurd en of hij de bestuurder in het gezicht heeft gezien. Met als doel om [betrokkene 5] en familie of kennisen zoveel mogelijk te belasten ook als dat ten koste van de waarheid gaat. Zoveel tegenstrijdigheden en eigen invulling op cruciale onderdelen en zijn belang om hen in een kwaad daglicht te stellen raakt de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] in vergaande mate. (…) Onbetrouwbare verklaring aangevers: 29. Dat aangevers verklaren dat er sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving is niet betrouwbaar. Niet alleen omdat de verklaringen van aangevers zoals uitgebreid uiteengezet innerlijk tegenstrijdig zijn, en tegenstrijdig met andere door hun afgelegde verklaringen, maar ook omdat de verklaringen geen enkele steun vinden in objectief bewijs. Zo komt de bedreiging met - of überhaupt de aanwezigheid van - een vuurwapen enkel uit de koker van aangevers. Verder zijn er geen getuigen die verklaren over de aanwezigheid van een vuurwapen. De verklaring van [betrokkene 6] bij de politie in het dossier is immers niet ondertekend en bij de RHC betwist [betrokkene 6] met klem dat hij een vuurwapen of pistool heeft gezien. Ook betwist [betrokkene 6] dat hij dit ooit bij de politie heeft verklaard. Derhalve dient enkel uitgegaan te worden van de verklaring van [betrokkene 6] bij de RHC en kan zijn verklaring bij de politie niet tot het bewijs worden gebruikt. Derhalve kan niet anders dan worden geconcludeerd dat er geen vuurwapen was. 30. Bovendien hebben aangevers een motief om zaken later in te vullen, te vergroten en niet naar waarheid te verklaren zoals genoemd. [slachtoffer] is een atypisch slachtoffer, hetgeen zijn betrouwbaarheid raakt nu hij er alles aan doet om ons te doen geloven dat hij een slachtoffer is. In zijn verklaring bij de RHC geeft [slachtoffer] aan dat hij het moeilijk vindt om over de feiten te praten vanwege herbeleving. Maar zo onschuldig en kwetsbaar als [slachtoffer] zich bij de RHC opstelt is hij allerminst. 31. [slachtoffer] en [betrokkene 1] zijn immers al veel langer agressor in een conflict met de zoon van [betrokkene 5] . Er liggen dan ook meerdere aangiftes van zware geweldsincidenten en bedreigingen waarin [slachtoffer] en [betrokkene 1] een hoofdrol spelen (zie bijlagen), daar rept [slachtoffer] met geen woord over. 32. [slachtoffer] zaait samen met [betrokkene 1] en zijn broer angst en verderf binnen de familie [betrokkene 5] en omstanders, buren en kennissen. Zo heeft [verdachte] al aangifte gedaan van bedreiging (zie bijlage) maar ook [betrokkene 5] bijv wordt op agressieve wijze bejegend. Geweld wordt niet geschuwd en dat gebeurt nu al langere tijd. Want waar [betrokkene 1] bij de RHC ai verklaart over een conflict met [betrokkene 5] uit 2018 sleept het nog steeds voort. De aan de pleitnota gevoegde aangifte van [betrokkene 5] geeft een ronduit bizarre inkijk in de wereld van [betrokkene 1] en [slachtoffer] . Waar [betrokkene 5] in het verleden zonder enige aanwijsbare reden een vuurwapen in zijn nek gedrukt kreeg is hij onlangs bedreigd terwijl [betrokkene 1] en zijn broer hem toevalligerwijs tegenkwamen bij een verkeerslicht. En niet zomaar, bedreigd met de dood, en daar bovenop wordt ook vader [betrokkene 5] met de dood bedreigd. 33. Zelfs het toevallig langsrijden van de politie lijkt [betrokkene 1] , zijn broer en [slachtoffer] niet te stoppen. Want waar zij zich dan even uit de voeten maken, verschijnen zij enkele momenten later, meer nog in het bezit van een vuurwapen in de straat van [betrokkene 5] . En ook daar was [slachtoffer] bij betrokken. Wat ze daar deden? Dat laat zich raden. Het kan immers geen toeval zijn dat je een jongen woordelijk met de dood bedreigd en momenten later in het bezit van een vuurwapen gedurende langere tijd ophoudt in een straat waar die jongen woonachtig is. [betrokkene 1] zit hiervoor thans nog steeds in voorlopige hechtenis. 34. Het station straatschoffie of jeugdige onbezonnenheid is voor de kwalificatie aangevers al lang gepasseerd. Aangevers zaaien angst en maken zich schuldig aan zware criminaliteit waarbij zij meedogenloos en niets ontziend te werk gaan. Dealen, bedreigingen, zwaar geweld en zelfs het bezit van vuurwapens wordt daarbij niet geschroomd. Dat past een zogenaamd slachtoffer niet. 35. Van die onschuldige jongen blijft dus niet veel meer over. Bovendien lijkt juist dat conflict het motief voor [slachtoffer] leugenachtig te verklaren, gebeurtenissen later in te vullen en de waarheid te vergroten om zo [betrokkene 5] en al zijn vrienden en bekenden in een slecht daglicht te stellen. Meer nog, om [betrokkene 5] en zijn vrienden achter de tralies te krijgen. 36. Dat raakt de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] . Maar dat brengt ook mee dat de verklaring van [verdachte] dat hij direct richting het ziekenhuis is gereden en dat er in de auto geen geweld is gebruikt niet per definitie onwaar is. Bij gebrek aan een betrouwbaar ander scenario kan de verklaring van [verdachte] immers niét zonder meer terzijde geschoven worden. Rechtbank Haarlem: verklaring [slachtoffer] en [betrokkene 1] onvoldoende betrouwbaar 37. Die betrouwbaarheidsproblemen ten aanzien van de verklaringen van [betrokkene 1] en [slachtoffer] zijn ook door de rechtbank Haarlem gesignaleerd. In de strafzaak jegens [betrokkene 5] maakt de rechtbank Haarlem (zie bijlage) korte metten met de verklaringen van aangevers. De rechtbank constateert dat de verklaringen van [slachtoffer] bij de RHC niet overeenkomen met zijn verklaringen daags na het incident en concludeert dat de aangevers de feiten en omstandigheden zijn gaan invullen zodat hun verklaringen beter op elkaar aansluiten. 38. Eigen invulling en het afstemmen van de verklaringen leidt ertoe dat de verklaringen niet meer getoetst kunnen worden, hetgeen evidente betrouwbaarheidsproblemen met zich meebrengt. De rechtbank concludeerde dan ook dat de verklaringen van [slachtoffer] en [betrokkene 1] niet tot het bewijs ter zake het plegen door [betrokkene 5] van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling kunnen worden gebruikt. 39. Het kan niet zo zijn dat dezelfde verklaring in de ene zaak als onvoldoende wordt gekwalificeerd en in de andere zaak als belastend bewijs kan worden gebruikt. Een onbetrouwbare verklaring kan en mag in het Nederlandse rechtsbestel niet tot het bewijs worden gebezigd. Conclusie: bewijsuitsluiting wegens betrouwbaarheidsproblemen 40. Om die reden kom ik maar tot een mogelijke conclusie: De aangiftes en verklaringen van [slachtoffer] en [betrokkene 1] worden geraakt vanwege voornoemde betrouwbaarheidsproblemen in hun bewijswaarde en is de verklaring van [verdachte] og hun verklaringen niet perse onwaar ook niet tav zijn rol. 41. Zonder die verklaringen resteren enkel de feiten voorafgaand en na afloop die onvoldoende zijn voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en ook onvoldoende voor medeplegen van mishandeling door [verdachte] . Ik verzoek u dan ook het vonnis in eerste aanleg te vernietigen en [verdachte] vrij te spreken van het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde.” 2.5 Het hof heeft over de betrouwbaarheid van de verklaringen het volgende overwogen: “Door de verdediging is bepleit dat de verklaringen van [slachtoffer] en [betrokkene 1] voor het bewijs dienen te worden uitgesloten, omdat deze verklaringen niet betrouwbaar zouden zijn, aangezien de verklaringen op een aantal punten (innerlijk) tegenstrijdig zijn en kennelijk zijn afgelegd om de familie [betrokkene 5] in een kwaad daglicht te stellen. Het hof gaat aan dit verweer voorbij en zal de genoemde verklaringen – met passering van het door de verdachte geschetste en door het hof als ongeloofwaardig beschouwde alternatieve scenario dat hij de aangever slechts op zijn eigen verzoek naar het ziekenhuis heeft gebracht en dat daarbij van vrijheidsberoving en mishandeling geen sprake is geweest – voor het bewijs gebruiken. Het hof acht de verklaringen wel degelijk betrouwbaar, nu de verklaringen uitgebreid en gedetailleerd zijn, op hoofdlijnen steeds overeen komen en in voldoende mate steun vinden in de overige bewijsmiddelen in het dossier. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat de verklaringen slechts zouden zijn afgelegd om anderen in een kwaad daglicht te stellen. In dit verband heeft de verdediging naar het oordeel van het hof ook niet aannemelijk kunnen maken dat [slachtoffer] en [betrokkene 1] een goede reden zouden hebben om de verdachte met hun verklaringen te belasten.” 2.6 In de schriftuur wordt aangevoerd dat deze overwegingen van het hof onbegrijpelijk zijn in het licht van het gevoerde verweer. Uit het verweer zou immers blijken dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.